about
Toon menu

Ken je vijand en kies je wapens

Onze vijand is niet de moslim, het is niet de islam, het is het terrorisme als complex geheel. Wanneer geliefden geraakt worden door terreur, zijn angst en boosheid logische, natuurlijke reacties.
dinsdag 5 juli 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Bij vreselijke gebeurtenissen stellen extra adrenaline en cortisol ons in staat te vluchten (uit angst) of te vechten (uit boosheid). Hoe nauwer onze betrokkenheid, hoe heftiger de vecht-of vluchtreactie. Waarom de ene mens angstig, en de andere meer boos reageert, is persoonsgebonden.

De verklaring is wellicht ergens te vinden bij onze vroege voorouders, die leefden in groepen waarbinnen elk zijn functie had. Zo sloeg Iemand alarm wanneer hij als eerste in de nabije omgeving de geur of het geluid van een wild dier waarnam, en kwam vervolgens een ander op zijn beurt in actie om het gevaarlijke dier onschadelijk te maken. In onze hedendaagse, westerse samenleving lijken natuur en jacht ver weg en is het niet meer vanzelfsprekend hoe om te gaan met gevoelens van angst en woede.

Ze steken nog steeds de kop op en laten zich niet zomaar beheersen. Naar aanleiding van de recente aanslagen roepen velen om wraak, uit boosheid voor wat onze geliefde medeburgers is aangedaan. Anderen reageren veeleer angstig en eisen het sluiten van de grenzen voor al wie van vreemde herkomst is. Op de sociale media, weerspiegeling van de visie van jan modaal, wordt zelfs hier en daar het afschaffen van de mensenrechten gesuggereerd.

Hoe dan wel omgaan met de dreiging van de terreur?                     

Angst mag ons niet verlammen, zoveel is zeker. Pas dan zitten we gekneld, wint de terreur en wordt een gelukkig leven onmogelijk. Zonder enige angst gewoon verdergaan is echter evenmin aangewezen. Het is de straat oversteken zonder links en rechts te kijken, in de overtuiging dat je niet zal worden aangereden. Het is onzin de mensen voor te spiegelen dat de aanslagen eenmalig zijn. Dat er nog zullen volgen is waarschijnlijk en een eerste wapen in de strijd tegen terreur is dan ook openheid, van de gezagdragers naar de bevolking toe.

Vanuit transparantie over het reële risico kunnen zinvolle, verscherpte veiligheidsmaatregelen worden genomen, zoals toegangscontrole aan de ingang van elk station, metro, luchthaven en winkelcomplex, op iedereen en altijd, zelfs als het terreurniveau weer op 1 staat. Enkel zo kan angst gecontroleerde en doordachte alertheid worden. Alertheid door controle is dus ons tweede wapen tegen terreur. Het is ons aanpassen aan de noden van de tijd.

 Nu al lopen de kosten van de controlemaatregelen tegen terreur torenhoog op, terwijl ze nog verder opgevoerd moeten worden, wat het gat in de begroting ongetwijfeld niet zal helpen dempen. Hoeveel militairen en agenten we ook inzetten, nooit zal de controle waterdicht zijn. Daarom is de medewerking van elke burger onontbeerlijk. Een suggestie. Toon je open overjas bij het opstappen van bus, tram, trein, metro, bij het binnengaan van het station, van de luchthaven, de winkel, overal. Let op elkaar, wek wederzijds vertrouwen en toon dat je niets te verbergen hebt. Deze “open jasaanpak” is gebaseerd op zorg voor elkaar, op vertrouwen en samenwerking. Dit derde wapen tegen terreur kost ons niets en impliceert echte solidariteit, los van ras, leeftijd, geloof of geslacht.

Om te vermijden dat er nieuwe terroristen opdagen, is het verder nodig ons samenleven, onze houding tegenover elkaar en ons denken over de anderen, structureel te wijzigen. Teveel mensen zijn individualistisch ingesteld. Na de aanslagen hoorde ik rondom mij uitspraken zoals “goed dat het mijn kind niet was… zolang ik het maar goed heb”, een bekrompen manier van de dingen te bekijken. Het is misschien niet jouw kind dat stierf maar er stierf een kind en eigenlijk is dat net zo erg, al wekt het je woede minder direct op. We moeten trachten ons te verplaatsen in de ander, ook in de ander die zijn land ontvlucht en naar hier komt met de hoop, moordende explosies te ontvluchten.

Op de sociale media merkt men dat er vaak te weinig wederzijds begrip is en dat onbekenden op kleinerende wijze met elkaar discussiëren. Kleineren en beledigen is opnieuw een bron van boosheid, van frustratie. En van terreur. Als een jongere besluit om uit onze samenleving te stappen en ze te bestrijden als aanhanger van IS, wordt dit besluit ingegeven door boosheid en frustratie, wortels van terreur die wij, als samenleving, zelf hebben laten en doen groeien. Wij moeten ophouden onze jeugd en elkaar te kleineren, te beledigen en te discrimineren.

Het vierde en belangrijkste wapen in de strijd tegen de terreur is respect voor elkaar, elkaar kansen geven, bijdragen voor elkaar, begrip hebben voor elkaar en open blijven communiceren, hoe zwaar dat soms ook is.

 

Geschreven door Annika Mortelmans, verschenen als Vrije Tribune in Aktief, ledenblad Masereelfonds, nr 3/2016

 

reacties

Eén reactie

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties