about
Toon menu

Het armoedebeleid van Homans: deel 2

dinsdag 27 oktober 2015
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Vorige week werden de beleidsbrieven door de Vlaamse ministers publiek gemaakt. Beroepsmatig gaat mijn interesse uit naar de beleidsbrief armoedebestrijding van minister Homans. De beleidsinsteek bij aanvang van de regering Bourgeois werd reeds besproken op mijn blog en dit stuk bouwt hier op verder. De beleidsbrief kijkt enigszins terug op reeds genomen initiatieven en kijkt naar wat nog komen moet.

Veranderend beleid

Minister Homans is, terecht, geen fan van curatief beleid en pleit voor meer proactieve armoedebestrijding. Zo richt ze haar peilen op de onderbescherming, onder meer door in te willen zetten op automatische rechtentoekenning en proactief informeren over sociale rechten en maatschappelijke dienstverlening te verspreiden. Het eerste is een absolute sleutel tot zowel goed bestuur als goed beleid. Ervoor zorgen dat mensen die in aanmerking komen hun sociale rechten krijgen zonder deze te moeten kennen en zonder dat ze drempels moeten overwinnen om ze te krijgen is een absolute must.

Toch zijn er ook kritische bedenkingen. Het verspreiden van informatie lijkt vooral digitaal te gebeuren (online productencatalogus, sociale kaart, rechtenverkenner, etc.) en de rol van lokale besturen is noodzakelijk in detectie onderbescherming, maar wordt actueel bedreigd door heel wat tendensen en maatregelen vanuit de Vlaamse en federale regering. Proactieve dienstverlening is geen sinecure in een tijd waarbij efficiëntie en kostenwinsten zich opdringen om de lokale budgetten in evenwicht te houden. Dit was bij de publicatie van de beleidsnota een bedenking en het financiële plaatje van de lokale besturen is er het voorbije jaar zeker niet op verbeterd.

De armoedetoets en -perceptie

Vervolgens komt de armoedetoets ter sprake. Dit is een instrument waarbij regelgeving vanuit de Vlaamse regering wordt getoetst aan bepaalde criteria om te vermijden dat nieuwe decreten en besluiten nieuwe armoede creëren. Dit is een mooi principe, maar een dat vaak/meestal dode letter blijft uit politieke overwegingen. Er wordt ook duidelijk aangegeven dat het de bevoegdheid en verantwoordelijkheid is van de functioneel bevoegde minister om te beslissen of er al dan niet een armoedetoets wordt uitgevoerd. Hier knelt het schoentje, waardoor de mooie theorie in de praktijk op de achtergrond driegt te verdwijnen. De maatregelen die het voorbije jaar de revue passeerden tonen dat de armoedetoets een vaag en relatief instrument blijft. Eenzelfde gevoel heerst bij de doelstelling rond een correcte beeldvorming omtrent armoede en zorgen voor een breed maatschappelijk draagvlak. Het zogeheten rechten en plichten-discours zorgt in ieder geval voor een eenzijdig negatieve perceptie bij een groot deel van de bevolking, mede in de hand gewerkt door nodeloze veralgemeningen van misbruiken en sociale fraude. Dat je als minister een eerlijk beeld van armoede wilt, betekent ook dat je het als politica of partij niet ongedaan maakt.

De dooddoener die kinderarmoede heet

In het luikje over het effectiever bestrijden van armoede wordt prioritaire melding gemaakt van toegang tot voldoende en gezonde voeding en kinderarmoede. Beide niches zijn uiteraard belangrijk. Voeding is een absolute basisbehoefte en de ondersteuning van initiatieven zoals sociale kruideniers en projecten rond het aanwenden van voedseloverschotten zijn toe te juichen. Bedenkingen rond de 1-euromaaltijden werden reeds geuit, hoewel de koppeling met sociale activering, waarbij hulpverleners de maaltijden moeten aangrijpen om contact te maken, hier opnieuw in de verf wordt gezet. Het maakt de maatregel wel structureler, maar toch blijft het een veelbetekenende maatregel. Het succes van armoedebestrijding is onder meer te meten aan de aan- of afwezigheid van een nood aan liefdadigheid en materiële hulpverlening om het structurele beleid op te vangen.

Ook de bedenkingen bij het principe kinderarmoede zijn niet nieuw. Het bestrijden van kinderarmoede kan niet zonder het bestrijden van gezinsarmoede. Hoe bijvoorbeeld het strengere schorsingsbeleid te verzoenen is met het verlagen van de kwetsbaarheid van kinderen wordt vaak vergeten. Zelfs zij die armoede tot in het oneindige moraliseren kunnen kinderen niet met de vinger wijzen. Paradoxaal genoeg zorgt het culpabiliseren van de ouders er voor dat kinderarmoedebeleid te vaak een straatje zonder eind is. Ook de bedenkingen bij de zogeheten groeitrajecten voor gezinnen “die tijd nodig hebben” blijven overeind, gelet op de rest van het beleid van de regeringen. In tijden waarin ziekte, handicap of nood aan mentale rust met enige achterdocht wordt bekeken, is het maar de vraag hoe geloofwaardig het engagement is om mensen en gezinnen in armoede de ruimte te geven om zich te empoweren, op eigen tempo en los van de zaligmakende arbeidsmarkt.

Institutionele logica

Het laatste deeltje gaat dan weer over hoe de structuren het best worden aangepast om een efficiënt armoedebeleid mogelijk te maken. Hier vinden we de obligatoire barokke termen als geïntegreerd bestuur, horizontale en verticale overlegstructuren, verbinden, netwerken, expertise en kennisdeling. Het toont vooral dat men zelfs met de beste intenties binnen onze staatsstructuur moeilijk tot onmogelijk tot een efficiënt armoedebeleid kan komen, een dat niet resulteert in nodeloze verspilling. De verschillende niveaus, diensten, ministers, administraties, platformen, actoren en projecten zorgen voor een nefaste versnippering. Het is een administratieve machine die heel wat tijd en middelen opslorpt, iets wat beter zou kunnen worden besteed, bijvoorbeeld door het rechtstreeks aan de mensen in armoede te bezorgen, wat gewoon effectiever zou zijn.

Het beleid

De bedenkingen bij de beleidsnota die ongeveer een jaar geleden werd goedgekeurd, worden hierboven eigenlijk herhaald en bevestigd. Op vele vlakken zijn de stappen die werden gezet beperkt te noemen. Vaak blijven de grote, mooie principes dode letter, een applaus waard op papier, maar niet meer dan dat. De minister erkent de gelaagdheid van armoede. Misschien zou er dan een lichtje moeten branden dat bv. de zogenaamde Turteltaks nooit de armoedetoets zou kunnen doorstaan en dat energiearmoede, wat een cruciale rol zou moeten spelen in armoedebestrijding, expliciet een rol speelt in bv. de verminderende toegang tot gezond voedsel en de mindere ontwikkeling van een kind.

De kritiek op de principes van het beleid, de kloof tussen theorie en praktijk, blijft overeind. Op papier is dit een recept voor een verantwoord en verdedigbaar armoedebeleid, dat op heel wat manieren tegemoetkomt aan verzuchtingen van mensen in armoede en organisaties die zich hier voor inzetten. Alleen wist het globale beleid vooruitgang op het veld uit. Niet enkel de Vlaamse regering moet in deze met de vinger worden gewezen. De verhoging van de leeflonen zou heel wat verhelpen en zou heel wat aanverwante kosten kunnen uitvlakken. Helaas is dit soort langetermijnvisie iets voor nota's en papierwerk en niet voor het daadwerkelijke beleid. De realisaties lijken ook eerder mager, al moet natuurlijk gezegd worden dat men in principe nog heel wat initiatieven moet verder uitwerken, opstarten en uitrollen. En van Liesbeth Homans kan je niet zeggen dat ze geen daadkracht toont en bij de pakken blijft zitten.

De grote bekommernis van een minister van armoedebestrijding moet zijn dat de middelen meer naar de mensen in armoede gaan en minder naar de structuren. Automatische rechtentoekenning is een zeer belangrijke pijler, maar mag niet de enige zijn. Zolang dit niet gepaard gaat met het ontbureaucratiseren van sociale hulpverlening is een efficiënt beleid moeilijk te verwezenlijken. Het snoeien in bevoegde instanties, het zorgen voor het verhogen van de regelluwte en het verminderen van controlemechanismen en het consequent toepassen van de armoedetoets zouden kunnen zorgen voor een echte breuk met het verleden.

reacties

Eén reactie

  • door ria aerts op donderdag 29 oktober 2015

    Het is altijd hetzelfde met die neoliberale aanpak. Mensen in armoede moeten maar zelf voor hun rechten opkomen, maar degenen die dat doen redden zich meestal wel met een beetje hulp. Het zijn de anderen die we moeten steunen, degenen die niet die zelfredzaamheid hebben. Maar zo ver gaat de empathie niet. Het is zoals die Engelse psychiater zegt, Dalrymple, die als leidraad dient voor deze aanpak. Arme mensen hebben het zelf gezocht. 'Very convenient' zou ik zeggen, als je nog wat meer middelen naar de happy few wil doorsluizen.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties