about
Toon menu

"Het huidige voedselsysteem voedt vooral biobrandstoffen en vee"

Op 17 oktober organiseerden De Groenen in het Europees Parlement in het kader van Wereldvoedseldag een conferentie over hoe Europa gevoed kan worden in tijden van crisis. Het huidige voedselsysteem slaagt er niet in de magen van de wereldbevolking te vullen, maar vult wel de zakken van een minderheid. Het is tijd voor een voedselrevolutie.
vrijdag 18 oktober 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Tijdens de conferentie werd het rapport ‘Feeding Europe in times of crisis; moving towards resilient food systems’ gepresenteerd. Het rapport concludeert dat het industriële voedselsysteem, waar we in Europa volledig van afhankelijk zijn, tegen de grenzen van de planeet oploopt. Water, vruchtbare grond, kunstmest en vooral fossiele brandstoffen zijn onvoldoende beschikbaar om dit systeem in stand te houden.

Het huidige industriële voedselsysteem draagt daarnaast bij aan een hele rij problemen: opwarming van de aarde, het verslechteren van ecosystemen, gezondheidsproblemen en enorme voedselverspilling.

Domino-effect vermijden met veerkrachtige alternatieven

Als één van deze problemen te sterk wordt, is er kans op een domino-effect. Pablo Servigne, de landbouwwetenschapper die het rapport opstelde, acht de kans reëel dat het Europese voedselsysteem binnen een paar jaar ineenstort.

Er moet volgens hem gezocht worden naar veerkrachtige alternatieven die al deze problemen aanpakken. Hernieuwbare energie op zich is bijvoorbeeld niet voldoende, daarmee los je de sociale problemen rond toegang tot voedsel of de negatieve impact op ecosystemen niet op.

Industriële landbouw voedt de wereld niet

Mensen en organisaties die alternatieven ontwikkelen, krijgen vaak de vraag: werken alternatieve landbouwmethodes wel en kun je daar genoeg mensen mee voeden? Volgens Servigne is een betere vraag: kan het industriële landbouwsysteem de wereld voeden?

Het antwoord daarop is een duidelijke nee: dit systeem voedt vooral biobrandstoffen en vee. Het zijn de kleine boeren, die zelf vaak een marginaal bestaan leiden, die 72 procent van het voedsel bestemd voor menselijke consumptie produceren.

Nieuwe jobs in gelokaliseerd landbouwsysteem

Het vervoeren van voedsel over heel de wereld is volgens het rapport een energie-intensieve bezigheid die volstrekt onhoudbaar geworden is. Er moet daarom ingezet worden op lokale voedselproductie die draait op hernieuwbare energie.

Steden, die nu bijna volledig afhankelijk zijn van de toevoer van voedsel van buitenaf, zullen aan lokale voedselproductie moeten gaan doen.

De distributielijnen moeten korter worden, er moet minder landbouwgrond worden gebruikt voor biobrandstoffen en we moeten onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen enorm verminderen. Landbouw zal daarmee arbeidsintensiever worden en tot nieuwe jobs leiden. Overheden zouden daarom moeten investeren in het opleiden van mensen voor een baan in de landbouw.

Heropbouwen van ecosystemen

Het is van belang dat ecosystemen, die door industriële landbouw afgebroken werden, heropgebouwd worden. Bijvoorbeeld door het herstellen van hagen, of het opnieuw aanplanten van struiken en bomen die grondwater vasthouden en de bodemkwaliteit verbeteren. Deze bomen en struiken zouden voor dubbel rendement kunnen zorgen als er gekozen wordt voor eetbare variëteiten, zoals appelbomen en bessenstruiken.

Volgens het rapport zullen er de komende jaren twee tegengestelde systemen naast elkaar bestaan: dat van de industriële landbouw en dat van de kleinschalige, biologische landbouw. Dit vereist een collectieve acceptatie van het idee dat het oude systeem zal verdwijnen en bescherming van het nieuwe systeem door instituties.

Stadslandbouwpioniers

Azul Thome, die in Londen het project Food from the Sky opzette, is één van de vertegenwoordigers van die groeiende voedselrevolutie. Op het dak van een supermarkt kweekt ze met buurtgenoten groenten, die weer via de supermarkt verkocht worden. Daarnaast zette ze een zadenbank op, waar mensen zaden van allerlei groenterassen kunnen ruilen.

Thome: “De diversiteit van de gemeenschap die deelneemt én van de zaden die we verzamelen neemt toe. Dat was ook één van de doelen van het project: het beschermen van de diversiteit van zaden, maar ook buurtgenoten met elkaar kennis laten maken. Bovendien wilden we een ruimte creëren waar bijen zich thuis voelen, wat hard nodig is nu bijen zo massaal uitsterven. Ik had ooit een hekel aan de supermarkt, maar nu ga ik elke dag fluitend naar de onze.”

Het Rijke Blanke Mannen Syndroom

Olivier De Schutter, bijzonder rapporteur van de Verenigde Naties op het gebied van Voedselveiligheid, zegt dat het duidelijk is dat de huidige koers niet volgehouden kan worden. De Schutter: “Europa lijdt aan een soort Rijke Blanke Mannen Syndroom: wij zijn degenen die het meeste te verliezen hebben als we de onhoudbaarheid van het voedselsysteem onder ogen zien. Het betekent namelijk dat infrastructuur, techniek en beleid volledig op de schop moeten.”

Ook De Schutter pleit voor lokale oplossingen.“We moeten geen vooroordelen hebben ten opzichte van 'de juiste oplossing', er zijn namelijk vele goede oplossingen. Als het om landbouw gaat, is diversiteit van belang en het heeft weinig nut te zoeken naar een uniforme aanpak. In plaats daarvan moeten we op zoek naar lokale best practices en die stimuleren en verspreiden.”

Voedselrevolutie

Volgens De Schutter kijken politici nauwelijks naar de lange termijn, wat een voedselrevolutie van bovenaf onwaarschijnlijk maakt. In het beste geval zullen overheden lokale projecten bevorderen en van infrastructuur voorzien.

De Groenen laken de invloed van lobbyisten van de machtige industriële voedselindustrie op Europees en nationaal niveau. Volgens De Groenen denken politici nog volgens het oude systeem, maar de mensen op de grond niet. Ze lanceerden daarom het initiatief Join the food revolution, waar burgers hun projecten kunnen voorstellen en een tegengeluid kunnen bieden aan het voedselbeleid van de EU.  

reageer

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.