Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Opinie

Afscheid van de identiteit

Cultuurfilosoof Lieven De Cauter kant zich tegen het identiteitsdenken. "Identiteiten op basis van verschil leveren niets anders op dan clichés en gezwets." En erger: "Identiteit komt in een moordende logica terecht, zodra ze politiek wordt. Kijk naar Irak, kijk naar Libanon."
vrijdag 10 januari 2014

Dit stuk is een statement voor een debat met Peter De Roover, chef-politiek van Doorbraak en erevoorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, en Andreas Tirez, van Liberales, in de Deltastichting – een denktank geïnspireerd door het nieuw-rechtse gedachtegoed van Alain de Benoist - in Leuven op 19 november 2013.

Natuurlijk is het ook en vooral een soort filosofische open brief aan Bart De Wever (N-VA) met het oog op de moeder van alle verkiezingen. De stelling luidt: 'Identiteitspolitiek moet, zeker op dit moment in de geschiedenis, filosofisch uitgeroeid worden. Of anders zullen we elkaar uitroeien'.

"Identiteit bestaat op de keeper beschouwd niet. Het is een gevaarlijke fictie. Om drie redenen"

Ten eerste - simpel gezegd: je bent niet, je wordt. Het begrip ‘identiteit’ tracht die ‘wording’ te fixeren in een ‘zijn’. Hegel had dat goed begrepen. In zijn ‘logica’ herontdekt hij de oeroude dialectiek: dag en nacht zijn weliswaar oertegenstellingen (zoals in ‘dat is een verschil van dag en nacht’) maar, evenzeer is waar: dag is onderweg naar nacht, nacht naar dag. Dialectische wording.

De identiteit (op een hoger plan) inzien van de tegenstellingen (tussen materie en geest, tussen het vluchtige en het eeuwige, tussen man en vrouw, etc.) is wat sinds Lao Tze inzicht heet. Maar ook daar, in de diepste lagen en hoogste regionen van het denken (waar ik niet al te lang kan vertoeven zonder luisteraars te verliezen), is identiteit nog gevaarlijk.

Adorno (oei, Adorno, dat gaat hier moeilijk worden en ik heb daarover nog een appeltje te schillen met meneer De Wever, die tuut is, dat hij de handschoen niet opgenomen heeft! Nu goed, Adorno:) heeft van het niet-identieke, tegen Hegel in, een van de kernbegrippen van zijn denken gemaakt. Dus voor de duidelijkheid is het ook goed om te kiezen.

Ik kies in het debat over identiteit bewust voor de wording, voor het niet-identieke, voor de differentie van het verschil (met Derrida) het uitstellen van het verschil, het weigeren het verschil te fixeren tot een identiteit. Mannen zijn ..., vrouwen zijn ..., Vlamingen zijn ..., Hollanders zijn ... - dit soort identiteiten op basis van verschil leveren niets anders op dan clichés en gezwets.

Die tegenstelling tussen ‘zijn’ tegenover ‘wording’, komt terug in de al bijna even oude en verhitte discussie over natuur en cultuur. Natuurlijk zijn er de genen (natuur), maar er is toch vooral ook geschiedenis (cultuur). In het debat tussen nature and nurture moeten we kiezen voor nurture omdat vele stereotiepen worden genaturaliseerd (denk aan gender: man/vrouw-patronen zijn voor het overgrote deel culturele constructen en resultaat van een socialiseringsproces).

"Die tegenstelling tussen ‘zijn’ tegenover ‘wording’, komt terug in de al bijna even oude en verhitte discussie over natuur en cultuur"

Identiteit is de naturalisatie, de projectie, fixering in een ‘natuur’ van culturele socialisering en wordingsprocessen. Dat brengt ons bij het tweede punt: identiteit (ik verander niet elke dag, dus er is wel degelijk een permanentie, een ‘zijn’ in en onder de ‘wording’) is ‘meerlagig’, dus eerder een pluraliteit.

Het lijkt me bijna overbodig om dit uit te leggen aan de hand van een concreet voorbeeld, maar goed, hier gaan we: ik ben naast man, ook vader. Huisvader, maar ook bon vivant, misschien zelfs libertijn. Ik denk naast ‘Vlaams’ ook Grieks (want filosoof) en Joods (want veel Joodse denkers bestudeerd en natuurlijk ook het evangelie, ja van die Joodse goeroe uit Nazareth, over de kabbala – honderden bladzijden Scholem gelezen - tot Marx en Freud, en Benjamin en Adorno of Derrida).

Ik ben naast activist ook estheet. Ik ben weliswaar heteroseksueel, maar heb oog voor het biseksuele in ons allen en in al onze relaties. Enzoverder, enzovoort.

Om kort te gaan: identiteit moet je niet fixeren maar verrijken. Daarom ook is ‘identiteit’ een relationeel concept: het wordt opgebouwd in relatie tot anderen (dat benadrukt ook Alain de Benoist, bij de Deltastichting welbekend, in zijn lezing On identity, die ik gevonden heb via jullie website).

Identiteit is in feite een sociaal masker (een conventie). Daarom zeg ik aan de jongeren: "zoek niet zozeer uw identiteit, maar bevrijd er u van door zoveel mogelijk je identiteit te verrijken, andere identiteiten aan te nemen, je identiteit om te bouwen tot een pluraliteit. Probeer niet gelijk te worden aan het beeld van anderen van jezelf, maar breek die sociale spiegel open. Verzet je tegen conformisme, ook je eigen neiging om je te conformeren aan modellen, modes, enzovoort."

Collectieve identiteit is, volgens onze (jullie) Alain de Benoist, onbewust tot de komst van de moderniteit, die oude tradities en overleveringen wegwist, dus pas in de moderniteit en zeker in het kapitalisme (dat alles wegwist door de equivalentie van het geld), wordt identiteit en vooral collectieve identiteit een probleem. Met de globalisering is het nog erger geworden: we beleven een epidemie van identiteitspolitiek.

En dat brengt ons bij dus ons derde punt: identiteit is een verboden woord omdat het de basis vormt van identiteitspolitiek. De onbewuste identiteit wordt in de identiteitspolitiek bewust ingezet voor politieke doeleinden en wordt zo een karikatuur van zichzelf.

"De onbewuste identiteit wordt in de identiteitspolitiek bewust ingezet voor politieke doeleinden en wordt zo een karikatuur van zichzelf"

Sociologische (of antropologische) pluraliteit (of plurale eigenheid) wordt politiek omgesmeed tot identiteit, in vele gevallen nationale (maar het kan ook een religieuze of etnische identiteit zijn), via ficties en fixaties. Fixaties: de hardwerkende Vlaming tegenover de luie Waal, de Bourgondische Belg tegen de krenterige Hollander.

Ficties: de heldhaftige nationale geschiedenis en de eigen grootste cultuurproducten worden ‘genationaliseerd’ – Bruegel [sic!] bestond voor België en heeft dus met België of zelfs Vlaanderen weinig of niks te maken. Zo worden ze politiek gebruikt om een (continue) identiteit door de eeuwen heen te creëren, te simuleren eigenlijk.

Niets aan de hand, zou je zeggen. Maar, identiteit die politiek wordt, is uiterst gevaarlijk. Identiteitspolitiek denkt in termen van wij en zij. De politieke islam, het fundamentalisme is een karikatuur van de islam, maar juist daarom zo gevaarlijk: heidenen of erger nog renegaten zijn erger dan Turken, dus uitmoorden die anderen om de zuivere identiteit te stichten van de religieuze heilsstaat, het kalifaat.

"Identiteitspolitiek denkt in termen van wij en zij. De politieke islam, het fundamentalisme is een karikatuur van de islam, maar juist daarom zo gevaarlijk"

Identiteitspolitiek wordt heel snel moordend (naar het prachtige essay van de grote romancier Amin Malouf: Identités meurtrières - als Libanese christen wist Malouf waarover hij het had). Voorbeelden (naast Libanon): Rwanda, Irak, Syrië.

Identiteitspolitiek voedt de burgeroorlog en voedt zichzelf met die burgeroorlog. En dat, juist dat, dames en heren, kunnen we op dit moment in de geschiedenis missen als kiespijn. Identiteit komt in een moordende logica terecht, zodra ze politiek wordt. In Irak trouwden soennieten en sjiieten onder elkaar, maar eens de identiteitspolitiek (ingevoerd door de Amerikanen) hen in de greep had, moesten die koppels scheiden en brak een burgeroorlog uit. Die is nog steeds latent, of volgens sommigen gewoon bezig.

Dat is het probleem met de burgeroorlog: eens de geest uit de fles, blijft hij altijd latent smeulen. Denk aan Beiroet. Kan op elk moment ontploffen. In elk huis zijn wapens ... Politiek is het vermijden van burgeroorlog. Het verschil tussen sjiieten en soennieten is voor buitenstaanders onbegrijpelijk. Dat noemt Appadurai (met Freud): ‘het narcisme van het kleinste verschil’: ik haat de ander omdat hij net niet is wat ik ben. Hij komt zo dicht bij mij dat hij mijn identiteit bedreigt.

"Dat is het probleem met de burgeroorlog: eens de geest uit de fles, blijft hij altijd latent smeulen"

Het verschil tussen Vlamingen en Walen? Ik zou het niet weten. Als ik in mijn geliefde Ardennen ben, kan ik werkelijk niet zeggen wat daar vreemd aan is. Wat is dat verschil? Probeer het maar eens aan een buitenlander uit te leggen. Good luck. Niet dat we verschillen moeten uitwissen, maar door ze te denken, niet in termen van identiteitsdenken, maar in termen van differentiedenken (differentie is niet alleen verschil, maar ook en vooral uitstel).

Bijvoorbeeld: man en vrouw zijn verschillend, maar laat ons in godsnaam dat verschil niet objectiveren, verdinglijken of naturaliseren tot een vaststaande identiteit maar ‘differeren’: uitstellen.

Een analoog debat als dat tussen wording en zijn of tussen natuur en cultuur, is dat tussen Romantiek en Verlichting. Moderniteit is, zoals gezegd, verlies van traditie, identiteitsverlies, daarom is de golf van identiteitspolitiek die we nu beleven een reactie op globalisering (als eenheidsworst). Ook ‘uw’ Alain de Benoist wijst het kapitalisme aan als grote boosdoener in het verlies aan (collectieve) identiteit. Het valt moeilijk te ontkennen.

"Ook ‘uw’ Alain de Benoist wijst het kapitalisme aan als grote boosdoener in het verlies aan (collectieve) identiteit"

In globalisering is er altijd een verlies aan identiteit. Wat we nodig hebben is echter een dialectiek tussen Romantiek en Verlichting. De ene kan niet zonder de andere, is Rousseau Verlichting of Romantiek? Beide. Het zou ons te ver leiden om dit verder uit te werken, maar u hebt een idee.

Wat we moeten doen, is niet romantisch vasthouden aan een verloren identiteit die we projecteren in een geïdealiseerd verleden of een utopische toekomst (als herstel van dat verleden, zoals in het nationalisme of mutatis mutandis in het fundamentalistisch kalifaat), maar onze identiteiten vermenigvuldigen door de rijkdom van de verscheidenheid te omhelzen en de wording van de globalisering te affirmeren. We moeten steeds opnieuw afscheid nemen van onze identiteit.

Identiteitspolitiek is altijd slechte romantiek: ze wil geen verbreding, maar een fixatie op een voor een groot stuk fictieve nationale, religieuze of etnische identiteit: de uitvinding van traditie, de uitvinding van een groots verleden met helden als Jan Breydel en Pieter Deconinck, ... wee uw gebeente als je daar mee lacht. Cultuur moet een nationale identiteit voorspiegelen.

Tom Lanoye mag van De Wever De Leeuw van Vlaanderen geen ‘kutboek’ noemen, en de voorgestelde naamsverandering van het Deconinckplein (van Pieter naar Herman) maakte hem razend. Maar kunst leent zich niet tot nationale mythes en identiteitsbouw. Omdat, om bij ons voorbeeld te blijven, romans juist het genre bij uitstek zijn van de innerlijkheid, van dubbelzinnigheid, van de twijfel.

Nationalistische romans zijn als de historieschilderijen die in de kelders van onze musea liggen te verschalen als oude draken: slechte kunst. Kunst in dienst van een culturele nationale identiteit is nepkunst (meneer De Wever).

Culturele identiteitspolitiek wil kunstenaars en intellectuelen vroeg of laat het zwijgen opleggen voor het politieke doel. En dat is verwerpelijk. Kunst en cultuur zijn geen glijmiddel.

"Culturele identiteitspolitiek wil kunstenaars en intellectuelen vroeg of laat het zwijgen opleggen voor het politieke doel. En dat is verwerpelijk"

Daarom, drie conclusies, drie programmatische strijdpunten: 1) tegen identiteitsdenken (of identiteitsfilosofie) 2) voor ‘pluraliteits-denken’ (denken niet in identiteit, maar in wording, differentie en meervoudigheid), en 3) vierkant tegen elke vorm van identiteitspolitiek!

Identiteitspolitiek moet, zeker op dit moment in de geschiedenis, filosofisch (!) uitgeroeid worden. Of anders zullen we elkaar uitroeien. (Ik dank u.)

Lieven De Cauter is cultuurfilosoof en lid van de Vooruitgroep.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

18 reacties

  • door B JP Indigno op vrijdag 10 januari 2014

    vlak voor al die verschillen nog eens uitvergroot zullen worden en ons bijgevolg zullen pogen verdelen. Ondernemers en bedrijven mogen van mij bestaan, en mensen die het materieel ruimer hebben ook. Ongebreideld kapitalisme is geen synoniem voor vrije markt en niet de enig mogelijke invulling ervan - en Rusland had ook vrije markten, en het Westen heeft ook staatsbedrijven. De vraag is, wie bestuurt die dingen. Wie beslist wat er gemaakt wordt, waar, in welke omstandigheden, en wat er gedaan wordt met de winst? Daar hebben we met z'n allen duidelijk te weinig inspraak in. De toekomst is coöperatief.

    Overigens, met betrekking tot de titel van uw stuk: afscheid van de individuele identiteit, welkom aan de collectieve.

  • door johan bosmans op vrijdag 10 januari 2014

    Dit wordt interessant. Wordt dit ook een afscheid van de logica?

  • door tomasserrien op vrijdag 10 januari 2014

    Hey Lieven,

    Mooi stuk heb je hier geschreven, danku daarvoor. In verband met het feit dat je het niet-identieke van Adorno aanhaalt, lijkt het me ook goed en relevant om de identieksfilosofie nog ruimer te plaatsen in de foute interpretatie en omgang met ons systematische denken? Kant heeft aangetoond dat de rede nooit iets meer kan vertellen over het bestaan van systematiek zelf omdat die mogelijkheid tot kennis buiten de ervaringsmogelijkheden ligt van onze kenstructuren. Systematiek is met andere woorden een menselijk construct dat wordt opgelegd door onszelven op dezelfde manier dan identiteit. In die zin vind ik het relevant om aan te stippen dat de objectivistische trend in de hedendaagse wetenschap een vorm van identiteitsdenken is en dat dit ook voor gevaren kan zorgen die niet te onderschatten zijn, omdat het de mens en anderen reduceert tot objecten, waardoor je hun 'essentiële veranderende spreken' afneemt. Nu Adorno linkte die ideeën van het identieke ook met Kant. Ik denk echter dat dit een foute interpretatie is, heb hier een paper over geschreven moest je interesse hebben : http://musicisequaltotheworld.wordpress.com/2013/12/21/other-7-de-perceptie-op-de-systematische-rede-van-kant-door-adorno-en-horkheimer/ Adorno is een van men favoriete filosoofjes maar ik ben er nog altijd niet volledig uit wat hij juist altijd bedoelt met dat niet-identieke. Hij zegt dat de kracht om dingen onder ogen te zien en in bepaalde situaties moreel te handelen stamt van het niet-identieke, en dat die het zuiverst is in de kindertijd. We moeten trouw blijven aan de impulsen van de kindertijd zonder kinderlijk te worden, waardoor we spontaan en rationeel kunnen handelen (prachtig toch :)). (zie Vorlesung zur Einleitung in die Erkenntnistheorie, 143). Ik vind dit een mooi ideaal, maar ik ben er gewoon nog niet uit hoe die natuur van het niet-identieke moet ingevuld worden in de praktijk. Een kindervolle verwondering als attitude lijkt me alvast een eerste begin en dit lijkt me het meest tot uiting te komen in de omgang met kunst ( zie ook mijn blog en andere paper over adorno zijn muziekfilosofie : http://musicisequaltotheworld.wordpress.com/2012/03/22/philosophy-of-music-1-theodor-adorno/) In ieder geval, danku Lieven voor deze opinie, heb ervan genoten, Groetjes Tomas

  • door chris op vrijdag 10 januari 2014

    In se is er weinig mis met identiteit of identiteitsgevoel. Het wordt pas gevaarlijk als politici er zich mee moeien. De stap van 'identiteit' via 'nationale identiteit' naar 'nationalisme' is dan niet ver weg. Zoals Lieven De Cauter schrijft: "Culturele identiteitspolitiek wil kunstenaars en intellectuelen vroeg of laat het zwijgen opleggen voor het politieke doel. En dat is verwerpelijk". En dat gevaar lijkt me in 'Vlaanderen' net iets groter dan in 'België'. België is nu net een land dat door zijn meertalig en meer-talige-bevolking een ingebouwde weerstand heeft tegen een verengend nationalisme. En dat een reden vinden om het land te koesteren heeft weinig met nationalisme te maken, maar met gezond verstand en (dus) zin tot relativeren.

  • door Sanctorum op zaterdag 11 januari 2014

    Ik vind het altijd grappig -en pijnlijk- als een filosoof zegt ( en het vertrekpunt valt hier samen met het besluit) dat een of andere gedachte moet "uitgeroeid" worden. UITGEROEID! Dus zelfs niet bestreden, gecounterd, tegengesproken, maar simpelweg van de kaart geveegd. De tanks erover. Je wil niet dat men je het zwijgen oplegt, maar je doet het wel zelf. Zo zie je maar hoe het Verlichtingsdenken snel omslaat in zijn tegendeel. Altijd weer oppassen hier, en een zekere bescheidenheid in acht nemen. Rekening houden met de mogelijkheid, Lieven, dat je misschien toch niet helemaal gelijk hebt...

    J. Sanctorum

    • door chris op zaterdag 11 januari 2014

      identiteit, hoera tot ieders spijt In se is er weinig mis met identiteit of identiteitsgevoel. Het wordt pas gevaarlijk als politici er zich mee moeien. De stap van 'identiteit' via 'nationale identiteit' naar 'nationalisme' is dan niet ver weg. Zoals Lieven De Cauter schrijft: "Culturele identiteitspolitiek wil kunstenaars en intellectuelen vroeg of laat het zwijgen opleggen voor het politieke doel. En dat is verwerpelijk". En dat gevaar lijkt me in 'Vlaanderen' net iets groter dan in 'België'. België is nu net een land dat door zijn meertalig en meer-talige-bevolking een ingebouwde weerstand heeft tegen een verengend nationalisme. En dat een reden vinden om het land te koesteren heeft weinig met nationalisme te maken, maar met gezond verstand en (dus) zin tot relativeren.

      • door De Laet Kevin op zondag 12 januari 2014

        België is een land dat zelf het resultaat was van een nationalistische staatsgreep. België is een land dat vanaf dag één de taal van de meerderheid van de bevolking achter stelde. België is het land waar nog steeds de enige echte "Belgische" taal, het Waals, geen officiële erkenning krijgt. België is een land waarvan het staatshoofd een genocide met enkele miljoenen doden veroorzaakte in Afrika. Gezond verstand vertelt mij net dat we best van deze bourgeois staat van, voor en door bankiers in het leven geroepen zo snel mogelijk af geraken.

        • door froels op maandag 13 januari 2014

          "...zo snel mogelijk af geraken van deze bourgeois staat voor en door bankiers". Dus beter alleen Vlaamse banken?

  • door Sanctorum op zaterdag 11 januari 2014

    Existentiëler nog, kan ik eraan toevoegen dat het leven zonder identiteit bijna vegetatief is. Elk levend wezen heeft het gevoel zichzelf te zijn. De diepste vernedering is het ontnemen van de identiteit, zoals concentratiekampgevangenen alleen nog een nummer werden. Kinderen met een laag zelfbeeld anderzijds probeert men zelfrespect bij te brengen, een gevoel van eigenwaarde, dat voor mij best ook collectief mag zijn. Noem het gewoon trots, zelfbewustzijn, geloof in eigen kunnen. Alleen Guy Verhofstadt houdt nog staande dat dit identiteitsdenken ons naar Auschwitz voert. Het is veeleer het omgekeerde: de totale uniformiteit, het uitwissen van identiteit is fascistisch.

    J. Sanctorum

  • door Paul Cordy op zaterdag 11 januari 2014

    De opmerking van Heine "wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen" kunnen we gerust uitbreiden naar ideeën. Ideeën kan je bestrijden, je kan ze verfoeien, maar als je ze wil uitroeien, dan zal je uiteindelijk de stap zetten naar het ostraciseren of zelfs fysiek uitroeien van mensen. De uitspraak van De Cauter over het uitroeien van ideeën mag dan misschien gechargeerd bedoeld zijn, in wezen sluit hij zichzelf daarmee uit van ieder democratisch debat. Men kan daardoor dus jammer genoeg niet inhoudelijk ingaan op zijn stemmingen, want men zou daarmee een democratisch totaal onaanvaardbaar uitgangspunt legitimeren.

  • door Ludo De Witte op zaterdag 11 januari 2014

    Je bespiegelingen over het reactionaire Vlaams-nationalisme schieten door, Lieven, wanneer je alle vormen van nationalisme (die als sokkels etnisch-culturele identiteiten hebben) over dezelfde kam scheert. Er zijn progressieve vormen van nationalisme (zoals het nationalisme van Lumumba, of het Palestijnse nationalisme vandaag) en reactionaire. En een progressieve variant kan reactionair worden. Dat gebeurde bvb. met het Vlaams-nationalisme: ooit progressief want tegen de overheersing door de Franstalige bourgeoisie; vandaag reactionair want een poging om een neoliberaal project in Vlaanderen uit te bouwen door zich te ontdoen van het sociaal passief van de Waalse desindustrialisering en de syndicale tradities in het zuiden van het land, via een populistisch discours opgebouwd rond het zondebokprincipe - ooit waren het de joden en de "migranten", vandaag zijn het de Franstaligen die de bonen gevreten hebben. Evaluaties van nationalismen moet je in zijn concrete historische context bekijken. Een vb. Je schrijft: "Het verschil tussen sjiieten en soennieten is voor buitenstaanders onbegrijpelijk. Dat noemt Appadurai (met Freud): ‘het narcisme van het kleinste verschil’: ik haat de ander omdat hij net niet is wat ik ben. Hij komt zo dicht bij mij dat hij mijn identiteit bedreigt." Het conflict tussen sunni's en shia heeft evenwel niks te maken met narcistische reflexen, maar met politiek: een doelbewust, jarenlang gevoerde politiek van de Saoedi's en Qatari's, met steun van de VS en Israël, om de de as Iran-Syrië-Hezbollah te breken, en waarbij die as wordt voorgesteld als een instrument van sjiietische dominantie. Etc.

    • door Helene P op woensdag 15 januari 2014

      Akkoord met Ludo De Witte. Het geciteerde 'On Identity' van Alain de Benoist, is ook veel genuanceerder en veelzijdiger. Het lijkt of de poging tot vulgarisatie Lieven De Cauter leidt tot een graad van simplificatie die zich als een slang in de staart bijt. Ik ben benieuwd of dit leidt tot vruchtbaar politiek debat... Identiteit is niet het probleem. Het probleem komt als men identiteit vernauwt en verstart om haar in te lijven in een agressief natie-staat nationalisme, het 'Blut und Boden', dat eigen is aan een denkrichting ontwikkeld onder de specifiek Europese condities van de 19de eeuw. Hetzelfde concept van de natie-staat dat alle theorieën van het racisme ondersteund heeft en nogal paradoxaal ook het kolonialisme en imperialisme in het algemeen. Het is gebaseerd op de definitie van 'hét verschil' - verschil van ras, sekse, religie, herkomst enz. - dat in dienst wordt gesteld van een machtsobjectief: de natie-staat, koloniale overheersing, economische overheersing, patriarchie, uitbuiting, marginalisatie, bezetting, oorlog... Het of de gekozen 'verschil(len)' worden dus geëssentialiseerd, alsof ze essentieel, onoverkomelijk en van nature antagonistisch zijn. Door middel van 'verschil' komt men dan tot een idee van een pure, 'ethnisch gezuiverde' nationale identiteit en een 'organische' ethnische gemeenschap. Die echter in de geschiedenis nergens ooit bestaan heeft of zal bestaan. Men verdekt dat 'verschil' of die 'verschillen' dan liefst door op de voorgrond vermeend objectieve verschillen te plaatsen als taal, 'beschavingsgraad', zogenaamd intrinsieke eigenschappen ('luie Walen', 'agressief Islam'). Maar zelfs in talen en dialecten kan men al gemakkelijk zien hoeveel wederzijdse invloed en complexe interactie in de tussenruimte tussen culturen er altijd bestaan heeft. Cultuur is dynamisch, niet statisch. Identiteit eveneens.

      Onder het veelzeggende "Etc." aan het einde van Ludo's commentaar kan men toevoegen dat het nationalisme van een Lumumba - of Mandela of Nyerere of Nkrumah of Cabral of Ben Bella... -, het zgn 'Afrikaans nationalisme', precies het tegenovergestelde doet van het hier beschuldigde nationalistisch identiteitsdenken. Het Afrikaans nationalisme heeft als binnenlands doel namelijk nationale eenheid in verscheidenheid (of beter: pluraliteit). Dwz allen werken samen voor nationale doeleinden en tegelijk moeten allen ook de verschillende culturen en gemeenschappen ondersteunen en bevorderen, en zorgen dat geen van hen andere overheerst. Dat is wat Ludo progressief nationalisme noemt. Het is een reactie op koloniale en imperialistische overheersing en de bekende 'verdeel-en-heers' strategie, niet alleen tijdens de kolonie, maar nog meer heden ten dage door het permanent in concurrentie stellen van landen, groepen en individuen om de overhand te krijgen of te behouden. Daarbij horen bijv. ook bilaterale verdragen tussen machtige eenheden (de VS, EU, Westerse landen) en zwakkere ontwikkelingslanden, concurrentie voor investeringen en 'ontwikkelingshulp', corruptie als machtsmiddel enz. Het 'reactionair nationalisme' zoekt zijn brandstof precies in dat in concurrentie stellen en uitbuiten van machtsposities. Onder het mom van kreten als 'wat we zelf doen, doen we beter' of 'ieder zijn eigen verantwoordelijkheid' of 'de hardwerkende Vlaming' of ook Walen, migranten en ontwikkelingslanden die 'misbruik' maken van 'onze' goedgeefsheid.

      Het grote verschil tussen 'progressief' en 'reactionair' nationalisme ligt niet in het nastreven van emancipatie, ontwikkeling en welzijn. Dat is het doel van ieder nationalisme op welke schaal dan ook. Maar in exclusiviteit en inclusiviteit. Er is niets mis met inclusief patriotisme en nationalisme. Maar laten we niet vergeten dat de 20ste eeuwse kampioenen van het exclusief nationalisme de Nazis, Serbiërs en Afrikaner nationalisten van de apartheid waren, en nu Israël. En ook niet dat dit altijd vroeg of laat tot rampen heeft geleid.

  • door hlodewyckx op zaterdag 11 januari 2014

    LDC schrijft nochtans duidelijk: moet 'filosofiisch' worden uitgeroeid. Het gaat niet om het uitroeien van personen. De commentatoren melden hier wel een interessant probleem. Wat met ideeën die achterhaald zijn? die elke grond van waarheid (= gebaseerd op een niet bediscussieerbare werkelijkheid) missen? Zijn er nog ernstige argumenten om racisme (= discriminatie op basis van het begrip 'ras', toegepast buiten een biologische context) of sexisme (= discriminatie op basis van man of vrouw zijn) te verdedigen? Is dit nog ernstig filosofisch te onderbouwen? Of zijn alle filosofische argumentaties op dat vlak 'uitgeroeid'. Tenzij met van het standpunt is als 'filosofische' 'meningsuiting': anything goes, d.w.z. je moet alles overal en bij iedereen kunnen verkondigen, of er enig verband is met een werkelijkheid of rekening houdend met de gevolgen van je uitspraken die tot daden leiden (bv. mensen discrimineren en eventueel doden omdat het toch maar een soort 'untermenschen' zijn, ongedierte, 'kakkerlakken',... ) . Die Gedanken sind Frei, maar mag er ook een verantwoordelijkheid aangekoppeld worden bij diegenene die die Gedanken ook uit? We zitten hier op een kernpunt van een filosofisch debat, met toch wel belangrijke implicaties voor opvoeding en onderwijs en maatschappelijke invulling. Zijn er alleen maar Gedanken / Ideeën of zijn er mogelijk ook 'aberante' ideeën die schadelijk zijn voor een evenwichtige persoonlijkheidsontplooiing en een verdraagzame samenleving? En zijn er hopelijk ook 'goede' ideeën die bijdragen tot een evenwichtige persoonlijkheidsontplooiing en maatschappelijk debat? M.a.w. heffen we 'goed' en 'kwaad' op als categoriëen of denken we na over hoe we dat invullen?

  • door acephale op zaterdag 11 januari 2014

    Niet zoiets als 'identiteit' of 'identiteitsdenken' is het grote gevaar vandaag, maar toenemende sociale ongelijkheid, nl. een uiterst smalle groep rijken die alsmaar rijker worden, een wegsmeltende middenklasse en een steeds grotere groep mensen die - bij de minste tegenslag - in de armoede gekatapulteerd worden. Filosofen lullen die sociale kwestie onder de mat. Het is de economische onderbouw die ons denken vormt, ook dat van hooggeschoolden die wollig spreken over identiteit en de narigheden die daaruit zouden kunnen voortvloeien en zich indekken door links of rechts eens naar Hegel, Adorno of Derrida te verwijzen. Willen we een denken veranderen (en dat is maar de vraag), dan moeten de sociale condities veranderen waaruit dat denken opborrelt. De hekel van Lieven De Cauter ten opzichte van het starre identiteitsdenken komt voort uit zijn bourgeois-houding die zélf gevaarlijk is. Het is wellicht comfortabel vertoeven in de academische wereld om vanuit die ijle hoogte het gepeupel te verwijten de ze fout denken.

    • door De Laet Kevin op zondag 12 januari 2014

      Het is alleen comfortabel op korte termijn, op lange termijn is dit soort liberaal gezwets (want dat is het: het afbreken van alles wat een collectieve identiteit heeft) juist een ondermijning van wat nog rest aan linkse krachten in Europa. Mensen bestaan niet zonder identiteit, wij zijn geen reptielen die op hun eentje overleven maar groepswezens wier voortbestaan juist afhangt van een hechte collectieve identiteit. Zo ongeveer zeven miljard mensen op deze planeet hebben een identiteit, de meesten uiten dat ook zeer bewust. Enkel een handvol zelfverklaarde kosmopolieten die leven in een intellectuele ivoren toren denken dat de mens geen identiteit nodig heeft... maar vraag aan de heer De Cauter hier om zich te identificeren en ook hij zal enkel kunnen spreken in relatieverbanden met andere mensen (zelfs de meest harde antinationalistische linkse vakbondsmilitant zal zichzelf identificeren als "ene van de vakbond", ook een collectieve identiteit). Het pleidooi "tegen de identiteit" van mensen als De Cauter hier, maar ook vanwege een Guy Verhofstadt bijvoorbeeld, is een pleidooi voor een wereld waarin tussen het individu en het hoogste niveau ("de wereld"? "de mensheid"? "de cosmos"? ja wat eigenlijk) geen relevant tussenniveau meer ligt. De global village, het kosmopolitisch ideaal van de (zelfverklaard) progressieve wereldburger. Voor een elite is dat misschien de utopie, de hele wereld als speelterrein. Voor de meeste mensen op deze planeet is dat een one-way ticket naar een Orwelliaanse hel, waar zeven miljard nummertjes "zonder identiteit" enkel dienen om de statistieken op te vullen, te produceren en te consumeren. Een grote grijze eenheidsworst, en we weten ondertussen al dat dat een nivellering is naar beneden, gestoeld op de beste neoliberale tradities. Meneer De Cauter zal dat ongetwijfeld zeer spijtig vinden maar er zijn wel degelijk tussenniveaus, en de meest relevante is nog steeds de natiestaat, het strijdterrein waar de voorbije 150 jaar al onze politieke en sociale rechten én onze economische welvaart werd afgedwongen en opgebouwd. En waar bijgevolg een collectieve identiteit is uit voortgekomen. Schaf die af, en je mag de strijd helemaal opnieuw voeren. De nationale soevereiniteit is nog steeds het beste instrument om rechten en vrijheden te beschermen. Als meneer De Cauter dus "de nationalisten" iets kan verwijten, dan is het dat vooral de Vlaams-Nationalisten zo hypocriet zijn om ondanks alle retoriek nog steeds met het neoliberale €uropa te dwepen.

  • door janwillems op zondag 12 januari 2014

    Bestaat dat wel, ‘identiteit’? We identificeren ons in het dagelijks leven met zoveel posities en rollen dat identiteit toch wel een erg relatief begrip is. Ga het bij jezelf maar eens na. Bovendien wordt ons samenleven gevormd door de wijze, waarop we onze dagelijkse kost verdienen. De economie is bepalend, niet de cultuur waarvan de ‘identiteit’ een onderdeel is. Bart Decaluwé omschreef dit hierboven als de ‘sociale kwestie’ die zoals hij terecht opmerkt maar al te vaak ‘onder de mat wordt geschoven’ in de discussies over ‘identiteit’. Ik ben het overigens volkomen eens met econoom Koen Schoofs toen die in een column in De Tijd (3 oktober 2013) aan zijn Afrikaanse collega Ravi schreef: “Een vlekkeloze identiteit is voor steeds meer mensen in deze postmoderne tijden zowel een nietszeggend begrip als een passioneel verlangen. Waarom willen we toch zo graag terug naar de eieren die reeds zijn geklutst in de omelet van de geschiedenis? Waarom verkiezen we de steriele illusie van het zuivere stamboek boven de complexe realiteit? Ik kan ze niet meer verdragen, Ravi, al die prekers van de eigen navel die zo rabiaat geloven in hun romantische en vervlogen ideaal van de enge identiteit. Ze maken me ziek met hun opzwepen van onze meest basale instincten en hun oogkleppen van beton. Zien ze dan niet dat we mensen moeten samenbrengen rond een gezamenlijke toekomst, een gedeeld project, in plaats van iedereen met een sticker in een vakje te klasseren en dan met alle geweld in dat vakje te houden? Zijn ze blind? Vaarwel Ravi, en bedankt voor het openen van mijn ogen.”

  • door froels op maandag 13 januari 2014
  • door Marleen Depreitere op dinsdag 14 januari 2014

    Los van het uitgangspunt "Identiteiten op basis van verschil leveren niets anders op dan clichés en gezwets.", vind ik dit een verdienstelijke poging om te komen tot wat voor mij de kern vormt van dit stuk : "We moeten steeds opnieuw afscheid nemen van onze identiteit." Zoals ik het zie, houdt dit iets anders in dan het identiteitsdenken uitroeien. Ik zie dit veeleer als een boeiende aanleiding om juist dieper na te denken over identiteit. Dat identiteit meerlagig is en voortdurend in wording (in relatie tot andere mensen/identiteiten, de maatschappij/groepsidentiteiten, de wereld, het universum...) is niet alleen een mooi, maar volgens mij ontontbeerlijk uitgangspunt. Dit houdt in dat naarmate we groeien als mens - van kinderlijke verwondering, via puberaal zoeken naar een eigen identiteit en volwassen pogingen om een 'verworven' identiteit in stand te houden - onze identiteit (in al haar gelaagdheid) voortdurend onderhevig is aan verandering, omdat we ze steeds opnieuw aftoetsen aan de realiteit waarin we leven. Het is pas als we die identiteit gaan beschouwen als een onveranderlijk vaststaand iets en niet langer als iets dat vorm krijgt door voortdurende wisselwerking met de ons omgevende realiteit, dat wij (en onze omgeving) in de problemen komen. Onze identiteit wordt dan een 'concept in ons hoofd' dat los staat van de realiteit en op den duur als een 'tang op een varken' tav de realiteit staat. Dit zijn groeipijnen die in elk volwassen stadium (van een individu, een groep, een maatschappij) optreden. Moeten we daarom identiteit met wortel en stok uitroeien? Dat is volgens mij het kind met het badwater weggooien, als je vaststelt dat het water troebel geworden is. Een volwassen aanpak is volgens mij durven vaststellen dat het concept van identiteit in je hoofd niet meer klopt, onderzoeken wat er niet meer klopt en dat durven loslaten. En dat is geen evidente stap, omdat we als volwassenen mensen allemaal vooral op zoek zijn naar bevestiging van 'onze identiteit' en dit leidt er vaker toe dat we de realiteit proberen te negeren of pogingen doen om die 'aan te passen' aan het concept dat we van onze (individuele/groeps) identiteit hebben, eerder dan te onderzoeken wat niet meer klopt in de beleving van onze identiteit tav onze (ruime) omgeving en los te laten wat niet meer klopt om plaats te maken voor iets anders. Als we ons bewust zijn van de gelaagdheid en de veranderlijkheid van onze identiteit, dan kunnen we - niet alleen als individu maar ook als mensheid - groeien vanuit dit soort 'egocentrische identiteit' naar een ruimere identiteit die in uitwisseling blijft met eveneens steeds veranderende medemensen, groepen, maatschappijen, ... Slechts op die manier kunnen we evolueren naar meer mature volwassenen/mensen (we hoeven dus niet terug te keren naar de kindertijd, maar we kunnen de kinderlijke verwondering op een nieuwe manier integreren) die in staat zijn te denken en te handelen naar dit inzicht.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties