about
Toon menu

Emile Roemer: "Participatiesamenleving mooi jasje om sociale voorzieningen af te breken"

Emile Roemer is sinds 2006 namens de SP (Socialistische Partij) lid van de Nederlandse Tweede Kamer en werd in 2010 fractievoorzitter van de SP. Hij gaf deze speech tijdens de Dag van het Socialisme op zaterdag 2 november 2013 in deSingel in Antwerpen.
maandag 4 november 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Dames en heren,

Hartelijk dank voor de uitnodiging om hier te komen spreken. Ik vind het een eer om te spreken op de ‘dag van het socialisme’. Laat ik maar direct met de deur in huis vallen. Het is harder nodig dan ooit. Er is voor ons veel te doen.

Want de afgelopen dertig jaar hebben we een enorme revival gezien van het neoliberalisme. Sociale voorzieningen werden, en worden nog steeds, stelselmatig afgebroken. De gehele publieke sector wordt beetje bij beetje overgeleverd aan de markt. Het verschil tussen rijk en arm groeit.

De democratie wordt steeds verder uitgehold en de sociaaldemocratie is bij deze kwesties allang geen bondgenoot meer. Wie van u de ontwikkelingen in politiek Den Haag de afgelopen jaren heeft gevolgd, snapt vast wat ik bedoel.

De wonderbaarlijke terugkeer van het liberalisme kreeg gestalte in de periode Reagan en Thatcher. De roep om meer markt en minder overheid werd steeds luider en ook Nederland riep braaf mee.

In Nederland hebben we nu een kabinet van liberalen en sociaaldemocraten. Wederom een paars kabinet zoals we die in de jaren ’90 ook hadden. In de regeringsverklaring van dat Paarse kabinet van ’94 lezen wij het volgende:

“De leidende gedachte van dit program is het herijken van de verhoudingen tussen gemeenschappelijke regelingen en eigen verantwoordelijkheid.

Dat gebeurt niet alleen vanuit de (economische) overweging dat meer concurrentie en meer prikkels tot betere prestaties en grotere doelmatigheid kunnen leiden. Deze herijking sluit ook aan bij de grotere zelfstandigheid van mensen in gewijzigde culturele en maatschappelijke verhoudingen. Zo kan een nieuw evenwicht groeien tussen de behoefte aan bescherming en de noodzaak van dynamiek.”

Wat daar in feite staat is dat het harde kapitalisme van de vrije markt meer kans moet krijgen, ten koste van voorzieningen die in de loop der jaren zijn aangebracht.

Dat is nu net de kern van het neoliberalisme: het wenst het kapitalistische systeem zoveel mogelijk te ontdoen van sociaaldemocratische invloeden. De overheid moet zich terugtrekken op zijn kerntaken en zich alleen nog garant stellen voor de meest basale levensbehoeften.

Deze ontwikkeling zag je in heel Europa. En overal zijn het de sociaaldemocraten die daar aan mee werken. Ook nu weer. Zowel in Europa, via de Europese commissie als in Nederland met een nieuw Paars kabinet. Opnieuw gebruiken ze daar mooie woorden voor. Verhullend taalgebruik voor neoliberaal beleid. Het harde bezuinigingsbeleid van Rutte II moet immers wel verkocht worden.

Gelukkig hebben de heren Samsom en Rutte daar iets slims op verzonnen. Ze haalden een oud begrip van stal: de participatiesamenleving. Wie echter een tijdje nadenkt over deze term komt erachter dat het eigenlijk nergens op slaat.

Par-ti-ci-pa-tie-sa-men-le-ving. Mij lijkt dit eerlijk gezegd nogal dubbelop. Samenleven doe je immers door samen dingen te doen, participeren dus. Een participatiesamenleving wordt dan net zoiets als een meepraatoverleg: het klinkt leuk, maar ergens krijg je het gevoel dat je een oor aangenaaid wordt.

Precies parallel aan wie er in het kabinet zat, is het begrip participatiesamenleving al door verschillende partijen gebruikt en – inderdaad – vooral misbruikt. Liberalen, conservatieven, christendemocraten en nu dus ook de sociaaldemocraten. Steeds wordt de participatiesamenleving genoemd en steevast blijkt het een mooi jasje om sociale voorzieningen af te breken en de inkomensverschillen te vergroten.

Maar echte participatie is wat anders dan zeggen 'zoekt u het zelf maar uit'. Echt participeren krijg je niet door mensen voorzieningen af te pakken maar juist door gewone mensen meer kansen te geven.  

Mijn alternatief gaat over democratie, over zeggenschap in je buurt, op je werk en over de wijze waarop we onze samenleving inrichten. Over zorg in de buurt waar vrijwilligerswerk niet gedwongen wordt opgelegd maar waar de omstandigheden gecreëerd worden waarin mensen met plezier een steentje bijdragen.

Mijn alternatief gaat over een duurzame toekomst waarin de zeggenschap over onze energie niet verkocht is aan buitenlandse energiereuzen maar waar we samen werken aan meer groene stroom. Het gaat over vakonderwijs, jongeren een vak leren en dat waarderen.

Samenwerking in plaats van marktwerking in de zorg en over sociale voorzieningen om mensen gelijke kansen te geven. In mijn socialistische alternatief is de overheid geen probleem maar een middel om maatschappelijke misstanden aan te pakken.

Goede zorg is geen kostenpost maar een middel om ons gezond, productief en fit te houden. Onderwijs is geen sluitstuk van de begroting maar juist dé investering om in de toekomst economische en maatschappelijke vooruitgang te boeken.

Socialisten gaan voor een samenleving die niet over concurrentie tussen mensen maar over samenwerking tussen mensen gaat. Een overheid die sociale voorzieningen afbreekt helpt mensen niet verder, maar laat ze in de steek.

We kennen allemaal de voorbeelden van langdurig werklozen die zonder de juiste begeleiding simpelweg niet meer aan de bak komen. In Nederland kennen we nu nog de sociale werkplaatsen, waar mensen naar vermogen werken en een redelijk inkomen verdienen. In de ‘participatiesamenleving’ van ons huidige kabinet is daar straks geen ruimte meer voor.

Een groot deel van de mensen met een arbeidsbeperking komt straks gewoon thuis te zitten. In de bijstand. Om te participeren … Het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid leidt er toe dat we in een samenleving van ‘eigen schuld’ en ‘dikke bult’ terecht zijn gekomen.

Wie niet succesvol is, is een loser. Wie niet rijker wordt moet beter zijn best doen en wie ziek wordt die zal wel ongezond geleefd hebben. Eigen schuld. Dikke bult.

In een land waar succes en falen individuele keuzes zijn geworden, verdwijnt de behoefte naar het zoeken naar maatschappelijke oplossingen. In de zorg worden gezonde mensen beloond met lagere premies en zieken bestraft met een hoog eigen risico.

Criminaliteit is geen maatschappelijk probleem maar, dat vraagt om maatschappelijk oplossingen, maar gaat alleen nog over harder straffen en meer politie. De studiefinanciering kan worden afgeschaft omdat een hoog opgeleide bevolking geen maatschappelijk doel is, maar omdat je alleen voor jezelf leert en dat het daarom geoorloofd is om je voor zo’n studie in de schulden te steken.

Ik kan nog even doorgaan. Het toegang tot het recht verdwijnt voor veel mensen. Mensen met een slecht salaris hebben straks minder toegang tot de rechter: eigen schuld, dikke bult: moet je maar zorgen dat je zelf de kennis in huis hebt. Jonggehandicapten worden binnenkort herkeurd en zullen vaker geschikt worden verklaard om in het reguliere bedrijfsleven aan het werk te gaan.

Participeren noemen we dat dan, ook al weten Rutte en Samsom heel goed dat deze mensen geen schijn van kans hebben op een arbeidsmarkt waar voor mensen zónder beperking al geen plek is. Roepen dat de verzorgingsstaat achterhaald is, is populistisch. Sociale regelingen zijn belangrijk om de samenleving bij elkaar te houden.

Een gevoel van lotsverbondenheid ontstaat niet vanzelf als de overheid zich maar terugtrekt en gemeenschappelijke voorzieningen worden afgeschaft. De participatiesamenleving zoals die ons wordt voorgesteld is een fopspeen. Sterker nog, we zijn in Nederland, maar ook in de rest van Europa een nieuwe onderklasse aan het creëren.

Mensen die worden uitgebuit, armoede onder werkenden, hevige concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Of zoals Marcel van Dam in een boek in Nederland omschrijft. Er is een nieuwe klasse gecreëerd: die van de onrendabelen.

Solidariteit moet je organiseren. In Nederland groeien 377.000 kinderen op in armoede. Als je er - in een rijk land als Nederland – niet in slaagt om aan die armoede een einde te maken, dan deugt het systeem niet.

Het is aan ons socialisten om voor deze politiek het alternatief te presenteren. Een alternatief waarin we verder kijken dan succes en winstmaximalisatie. Goede publieke voorzieningen en goede sociale zekerheid zijn de voorwaarden om te zorgen dat niemand buiten te boot valt. Dat voorzieningen toegankelijk blijven voor mensen en een bindmiddel zijn in onze samenleving.

We zullen harder afstand moeten nemen van het doorgeslagen marktdenken dat onze samenleving verziekt. We moeten onze economie democratischer maken, betrokkenheid en invloed van mensen juist vergroten. We moeten onze economie verduurzamen zodat onze kinderen zich minder zorgen hoeven maken.

Politici kunnen en mogen niet voorbij gaan aan hun eigen verantwoordelijkheid om onze samenleving menselijk en sociaal te houden. Wegkijken als een ziekenhuis failliet gaat hoort daar dus niet bij. Toekijken hoe sociale werkplaatsen worden opgedoekt is dan uit den boze. Doen alsof de thuiszorg een bedrijfskwestie is, voldoet dan niet meer.

Socialistische politiek is actieve politiek. Van thuiszorg tot energie en van werkgelegenheid tot volkshuisvesting. Ons alternatief is krachtiger dan de visieloze samenleving van PvdA en VVD. Ons alternatief gaat niet over keuzevrijheid, maar over zeggenschap. Dat vraagt om politici die mensen niet aanspreken als consument, die kiest met zijn portemonnee, maar als burger, die verantwoordelijkheid neemt voor de samenleving als geheel.

We staan op een kruispunt in de politiek. Rechtdoor is de weg die we nu dertig jaar bewandeld hebben. Een weg van meer marktwerking en meer mensen die buiten de boot vallen. Het is de weg van private rijkdom en publieke armoede. Laten we duidelijk zijn: dat is een doodlopende weg.

Beter slaan we links af. Dat is een ideologische keuze. Voor een samenleving waarin we geloven in elkaar en niet in de markt. Waar participeren geen schaamlap voor kille bezuinigingspolitiek is maar waar de politiek de verantwoordelijkheid voor het welzijn van álle mensen oppakt.

Afgelopen zomer sprak in Brazilië met oud-president Lula. We hebben gesproken over de bestrijding van armoede. Over het geven van een stem aan mensen die jarenlang niet gehoord werden. Het was bijzonder inspirerend om te praten met een man wiens politiek miljoen mensen een betere toekomst heeft gegeven.

Lulu drukte mij één ding op het hard. Zorg toch dat links in Europa beter gaat samenwerken! Bundel je krachten en wordt het alternatief voor al die mensen die na dertig jaar neoliberale politiek smachten naar een nieuw verhaal. Die wijsheid neem ik ter harte. Thuis in Nederland, en hier in Antwerpen. Het is aan ons allemaal om er voor die mensen te zijn!

Graag sluit ik daarom af met een passend gedicht dat de schrijver Karel Glastra van Loon, die ons veel te vroeg is ontvallen, voor ons heeft geschreven:

Een dier is meer dan een lap vlees

Een mens is meer dan consument

Een land is meer van een BV

Wat je doet is wat je bent

-

De school is toch geen markt

En de zorg toch geen product

En wie rijkdom niet kan delen

Is als mens totaal mislukt

-

Het rijke westen is geen eiland

En Europa is geen fort

En wie bang is voor wat vreemd is

Doet vooral zichzelf te kort

-

Blijf niet mokkend aan de kant staan

Stel een daad en toon je moed

Laat je woede hand in hand gaan

Met het goede dat je doet.

Ik wens u allen een vruchtbare dag toe en een mooie menselijke en sociale toekomst. Dank u wel.