about
Toon menu

Land Amerikaanse boeren steeds vaker opgekocht door grote investeerders

Amerikaanse boeren die stoppen met hun bedrijf, zullen in de komende twintig jaar naar schatting 162 miljoen hectare landbouwgrond verkopen. Veel wijst erop dat grote investeerders azen op hun gronden azen.
woensdag 19 februari 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De ontwikkelingen in de VS passen in het wereldwijde plaatje van investeerders die op zoek zijn naar landbouwgrond. De prijzen van landbouwgrond zijn in de afgelopen jaren in de VS dan ook aanzienlijk gestegen. In combinatie met een relatief zwak overheidsbeleid vormen de grondprijzen voor jonge boeren een grote hindernis om een bedrijf voort te zetten of een kleinschalig bedrijf te beginnen.

Critici waarschuwen dat op lange termijn deze dynamiek negatieve gevolgen zal hebben. "Als niet-boeren eigenaar worden van boerderijen, besteden ze het beheer vaak uit aan managementkantoren. Dat heeft tot gevolg dat de arbeidsomstandigheden en het grondgebruik verslechteren", zegt Anuradha Mittal, directeur van het Oakland Institute, een onafhankelijke waakhondorganisatie.

"Deze investeerders geven voorrang aan landgebruik dat het meest oplevert. Dat betekent dat het niet per se over voedsel gaat, maar eerder over hoe je snel winst kunt maken. Dat heeft niets meer te maken met de centrale rol die landgebruik speelt als het gaat over klimaatverandering, voedselzekerheid en de stabiliteit van de wereldwijde economie."

Financiële instellingen

In een op 18 februari gepubliceerd rapport signaleert het Oakland Institute groeiende belangstelling van enkele grote spelers in uit de financiële wereld. Het zou gaan om dochterondernemingen van banken (zoals het Zwitserse UBS Agrivest), pensioenfondsen (het Amerikaanse TIAA-CREF) en andere partijen, zoals HAIG, een dochter van de grootste verzekeringsgroep van Canada.

"Het enthousiasme voor landbouwgrond grenst aan een speculatieve manie. Aangejaagd door stijgende voedselprijzen en de vraag naar biobrandstoffen, stort de financiële sector zich nu op landbouwgrond", staat in het rapport. In VS doen wat dat betreft niet onder voor de Filipijnen of Mozambique, zeggen de auteurs.

Momenteel is nog maar weinig Amerikaanse landbouwgrond in handen van private investeerders. In 2011 hadden grote investeerders naar schatting ongeveer 1 procent van de Amerikaanse landbouwgrond in bezit, met een waarde van 3 tot 5 miljard dollar. Vorig jaar werd in een andere analyse de waarde echter al op 10 miljard dollar geschat. Dat suggereert dat het aandeel van deze investeerders snel groeit.

"Het aantal boerenbedrijven neemt al lange tijd af, maar het gaat nu steeds sneller", zegt Mittal. "Het wordt tijd dat de politiek hier beleid op maakt, voordat het te laat is."

Jonge boeren haken af

Nadat de voedselprijzen plotseling sterk stegen in 2008, steeg de wereldwijde speculatie met grond met ongeveer 200 procent. Omdat de internationale economische crisis praktisch samenviel met deze de stijgende voedselprijzen, werd landbouwgrond door investeerders gezien als een relatief veilig beleggingsalternatief.

In de VS zien investeerders potentiële kansen op het gebied van inkomsten uit onderzoek naar delfstoffen, waterrechten en vleesconsumptie. Amerikaanse landbouwgrond is wereldwijd ook in trek vanwege de combinatie van hoogwaardige landbouwtechnieken en lakse regulering op het gebied van ggo’s.

Als gevolg van de hernieuwde belangstelling voor landbouwgrond zijn de prijzen in de afgelopen tien jaar met ongeveer 213 procent gestegen. Uit statistieken blijkt verder dat het aantal nieuwe, jonge boeren laag is. Volgende week worden nieuwe cijfers gepubliceerd, maar de meest recente statistieken laten zien dat slechts 6 procent van de boeren jonger dan 35 jaar is. Ongeveer 70 procent van de Amerikaanse landbouwgrond is van boeren ouder dan 65.

"Die oudere boeren moeten hun bedrijf verkopen om te kunnen leven, want ze hebben geen recht op pensioen en de jonge generatie heeft onvoldoende kapitaal om bedrijven over te nemen", zegt Severine von Tscharner Fleming, medeoprichter van de Agrarian Trust, een groep die nieuwe boeren helpt een bedrijf op te zetten. "Veel oudere boeren denken na over de vraag wat ze met hun land gaan doen. We hebben geen jaren de tijd meer om ze bij dat besluit te helpen. Wat dat betreft is het een dringende kwestie."

Het Amerikaanse landbouwbeleid werkt momenteel niet in het beste belang van het land, zegt Fleming. Wel signaleert ze bij jongeren een hernieuwde belangstelling voor het beroep van boer. "In de afgelopen zeven jaar was er veel extra belangstelling voor landbouwopleidingen. Dat hangt direct samen met de bankencrisis en de milieucrisis", zegt ze. "Jongeren willen wel, maar de Amerikaanse economie is zo gestructureerd dat het praktisch onmogelijk is om een boerenbedrijf te beginnen."

reageer

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.