about
Toon menu

11.11.11: "Promotie biobrandstof verergert voedselprobleem"

De promotie van biobrandstof door de Belgische overheid kost de belastingbetaler jaarlijks 220 miljoen euro en verergert het voedselprobleem, stelt 11.11.11. De koepel van de Noord-Zuidbeweging wil dat het positieve imago van biobrandstof doorprikt wordt.
donderdag 7 november 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

2 op de 3 Vlamingen vindt biobrandstof goede zaak

Uit een publieksonderzoek dat 11.11.11 tijdens de start van de campagne Ik kook van woede liet uitvoeren, blijkt dat 2 op de 3 Vlamingen denkt dat biobrandstoffen een goede zaak zijn. Men vermoedt bij 11.11.11 dat deze positieve beeldvorming voor een belangrijk deel voortkomt uit het predicaat ‘bio’. 

De Noord-Zuidkoepel wil mensen bewuster maken van de relatie tussen de biobrandstoffenproductie en de hongerproblematiek.

De Europese doelstelling die bepaalt dat tegen 2020 10 procent van de brandstoffen voor transport in Europa uit hernieuwbare energie moet bestaan, heeft geleid tot een groter verbruik van biobrandstoffen. Europa is voor de grondstoffen van biobrandstoffen grotendeels afhankelijk van import, die vooral afkomstig is uit ontwikkelingslanden.

Indien België zelf de grondstoffen zou produceren voor het huidige verbruik van biobrandstoffen, dan zou men hiervoor 32 procent van de gecultiveerde landbouwgrond moeten gebruiken. Om in deze grote behoefte aan biobrandstoffen te voorzien, worden er daarom op grote schaal landbouwgronden in andere continenten overgenomen.

Zo werd er tussen 2009 en 2013 6 miljoen hectare Afrikaanse landbouwgrond opgekocht door Europese investeerders.

Wisselwerking energiemarkt en voedselmarkt

De verdringing van de voedselproductie door de brandstofindustrie leidt tot een stijging van de voedselprijzen. Maar ook het gebruik van Europese koolzaadolie versterkt de hongerproblematiek, stelt 11.11.11.   

“Er is sprake van een wisselwerking tussen de energiemarkt en de voedselmarkt. Dit principe gaat ook op in Europa. Wanneer men meer dan de helft van de Europese koolzaadolie inzet voor de brandstoffenmarkt, dan moet met voor de voedselproductie andere olies gaan gebruiken.”

“Hierdoor komt er bijvoorbeeld veel meer palmolie in onze voedingsproducten terecht, die wij niet produceren, maar uit het Zuiden komt”, stelt Hendrik Van Poele van 11.11.11.    

Belgische politiek heeft dubbele boodschap inzake biobrandstoffen

Inmiddels heeft het Europees Parlement in september 2013 bepaald dat maximaal 6 procent van de brandstoffen voor transport mag voortkomen uit voedselgewassen. België heeft deze stap op Europees niveau verdedigd.

Maar op nationaal niveau lijkt België het gebruik van biobrandstoffen eerder aan te moedigen. Zo ging het Belgische parlement dit jaar akkoord met een wetsvoorstel waarmee de minimumnormen voor bijmenging van diesel en benzine met biobrandstoffen werden verhoogd.

9 procent van alle diesel en 6 procent van alle benzine die in België verkocht wordt, moet volgens deze wet uit biobrandstoffen bestaan.

“Deze percentages zouden op zich niet zo erg zijn als men hiervoor biobrandstoffen van de derde generatie zou gebruiken, waarbij men niet concurreert met de voedselmarkt. Maar we zien nu dat het promoten van biobrandstoffen wel degelijk een negatief effect heeft op de voedselmarkt”, stelt Van Poele. 

Bovendien kan de biobrandstoffensector in België rekenen op aantrekkelijke fiscale voordelen. Tot september 2013 kende de Belgische overheid 7 biobrandstofproducenten jaarlijks 220 miljoen euro aan belastingkorting toe.

De financiële steun van de Belgische overheid aan de biobrandstoffenindustrie leidde in oktober tot kritiek vanuit de Europese Commissie.

De Commissie keurde een verzoek tot verlening van het Belgische systeem ter promotie van biobrandstoffen tot 2019 af. De accijnsverlaging voor de biobrandstofproducenten kan echter nog tot september 2014 blijven bestaan, met dank aan een overgangsregeling die bij de Commissie werd afgedwongen door lobbywerk van de sector. 

reacties

2 reacties

  • door Bert De Somviele op vrijdag 8 november 2013

    Interessant artikel over de biobrandstoffen.

    Toch wel de bedenking dat de relatie tussen oppervlakte voor biobrandstoffen en voedselproductie absoluut geen 1 op 1-relatie is; het is niet zo dat de druk om biobrandstoffen te produceren nu tot zo grote afname van voedselproductie-oppervlakte leidt. Eerder dan dat hebben beide fenomenen bv. een erg negatieve impact op de resterende oppervlakte bos. Je kan dan ook de vraag stellen of het wel de biobrandstoffen zijn die onze wereldwijde voedselzekerheid in het gedrang brengen. Ik stel bv. vast dat er binnen de landbouwsector zelf sprake is van "interne verdringing" van de ene teelt door de andere: als ik bekijk wat de grootschalige productie van vlees zo allemaal teweeg brengt. Dat gaat van massieve ontbossing in de tropen en verdringing van kleinschalige landbouw door cash crops, om die eiwithoudende voedergewassen te kweken voor ons vee, tot maïs die men hier in Vlaanderen op de velden laat rotten, omdat die akkers eigenlijk alleen nog nut hebben als mestuitrij-oppervlakte. En dan heb ik het nog niet over de steeds groeiende speculatie op voedselproducten. Ik stel me toch de vraag of onze wereldwijde voedselzekerheid niet meer door dit soort fenomenen bedreigd wordt dan door de biobrandstoffen.

    Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat een dringende reflectie over en een bijsturing van het biobrandstoffenbeleid niet heel dringend aan de orde zou zijn.

  • door stefreel op vrijdag 8 november 2013

    1. Het is onmiskenbaar dat ons verbruik van dierlijke proteïnen en vetten een veel grotere impact heeft op de oppervlakte die in ontwikkelingslanden beschikbaar is voor lokale voedingsgewassen. Of dacht U dat wij alle manioc en andere soja die wij onze beesten opdissen zelf kweken? 2. Het is evenwel allemaal nog complexer. Exportgewassen hebben nl. als onmiddelijk effect de injectie van cash in lokale economie. Zelfs als die injecties niet geweldig hoog zijn leiden zij toch naar een grotere lokale vraag naar voedselproducten (niet in het minst van de werknemers op de plantages), wat dan weer andere producenten aanzet meer te produceren. Dat meer produceren gebeurt normaliter niet door areaaluitbreiding maar door intensievere teelt. En dat is precies wat we willen, als we, m.n. Afrika ooit willen omturnen van een agrarische doodlopende straat naar een welvarende, en dus in hoge mate stedelijke, economie. 3. Maar de onmiddelijke effecten van bio-brandstoffen (en andere cash-crops trouwens) kan inderdaad zijn een relatieve voedselschaarste en/of prijsstijging voor lokale voedselgewassen. Zo kunnen beiden ook leiden tot areaal-uitbreiding ten koste van woud en andere natuurgebieden. 4. Hoe één en ander te vermijden wordt veel te weinig in overweging genomen bij het lokaal toekennen van vergunningen en bij het ontwerpen van programma's voor, onder andere, bio-brandstoffen in Europa. 5. Er zijn daarnaast zelfs vragen te stellen of het bij het vervangen van fossiele brandstoffen door zg. hernieuwbare allemaal goud is dat blinkt....

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties