about
Toon menu

Vrijheid van meningsuiting en de ander

donderdag 15 januari 2015
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Vrijheid is een van die gekke begrippen waarbij de pure betekenis zich in de sfeer van de utopieën bevindt. Vrijheid is dus waarschijnlijk een van de meest gevierde utopieën. Mijn vrijheid stopt namelijk waar die van een ander begint, zo luidt het mooie cliché. Mijn vrijheid is dus  gelimiteerd, hoewel nu ook weer niet altijd. Ik ben bijvoorbeeld vrij om een lelijk hemd te dragen, omdat ik daar niemand mee stoor, of toch niet zo fundamenteel dat ik iemands vrijheid aantast. Ik ben ook vrij om in een park te gaan zitten en heel luid op mijn verkeerd gestemde gitaar te spelen en een beetje vals te zingen, maar al ietsje minder. Ik ben dan weer niet vrij om iemand neer te schieten, zomaar, omdat ik van mijn volle vrijheid wil genieten. Dan raak ik wel aan iemands fundamentele vrijheid.

De tragedie die zich vorige week voltrok met de schietpartijen in het gebouw van Charlie Hebdo en de Joodse kruidenierszaak brachten plots een golf van passionele liefde voor de vrijheid en vooral voor de vrijheid van meningsuiting teweeg. De hashtag #jesuischarlie werd geclaimd door alle lagen en alle ideologieën, tot op het punt dat de verbroedering opnieuw een wedstrijd werd. #Ikbenmeercharliedanjij #Hoedurfjijjecharlietenoemen, etc. Vrijheid van meningsuiting is inderdaad een onderdeel van de oerkracht die globale vrijheid is, en een van de steunpilaren ervan. De vrijheid van meningsuiting moet, meer dan ooit, absoluut zijn. Maar wat als ik met mijn vrijheid van meningsuiting de vrijheid van een ander aantast? Of beter gezegd, wat als ik met mijn vrijheid van meningsuiting de vrijheid van meningsuiting van een ander aantast? Primeert mijn eigen vrijheid dan boven de ander?

Onze omgang met vrijheid en vrijheid van meningsuiting is op z’n zachtst uitgedrukt bizar en op z’n sterkst eerder hypocriet, misschien zelfs bij momenten op hetzelfde niveau van hypocrisie als dat we de wereldleiders, die als poeslieve lammetjes arm in arm paradeerden voor vrijheid, liefde en vrede, graag verwijten. Mohammed die een schaap neukt zou moeten kunnen, maar oh wee als er een politicus op tv komt die godbetert zijn job doet en zijn partijlijn probeert te verkondigen. Dan komen rieken en harken naar boven en het schuim op de lippen. Natuurlijk, het schelden en verbaal verbannen van onze vertegenwoordigers van de politieke klasse valt ook onder die vrijheid van meningsuiting.

Wanneer de voorzitter van de grootste partij van België een ideologie haast crimineel noemt, dan valt dat ook onder de vrijheid van meningsuiting, ook al viseert hij hiermee de vrijheid van meningsuiting van een ander. Maar goed, de kalasjnikov blijft achterwege, toch? En oh wee als iemand een hoofddoek zou dragen aan mijn loket, of in de iets extremere gevallen zelfs gewoonweg in mijn buurt. Het zou mij zowaar in mijn vrijheid kunnen aantasten. Religie heeft geen plaats in onze samenleving, tenzij misschien in de cartoons op de voorpagina van onze kranten, omdat we nu eenmaal moeten tonen dat wij onze vrijheden serieus nemen.

En zo kan men verzanden in vrije uitingen over vrije uitingen over vrije uitingen over vrije uitingen, totdat het begrip een ingewikkeld kluwen en vooral een hol gegeven is. Want laat ons eerlijk zijn, het is niet omdat we de volle vrijheid niet zouden gebruiken dat we aan zelfcensuur zouden doen. Het is niet omdat ik persoon A niet afbeeld als een bekend dictator of geen scheldtirades schrijf aan het adres van persoon B, dat ik mijzelf teniet zou doen. Vrijheid van meningsuiting is meer dan beledigen of provoceren, en dan nog. Beledigen is ook een kunst, een die vooral geen kunst om de kunst mag worden. De vrijheid van meningsuiting is pas een krachtig wapen als het, net zoals andere machtige instrumenten, gericht en weldoordacht wordt ingezet. Al is iedereen natuurlijk vrij om te doen en te laten wat hij of zij wil (zolang mijn vrijheid maar niet in het gedrang komt, enzoverder enzovoort).

Het laatste wat dit is, is een oproep tot het beperken van de vrijheid van meningsuiting door middel van wetten of censuur, hoewel dit uiteindelijk nu wel al het geval is en dat de meeste mensen zelfs akkoord gaan met deze opgelegde beperkingen. Het is gewoon een nuancering van de roep voor absolute, onversneden vrijheid, waarbij de grens tussen vrijelijk gebruik van, in kader van bijvoorbeeld satire, en het stellen van strafbare feiten niet altijd even duidelijk is en het gezond verstand het soms haalt van een inhoudsloze hobby om anderen te viseren. Een bedenking bij de zogenaamde universele Europese waarden, die door de meeste Europeanen zelf heel verschillend worden geïnterpreteerd. En een kleine, vrije bijdrage over de paradox van de vrijheid van meningsuiting, die wel soms de vrijheden van anderen viseert, tracht te beperken of aanzet geeft tot het beperken ervan.

De inhoud van de mening kan nooit objectief beoordeeld worden door een ander, wat meteen ook de reden is dat het van buiten uit beperken ervan onwenselijk is. In deze clash der beschavingsniveaus mag de vrije meningsuiting niet aan banden worden gelegd, want dat is steeds een straat zonder einde. Maar men mag ook niet de fout te maken om de vrijheid van meningsuiting krampachtig om te zetten in een plicht tot meningsuiting. Dat soort van principieel conflictdenken heeft op lange termijn een grote verliezer, en dat is de, hoe contradictorisch het ook klinkt, onze vrije samenleving