about
Toon menu

Debat Van Duppen – Vermeersch e.a. De Supersamenwerker versus Over God

maandag 17 juli 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • 500 aanwezigen in de Miry Concertzaal voor het openingsdebat Van Duppen - Vermeersch e.a.

De Supersamenwerker versus Over God

Is God almachtig en de mens barmhartig?

Openingsdebat Gentse Feestendebatten, zaterdag 15 juli in MIRY Concertzaal.

Het debat en de inleidingen zijn integraal te herbekijken/beluisteren via de stream line van STREAM MEDIA

Deel I: facebook dirkvanduppen    of Stream Media

Deel II: facebook dirkvanduppen  of Stream Media

Hier geef ik de inleidingen van Eric Goeman, mezelf en die van Etienne Vermeersch. In een volgende bijdrage geef ik mijn antwoorden op de kritieken van Etienne Vermeersch op De Supersamenwerker

Inleiding door Eric Goeman, coördinator/moderator Gentse Feestendebatten

Het debat vandaag “ Is God almachtig en de mens barmhartig?” lijkt een vreemde eend in de bijt in de reeks “zonder dwarsliggers kunnen de treinen niet rijden” maar is nochtans fundamenteel voor alle komende debatten deze week. Of we het nu gaan hebben over basisinkomen, migratiepolitiek, de frontlijnen van het neoliberalisme, de neoliberale mens, graaicultuur, Trump en Trumpisme, de toekomst van Europa, participatieve democratie, de verklikkersmaatschappij, de opmars van het nationaal-populisme, de afbraak van onze verzorgingsstaten en de sociale zekerheid dus de georganiseerde collectieve solidariteit, de toekomst van links, in al deze debatten staat de mens centraal, de handelende of niet handelende mens. Maar ook de onteigende, geprivatiseerde mens, voor wie de publieke ruimte geen plek van solidariteit en verzet is, maar een plek van entertainment en consumptie. Is die mens in staat tot verbinden, tot solidariteit, niet alleen met de eigen groep, maar ook met steeds grotere groepen buiten de eigen groep, Europees, mondiaal of niet?
Is de samenwerking een resultaat vooral van ontwikkeling van dominante maatschappelijke en politieke instellingen of inherent aan de menselijke natuur? Of is beschaving inderdaad slechts een broze laag vernis die elk moment kan breken en bezwijken? (zie de genocides van de 20ste eeuw, Srebrenica, Rwanda, het Midden-Oosten, IS?) “De mens is uit het hout gesneden waarvan men brandstapels maakt” schreef een van mijn favoriete filosofen Albert Camus in La peste – de pest.
Is de mens maakbaar en dus de samenleving maakbaar? Een oud debat dat nieuw leven nodig heeft. En voor de toekomst van de linkerzijde van levensbelang is. Voorlopig domineert de pessimistische visie van rechts. En ik moet zelf eerlijk bekennen wanneer ik elke dag het mondiale nieuws volg ik soms een pessimistische visie van links vertegenwoordig. Ik ervaar in de vooruitgang ook telkens weer de teruggang. Ik zie de mens die in staat is tot het allerbeste maar ook tot het gruwelijkste. Ik zie ook de mens die zich te veel verschuilt in de kudde, die steeds opnieuw verlangt naar autoritaire leiders met autoritaire populistische oplossingen voor complexe problemen.”

Aan de eerste katheder:

DIRK VAN DUPPEN bespreekt “OVER GOD” van ETIENNE VERMEERSCH.

Wat schrijft Etienne?

De hoofdstelling in het boek van Etienne Vermeersch is dat God, volgens de openbaring in de geschriften, alle positieve eigenschappen in het oneindige zou bezitten. Hij is almachtig, alwijs, oneindig goed en liefdevol, oneindig rechtvaardig, en oneindig barmhartig om er maar enkele te noemen. Maar, zo zegt de schrijver, de openbaring van deze God klopt niet met wat er werkelijk in de geschriften staat. Het strookt niet met de werkelijkheid om ons heen en het is zelfs doorspekt met wezenlijke contradicties. De barmhartige God uit de Bijbel is meedogenloos, wraakzuchtig, neurotisch jaloers, onverdraagzaam, verwaand, streng,  seksistisch, racistisch, xenofoob, antisemitisch, homofoob, sadistisch en moorddadig. Kortom, de God lijkt een wedergeboorte te hebben beleefd in de figuur van Donald Trump. Die openbaring heeft bovendien als rechtvaardiging gediend voor bloed, ellende en onschuldig lijden. De Jodenvervolgingen, de kruistochten, de heksenjacht, de inquisitie, de godsdienstoorlogen, de kolonisaties en de slavenhandel, of, de dag van vandaag, IS. Dat Godsbegrip is zo frappant tegenstrijdig met de werkelijkheid, en zo tegenstrijdig met de consequenties die deze openbaring in de geschiedenis heeft veroorzaakt, dat je alleen maar kan besluiten dat God niet bestaat.

Dat is allemaal waar, maar et alors zou François Mitterand daarop zeggen.

Wat ik mis in het boek van Etienne is een uitweiding over waarom godsdienst er überhaupt is en waarom het zo’n duurzame, brede en diepe invloed heeft op de mensheid?

In De Supersamenwerker bespreken we a.d.h.v. hedendaags wetenschappelijk onderzoek hoe geloofsinstinct en godsdienst resultaat zijn van evolutie.

Dan komt de vraag: als moraal niet van een god komt, waar komt die dan vandaan?

Wat voor mij het meest verrassende uit het boek van Etienne is, zijn de passages waarin hij aantoont dat je de barmhartige kanten in de openbaring van God reeds terugvindt in geschriften die al heel lang vóór de bijbel bestonden. Ik citeer ze omdat ze aangeven waar het werkelijk om draait: niet God is almachtig, maar de mens is barmhartig. Uit het Egyptisch Dodenboek, 1550 voor Christus: ‘Ik heb niet gestolen, ik heb geen woekerwinst gevraagd, ik heb geen geweld gepleegd tegen een arme mens, ik heb de mond van kinderen hun melk niet onthouden, ik heb brood gegeven aan de hongerigen, water aan de dorstigen en de kledij aan de naakten.’

Charles Darwin schreef reeds in 1871 dat de culturele evolutie bij de mens veel belangrijker bijdraagt voor de vorming van zijn morele vermogens, dan de biologische evolutie door natuurlijke selectie. Zijn boek ‘De afstamming van de mens’ besluit Darwin met volgende passage, en hier is elk woord van belang:

‘Hoe belangrijk de strijd om het bestaan ook is geweest en zelfs nog altijd is, toch zijn er wat betreft het edelste deel van de menselijke natuur andere werkzame factoren die belangrijker zijn. Want de morele kwaliteiten worden, direct of indirect, veel meer bevorderd door de effecten van gewoonten, de redeneervermogens, het onderwijs, de religie, dan door natuurlijke selectie; hoewel je aan deze laatste werking de sociale instincten, die de basis hebben geleverd voor de ontwikkeling van de morele zin, zeker mag toeschrijven.’

Het merendeel van wat in De Supersamenwerker staat en wat wij onderbouwd hebben met de resultaten van hedendaags wetenschappelijk onderzoek op vele domeinen werd al door Darwin beschreven in 1871.  

Maar dit besluit van Darwin in ‘De afstamming van de mens’ wordt merkwaardig genoeg gemakkelijk vergeten. Etienne steunt in zijn boek bijvoorbeeld op Richard Dawkin’s bestseller ‘God als misvatting’ (2007). Hij schrijft dat Dawkins in zijn boek vanuit de evolutietheorie het ontstaan van godsdienst – en ook van moraal – poogt te verklaren. Inderdaad, maar Dawkins maakt geen enkele verwijzing naar Darwin’s ‘De Afstamming van de mens’. Nochtans is dit boek Darwin’s tweede meesterwerk dat in belangrijke mate gaat over de mentale en morele vermogens van de mens als resultaat van evolutie. Zelfs in de literatuurlijst van ‘God als misvatting’ wordt dit boek van Darwin door Dawkins niet opgenomen. Iedere student geschiedenis die zulke flater begaat zou hiervoor gebuisd worden.

Wat is goed en kwaad? Etienne neemt de waarden van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) als maatstaf waaraan men goed of kwaad kan afmeten. En daar ben ik het volledig mee eens. Dan is het ook interessant om de geschiedenis van die Universele Verklaring te belichten. Daarvoor moeten we terug naar het ontstaan van het moderne mensbeeld zelf. Etienne beschrijft in zijn boek het mensbeeld van de verdedigers van de godsdienst als volgt: ‘de menselijke natuur is, zeker op het ethische vlak, onveranderlijk en bevat een gerichtheid op het kwaad (de zonde, of beter de erfzonde) die onuitroeibaar is. Nergens vinden wij staving voor deze thesis, terwijl talloze historische ontwikkelingen op het tegendeel wijzen’. Hoewel hij gelijk heeft, gaat Etienne hier niet ver genoeg. Niet alleen historische ontwikkelingen, maar ook modern wetenschappelijk onderzoek tonen het tegendeel aan: de mens is inherent prosociaal maar in staat tot het kwade. Deze these gaat in tegen de zogenaamde ‘vernistheorie’ die de moraal beschouwt als een laagje vernis. Als je eraan krabt, komt de ware zelfzuchtige aard van de mens tot uiting. Frans De Waal schrijft dat die vernistheorie de laatste tien jaar bedolven is onder een overweldigende hoeveelheid bewijs dat de mens een aangeboren neiging heeft tot empathie, altruïsme en samenwerking. Maar dat negatieve mensbeeld van de vernistheorie is niet het monopolie van de godsdienst. Die theorie komt ook voor bij zeventiende eeuwse Engelse filosoof Thomas Hobbes die schreef dat ‘de mens is als een wolf voor zijn medemens’ en ‘de samenleving is een oorlog van allen tegen allen’. En het godsgebod geloof voor de ene of de ratio voor de andere en de beschaving, staat of sociaal contract voor beiden moeten deze zogenaamde beestachtige natuur van de mens temperen om samenleven leefbaar te maken. Je vindt deze theorie ook bij Herbert Spencer, de vader van het sociaaldarwinisme. Het ironische is dat het sociaaldarwinisme een nogal ongelukkige term is want het is de meest asociale ideologie die er bestaat, en Darwin zelf was er tegen. Het sociaaldarwinisme geeft een pseudowetenschappelijke rechtvaardiging voor racisme, uitgaande van het recht van de sterkste en het bestaan van superieure en inferieure volkeren. Het sociaaldarwinisme, en niet het antisemitisme van de bijbel zoals Etienne in zijn boek suggereert, heeft zijn Apocalyps gekend bij de Holocaust en de nazi’s.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond de UVRM precies als antigif tegen het sociaaldarwinisme. Artikel één zegt dat alle mensen gelijk in waardigheid zijn, artikel 2 dat niemand mag gediscrimineerd worden omwille van afkomst, ras, godsdienst, overtuiging, sekse enz. Artikels 22-27 gaan over de sociale grondrechten zoals het recht op gezondheidszorg of onderwijs. Het neoliberalisme heeft met Friedrich von Hayeck het sociaaldarwinistisch mens- en wereldbeeld echter terug opgepikt. Het is daarom geen toeval dat de hevigste neoliberalen die vandaag aan de macht zijn zoals Trump, Jambon, Homans, Franken of De Wever de mensenrechten terug in vraag beginnen te stellen. Als Etienne het negatief mensbeeld wil bekampen dan zou hij zijn pijlen beter richten op het neoliberalisme dat vandaag veel grotere invloed heeft dan de godsdienst.

Tot slot wil ik komen tot de echte breuklijnen in onze samenleving. Dat wil ik eerst illustreren hoe we dat in onze huisartsenpraktijk ervaren.

Ik bekamp conservatieve denkbeelden van de katholieke Kerk, maar heb veel respect en waardering voor mijn collega huisarts Annelies die mede door Christelijke inspiratie kiest om als dokter voor het volk te werken. Ik bekamp het jihadisme van IS en het wahabisme van Saoudie Arabië, maar heb veel respect en waardering voor mijn huisarts-in-opleiding Aicha die ook voor haar werk bij ons inspiratie haalt uit de Islam. Het is de eerste keer dat ik een haio heb die een hoofddoek draagt. En in Deurne, waar in 2006 het Vlaams Belang nog een monsterscore van 44 procent neerzette, is dat een avontuur. Maar de medische competentie en patiëntgerichtheid van Aicha doet alle vooroordelen wegsmelten. Dat leidt tot grappige toestanden zoals toen we de ene patiënte tegen de andere in de wachtzaal hoorden zeggen: ‘ziede ga dat er ok slimmen tussen zitten’.

Of mensen nu geloven in één god, in meerdere goden of in geen enkele god, eigenlijk is dat niet de hamvraag. Veel belangrijker om weten is hoe mensen staan tegenover racisme, discriminatie en uitsluiting, tegenover het zoeken van de waarheid door kritische reflectie en wetenschap, of hoe mensen opkomen voor sociale rechtvaardigheid en voor milieubescherming. De echte breuklijnen in de samenleving zijn niet die tussen gelovigen en ongelovigen. Wel tussen de 99 procent en hun behoeften aan sociale strategieën enerzijds, en de 1 procent anderzijds. Deze toplaag, met hun obsessie voor neoliberale strategieën, bezit de dag van vandaag op wereldschaal evenveel als de overige 99. Aan beide zijden van deze breuk zijn er gelovigen en ongelovigen. Godsdienst in de handen van de 1 procent kan het slechtste in de mens opwekken, maar godsdienst kan ook het beste in de mens naar boven halen.

Aan de tweede katheder:

ETIENNE VERMEERSCH bespreekt “DE SUPERSAMENWERKER” van DIRK VAN DUPPEN.

Dit is de schriftelijke inleiding van Etienne.  Op het debat zelf is Etienne zijn inleiding begonnen met een aantal antwoorden op mijn inleiding die je kunt herbekijken/beluisteren op de stream line van STREAM MEDIA.

Ein Sein muss niemals ein Sollen werden. (Max Weber)

Zoals Max Weber met klem onderstreepte, heeft moraal, en de politieke visies die erdoor geïnspireerd worden, betrekking op de wijze waarop het menselijk handelen en de maatschappij het best worden geordend. Deze ‘beste ordening’ heeft binnen ieder tijdperk en iedere cultuur te maken met de vraag op welke wijze zoveel mogelijk menselijk geluk tot stand kan komen en zoveel mogelijk lijden vermeden. Ieder mens wenst immers voor zichzelf zoveel mogelijk welzijn (te beginnen met het leven zelf) en iedere maatschappij streeft ernaar zichzelf in stand te houden en zoveel mogelijk individuen welzijn te verschaffen (althans die individuen die het voor het zeggen hebben).

Het antwoord op de vraag hoe men het best ‘welzijn’ realiseert, kan door feitelijk onderzoek geholpen worden, maar de feiten zelf volstaan niet om een antwoord te bieden op vragen van morele en politieke aard.

Een historisch gezien noodlottige afwijking van dit principe van Weber, was het zogenaamd sociaal darwinisme.
De simplistische interpretatie van de theorie van Darwin, die erin bestond ‘survival of the fittest’ te interpreteren als het voortleven van de sterkste, leidde bij sommigen tot de opvatting dat, aangezien de ‘feiten’ in de biologische wereld het succes van de ‘sterksten’ legitimeerden, men in de mensenwereld deze ‘feitenanalyse’ als leidraad voor moraal en politiek kon volgen.

Niet alleen was de analyse wetenschappelijk onjuist, er is ook geen enkele reden om feiten uit de biologische wereld als norm voor de mens te beschouwen.

In het boek van Van Duppen en Hoebeke worden een hele reeks biologische ‘feiten’ aangehaald, gesteund op onderzoek in de nieuwe neurowetenschap, de evolutionaire psychologie, de palaeoantropologie en andere wetenschappen. Deze feiten lijken er grotendeels op te wijzen dat de mens in wezen een ‘samenwerkend dier’ is en dus gericht op ‘solidariteit’. Wie moraal en maatschappij vanuit die solidariteit wil opbouwen, zou dus op harde feiten steunen.

Na mijn eerste reactie van positieve waardering tegenover deze verheugende vaststelling, viel me echter het boven vermeld citaat van Weber te binnen. Dat leidde tot de volgende vragen (die men ook in verband met het sociaal darwinisme had moeten stellen).

(1) Zijn biologische feiten wel een behoorlijke grondslag voor ethiek en politiek?
(2) Strookt een blijkbaar enthoesiaste interpretatie van deze ‘feiten’ wel met de strikt wetenschappelijke draagwijdte ervan.

Een eerste hint dat hier iets fout kon lopen, kreeg ik, toen ik vaststelde dat de auteurs tot driemaal toe beweren dat de uitdrukking “struggle for life” niet in de eerste uitgaven van de ‘Origin of species’ voorkwam. Aangezien wie dat boek gelezen heeft, sowieso weet dat die uitdrukking (vanaf het begin) in de titel zelf voorkomt, duikt het vermoeden op dat de auteurs zozeer door ‘solidariteit’ en ‘samenwerking’ gefascineerd zijn, dat zij de fundamentele rol van de struggle for life in het darwinisme zijn gaan verdringen.

Bij nadere analyse bleek dat de vermelde fenomenen die op samenwerking wijzen, wel volledig stroken met de eisen die karakteristiek zijn voor de kleine nomadengroepen waardoor de vroege mensen en hominiden gekenmerkt waren. Cohesie binnen deze groepen is essentieel in de “struggle for life”, maar dat sluit een dodelijke struggle tegenover andere groepen niet uit. M.a.w. men kan vanuit deze karakteristieken de interne samenhang van bv. maffiabendes in onze tijd verklaren, maar niet het bestaan van naties, verenigingen van naties zoals de Europese Unie, en de UNO.

Deze kritische houding wordt nog versterkt als men de vraag stelt hoe die tendens tot algemene solidariteit strookt met een reeds andere feiten..

In de loop van de mensengeschiedenis stellen we bv. een enorme massa vormen van geweld onder mensen vast.
Volgens Steven Pinker, maar ook Jared Diamond e.a., zijn er massa’s gegevens om de stelling te ondersteunen dat de periode van jagers en plukkers gekenmerkt was door veel meer geweld en doodslag dan elke latere periode.
Het betreft hier geweld binnen groepen (o.a. het wurgen van weduwen, het doden van babies, mensenoffers, het achterlaten van ouderen, en gewone gevechten onder mannen) en de strijd tussen groepen onderling.

(Alle lichamen uit die periode vertonen letsels door geweld). De kans voor een individu om door geweld om te komen, was vele malen groter dan in onze tijd.

Ook in de periodes daarna zijn menselijke maatschappijen gekenmerkt door onnoemelijke vormen van geweld en zelfs zinloze wreedheid.

Er is de invoering van de slavernij. Die veronderstelde het recht van de meester om de slaaf te tuchtigen. Die impliceerde bv het onbeperkte recht van de meester om zijn slavinnen te verkrachten. (Een shariahtekst vermeldt zelfs dat de schaamdelen -les parties honteuses- van een slavin ‘eigendom’ zijn van de meester.In veel vormen van slavernij in de Middeleeuwen werden grote aantallen mannelijke slaven gecastreerd, zelfs met afsnijden van de penis (zowel in West-Europa als in de islamlanden).

Er is de onderdrukking van de vrouw met een ruime verspreiding van het geweld tegen vrouwen. O.a; eremoord

Er is de gewelddadige opvoeding van kinderen;

-De gruwelijke ondervragingen in de rechtsspraak

-de folterende vormen van straf; kruisiging, verbranding, vierendeling, radbraken tot in de 18de eeuw

-doodstraffen voor kleine vergrijpen

De onvoorstelbare gruweldaden bij oorlogen en genocides: bv. Alexander, Gengis Khan, Timur Lenk, kruisvaarders…

De gruwelen bij Spelen bv. Coliseum

Als de mens zo’n solidair wezen is, hoe verklaart men dan de ruim verspreide pure wreedheid: het genoegen in het zien lijden. (Kerkvaders beschouwden het genoegen van het zien lijden in de hel als één van de vreugden van de hemel.)

Thesissen

  1. De mens is vanaf het begin gekenmerkt door
    ingroup-solidariteit en outgroup-geweld.
    - Ook binnen de groep waren er geweldpraktijken:
    doden van babies, achterlaten van ouderen, sancties
    tegen overtreders-
  2. De voornaamste oorzaak van pacificatie is het ontstaan van staten met een geweldmonopolie
  3. deze pacificatie ging ook gepaard met verdere vormen van solidariteit die tot uiting komen in recht en moraal: zie Egypte, Babylonië, China, enz.
  4. het civilisatieproces zoals beschreven door Norbert Elias is
    voornaamste bron van verder uitbannen van geweld van de
    Middeleeuwen tot de 18de eeuw
  5. In de 18de eeuw werd een rationeel betoog ontwikkeld dat leidde tot verdere humanisatie
  6. de rol van de biologische aanleg is -behalve in de jagers-plukkers periode- te verwaarlozen.