about
Toon menu

Wanneer ziekte, die je zelf mee in de hand werkt, bestraft wordt?!

zaterdag 15 juli 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

D.S.14/7: ”Goed nieuws voor de personeelsleden van het bedrijf B&A Technics, of toch voor een deel van hen. De zaakvoerder van de Oost-Vlaamse kmo verloot deze zomer twee reischeques van 1.500 euro. Wie wil meedoen aan de tombola, mag in de twee maanden voordien wel geen enkele keer afwezig zijn geweest wegens ziekte. Pure discriminatie, oordelen specialisten.”

Goed nieuws? Ik dacht het niet! Het feit dat deze zaakvoerder met zijn autocratische managementstijl er een tombola van maakt of dat deze maatregel als ‘discriminatie’ wordt aangeduid is eerder hilarisch, maar niet echt relevant. Onverantwoord is dat de discussie blijkbaar slechts daarover gaat!

De essentie ligt in het ziekteverzuim zelf: iemand die zich ziek meldt heeft daar altijd een grondige reden voor: ‘ik ben niet in staat mijn werk uit te voeren’ maar ook ‘ik vind geen energie om vandaag te gaan werken’: wat de reden ook is, het gaat hier om een humaan recht. De persoon die zich afwezig meldt vertoont een fysiek letsel of een innerlijke verzwakking die lijdt tot een ‘time out’. Abstinentie moet ook toegelaten zijn wanneer de motivatie om de job uit te voeren zo sterk afneemt dat de gevraagde prestatie niet uitgevoerd kan worden. Zeker korte werkonderbrekingen door ziekte zijn onvermijdelijk in een maatschappij met (te) hoge levensstandaard waar de financiële druk alsmaar stijgt en de hele leefomgeving gebukt gaat onder prestatiedruk of angst. Een zaakvoerder is al helemaal niet bij machte een oordeel te vellen over de ernst of noodzaak van een werkuitval. Als hij* zijn zieke werknemers door een dergelijke maatregel als ‘lozers’ aanwijst heeft hij geen grein humaan verstand en al zeker geen aandacht voor de mentale gezondheid van zijn personeel.

Een zaakvoerder moet in eigen boezem zien en zich afvragen waarom een werknemer deze beslissing neemt: als ‘vader’ is hij verantwoordelijk voor het welzijn van zijn personeel en moet hij er voor zorgen dat mensen gemotiveerd, zelfs gelukkig, naar hun job komen. Een gelukkig mens wordt zelden ziek. Maar de betekenis van ‘geluk’ of een ‘goede huisvader’ is misschien ook niet meer gekend? Ben ik conservatief en oubollig wanneer ik dit durf aan te brengen?

Ik stel vast dat er zich weerzinwekkende patronen ontwikkelen van een omgekeerde ethiek: ziekte wordt door slechte voeding, angst en werkdruk in de hand gewerkt maar zwaar bestraft. Daar tegenover staat dat voor misdaden tegen fundamentele mensenrechten, zoals moord, wordt gepleit voor medische en psychologische bijstand en intensieve hulpverlening. Erewhon is realiteit?

Ricardo Semler toonde alvast dat het ook anders kan! Laten we die juiste koers volgen en een gezonde maatschappij voorop stellen?

___________________________________________________

* de keuze voor een mannelijke aanduiding is hier zeer bewust: het gaat immers om een machtspatroon dat ik graag als 'Trump-syndroom' wil omschrijven: een extreme vorm van populistisch denken dat slechts verantwoord wordt door opportunisme en uitsluitend gefixeerd op financiële ‘outcome’. Ook vrouwen kunnen lijden aan dit syndroom.