about
Toon menu

Universiteit Antwerpen neemt intra-Europese migratie onder de loep

66,7 procent van de mensen met een andere nationaliteit in België komt uit één van de 27 andere EU-lidstaten. Toch is er vanuit de media, de politiek en de academische wereld over het algemeen meer aandacht voor migranten van buiten de EU.
zaterdag 7 december 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Inhaalslag in wetenschappelijke aandacht voor de EU-migrant

Volgens het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies (CeMIS) van de Universiteit Antwerpen is deze grotere aandacht voor derdelanders in belangrijke mate te verklaren door het feit dat men deze groep eerder associeert met integratieproblemen. Dit eenzijdige beeld van de kansarme derdelander en de hoogopgeleide Europese migrant strookt volgens CeMIS echter niet met het werkelijke karakter van de intra-Europese migratie en mobiliteit.

De publicatie Intra-Europese migratie en mobiliteit: Andere tijden, nieuwe wegen? van CeMIS beoogt een inhaalbeweging in te zetten met betrekking tot de wetenschappelijke aandacht voor intra-Europese migratie. Tevens organiseert het centrum op 13 december een congres over dit thema in residentie ’t Elzenveld in Antwerpen.

Merendeel EU-migranten komt uit Midden- en Oost-Europa

De toegenomen Europese integratie van de voorbije decennia heeft geleid tot een forse stijging van het aantal migranten binnen de EU. Zo waren in 2011 niet minder dan 12.8 miljoen migranten – twee derde van de totale migrantenbevolking van de EU – afkomstig uit een andere EU-lidstaat.

Door de verdere uitbreiding van de EU richting het oosten is Vlaanderen de afgelopen jaren geconfronteerd met een sterke instroom vanuit EU-landen in Midden- en Oost-Europa (MOE). Van de migranten die in 2011 Vlaanderen binnenstroomden was 63 procent afkomstig uit een EU-lidstaat. Volgens Christiane Timmerman en Joris Wauters, beiden verbonden aan CeMIS, kwam ongeveer 45 procent hiervan uit Midden- en Oost-Europa.

Hiervan is 85 procent weer afkomstig uit Polen, Roemenië of Bulgarije. Deze drie nationaliteiten namen in 2011 23,8 procent van de globale instroom voor hun rekening.   

Een andere grote groep intra-Europese migranten werd echter gevormd door instromers uit de buurlanden. In 2011 migreerde 35,6 procent (10.879 personen) vanuit een buurland naar het Vlaams Gewest.

Volgens Timmerman is het lastig te voorspellen hoe groot de stroom van migranten uit Bulgarije en Roemenië zal zijn, wanneer per januari 2014 de laatste restricties met betrekking tot het vrije verkeer van werknemers uit deze landen worden opgeheven. “In Groot-Brittannië verwachtte men ook enkele duizenden Polen: dat zijn er inmiddels een half miljoen geworden.”

Wel merkt Timmerman op dat een aanzienlijk deel van de Bulgaren en Roemenen die vanaf volgend jaar in de statistieken zullen opduiken waarschijnlijk al langer in België verblijven, maar de voorgaande jaren ‘onzichtbaar’ waren omdat zij zich nog niet onder een bepaald statuut vielen.  

Roma-migratie verloopt volgens specifieke ketens

Een migratietrend die de laatste tijd veel negatieve media-aandacht oproept is de intocht van de Roma in West-Europa. “Verschillende armoedeorganisaties , onderwijsinstellingen en OCMW’s luiden de noodkreet over deze instroom”, stelt Wauters.

“Dit komt mede doordat steden als Brussel, Antwerpen en Gent geconfronteerd worden met een grote toestroom van Roma in een relatief korte periode.” Aan de andere kant stelt Wouters dat deze noodkreten soms geplaatst worden in een negatief politiek discours over intra-Europese migratie dat een bepaalde politieke agenda moet dienen.

Wauters benadrukt dat de problemen waarmee de Roma-migranten af te rekenen hebben van reële aard zijn. “De meeste Roma vertonen achterstandskenmerken met betrekking tot huisvesting, toegang tot gezondheidszorg, deelname aan de arbeidsmarkt en het onderwijs.”

“Deze situatie wordt  door wetenschappers op verschillende manieren verklaard. Zo zouden de over het algemeen precaire levenssituaties ervoor zorgen dat minderjarige Roma-migranten moeilijker deelnemen aan het onderwijs.”

“Tegelijkertijd speelt echter ook een soort geïnternaliseerde argwaan voor wat niet-Roma is. Dit wordt meestal geduid als een gevolg van het racisme en de uitsluiting waarmee Roma voornamelijk in de herkomstlanden af te rekenen krijgen. Soms is er ook sprake van een zeker mate van incompatibiliteit tussen de dominante opvattingen over pedagogie en didactiek en die bij sommige Romafamilies.”

Opmerkelijk is dat de migratie vanuit Oost-Europa via specifieke ketens verloopt. Zo vestigt 54 procent van de Slovaakse migranten in Vlaanderen zich in Gent. Men schat in dat ongeveer 90 procent van deze groep uit Roma bestaat.

“De Slovaken die zich in Gent vestigen komen hoofdzakelijk uit Košice. Aan de rand van deze stad ligt een groot Romagetto, Lunik IX. Niet geheel toevallig bestaat er een directe busverbinding tussen Gent en Košice”, stelt Wauters.   

De Roma-migratie verschilt van de economische migratie vanuit Oost-Europa omdat hierbij tevens humanitaire motieven een belangrijke rol spelen. Wauters’ eigen onderzoek onder Slovaakse migranten in Gent en Kosovaarse migranten in Sint-Niklaas toont bovendien aan dat deze migranten over het algemeen van plan zijn om in Vlaanderen te blijven. “Maar bij sommige groepen Roemeense Roma ligt dit anders”, stelt Wauters.

Dat economische migranten op grond van veranderende economische situaties in het land van bestemming en land van oorsprong later alsnog kunnen beslissen terug te keren, wordt volgens Wauters en Timmerman duidelijk wanneer men naar de recente Turkse remigratiegolf kijkt. 

Veel migranten uit Zuid-Europa oorspronkelijk derdelanders

Het was te voorspellen dat de uitbreiding van de Europese Unie naar 28 lidstaten veranderende migratiepatronen met zich mee zou brengen. Wat men tien jaar geleden echter minder makkelijk had kunnen voorzien is dat de recessie in Europa eveneens voor nieuwe migratiedynamieken zou zorgen.

Een deel van de migratie uit Zuid-Europa wordt echter bewust aangetrokken. Zo worden er Italiaanse, Portugese en Griekse werknemers geworven om aan de slag te gaan in de gezondheidssector en poogt de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding sinds kort Griekse ingenieurs te rekruteren voor vacatures in de IT-sector.

Over de migratiestromen uit Zuid-Europa merken Timmerman en Wauters op dat een groot deel van deze migranten oorspronkelijk derdelanders zijn. Zo hebben veel Spaanse migranten Zuid-Amerikaanse of Marokkaanse wortels.

Wat doet intra-Europese migratie met onze lonen?

In de landen van bestemming van intra-Europese migratie leeft de vrees dat de lonen gedrukt zullen worden door de komst van migranten uit armere lidstaten. In een van de bijdragen die op het CeMIS-congres aan bod zal komen wordt echter geconcludeerd dat migratie een significant maar klein positief effect heeft op de gemiddelde lonen in het bestemmingsland. De economische impact van migratie is echter sterk afhankelijk van landspecifieke kenmerken zoals de hoogte van de sociale uitkeringen, de werkloosheidsgraad alsmede het scholingsniveau van de migranten in kwestie.

“Voor landen is het bijna altijd gunstig als er veel volk komt”, stelt Timmerman. “Alleen verschilt de mate van concurrentie met migranten per socio-economische bevolkingslaag. Het is absoluut geen zekerheid dat migratie voor al deze groepen een meerwaarde heeft.”

Timmerman voorziet dat nationale grenzen door de toegenomen Europese integratie sterk aan belang zullen inboeten doordat arbeidsvoorwaarden kunnen worden afgestemd op het land waar iemand als werknemer geregistreerd staat. Ook verwacht zij dat jurisprudentie in de toekomst steeds meer in het voordeel zal zijn van Europese in plaats van nationale regels.

De eventuele negatieve invloed van Oost-Europese migranten op de loonontwikkeling krijgt echter meer media-aandacht dan multinationals die handig gebruik maken van Europese regels. Zo noemt Timmerman het voorbeeld van de luchtvaartmaatschappij Ryanair, die tussen 2007 en 2010 personeel dat gestationeerd was in Marseille aannam onder Ierse arbeidsvoorwaarden.

Hierdoor kon Ryanair 30 procent op sociale premies besparen. In oktober 2013 besloot een Franse rechter hierop ruim 9 miljoen euro aan boetes en schadeloosstellingen in rekening te brengen bij de luchtvaartmaatschappij.

Op 13 december vindt het het congres 'Intra-Europese migratie of mobiliteit. Andere tijden, nieuwe wegen?', plaats in Antwerpen. Info: digitale registratieformulier.