about
Toon menu

De moeizame normalisering tussen Europa en Cuba

De economische en politieke relaties tussen Europa en Cuba kennen een lange en grillige geschiedenis. Volgzaamheid ten aanzien van de VS-blokkade, meer dan tien jaar “common position” en nu een overeenkomst over dialoog en samenwerking die eindelijk de kans biedt op normale relaties tussen het oude continent en de parel van de Caraïben.
maandag 17 juli 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Gedurende decennia namen de afzonderlijke EU-lidstaten een eigen houding aan tegenover Cuba: van rabiate vijandigheid van bv. Tsjechië tot een pragmatische en eerder positieve houding van bv. België. Maar een nieuwe, respectvolle relatie tussen de EU en Cuba is nog lang niet beklonken.

Lange onderhandelingen

Eind april 2014 begonnen de EU en Cuba in Havana met onderhandelingen over een 'Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking tussen de EU en Cuba'[1]. Er volgden nog vijf ronden in afwisselend Havana en Brussel. Begin maart 2016 zaten de onderhandelaars voor de zevende keer samen. In december van dat jaar waren alle onderhandelaars het over de definitieve tekst eens.

In maart 2017 keurde de Belgische ministerraad een wetsontwerp goed om de overeenkomst te laten ratificeren door de parlementen. De Raad van State moet er nog zijn advies over geven, en dan kan het in de federale en de regionale parlementen ter ratificering worden voorgelegd. Deze overeenkomst moet ook door alle andere lidstaten van de EU worden geratificeerd. Op 5 juli 2017 stemde het Europees Parlement een resolutie waarin het de Overeenkomst goedkeurt maar tegelijk de oude politiek lijn van moraliseren en inmenging aanhoudt.

Historisch akkoord

De EU - vooral Spanje - is de belangrijkste handelspartner van Cuba, maar deze overeenkomst  is de eerste ooit afgesloten tussen de EU en Cuba en bepaalt het nieuwe wettelijke kader van de EU-Cuba relaties. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om een vrijhandelsakkoord maar om een politiek kader voor samenwerking.

"De overeenkomst voorziet in een versterkte politieke dialoog, een verbeterde bilaterale samenwerking en de ontwikkeling van gemeenschappelijk optreden in multilaterale fora. Deze overeenkomst beoogt de ondersteuning van het overgangsproces van de Cubaanse economie en samenleving en de bevordering van de dialoog en de samenwerking met het oog op de aanmoediging van duurzame ontwikkeling, democratisering en mensenrechten en het vinden van gemeenschappelijke oplossingen voor de globale uitdagingen", aldus de mededeling van de ministerraad[2].

De overeenkomst valt uiteen in drie belangrijke hoofdstukken: politieke dialoog, samenwerking en sectorale beleidsdialoog en handel en handelssamenwerking.

De inleidende motivering van de overeenkomst beklemtoont dat beide partijen hun banden willen consolideren, de politieke dialoog, samenwerking en economische en handelsbetrekkingen willen versterken, "in een geest van wederzijds respect en gelijkheid". De tekst stelt ook uitdrukkelijk dat "de soevereiniteit, de territoriale integriteit en de politieke onafhankelijkheid van Cuba moeten worden geëerbiedigd".

Daarnaast bevat de tekst ook bepalingen over het respect voor de mensenrechten, de democratie en de rechtstaat, de vreedzame beslechting van geschillen, conform het internationaal recht, bestrijding van drug- en mensenhandel, corruptie en witwassen, terrorisme, enz.

De tekst herhaalt ook het bezwaar "tegen eenzijdige dwangmaatregelen met extraterritoriale gevolgen, in strijd met het internaat recht en de beginselen van de vrije handel, en zich verbindend tot de afschaffing ervan", waarmee alleen de VS-blokkade tegen Cuba kan worden bedoeld.

De overeenkomst wil ook het strategisch partnerschap tussen de EU en de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische landen (CELAC) versterken.

De overeenkomst voorziet in een samenwerking op zowat alle gebieden van het maatschappelijk en economisch leven. De overeenkomst is geenszins een soort vrijhandelsakkoord maar een zeer breed samenwerkingsakkoord, met o.a. aandacht voor het genderperspectief, het milieu en het klimaat. Eenmaal in werking kan de overeenkomst een basis vormen voor een zeer vruchtbare samenwerking tussen Cuba en de lidstaten van de EU.

Liberalen in het verzet

Met de overeenkomst wordt de "common position" uit 1996 - die er kwam op initiatief van de Spaanse rechtse Partido Popular en Cuba in het verdomhoekje zette wegens 'schending van de mensenrechten' - definitief begraven. De overeenkomst biedt Cuba ongetwijfeld goede vooruitzichten. De rechtse krachten geven de strijd tegen Cuba echter niet op.

De Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE)[3], met onze ex-premier Guy Verhofstadt als voorzitter, blijft eisen dat het respect voor de mensenrechten een sleutelrol moet spelen in de besprekingen tussen Cuba en de EU. "De veranderingen die in Cuba plaatsvinden zijn grotendeels cosmetisch en het middenveld (de 'civiele maatschappij') wordt er niet bij betrokken. (…)[4], jammeren vicevoorzitters van de ALDE Pavel Telicka en Ferando Maura geheel ten onrechte, en "we zullen het Castroregime geen vrijgeleide geven. Meer respect voor fundamentele en mensenrechten en de vrijlating van alle politieke gevangen zijn niet voor onderhandelingen vatbaar".

In dat kader organiseert de ALDE regelmatig bijeenkomsten in het Europees Parlement waarop dan een aantal Cubaanse dissidenten worden uitgenodigd.Pavel Telicka, de Tsjechische vicevoorzitter van de ALDE, hamert er - uiteraard in naam van de mensenrechten en de vrijheid - op dat de EU "de Cubaanse oppositie moet horen en ondersteunen voor de overeenkomst wordt goedgekeurd en uitgevoerd en dat er op dat gebied substantiële vooruitgang moet komen voor de EU economische toegevingen aan Cuba doet"[5].

De overeenkomst stelt heel duidelijk dat de samenwerking zal worden uitgevoerd door diverse maatschappelijke actoren, overeenkomstig de relevante procedures in de EU en in Cuba, en met inbegrip van instellingen van de Cubaanse overheid, lokale autoriteiten, internationale organisaties en hun agentschappen, de ontwikkelingsagentschappen van de lidstaten van de EU, en van "het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van wetenschappelijke, technische, culturele, artistieke, sportieve, op vriendschap en solidariteit gerichte verenigingen, sociale organisaties, vakbonden en coöperaties"[6].

Een vijandige oppositie die zelfs de grondwettelijk regels en historische keuzes van het Cubaanse volk niet aanvaardt behoort daar duidelijk niet toe. Ter informatie, de ALDE ontvangt ook graag de Venezolaanse oppositie, en eist o.a. dat Venezuela "naar de democratie en de vrije markt terugkeert"[7]. Als we zien hoe de vrienden van de ALDE in Venezuela bezig zijn, dan zegt dat misschien iets over de toekomst die zij voor Cuba in petto heeft!

Mensenrechten en dialoog

Er staat in de overeenkomst dus meer dan een artikel dat op het respect voor de mensenrechten wijst, maar ook dat "alle volkeren het recht hebben hun politieke stelsel vrij te kiezen en in vrijheid te streven naar economische, sociale en culturele ontwikkeling"[8]. De overeenkomst voorziet trouwens in "een mensenrechtendialoog, met als doel de praktische samenwerking tussen de partijen zowel op multilateraal als op bilateraal niveau te bevorderen. De agenda voor elke dialoogsessie wordt door de partijen overeengekomen, is de weerspiegeling van hun respectieve belangstelling en beoogt op een evenwichtige manier burgerrechten en politieke rechten, en economische, sociale en culturele rechten aan te pakken"[9].

Alleen zal Cuba niet verplicht kunnen worden om daar ook opposanten bij te betrekken. Dat is ook logisch als je zegt de soevereiniteit van een land te respecteren. De overeenkomst stelt verder dat de samenwerking het resultaat moet zijn van een dialoog, en dat de deelname van alle relevante actoren aan het ontwikkelingsbeleid moet worden bevorderd[10].

Er wordt overigens ook voorzien in een specifieke dialoog over de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030, en ook de doelstelling (voor de ontwikkelde landen) om 0,7% van het bruto nationaal inkomen voor officiële ontwikkelingshulp te reserveren wordt als noodzakelijk bestempeld (hallo minister Decroo?).

Resolutie van het Europees Parlement

Het Europees Parlement (EP) keurde op 5 juli in Straatsburg de Overeenkomst voor Politieke Dialoog en Samenwerking tussen de EU en Cuba goed, met 567 stemmen tegen 65 en 31 onthoudingen. Maar die goedkeuring heeft ook een schaduwkant.

"Met die goedkeuring (resolutie) komt er een ommekeer in de bilaterale relaties en herbevestigt de EU haar verzet tegen extraterritoriale maatregelen (de VS-blokkade). Het akkoord moet de handel ontwikkelen, de dialoog en de economische samenwerking tussen de EU en Cuba bevorderen en tot een gezamenlijk internationaal optreden leiden. Cuba moet wel nog meer inspanningen doen op het vlak van de mensenrechten en de verdragen van de UNO ter zake ratificeren. Nu is het aan de EU-lidstaten om het akkoord te ratificeren".

Tot zover het persbericht van het Europees Parlement. De stemming heeft overigens de verschillende politieke groepen verdeeld, ook in de linkse fracties van sociaal-democraten, groenen en communisten.

Vanuit Cuba kwam er meteen reactie: enerzijds is Cuba tevreden dat het EP de Overeenkomst goedkeurt, maar anderzijds reageerde het Cubaanse Parlement heftig tegen de inmenging in de Cubaanse binnenlandse aangelegenheden en aantasting van de soevereiniteit van het eiland.

In haar resolutie neemt het EP immers de situatie van de mensenrechten in Cuba op de korrel, door o.a. te verwijzen naar "willekeurige, politiek gemotiveerde aanhoudingen", vindt het dat "de civiele maatschappij een leidende rol zou moeten spelen" en wil het "de dialoog met de Cubaanse civiele maatschappij en zij die een vreedzame transitie in Cuba steunen" versterken.

De resolutie beweert dat in bepaalde domeinen in Cuba de sociale rechten in het geding zijn,  bekritiseert het aanwervingsbeleid in Cubaanse overheidsbedrijven en hekelt het 'loonbeslag' in de toeristische sector. De resolutie verwijst naar de actualisering van het economisch en sociaal model en onderstreept daarbij het belang om de privésector geleidelijk aan te versterken. Het EP biedt daarbij "de ervaringen van de EU-lidstaten aan", zo staat er nog.

Cubaanse repliek

De commissie Buitenlandse Betrekkingen van het Cubaanse Parlement gaf een verklaring uit waarin ze de resolutie verwerpt omdat die ingaat tegen de principes van respect, gelijkheid en wederkerigheid waarop het Akkoord gestoeld is. De resolutie staat in schril contrast met de positieve evolutie van de relaties tussen Cuba en de Europese Commissie en de EU-lidstaten.

"Bepaalde Europese volksvertegenwoordigers, wiens houding ten aanzien van Cuba niet van gisteren dateert en wiens verzet tegen de betrekkingen tussen Cuba en de EU gekend is, hebben deze resolutie opgedrongen die niet alleen af te raden en ongepast is maar ook een erg koloniaal geurtje heeft, en die ons de les wil spellen over democratie en mensenrechten, alsof het eenzijdige, discriminerende en selectieve beleid van de Common Position uit het verleden nog van toepassing is."

"Het Europese Parlement zou zich beter bekommeren over het almaar diepere en toenemende wantrouwen van de Europeanen in de Europese instellingen, een wantrouwen dat zich vertaalt in een zeer zwakke deelname aan politieke en electorale gebeurtenissen, de stijging van de vreemdelingenhaat en apartheidspolitiek ten aanzien van minderheden op het Europese grondgebied, het gebrek aan solidariteit van de Europese Unie met de vluchtelingenstromen uit Afrika en het Midden-Oosten en haar gebrek aan historisch verantwoordelijkheidsgevoel voor dat fenomeen dat vele mensenlevens blijft kosten."

eHet Europees Parlement zou zich beter bezighouden met de zeer snel toenemende corruptie die in sommige Europese politieke middens woedt, de groeiende verslechtering van de socialezekerheidssystemen, in het bijzonder in verband met de gezondheidszorg, de hardnekkige hoge werkloosheid, vooral bij de jongeren, en de schamele vooruitgang op het vlak van de gendergelijkheid."

"Wij geven het Europees Parlement geen enkel recht om vraagstukken te behandelen die alleen onder de bevoegdheid van het Cubaanse volk vallen, dat aan zijn socialistische, democratische, soevereine en onafhankelijke toekomst blijft bouwen".

Het is duidelijk dat bepaalde krachten elke toenadering tussen de EU en Cuba zullen blijven aangrijpen om, onder het mom van mensenrechten en democratie, te proberen Cuba de 'European way of life' op te dringen en het op de weg van het neoliberalisme te zetten. Maar dat is echt wel buiten het Cubaanse volk gerekend dat vrij en vrank zijn eigen keuzes maakt. Benieuwd hoe onze federale en regionale parlementsleden op de ratificatie van deze overeenkomst zullen reageren.

Het zou een goede zaak zijn, zowel voor de Cubanen als de Europeanen, mochten alle EU-lidstaten de overeenkomst goedkeuren en de betrekkingen tussen de EU en Cuba eindelijk volledig normaliseren.


[1] http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1495811819385&uri=CEL...(01)

[2] http://www.presscenter.org/nl/pressrelease/20170323/instemming-met-de-ov...

[3] De ALDE bezet 66 van de 748 zetels van het Europees Parlement en is daarmee de vierde grootste fractie, na die van de christen-democraten, sociaal-democraten en conservatieven.

[4] http://alde.eu/en/news/38-respect-for-fundamental-rights-a-non-negotiabl...

[5] http://alde.eu/en/news/784-eu-cuba-agreement-respect-for-human-rights-an...

[6] Artikel 19 van de Overeenkomst.

[7] http://alde.eu/en/news/26-venezuela-must-return-to-democracy-and-the-fre...

[8] Artikel 1, punt 6 van de Overeenkomst.

[9] Artikel 5 van de Overeenkomst.

[10] Artikel 16 van de Overeenkomst.