about
Toon menu

Werk aan de winkel

maandag 19 december 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Op mijn blog schreef ik al geregeld over het twijfelachtige activeringsbeleid van de beide regeringen, zowel op federaal als op Vlaams niveau. Dit handelde vooral over de invoering van de gemeenschapsdienst, een systeem dat reeds in het Verenigd Koninkrijk naar de prullenbak werd verwezen en ook in Nederland niet werkt, noch als competentieversterkend traject, noch als activeringsmaatregel. Voorlopig werd het nog niet ingevoerd voor langdurig werklozen, een Vlaamse maatregel, maar wel vrijwillig voor leefloners, federale materie. U hoort al, coherentie troef.

Met de zesde staatshervorming kwam het grootste luik van de gerichte activeringsmaatregelen wel naar het Vlaamse niveau. Een deel, de sociale economie, ging naar Liesbeth Homans. De toeleiding naar de lokale diensteneconomie en de maatwerkbedrijven (met o.a. vroegere beschutte werkplaatsen) werd naar de VDAB versluisd, die op basis van een set indicatoren iemand in een hokje duwen.

Na het verkrijgen van een specifiek etiket moet de persoon in kwestie ergens in een bedrijf in die tak van de sociale economie terecht kunnen. Lokale diensteneconomiebedrijven hebben het echter moeilijk om hun plaatsen in te vullen, omdat er een discrepantie is tussen de gevraagde profielen en de gebruikte indicatoren. Het maatwerkdecreet werd begin 2016 geschorst door de Raad van State wegens problemen met de overgangsmaatregelen. Er is hiervoor nog steeds geen oplossing. Deze wordt verwacht begin 2017. Voorlopig bevinden de maatwerkdecreten zich in het vagevuur.

In het najaar van 2016 was het de beurt aan Philip Muyters, minister van werk, die de doelgroepmaatregelen onder zich heeft. Nu ja, de doelgroep die niet door de VDAB wordt geïndiceerd als doelgroepwerknemer LDE of maatwerk, maar waar toch een bijzondere begeleiding voor nodig blijft.

Het gaat dus specifiek over mensen die wel op de reguliere werkvloer terechtkunnen, of waar de afstand tot vast werk iets minder groot is, maar waar toch intensievere begeleiding nodig blijft. Het betreft hier twee grote dossiers: de hervorming van de PWA’s en de inkapseling van de artikel 60-tewerkstellingsmaatregelen, een instrument van de OCMW’s, in het totale plaatje van een traject “Tijdelijke Werkervaring”.

Ter verdediging van Muyters, de hervorming van de PWA is een soort van Herculiaanse taak, een Sisyphus-werk waar men al sinds het begin van de 21ste eeuw de tanden op stukbijt. PWA is/was een maatregel waarbij mensen bovenop hun uitkering een bepaald aantal uren konden bijverdienen, wat werd betaald met PWA-cheques, niet te verwarren met dienstencheques, hoewel sommige dienstenchequebedrijven wel samenvielen met PWA. Om een lang verhaal kort te maken, PWA moest tegen 1 januari 2017 veranderen in wijkwerk, maar toen werd het verschoven naar 1 juli 2017 en vervolgens naar 1 januari 2018.

Artikel 60 wordt wel vanaf 1 januari 2017 in de Tijdelijke Werkervaring geplaatst. Alleen heerst er, 15 dagen voor de officiële start, nog heel wat onzekerheid. De informatica-applicaties zijn nog niet klaar, de VDAB is nog niet klaar, hoewel ze het grootste luik van hun taak voor de verandering uitbesteden, en er zijn heel wat onlogische elementen in het opzet, die, vermoedelijk, in de loop van 2017 wel naar boven zullen komen, met alle gevolgen van dien.

Het is echter niet enkel de slechte voorbereiding die zo stuitend is, maar ook het conceptuele kader, dat niet getuigt van een afstemming op de doelgroep. Het uitgangspunt is steeds de doorstroom naar het zogenaamd normaal economisch circuit (NEC), reguliere tewerkstelling in lekentermen. Iemand in een Tijdelijke Werkervarings-maatregel, bijvoorbeeld artikel 60, moet binnen de twee jaar doorstromen naar dat NEC. Tot voor kort was artikel 60 binnen OCMW’s vaak een maatregel om basiscompetenties te verwerken. Ook nu zal men binnen dit traject een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt hebben, maar doorstroom moet binnen die twee jaar.

Dat (eerste) competentieversterkend traject zou wijkwerk kunnen zijn, wat normaal gezien 6 maanden duurt en maximaal met nog eens 6 jaar verlengd kan worden. Maar dat zal dus pas volgend jaar ingevoerd worden, en dan nog is het de vraag of het in de praktijk zal gebruikt worden, aangezien de reden van uitstel de onzekerheid over de op te nemen taken en de financiering is. Het kan dus zijn dat het doorverwijzen naar wijkwerk toch bij de VDAB terechtkomt, in plaats van bij de lokale besturen, die het dan weer gaat tenderen aan een andere organisatie die weinig pap heeft gegeten van een aanpak op maat.

En zo blijven we in een straatje zonder eind, in een activeringscontext waarbij de sociale economie half op z’n gat ligt en de doelgroepmaatregelen vaag of slecht voorbereid zijn. Ondertussen blijft de VDAB taken uitbesteden en tonen ze zichzelf niet de meest pragmatische of flexibele organisatie voor datgene wat ze zelf doen.

In de begeleiding van de makkelijk bemiddelbare werkzoekenden wordt te veel gebruik gemaakt van standaardmethoden en vaste procedures. Zo zijn er voorbeelden  van werkzoekenden die na x aantal maanden van consulent veranderen en gewoon opnieuw met hetzelfde traject beginnen, inclusief "Hoe stel ik mijn CV op" en "Hoe solliciteer ik". Wat we zelf doen, doen we beter? Misschien klopt dat tegen het einde van deze legislatuur een beetje. Maar er is in ieder geval nog veel werk aan de winkel.

reacties

3 reacties

  • door Lucie Evers op dinsdag 20 december 2016

    Ik verwacht van een politicoloog meer zorgvuldigheid in zijn bijdragen. Zijn toon draagt niet bij tot een grondig debat over de kern van de zaak: het activeringsbeleid staat als een tang op een varken mbt tot de bestaande en toekomstige arbeidsmarkt. Dat komt zowel door het gebrek aan 'employability' van (grote) delen van de bevolking, als het totaal gebrek aan investering in 'haalbaar werk' voor diezelfde (grote) groepen. Over dat laatste zal ik het nu hier niet hebben, maar het is wel tegen die achtergrond dat je sociale economie en tewerkstellingsmaatregelen moet bekijken. Activering gaat uit van een specifiek mensbeeld en een specifieke economische ideologie. Er wordt uitgegaan van een soort humanistisch optimisme over de ontwikkelbaarheid van de mens. Er wordt uitgegaan dat 'werk' (een betaalde baan) de (enige) sleutel is tot ontwikkeling, emancipatie en de weg uit de armoede. Er wordt, ook en misschien wel nog het meest door vakbonden, uitgegaan van 'quasi volledige tewerkstelling' als streefdoel. Er wordt voortdurend geschoven tussen onderwijs en arbeidsmarkt, en op die arbeidsmarkt tussen de job creatie door privé en/overheid. Niets lijkt te werken. Zelfs met het groeiend aantal jobs, schuift de tewerkstellingsgraad niet op. Dat wijst er op dat de nieuwe banen niet worden ingevuld door de bedoelde groepen (die zo nodig een betere employability moesten ontwikkelen), maar door 'ready made employees' die van elders komen. Fundamenteel stel ik ook vast, met de auteur, dat de arbeidsmarkt niet werkt, ook niet met een activeringsbeleid. Maar wanneer de auteur de sociale economie naar de prullenbak verwijst, inclusief de toeleiding, dan gaat dat voor mij , als sociaal ondernemer, een brug te ver. In het kader van deze reactie kan ik niet punt voor punt ingaan...

    • door Wim Driesen op dinsdag 20 december 2016

      activeringsbeleid heeft zijn tijd nodig . En wat is het probleem ? Een sociale herverdeling zal wereldwijd zijn invloed uitoefenen . Enkel zij die makkelijk zijn te motiveren krijgen voorang . logisch toch .

  • door JohanGroenroot op woensdag 21 december 2016

    Het is duidelijk dat deze structuren en organisaties niet het beste voorhebben met de werkende bevolking, laat staan met het overig deel, als die al meetellen. Ze zijn enkel in het leven geroepen om de bevolking te onderdrukken en de belangen van de ruime heersende klasse te dienen vanuit een historisch diepgeworteld bureaucratisch denken. Denk hierbij aan de admininstraties van het collaborerende regime, de ongezien efficiënte bureaucratie van voormalig kolonie Congo, structuren van het concentratiekamp die volgens filosofen als Agamben tot op heden zijn blijven bestaan etc. Dat het systeem niet werkt bewijst enkel dat er nog een beetje democratie is. Hierbij wens ik nog mijn diep medeleven te betuigen aan de mensen die genoodzaakt zijn om op dergelijke instanties beroep te moeten doen om toch maar recht te hebben op een klein beetje zekerheid. Als ze al in aanmerking komen tenminste.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties