Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Reportage

Creoolse taal Kaapverdië met uitsterven bedreigd?

Kaapverdië is niet alleen geografisch opgesplitst in eilanden. Er loopt ook een taalkundige barrière doorheen de bevolking. Iedereen spreekt Creools, maar niet iedereen spreekt Portugees, de taal van de vroegere kolonisator en de enige officiële taal.
zondag 22 december 2013

Portugees wordt echter maar door 60 procent van de bevolking gesproken. In scholen, de overheidsgebouwen en de media heerst een nultolerantie voor Creools. De talenkwestie is echter vooral in ziekenhuizen een groot probleem. Ookop straat i-ontstaan er discussies tussen mensen die beide talen wel machtig zijn, maar uit principe enkel Portugees of Creools spreken.

Een voor de hand liggende oplossing voor de kwestie zou zijn om het Creools als tweede officiële taal te erkennen. Daar is het land wel mee bezig, maar het is een werk van lange adem. Dé Creoolse taal bestaat immers niet. Op elk van de tien eilanden wordt een ander dialect gesproken, waardoor er geen officiële spelling bestaat. Zolang dat niet het geval is, kan de taal niet officieel worden. Ondertussen tolereert de overheid niet dat er in openbare instellingen Creools wordt gesproken.

Uit de les gezet

Jimy Ribera (20), studeert rechten aan de universiteit van de hoofdstad Praia. Hij praat het liefst het Creools van Praia, wat hij altijd doet met familie en vrienden. Op school spreekt hij echter uitsluitend Portugees. "Creools spreken is verboden in de klas, ook al kunnen de professoren het wel en doen ze het thuis zelf. Het gaat zelfs zo ver dat moeilijke Portugese woorden eerder in het Engels of Frans vertaald worden dan in het Creools. Wie het toch spreekt, wordt uit de les gezet.  Toch durven mijn vrienden en ik al eens Creools te spreken, met alle gevolgen van dien."

Niet alleen studenten maar ook professoren lappen de regels aan hun laars. Eén van hen is professor José Estives Rei, afkomstig uit Portugal. Hij geeft de vakken Portugees en communicatie aan dezelfde universiteit als waar Jimy studeert. In zijn lessen is Creools spreken niet verboden. ‘"k spreek het zelf niet", steekt professor Rei van wal. "De studenten praten soms onder elkaar en dan versta ik hen niet, tenzij ze heel traag spreken. Ik laat ze echter begaan. Het is tenslotte hun moedertaal", relativeert hij. Zelf wil hij zeker Creools leren, maar het is een moeilijke taal. "Creools is een dialect van het Portugees en diedialecten zijn vaak wel verstaanbaar maar heel moeilijk om zelf aan te leren."

Te strenge regels

Voor universiteitsstudenten vindt Jimy het geen slechte zaak dat er gehamerd wordt op Portugees. Het beheersen van de taal biedt meer perspectief wanneer je solliciteert naar werk. Voor kinderen in de kleuterklas is de regel daarentegen veel te streng. "Mijn zesjarig nichtje krijgt, met oog op haar toekomst, van thuis uit een Portugese opvoeding. Zij spreekt enkel Portugees. Mijn grootmoeder aan de andere kant, spreekt alleen Creools. Zij kan niet communiceren met haar kleinkind. Dat is spijtig, want Creools is onze volkstaal en die mag men niet zomaar links laten liggen."

Creoolse propaganda

Voor Jimy’s oma is het heel moeilijk om de media te volgen, want de communicatie gebeurt daar uitsluitend in het Portugees. "Als ze naar het nieuws kijkt of de krant leest, vraagt ze mij heel de tijd: “Jimy, wat zeggen ze nu?” Of “Jimy, wat staat hier geschreven?” Op 1 november vieren wij het Maïsfeest, niet in Praia maar verder landinwaarts. De president en de premier zijn daar aanwezig, maar spreken het volk uitsluitend toe in het Portugees. "Geen kat die hen verstaat", beweert Jimy.

Er zijn echter uitzonderingen. Wanneer de verkiezingen in aantocht zijn, wordt alle propaganda in het Creools uit de kast gehaald. "Als het gaat om stemmen ronselen, willen ze wel de volledige bevolking bereiken", vertelt professor Rei. "De president speecht dan op de nationale televisie in het Creools. Er is ook een Creoolse radiozender, Crioli fm. Wanneer mensen geïnterviewd worden, kan dat zowel voor print, televisie als radio in het Creools, omdat sommige mensen geen Portugees spreken. Het wordt alsnog vertaald naar het Portugees voor het uitgegeven of uitgezonden wordt."

Negatieve invloed op zorgverlening

Als de oma van Jimy naar het ziekenhuis moet, is dat meestal geen lachertje, want niemand verstaat haar. Kaapverdische artsen hebben in het buitenland gestudeerd, waardoor ze uitsluitend Portugees of een andere taal spreken. Daarnaast zijn er veel Engelse, Duitse en Portugese artsen tewerkgesteld, die ook geen Creools praten. Verpleegkundig personeel spreekt wel Creools en kan voor de patiënt vertalen, maar in noodgevallen of wanneer er geen vertaler beschikbaar is, heeft de kwaliteit van de zorg van de patiënt hieronder te lijden.

Uitsterven

Wat de toekomst voor beide talen zal brengen, hangt af van de regering. Als het Creools als tweede landstaal erkend kan worden, zit ze nog voor vele jaren veilig. Als het voorstel echter verworpen wordt, ziet het er minder rooskleurig uit.

Portugees is de enige taal om te communiceren met Europa en Brazilië. Ze opent nieuwe deuren op vlak van handel. "De jonge generatie Kaapverdianen spreekt hoofdzakelijk Portugees, waardoor het Creools stilaan zal uitsterven. Daarom denk ik dat er binnen een halve eeuw nog uitsluitend Portugees wordt gesproken op de Kaapverdische eilanden", besluit professor Rei.

Deze productie is gemaakt in het kader van het journalistieke trainingsprogramma Beyond Your World van Thomas More in Mechelen. Beyond Your World wordt financieel mede mogelijk gemaakt door de Europese Commissie en het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

Eén reactie

  • door JanBlommaert op maandag 23 december 2013

    Jolien Torfs, je volgt hier een wijd verspreid discours over minderheidstalen, dat populair is onder een aantal sociolinguisten maar dat empirisch zeer problematisch is. De zaak ligt immers wel iets complexer. Een poging om het uit te leggen.

    1) De repertoires van mensen op Cabo Verde zijn, zoals in de meeste zoniet alle plaatsen in de wereld, MEERtalig en omvatten naast Creool ook Portugees, Engels en zo meer. Let op: het gaat hier niet om "hele" talen: mensen spreken EEN STUK Creool en EEN STUK Portugees. De verschuivingen die we zien in vele plaatsen in de wereld zijn verschuivingen waarbij geen "talen verdwijnen", maar waarin we het relatieve aandeel van 1 taal zien toenemen tegenover andere. Concreet: in Tanzania spreken mensen nog altijd, zeg maar, Nyamwezi naast Swahili, maar de contexten waarin Nyamwezi wordt gebruikt worden teruggedrongen tot bepaalde sociale sferen zoals familiale en huiselijke situaties. De minderheidstalen blijven dus LEVEN, zo je wil, maar ze leven voort in kleinere zones van gebruik. Studies bevestigen dat: een studie van een uiterst kleine taal in Tanzania een aantal jaren terug liet zien dat het ZEVEN generaties zou duren aan het huidige ritme van 'inkrimping' vooraleer de taal volledig verdwenen zou zijn. Nu is 7 generaties een normale leeftijd voor elke taal - je zou het Nederlands van 7 generaties terug nauwelijks begrijpen. We zien over de hele wereld dat deze minderheidstalen buitengewoon taai zijn.

    Een voetnoot: ons eigen Nederlands is een schoolvoorbeeld van taaiheid. Een eeuw lang werd het uit het openbare leven gebannen door de Belgische Franstalige burgerij. Het werd echter niet echt 'bestreden': die burgerij had er lak aan dat de domme boeren hun 'patois' spraken. En daardoor overleefde die taal; ze was eigenlijk nooit "met uitsterven bedreigd", en dit ondanks het feit dat zowat elke Vlaming die het tot in de secundaire school schopte in het Frans moest studeren. Inmiddels is het Nederlands in Belgie de wettelijk meest beschermde taal in de wereld; er hangt een soort juridische Hindenburglinie rond. Maar ook nu zien we belangrijke verschuivingen ten gevolge van globalisering: er is bijvoorbeeld de systematische eliminatie van het Nederlands als taal van de wetenschap, want Vlaamse academici mogen enkel nog in het Engels publiceren als ze punten willen sprokkelen. Ook die verschuiving heeft geen wezenlijk effect op de levensvatbaarheid van het Nederlands; het heeft een effect op het aantal sociale contexten waarin Nederlands bruikbaar is.

    2) Wat betreft Cabo Verde Creool komt daar nog iets bij: de taal is geglobaliseerd en beheerst met name in de populaire (muziek) cultuur sinds Cesaria Evora zowat alle Cabo Verdiaanse muziek elders in de wereld. Daardoor krijgen we een "Reggae-effect": Het Patwa van Marley en andere Rasta's is een gestigmatiseerde (en dus bedreigde) taal in Jamaica. Kinderen die het op school spreken worden gestraft. Maar Reggae heeft het omgevormd tot een PRESTIGE taal, in Jamaica zowel als over de hele wereld waarin reggae populair is. Hetzelfde zien we met AAVE (Black US English) in de context van Rap: het is een gestigmatiseerde variant in de VS - wie het spreekt klinkt dom, onopgeleid, agressief en zo meer - en er zijn al tientallen jaren debatten bezig over de rol en plaats van AAVE in het onderwijs. Maar miljoenen jongeren over de hele wereld willen niet het Engels van Shakespeare leren maar dat van Tupac en 50Cent. De wereldwijde verspreiding van Cabo Verde Creole geeft de taal zo een "levensverzekering": artiesten die willen doorbreken moeten die "bedreigde" taal hanteren om te scoren, want het is - alweer paradoxaal - een PRESTIGE taal.

    3) bottom line: het feit dat talen of delen ervan sociaal gemarginaliseerd zijn leidt niet lineair tot het uitsterven van die talen. Net zomin als het bestaan van armoede ervoor zorgt dat de armen zullen uitsterven. Kijk naar onze migratietalen: Turks en berbers hebben geen enkele rol of macht in onze samenleving, maar toch blijven ze bestaan bij de gemeenschappen die ze gebruiken. Globalisering - satelliet TV, skype, internet - heeft die talen zelfs een tweede adem gegeven. Berber "bestond niet" officieel in Marokko. Maar intellectuelen in de diaspora hebben de afgelopen decennia op het internet heelder kranten en magazines in het Berber uitgegeven, zodat de taal "levender" is dan ooit tevoren.

    Het gevecht rond taalrechten lijdt sterk onder die mythe van 'met uitsterven bedreigde' talen, omdat die mythe simpel te weerleggen is. De echte strijd gaat over het behoud van dergelijke talen als talen waarin kennis en macht kunnen circuleren en vertolkt worden. Niet over het feit of zo'n talen "mogen" of "moeten" BESTAAN. Noteer ook dat die kwestie niet langer meer een louter nationale kwestie is: door globalisering is er een geheel nieuwe ruimte ontstaan, en een geheel nieuwe taal-economie waarin merkwaardige rolverschuivingen kunnen optreden - zie Patwa en AAVE.

    Ik heb over deze en verwante zaken een boek geschreven, "The Sociolinguistics of Globalization" (Cambridge University Press, 2010). Het zou redelijk leesbaar moeten zijn.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties