about
Toon menu

De puntjes op de i

woensdag 27 augustus 2014
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Naar aanleiding van het nieuwe boek De becijferde school van professor Standaert staat half Vlaanderen op zijn achterste poten. Zijn boek wordt verketterd voor het gelezen is. Spijtig, want zo geraken een aantal belangwekkende boodschappen daarin ondergesneeuwd.

De mythe van de meetbaarheid

Want hij heeft wel gelijk met zijn waarschuwing voor cijferfetisjisme.  Cijfers geven ons vooral de illusie van correctheid. Er zijn heel wat belangrijke dingen in het onderwijs en daarbuiten die zich niet in cijfers of getallen laten vatten.

Hoe meet je creativiteit? Hoe schaal je empathie in, of betrokkenheid of leergierigheid? Hoe turf je verdraagzaamheid of zin voor samenwerking af? En hoe kan je zeker zijn dat wat de ene leraar met een acht beoordeelt ook voor een andere leraar een acht is? Als je niet weet op welke ijkpunten een evaluatie gebaseerd is, word je daar nul wijzer van.

Cijfers zijn heel gewillig. Ze laten zich ongegeneerd door iedereen gebruiken. Zeker als het over onderwijskwaliteit gaat. Cijfers moeten dus geduid worden. Zonder kader kan je er alle kanten mee uit.

Het Parijs-Roubaixmodel

Ouders willen het beste voor hun kinderen. Als zelfs de onderwijsspecialisten het niet weten, hoe moeten zij dan de beste school kiezen voor hun kind? 

Dus gaan die ouders in het heersende competitiedenken voor het Parijs-Roubaixmodel. Waar alleen de sterksten overleven. En sturen ze hun kind naar een van die selecterende scholen toe die zij als eliteschool percipiëren. Want het is daar 'moeilijk'.

Maar er is niets moeilijks aan om kinderen te laten zakken. Elke leraar kan zonder moeite een examen opstellen waarvoor de meeste leerlingen falen. Maar daarvoor zijn scholen niet bedoeld. Goede leraren zijn er juist om Kevin en Jolien vaardigheden te leren waar ze mee vooruit kunnen, om hen te laten groeien. Niet om de bokken van de schapen te scheiden. 

Een afgewogen evaluatie

Een goed examen omvat een evenwichtige mix van ken- en weet vragen, afgewisseld met toepassingsvragen. Uitdagend voor de bollebozen, haalbaar voor de leerlingen die het leerdoel nog niet zo goed onder de knie hebben. Gericht op de eindtermen en met een correctiemodel erbij voor een objectieve evaluatie. Helaas vind je in het veld nog te veel mindere voorbeelden. Een doorslagje van het examen van drie jaar geleden. Of zo uit het handboek geplukt. 

Dat verbetert zo makkelijk, mijnheer. 

Punten of een Woordrapport

Werken met een woordrapport is geprobeerd. In het methodeonderwijs. Zonder cijfers dus. Om de onderlinge competitie te vermijden. Zodat de kinderen elkaars resultaten niet meer kunnen vergelijken. Bleek dat de kinderen en hun ouders die vermeldingen zoals 'goed' toch weer gingen omzetten in een cijfer.

Een combinatie van een woord- en een cijferrapport is dan een betere optie. In het cijferrapport staan becijferbare leerresultaten, aangevuld met duidend commentaar. Bijvoorbeeld: 7/10 – Joris heeft de meeste staartdelingen goed, maar voor de delingen met commagetallen moet hij nog wat extra oefenen. In het woordrapport ligt de klemtoon op de leef- en leerhoudingen. Het consequent werken met verbetersleutels leert de kinderen hun prestaties af te meten aan zichzelf en – niet onbelangrijk – dat fouten maken inherent is aan het leerproces. 

Centrale examens?

Centrale examens versterken het competitiedenken in school en maatschappij nog. Daarom ben ik tegen centrale toetsing. Omdat we juist nood hebben aan een evaluatie die de leerling uitdaagt om met zichzelf in competitie te gaan, niet in de eerste plaats met de anderen. Een groeimodel in plaats van een selectiemodel. Het 'Meer is in u'-principe. Wat niet betekent dat er geen eindnorm meer zou zijn. Maar met meer sturingsmogelijkheid voor de leerling zelf, geholpen door feedback vanuit de klassenraad, die de leerling het beste kent. 

Wat met de soms manklopende evaluatiepraktijk? De lerarenopleidingen en de nascholing hebben hier zeker werk aan de winkel. Maar waarom niet gaan voor 'the best of both worlds'? Een ruim gamma van uitgeteste peiltoetsen vanuit de overheid of de begeleiding aan de scholen aanbieden. En de handboekenmakers motiveren om aan hun handleidingen periodieke updates van gestandaardiseerde toetsen te koppelen. Een welkome hulp voor de leraar bij de jaarlijkse klus van het examen maken?

Schools for excellence

De leerling laten uitblinken, het beste uit zichzelf halen, zijn talenten maximaal ontplooien. Dat is het streven van de Unescoscholen. Scholen die zichzelf, hun leraren, hun werking en hun leerlingen continu tegen het licht houden om te zien waar verbetering mogelijk is. De kwetsbare leerling weerbaarder maken en de sterkere uitdagen. In een persoonlijk groeiproces waarin ze allemaal vooruitgaan.

Dat is wat we eigenlijk  allemaal willen in het onderwijsveld. Ik zie dan ook in veel scholen heel wat hoopvolle ontwikkelingen. Zoals het werken met een portfolio, met verbetersleutels en andere vormen van zelfevaluatie. Met meer leersucces en dus ook meer leerplezier.