about
Toon menu
Opinie

2 november 1917: officiële opening zionistische kolonisatie Palestina

Op 2 november 1917 beloofde de toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken, Lord Balfour in een naar hem genoemde Declaration dat de Britten de kolonisatie van Arabisch Palestina door Europese joden zouden steunen. Meestal ziet men in deze Verklaring het begin van de Palestijnse kwestie. Een terugblik van Lucas Catherine.
maandag 4 november 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Die zogenaamde 'Balfour Declaration'[1] is een vreemd document om verschillende redenen:

  1. Groot-Brittannië zou pas officieel in 1922 van de Volkenbond[2] zijn Mandaat[3] over Palestina verwerven.
  2. De verklaring is gericht tot Lord Walter Rothschild, die een niet-zionistisch verleden had, maar hij moest het doorzeggen ‘ bring to the knowledge of the Zionist Federation”. De voorzitter daarvan was de Britse jood Chaim Weizmann. Die was dus de ware bestemmeling voor deze Verklaring.
  3. Naar de Palestijnse bevolking wordt in deze Verklaring slechts met een bedenkelijke term verwezen: the existing non-jewish communities in Palestine.

Hier is enige verduidelijking bij nodig. Daarom dit stukje ‘begrijpend lezen’.

Palestina was in 1917 een Arabisch land, met een heel kleine minderheid van overwegend om religieuze redenen geïmmigreerde Europese joden. Palestina telde net voor de Eerste Wereldoorlog 754.275 inwoners waarvan 7% joods was[4]. Het land was tot de Britse verovering tijdens de Eerste Wereldoorlog onderdeel van het Ottomaanse Rijk en de politieke context van de Verklaring is dan ook die ‘Groote Oorlog’[5] en het antisemitisme in Europa.

De Groote Oorlog

De opdeling van het Ottomaanse Rijk tussen de bondgenoten Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland was al tijdens de oorlog onderhandeld. De Fransen zouden het huidige Syrië en Libanon krijgen, de Britten het huidige Irak, Jordanië en de Naqab-woestijn (Negev) in Palestina. Istanbul, de Bosporus, de Dardanellen en Armenië zouden naar Rusland[6] gaan, dat daarnaast een invloedsfeer kreeg in een neutraal Palestina, waar de meeste christenen orthodox waren.

Na de Oktoberrevolutie van 1917 lieten de nieuwe communistische machthebbers echter weten dat ze niet geïnteresseerd waren in zo’n imperialistisch complot en besloten de twee overgebleven geallieerden, Frankrijk en Groot-Brittannië, om Palestina Brits te maken.

De Brit die daarbij een grote rol heeft gespeeld was deze Lord Balfour, toen minister van buitenlandse zaken. In 1905  was hij nog eerste minister en had toen de Aliens Act laten goedkeuren. Die was vooral gericht tegen de toevloed van Oost-Europese joden in Engeland, als gevolg van nieuwe pogroms in hun Oost-Europese thuislanden.

Lord Balfour, openlijk antisemiet en vijand van het Joodse volk

Die Aliens Act wou al die vluchtelingen buiten Groot-Brittannië houden. Balfour verklaarde in het Britse Lagerhuis onder meer: ‘Er is het land een immens ongeluk overkomen door deze immigratiegolf die vooral uit joden bestaat.’ En: ‘Zij blijven een volk dat zich apart houdt. Ze belijden niet alleen een andere religie dan de overgrote meerderheid van onze landgenoten, maar huwen ook alleen maar onder elkaar.’[7] Daarop riep het zevende Zionistisch Congres hem uit tot ‘openlijk antisemiet en vijand van heel het joodse volk’.

Deze Lord Balfour werd in 1917 minister van Buitenlandse Zaken en zou de zionisten Britse hulp aanbieden bij hun kolonisatie van Palestina. Er was al lang sprake van een Britse officiële steunverklaring voor de zionisten. Het gepaste moment deed zich voor nadat Rusland was uitgeschakeld door de Revolutie van 25 oktober 1917 en aan zijn invloed over Palestina verzaakte.

Daarop vaardigde Balfour op 2 november zijn beruchte Balfour Declaration uit waarin hij belooft dat de Britten de kolonisatie van het land door Oost-Europese joden steunden. Daarbij speelden nog andere belangen dan het ‘wegwerken van ongenode joden uit Oost-Europa’.

Engeland zag in de zionisten ‘een zelfgeorganiseerde groep Europese kolonisten die daar onder Britse bescherming het land konden bezetten’, zoals Balfours voorganger Lord Chamberlain het formuleerde, en die de strategische route naar India en de olietoevoer uit Noord-Irak via het Suez-kanaal mee konden bewaken.

Wie waren deze zionisten?

Deze politieke beweging onder vooral Oost-Europese joden was toen nog een marginale beweging. De meeste joden waren religieus en tegen het zionisme. Een eventuele terugkeer naar Palestina moest immers door de Messias gebeuren, niet door politici die konkelfoesden aan Europese koninklijke hoven.

In Groot-Brittannië was hun leider Chaim Weizmann, een Russische jood die naar Groot-Brittannië was geëmigreerd en daar biochemie doceerde aan de universiteit van Manchester. Hij was de grote lobbyist achter de Balfour Declaration en gebruikte daarbij de invloed van de familie Rotschild. Vandaar de aanhef in de brief “Dear Lord Rothschild”.

Wie waren de Rothschilds?

De Rothschilds waren grootfinanciers die in heel Europa opereerden, zowel in Frankrijk en Groot-Brittannië als bij ons. Zo hadden zij bij de stichting van België Leopold I de nodige financiële ruggengraat bezorgd en hun vertegenwoordiger in België, baron Lambert die tevens getrouwd was met barones Zoé de Rothschild, had Leopold II zijn Kongodroom mee helpen financieren.  

Oorspronkelijk waren de Rothschilds geen zionisten[8]. Ze koloniseerden wel in Palestina, maar dat deden ze ook in Algerije. Ze zaten er in de wijnbouw. In Frankrijk kochten zij prestigieuze domeinen op als Mouton of Lafitte, maar de massaproductie van goedkope tafelwijn gebeurde dus in Algerije. Palestina speelde voor hen een gelijkaardige rol.

In 1890 engageerden zij in hun Palestijnse kolonies een maître de chai uit Bordeaux en in 1897 stichten zij de Kommandit Gesellschaft Karmel met hoofdzetel in Warschau en bijhuizen in onder meer Wenen en New York. Voor hun Palestijnse wijn mikten zij op Joodse klanten. Hun wijn was immers kosher. Net voor de Eerste Wereldoorlog bezaten zij 24 kolonies in Palestina. Zij engageerden in hun kolonies hoofdzakelijk goedkope Palestijnse arbeiders, tot grote tegenzin van de kleine groep zionisten die dan al in Palestina woonde.

De belangrijkste kolonie, gesticht op grond van het Palestijnse dorp Tantura is Zichron Ya’acob, Hebreeuws voor Gedachtenis aan Jakob. Het gaat hier niet om de Bijbelse Jakob, maar om Jacob (James) Rothschild, de vader van Edmund Rotschild, de man die de kolonisatie in Palestina dirigeerde. James was een Frans nationalist die het klaarspeelde om tegelijkertijd Brits parlementair voor de Liberal Party te zijn.

Het is echter een ander familielid, baron Walter de Rothschild, aan wie de Balfour Declaration is gericht. Dit alles is nogal confuus, maar had weinig belang, omdat iedereen wist dat de Verklaring eigenlijk gericht was aan zionistenleider Chaim Weizmann. Die had zo zijn eigen ideeën over samenleven met Palestijnen: ”…dit is een gevecht tussen een Jood en een geit. Als je geiten wil laten grazen op plaatsen waar je bloeiende plantages van appelsienen kan hebben, dan is er geen plaats in Palestina … ”[9].

De Balfour Declaration diende dus om de nodige ‘ruimte’ voor het zionisme te creëren, met de gekende gevolgen voor de Palestijnse bevolking.

Voetnoten

  • [1]Je vindt een pdf kopie van de brief van Balfour in bijlage onderaan dit artikel.
  • [2]De Volkenbond is de voorloper van de Verenigde Naties, opgericht in 1920 met de bedoeling een organisatie te hebben waar alle landen samen ‘alle oorlogen’ trachtten te beëindigen. Slechts 58 landen werden lid. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Volkenbond opgeheven, kort na de oprichting van de Verenigde Naties.
  • [3]Eén van de weinige concrete verwezenlijkingen van de Volkenbond was de instelling van Mandaatgebieden. Bepaalde landen kregen het bestuur in handen van de Duitse kolonies en van delen van het Ottomaanse Rijk (waaronder toenmalig Palestina met inbegrip van wat nu Israël is en Jordanië). In de praktijk werden de Mandaatgebieden als verworven gebieden behandeld. Groot-Brittannië kreeg een mandaat over Palestina en Jordanië in 1922 maar had beide Ottomaanse provincies al veroverd op de Ottomanen tijdens de oorlog in 1914.
  • [4]Journal of Palestine Studies, Vol I n° 4 (1974), p.36.
  • [5]De Eerste Wereldoorlog heette oorspronkelijk de ‘Groote Oorlog’, die naam wordt met de oude spelling nog steeds gebruikt als historische term.
  • [6]Rusland was op dat ogenblik nog een keizerrijk. ‘Tsaar’, afgeleid van het Latijnse Caesar, is Russisch voor ‘keizer’.
  • [7]Regina S. Sharif, Non-Jewish Zionism, Londen 1983, p.76.
  • [8]Simon Schama, Two Rothschilds and the land of Israel, Londen, 1978.
  • [9]N.A.Rose, The Gentile Zionists, Londen 1973, p.7
reacties

Eén reactie

  • door Martien Pennings op dinsdag 5 november 2013

    Ik heb het bovenstaande artikel niet gelezen, want ik ben inmiddels zeer goed op de hoogte van de standpunten van de heer Catherine. Mij treft de ijver waarmee Catherine jaar in jaar uit onverdroten blijft wijzen op de ware problematiek van het Midden Oosten en de islam, namelijk Israël. Voor wie aanvullende informatie over Israël zou willen, is hier een artikel van Roelf-Jan Wentholt en van mij: http://bit.ly/130Zkxn

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties