Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

Waarom waren er geen Congolese arbeidsmigranten tussen 1945 en 1960 in België?

Bij de herdenking van 50 jaar Marokkaanse en Turkse arbeidsmigratie naar België, rijst de vraag waarom België - in tegenstelling tot andere Europese landen zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk - tussen 1945 en 1960 geen beroep deed op gastarbeiders uit haar kolonies Congo, Rwanda en Burundi. Rina Rabau van KifKif onderzocht waarom.
donderdag 13 maart 2014

Mijn vraag naar de afwezigheid van arbeidmigranten uit de kolonies ontstond niet vanuit de idee om arbeidsmigratie te promoten, maar louter vanuit een intrinsieke nieuwsgierigheid naar het arbeidsmigratiebeleid dat in de eerste helft van de 20ste eeuw in België gevoerd werd.

Hoewel het niet gemakkelijk is er een officieel antwoord op te vinden — uit totale desinteresse of omdt het thema te gevoelig ligt? —, werden er in een essay van Dr. Bonaventure Kagné (i), socioloog aan de universiteit van Luik, recent twee hypothesen naar voren geschoven.

  • Een eerste hypothese veronderstelt dat verschillende bedrijven in Congo bijzonder arbeidsintensief waren en men daardoor geen werkkrachten kon missen in Congo, Rwanda, of Burundi.
  • Een tweede hypothese veronderstelt dat de toenmalige Belgische overheid ‘raciale homogeniteit’ in stand wilde houden zodat de koloniale orde niet overhoop werd gegooid.

Een discussie over beide hypothesen kan gevoelig liggen, maar zou desalniettemin gevoerd moeten worden om een hiaat in ons historisch bewustzijn op te vullen. Hierbij alvast een aanzet, waarbij ik ook tracht het Belgische beleid te plaatsen in een Europees perspectief.

Arbeidsintensieve Congo

De eerste hypothese vertrekt vanuit een grote vraag naar arbeidskrachten voor de arbeidsintensieve industrie in Congo (ontginningsmijnen) en Rwanda en Burundi (koffieplantages). Door deze vraag kon de koloniale autoriteit het zich niet permitteren om arbeidskrachten uit de kolonie en mandaatgebieden weg te plukken en in België in te zetten.

Hoewel deze hypothese op het eerste zicht aanvaardbaar lijkt, is ze niet afdoende aangezien andere koloniale mogendheden zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk er wel in slaagden arbeidskrachten uit de kolonies over te brengen. Bovendien moest België, net zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, geen protocol of afspraken met andere overheden naleven. België kon dus naar eigen goeddunken arbeidskrachten inzetten, zonder rekening te houden met de levensomstandigheden van deze arbeiders.

Anders gesteld, het blijft onduidelijk in hoeverre het echt onmogelijk was om een duizendtal arbeiders over te brengen naar België. Congolezen werden immers wel te werk gesteld als matroos op vrachtschepen van en naar België. Ze moesten een contract ondertekenen waarin ze verklaarden in Antwerpen de boot niet te zullen verlaten, met risico op zware straffen bij contractbreuk.

Raciale homogeniteit

De tweede hypothese, rond het behoud van de ‘raciale homogeniteit’, vertrekt vanuit het raciaal superioriteitsdenken dat in 1945 al een eeuw heerste in Europa, ondermeer door figuren zoals de Franse diplomaat Arthur de Gobineau en zijn boek ‘Een verhandeling over de Ongelijkheid van de Menselijke Rassen’ (1853-1855).

Vanuit dit superioriteits-denken werd een ideologie verdedigd voor het behoud van de raciale homogeniteit. Rassenvermenging zou leiden tot de degeneratie van het superieure blanke ras en een bedreiging zou zijn voor de raciaal bepaalde koloniale orde. Een goed voorbeeld van deze ideologie wordt geïllustreerd in het boek ‘Bastaards van de kolonie’ van Kathleen Ghequière & Sibo Kanobana.

Daarin wordt aan de hand van persoonlijke getuigenissen omschreven hoe kinderen uit gemengde relaties tot schande werden gemaakt omdat ze de koloniale verhoudingen vertroebelden. Deze kinderen pasten niet in de zwart-wit maatschappijvisie van de kolonialen. Ze werden vaak weggehaald bij hun meestal Afrikaanse moeder om in een Belgisch gezin, internaat, of weeshuis geplaatst te worden. Gelijkaardige verhalen waren ook te vinden in Frankrijk met ‘La question métisse’(ii) en in het Verenigd Koninkrijk met haar ‘half-casts’ (iii) uit Australië.

Ongewenste Afrikanen

In tegenstelling tot de eerste hypothese suggereert de tweede hypothese dat de Belgische overheid simpelweg geen Afrikaanse gastarbeiders wilde. Een suggestie die ook opgaat voor het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland, althans volgens professor Randall Hansen, historicus en politicoloog aan de universiteit van Toronto.

Die schrijft in zijn essay (iv) dat de koloniale mogendheden bewust geen beroep wilden doen op de arbeidskrachten uit hun kolonies, ondanks de grote beschikbaarheid aan potentiële arbeidsmigranten. De koloniale mogendheden gaven in eerste instantie de voorkeur aan blanke arbeidsmigranten uit andere Europese landen.

Het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld deed in die tijd veel moeite om vooral arbeidsmigranten uit Duitsland, Italië en Ierland aan te werven. Pas toen het duidelijk werd dat er te weinig Europese arbeidskrachten beschikbaar waren, begon het Verenigd Koninkrijk stelselmatig arbeidsmigratie uit de kolonies te dulden (v). Andere koloniale mogendheden volgden een gelijkaardig patroon bij het aanwerven van arbeidsmigranten.

Vrees voor antikoloniaal verzet

Desalniettemin denk ik dat er ook een derde hypothese naar voor kan worden gebracht, die de tweede hypothese enigszins afzwakt maar ook pleit voor het behoud van de koloniale orde. De hypothese vertrekt vanuit de angst dat Congolese, Rwandese, en Burundese arbeiders in contact zouden komen met Belgische kolonie-kritische communisten en zich uiteindelijk tegen het koloniale systeem zouden beginnen verzetten.

Deze angst verklaart meteen waarom de Belgische overheid in 1946 eerder de voorkeur gaf aan een samenwerkingsakkoord met Italië in plaats van arbeidskrachten uit de kolonie en mandaatgebieden over te brengen. Die angst was ook juist zoals achteraf bleek uit de Congolese eis tot onafhankelijkheid. Na de stormachtige overgang naar de onafhankelijkheid was het verder ook logisch dat er begin jaren 1960 beroep werd gedaan op Turkse en Marokkaanse gastarbeiders (vi) want de relaties tussen Congo en België lagen onder het vriespunt.

Het blijft gissen naar een antwoord op de vraag waarom er amper arbeiders uit de kolonie en mandaatgebieden werden overgebracht naar België. Mogelijks bestaat het antwoord op deze vraag uit een samenspel tussen zowel raciaal ideologische, demografische als economische factoren.

Jammer genoeg zijn er vandaag de dag weinig Belgische bronnen te vinden die een afdoend antwoord bieden op de vraag, ook al zou dit antwoord kunnen helpen enkele blinde vlekken in onze koloniale geschiedenis weg te werken. Hopelijk kan deze korte tekst een aanzet geven tot verder onderzoek.

Rina Rabau

Rina Rabau is voorzitter van de socio-culturele vereniging Bana Leuven en werkt als project-coördinator voor een migratie en asielzoekers-vereniging in Engeland.

Voetnoten:

i ‘Africains de Belgique, de L’indigène à l’immigré’ – door Bonaventure Kagné - in ‘L’héritage Colonial N°1228 Novembre-Décembre 2000’

ii ‘Les enfants de la colonie’ door Emanuelle Saada

iii http://en.wikipedia.org/wiki/Half-caste

iv Migration to Europe since 1945: Its History and its Lessons – door Randall Hansen – in The Political Quarterly Publishing Co. Ltd. 2003

v The New Commonwealth Migrants 1945-62 – door Zig Henry- in History Today Volume:35 Issue:12 1985

vi http://nl.wikipedia.org/wiki/Belgisch-Congo

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

3 reacties

  • door Cornelis op vrijdag 14 maart 2014

    In die tijd floreerde in de Arabische landen nog volop de slavencultuur. Die werden gehaald vooral uit zwart Afrika. Later werden die verkocht aan kolonisten voor Amerika Antillen, Cuba enz. België heeft als pionier actief hiertegen gewerkt. Veel Belgen hebben in die oorlog hun leven gegeven , waaronder enkelen in Kinshasa hun standbeeld kregen. Die helden tegen discriminatie zijn bij ons miskend. En daarom kon België geen zwarten hier tewerk stellen: Dat zou verkeerd worden uitgelegd. Bovendien stonden vooral Turken aan te schuiven om aan die lonen naar hier te mogen komen. En dat kon met het spoor. Geen boot voor nodig.

    • door Helene P op zaterdag 15 maart 2014

      Men Cornelis, we hebben het over 1945-60 hier, niet over de tijd van 'Tip o Tip', Stanley, Leopold II en alles dat u door mekaar haalt. En Belgen als 'pioniers' en helden tegen de slavenhandel, u mag alle sprookjes van mij geloven, maar hopelijk staan ze niet meer in de schoolboekjes. En Mobutu heeft de koloniale standbeelden al omver gegooid, sommige staan nu in het museum als relieken van barre tijden van bezetting en racistische overheersing. Meer over het algemeen begrijp ik niet waarom mensen als u steeds maar weer de verschrikkelijke, onmogelijk te rechtvaardigen kolonisatie willen verdedigen

  • door Helene P op zaterdag 15 maart 2014

    Zeer interessante vraagstelling en invalshoek tot het koloniaal denken van de Belgen. Er is zeer veel over te zeggen en uit de bewoording te oordelen zou de auteur documenten uit die tijd moeten lezen om de Belgische koloniale/racistische mentaliteit in te schatten. Wb werkkrachten voor bedrijven in Congo, die waren er meer dan genoeg als men maar een fatsoenlijk loon wilde betalen en behoorlijke leefcondities bieden. Dat dit niet zo was, blijkt o.a. uit het feit dat de koloniale autoriteiten tot in 1960 nog hun toevlucht namen tot gedwongen arbeid, o.a. om wegen en pistes te herstellen na het regenseizoen zodat de vrachtwagens van de bedrijven weer konden passeren...

    Wb de angst voor verzet, jawel. Maar met 'communisten' had dat weinig te maken tenzij je het woord communist in de koloniale zin wilt nemen als zijnde 'opstandig' of antikoloniaal. Alle 'évolué's' werden beschouwd als vlug 'te slim voor hun eigen bestwil' en in staat tot opstandigheid. Men deed dus alles om ze klein te houden. De Staat en de bedrijven hadden er echter een minimum aantal van nodig. In 1960 waren er in totaal 20.000 évolué's op een bevolking van 13 miljoen waarvan 10.000 lagere ambtenaren (inclusief onderwijzers, verplegers enz) en onderofficieren en nog eens 10.000 lagere 'klerken'in privé bedrijven (totaal ongeveer zoveel als het aantal inwoners van de gemeente Kontich!). VAn die évolué's bereikten slechts 200 het hoogste niveau, = 'immatriculatie', waaronder Lumumba... Verder waren er 500 priesters, tot midden 1950 de enige Congolezen die een hogere opleiding konden volgen. In tegenstelling tot Groot Britannië, Frankrijk en Portugal was België tegen ieder idee van assimilatie. In raciale zin stond de Belgische koloniale mentaliteit in feite het dichtste bij die van de apartheid... Met trouwens dezelfde paternalistische 'rechtvaardiging' van geleidelijke 'ontwikkeling' in afzondering. (Apartheid betekent gescheiden ontwikkeling, dwz gescheiden van Blanken en andere 'hogere' rassen.)

    Dus als men Congolese arbeiders naar België had gehaald, hadden die bijv. kunnen zien dat Blanken hier ook met hun handen werken of op de fiets rijden of blanke vrouwen hun huis schoonmaken en koken. En dat had het racistische pyramidetje van de Congo danig omver gehaald en Congolezen het idee kunnen geven dat ze eigenlijk niet minder waren dan Blanken en inderdaad opstandige ideeën kunnen geven. Met andere woorden: de Belgische koloniaal autoriteit zorgde ervoor dat de Congolese bevolking volledig geïsoleerd bleef van invloeden van buiten. Ik denk dat je niet veel verder hoeft te zoeken. Je vindt die mentaliteit terug in vele documenten.

    Een intellectuele elite was ook uit den boze - behalve de priesters dan die ook hoognodig waren aangezien de Kerk al het onderwijs in handen had en een enorme administratie en politieke macht vormde. En die priesters werden uiteraard volledig gecontroleerd door de kerkhiërarchie. Maar pas in 1954 kwam er universitair onderwijs in Congo. En tot 1960 was het onmogelijk voor een Congolees om een beurs te krijgen om in België te studeren. In 1960 waren er zegge en schrijve 20 recent gelicencieerden. In vergelijking had Sierra Leone bijv. al sinds 1869 een volledige universiteit en andere britse kolonies later ook. Bovendien studeerden bekende AFrikanen als Kwame Nkrumah, Jomo Kenyatta of de vader van Barack Obama in Engeland of the USA. De Fransen stuurden briljante AFrikaanse studenten naar Frankrijk om te studeren waar bijv. Aimé Césaire of Léopold Senghor het zelfs tot volksvertegenwoordigers in Parijs konden schoppen.

    Als je mensen niet de gelegenheid geeft; is het natuurlijk een vicieuze cirkel om dan te denken/doen alsof ze er niet toe in staat zijn. Maar zo ging dat. Daarom dacht men in België ook nog in 1955 dat de Congolezen nog in geen 100 jaar 'klaar' zouden zijn voor onafhankelijkheid en schrok iedereen zo toen er opstand kwam in 1959 en Lumumba en anderen onafhankelijkheid eisten. En kozen toen vlug voor een neokoloniale aanpassing van het koloniale bestel dat nog altijd onder leiding van Belgen zou gaan. Zoals generaal Janssens op het bord schreef voor zijn soldaten: voor de onafhankelijkheid = na de onafhankelijkheid! Dat het anders ging, is geschiedenis...

    Dus bedankt voor dit artikel, het is tijd dat we over deze zaken openlijk praten!

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties