about
Toon menu

'Do we agree?’: de innige relatie tussen overheden en ‘big data’

Talloze internetgebruikers stemmen regelmatig in met de voorwaarden voor gebruikers van softwareprogramma’s en apps, maar vrijwel niemand leest ze. De documentaire ‘Terms and conditions may apply’ toont ondubbelzinnig aan dat grote internetbedrijven, profiterend van de toegenomen paranoia van overheden, deze voorwaarden gebruiken om een goudmijn aan persoonlijke informatie te vergaren.
maandag 23 september 2013

Een gemiddeld mens zou maar liefst een hele maand per jaar nodig hebben om alle voorwaarden voor gebruikers die hij of zij ondertekent door te lezen, zo stelt documentairemaker Cullen Hoback. Geen wonder dus dat veel internetgebruikers amper op de hoogte zijn van het feit dat grote internetbedrijven steeds soepeler omgaan met de privacy van hun klanten.

De gebeurtenissen op 9/11 : aanleiding tot een kering in het privacybeleid

Volgens de film Terms and Conditions May Apply was het moment van kering in het privacybeleid van de grote internetbedrijven 11 september 2001. De Patriot Act maakte de weg vrij voor surveillance van communicatiemiddelen door de Amerikaanse regering.

Zo benadrukt Hoback dat Google vόόr de aanslagen van 11 september nog de vertrouwelijkheid van het zoekgedrag van haar gebruikers garandeerde. Later zou het bedrijf in haar gebruikersvoorwaarden vermelden dat cookies aan derden kunnen worden doorgespeeld op basis van een legitiem juridisch proces.

Opmerkelijk is dat Google op haar eigen archiefpagina claimt dat de gebruikersovereenkomst van na 11 september 2001 de oorspronkelijke overeenkomst van het bedrijf is. Waarom zou Google hierover liegen?

Volgens Hoback komt deze geheimzinnigheid voort uit het feit dat de Patriot Act geleid heeft tot een geheel nieuw zakenmodel voor internetfirma’s. Zogenaamde ‘gratis’ diensten als Google en Facebook beheren een goudmijn aan persoonlijke informatie.

Met name de toegenomen paranoia van overheden sinds de ‘War on Terror’ blijkt uitermate lucratief voor deze bedrijven. Zowel Facebook als Google ontvangen duizenden verzoeken per jaar van overheidsinstanties. Facebook heeft dan ook 25 medewerkers in dienst die zich uitsluitend bezighouden met surveillance.

Third party doctrine

Wanneer deze bedrijven bekritiseerd worden wegens het feit dat zij gevoelige informatie doorspelen aan derden, beroepen zij zich op de zogenaamde ‘Third party doctrine’. Deze doctrine stelt dat een consument die persoonlijke data deelt met bedrijven het recht op bescherming via het Vierde Amendement van de Amerikaanse grondwet (dat burgers beschermt tegen doorlichting van hun persoonlijke gegevens zonder gegronde reden) opgeeft.

Waar dergelijke redeneringen toe kunnen leiden is onder andere gebleken uit de Spy Files van WikiLeaks, die een heel netwerk aan surveillancebedrijven blootlegden. Maar Hoback toont in zijn film dat deze surveillance-industrie ook ronduit bizarre persoonlijke gevolgen kan hebben voor internetgebruikers.

Zo geeft hij een Ierse toerist het woord die werd aangehouden op het vliegveld van Los Angeles, op grond van een tweet waarin hij grapte Amerika te gaan vernietigen. Ook geeft Hoback het voorbeeld van een zevenjarige jongen die op school werd bezocht door de FBI wegens een social media-bericht over een mogelijke aanslag op Obama.

Pre-crime

Met deze voorbeelden introduceert Hoback het concept ‘pre-crime’. Praten over een mogelijke misdaad - al is het slechts een fout grapje - volstaat hierbij om iemand vast te houden.

Maar wat als politieke protestacties worden geïnterpreteerd als misdaad? Zo laat Hoback organisatoren van ludieke acties (een zombie-flashmob en een straattheater) aan het woord die op de dag van het koninklijk huwelijk in Groot-Brittannië preventief werden opgepakt op grond van digitale communicatie.

Dergelijke voorbeelden tonen aan hoe verleidelijk het voor overheden is om beschikbare informatie over het internetgedrag van burgers in te zetten om mogelijke protestacties te verhinderen. Hiermee illustreert Hoback duidelijk de gevaren van de innige relatie tussen regeringen en bedrijven die ‘big data’ kunnen leveren.

Vertoning aan Amerikaans Congres

Hoback's film is dan ook een pleidooi voor een privacybeleid dat democratische rechten versterkt in plaats van wegneemt. Deze maand zal Terms and Conditions May Apply, op verzoek van 20.000 ondertekenaars van een digitale petitie, vertoond worden aan het Amerikaanse Congres.

Het is nog maar de vraag hoe de politieke elite van de Verenigde Staten zal reageren op de film, die volgens een betoog van Hoback in The Guardian aantoont dat een vertrouwelijke internetervaring alleen mogelijk is wanneer de Patriot Act wordt afgeschaft. Maar het zien van de film zal er ongetwijfeld wel toe leiden dat internetgebruikers wel twee keer nadenken voordat zij op de ‘ik ga akkoord’-knop klikken.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.