Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Open brief aan Maggie De Block

donderdag 23 juni 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Twaalf jaar na het verschijnen van De Cholesteroorlog komen het Belgisch en het Nederlandse Kanniscentrum met een rapport tevoorschijn over knelpunten en aanbevelingen om de prijs van geneesmiddelen onder controle te krijgen. In haar voorwoord nodigt minister Maggie De Block uit tot een prikkelend debat over dit rapport. Dirk Van Duppen wil graag ingaan op die uitnodiging.

Geachte mevrouw de minister,

Beste collega Maggie,

Vandaag presenteren het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) en het Zorginstituut Nederland (ZIN) een rapport met vier scenario’s om nieuwe, meer duurzame manieren te vinden om innoverende, veilige en doeltreffende geneesmiddelen te ontwikkelen, vanuit de reële gezondheidsbehoeften. De scenario’s zijn opgemaakt in werkgroepen waar naast de experten van het KCE en het ZIN ook vertegenwoordigers deelnamen van patiëntenorganisaties, regeringen, de industrie, academici, regulerende instanties en zorgbetalers deel, zowel uit Europa als Noord-Amerika.

 Het voorwoord van dit rapport is van uw hand, geschreven samen met uw Nederlandse collega Edith Schippers.  U eindigt uw voorwoord met “Een interessant rapport dat verschillende toekomstscenario’s beschrijft. Ze moeten prikkelen en aanzetten tot discussie. Niet echt een klassiek beleidsadvies, zoals we van ZIN en KCE gewend zijn. Maar voor ons daarom niet minder een uitdaging om dit ruimere perspectief te durven meenemen in onze dialoog over beleid voor vandaag en morgen.”

Ik ben verheugd collega en minister Maggie De Block dat u wenst in debat te gaan over dit nieuwe KCE-ZIN rapport. Heel graag wil ik met u dit debat voeren. Misschien is september 2016, twaalf jaar na het verschijnen van De Cholesteroloorlog, een goede gelegenheid? U hebt de verschijning van mijn boek en de debatten die erover gingen van begin af aan nauw gevolgd. U was zeer actief in de parlementaire hoorzitting die in 2005 door de Kamer en de Senaat gezamenlijk werden georganiseerd over het geneesmiddelenbeleid n.a.v. het verschijnen van mijn boek.

 Het draagvlak voor een vernieuwd beleid zoals voorgesteld in het KCE-ZIN rapport vergroot dagelijks. Zo is Testaankoop zopas gestart met een petitie tegen de te dure prijzen van nieuwe geneesmiddelen en met de vraag dat de overheid daarin meer sturend zal optreden. Testaankoop gebruikt dezelfde argumenten als die van het KCE-ZIN rapport.

Het KCE-ZIN rapport stelt vier knelpunten vast in de exorbitante prijzen van nieuwe geneesmiddelen. Het stelt vier scenario’s voor die deze knelpunten kunnen oplossen. Ik ben verheugd en ook een beetje trots Maggie, dat die knelpunten en scenario’s reeds twaalf jaar geleden in De Cholesteroloorlog werden beschreven.

De vier knelpunten:

 

1) Lust voor de privé, last voor de gemeenschap

 KCE-ZIN rapport :“Het eerste aspect van het huidige systeem, dat aan de kaak wordt gesteld, is de privatisering van de resultaten en ontwikkelingen uit onderzoek dat nochtans aan de basis met belastinggeld werden gefinancierd. De meeste biomedische doorbraken komen immers uit universiteiten en onderzoeksinstituten die met overheidsgeld worden gesubsidieerd. Zo betaalt de belastingbetaler voor het innovatief onderzoek dat aan de basis ligt van nieuwe geneesmiddelen, terwijl de privé sector de vruchten ervan plukt. De belastingbetaler betaalt zelfs twee maal : een eerste keer bij de financiering van het onderzoek, en vervolgens bij de aankoop van de zeer dure geneesmiddelen.”

 

2) Octrooien veroorzaken monopolistische prijzen en me too geneesmiddelen

KCE-ZIN rapport: “De ontwikkeling en commercialisatie van geneesmiddelen wordt vandaag sterk bepaald door octrooien, wat monopolistische praktijken in de hand werkt, omdat de producent gedurende een bepaalde tijd het exclusieve recht heeft om zijn product te verkopen, en hiervoor een hoge prijs te vragen. Bovendien moedigen octrooien eerder onderzoek aan naar (kleine) verbeteringen van het bestaande (bv. duurder geprijsde geneesmiddelen zonder grote meerwaarde die enkel in kleine details van het goedkopere origineel verschillen) in plaats van echt innoverende en preventieve innovaties. Er zijn verschillende voorbeelden bekend van doeltreffende en goedkope geneesmiddelen die worden vervangen door zeer dure, geoctrooieerde producten, met een beperkte klinische meerwaarde.”

 

3) Medisch-farmaceutische industrie kent een winstgestuurde strategie die niet uitgaat van de behoeften en verspilling veroorzaakt in het innovatieproces

 KCE-ZIN rapport: “De medisch-farmaceutische industrie heeft haar eigen waarden en doelstellingen en baseert haar strategische keuzes en onderzoek daarop. Daarbij houdt ze niet noodzakelijk rekening met de echte behoeften van de patiënt en de prioriteiten van volksgezondheid. De overheid beschikt trouwens zelf niet eens over de middelen om na te gaan wat deze behoeften juist zijn. Daarom is het innovatieproces in zekere zin een verspilling van middelen.”

 

4)Erkenning nieuw geneesmiddel, enkel als het beter is dan het best bestaande, anders nog meer me too’s en nog meer verspilling

 KCE-ZIN rapport: “Om een nieuw product in de handel te mogen brengen volstaat vandaag dat de producent aan de geneesmiddelenagentschappen aantoont dat het meer doeltreffend is dan een placebo. Hij moet dus niet bewijzen dat het beter is dan de reeds bestaande behandelingen. Een klinische meerwaarde is dus niet vereist. Ook dit principe  moedigt vooral onderzoek naar producten aan die slechts voor kleine verbeteringen zorgen, in plaats van naar echt innoverende, doeltreffende geneesmiddelen die aan werkelijke behoeften voldoen.”


Dan stelt het KCE-ZIN rapport vier scenario’s van aanpak voor:

 1) Toepassing van het Kiwimodel

KCE-ZIN rapport: “Volgens het eerste scenario zouden overheid en ontwikkelaars van geneesmiddelen een partnership aangaan, door middel van een openbare aanbesteding, met de bedoeling oplossingen te ontwikkelen voor een volksgezondheidsbehoefte. De ontwikkelaars zouden bereid zijn om mee in dat partnerschap te stappen en prijsconcessies te doen in ruil voor garanties op markttoegang en terugbetaling, als hun producten voldoen aan de vooraf bepaalde vereisten. Daardoor kunnen ze hun risico’s, verbonden aan de ontwikkeling, beperken.”

 

 2) EU-systeem dat zelf onafhankelijk en behoefte-gestuurd geneesmiddelen ontwikkelt

KCE-ZIN rapport: “De EU-lidstaten zouden een parallel systeem voor de ontwikkeling van geneesmiddelen kunnen opzetten, zonder winstoogmerk. Dit systeem zou bestaan naast dat van de industrie, maar zou onafhankelijk zijn. Het doel hiervan is het ontwikkelen van geneesmiddelen tegen een lagere prijs, in de domeinen waarin de industrie niet wil investeren. (bv. nieuwe antibiotica, verwaarloosde ziekten, bepaalde zeldzame aandoeningen, …). Dit model heeft voor een aantal tropische ziekten al zijn nut bewezen.”

 

 3) EU-overheidsfonds om veelbelovende octrooien over te kopen en voor verdere ontwikkeling niet over te laten aan de privé

 KCE-ZIN rapport: “Een consortium van Europese landen zou een gemeenschappelijk fonds oprichten om permanent de onderzoekssector te scannen om de veelbelovende moleculen op te sporen die beantwoorden aan de prioriteiten van de volksgezondheid. Het fonds zou de octrooien van deze moleculen overkopen, zou de laatste onderzoeksfasen afwerken, inclusief de aanvraagprocedure tot markttoelating. Dergelijk scenario zou onderzoek en ontwikkeling loskoppelen van productie en verkoop. Het geneesmiddel zou dan beschikbaar worden aan een relatief lage prijs.”

 

 4) “Publiek goed van A tot Z”

 KCE-ZIN rapport: “In dit laatste, meest radicale scenario zou de ontwikkeling van geneesmiddelen voornamelijk een publieke onderneming zijn, enkel gericht op de reële behoeften. De private farmaceutische bedrijven zouden nog wel de geneesmiddelen kunnen produceren en zouden op concurrentiële basis diensten kunnen leveren aan de publieke leverancier. Octrooien en monopolies zouden geen reden van bestaan meer hebben, omdat geneesmiddelen en andere gezondheidstechnologieën als publieke goederen worden beschouwd.

Twaalf jaar geleden begon ik mijn boek De Cholesteroloorlog met een analyse van de top-25 van de voor het RIZIV meest kostende geneesmiddelen. Elf jaar later heb ik op dezelfde geactualiseerde top-25 berekend hoe dat, mocht de regering een rationeel en slim kiwibeleid toepassen, helemaal in de geest van het rapport dat u nu met enthousiasme presenteert, 459,5 miljoen euro opbrengen.

 Raoul Hedebouw heeft deze studie als amendement ingediend in vorig jaar in december bij het deel van de programmawet dat handelde over volksgezondheid en sociale zekerheid. Eén derde van de parlementsleden hebben al voor dit amendement gestemd.

Dus het maatschappelijk, maar ook parlementair draagvlak groeit zienderogen. Dat die ideeën nu ook verdedigd worden door de top van de onafhankelijke en academische wereld zoals in het KCE-ZIN rapport dat u met enthousiasme onthaalt, stemt tot optimisme.

Heel graag een ‘prikkelend debat’ mevrouw de minister !


Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.