about
Toon menu
Analyse

Sodexo betaalt werkbezoek Antwerps schepen Jeugd: louter formaliteit?

Op kosten van de beursgenoteerde multinational Sodexo trok Antwerps schepen voor Jeugd Nabilla Ait Daoud (N-VA) op 9 juni 2013 naar Parijs voor een werkbezoek in verband met kinderopvang. Sodexo toonde eerder al aan geïnteresseerd te zijn om in Antwerpen kinderopvang te organiseren. Naast aan de schijn van partijdigheid, moet vooral ook aandacht besteed worden aan de mogelijke gevolgen van een commercialisering van de kinderopvang in Vlaanderen.
vrijdag 20 september 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Onderzoek Antwerps integriteitsbureau

Op 20 september 2013 verscheen in Het Nieuwsblad een artikel over het onderzoek van het integriteitsbureau van de stad Antwerpen naar de Antwerpse schepen voor Jeugd Nabilla Ait Daoud (N-VA). Op kosten van de beursgenoteerde multinational Sodexo trok Ait Daoud op 9 juni 2013 naar Parijs voor een werkbezoek in verband met kinderopvang.

Het werkbezoek van Ait Daoud kadert binnen de mogelijke plannen van het Antwerpse stadsbestuur om het plaatsgebrek voor kinderopvang op te lossen aan de hand van zogenaamde Design, Build, Finance and Maintain (DBFM)-projecten, een vorm van publiek-private samenwerking (PPS) waarin de genoemde verantwoordelijkheden volledig overgedragen worden aan marktspelers. Omdat Sodexo - een beursgenoteerde multinational met hoofdzetel in Frankrijk - een dergelijk project lopen heeft in Parijs, werd aan Ait Daoud voorgesteld om een werkbezoek aan het project te brengen.

Het werkbezoek werd echter niet vooraf goedgekeurd door het schepencollege, wat volgens de geldende reglementering verplicht is. Na de reis op 9 en 10 juni volgde pas op 21 juni 2013 de uiteindelijke collegebeslissing. Om deze reden kaartte Joris Giebens, Antwerps gemeenteraadslid voor Groen, de zaak aan bij het integriteitsbureau van de stad Antwerpen.

Volgens Giebens legde Ait Daoud met haar werkbezoek de geldende gedragsregels voor schepenen naast zich neer. Temeer omdat de reis werd betaald door Sodexo wekt de zaak de schijn van partijdigheid. Een uitspraak van het integriteitsbureau wordt verwacht op 20 september 2013.

Tot daar de berichtgeving in Het Nieuwsblad. De meer fundamentele kwestie over de inhoud van het werkbezoek en het gevaar van een mogelijke commercialisering van de Antwerpse kinderopvang wordt niet besproken.

“Voor het welzijn van ouder en kroost”

Op 18 september 2013 verscheen in De Morgen een opiniestuk van Philippe De Backer, Europees parlementslid voor Open Vld en toekomstig vader – wonende in Antwerpen. De Backer pleit voor een privatisering van de kinderopvang, met het oog op “het welzijn van ouder en kroost”.

Bij het opsommen van de mogelijke oplossingen, verwijst De Backer naar het Nederlandse systeem van waarborgfondsen voor particuliere kinderopvang. “Het betekende een boost voor particuliere kinderopvangplaatsen en sinds 1998 is het aantal opvangplaatsen verdubbeld”. Volgens De Backer zou een privatisering van de kinderopvang zorgen voor "grotere vrijheid in de organisatie”. Als gevolg daarvan zouden “een betere kwaliteit en meer opvangplaatsen" verzekerd worden.

De Backers verwijzing naar het Nederlandse voorbeeld is echter zeer selectief. De LBC-NVK, de christelijke vakbond voor bedienden en kaderleden uit de privésector in Vlaanderen, wees reeds in 2009 op de nefaste gevolgen van de commercialisering binnen de Nederlandse kinderopvang. Naast de meerkost die aan de privatisering verbonden is – de Nederlandse overheid moest immers miljoenen euro's extra investeren om kinderopvang betaalbaar te houden – gaat de commercialisering vooral ook ten koste van de kwaliteit van de kinderopvang.

"Privatisering kan, commercialisering is gevaarlijk"

Ook Jan Peeters, algemeen directeur van de vzw Vernieuwingen in de Basisvoorzieningen voor Jonge Kinderen (VBJK), wijst er in een gesprek met DeWereldMorgen.be op dat het Nederlandse voorbeeld aangeeft dat de marktwerking in de kinderopvang niet werkt.

Peeters: “Enkel wanneer de overheid de zelfstandige opvangsector voldoende subsidieert, richten de grote spelers zich op de markt omdat de sector dan pas commercieel rendabel wordt. Dit hebben we tot nu toe vooral in Angelsaksische landen gezien, maar ook in continentaal Europa deed het verschijnsel zijn intrede in onder meer Nederland en recent ook Frankrijk.”

“Hieraan is een uitgesproken ethisch aspect verbonden. De commerciële spelers trekken namelijk met publiek geld op de beurs, waardoor de belastingbetalers de winsten van die beursgenoteerde spelers in de zorgsector subsidiëren.”.

Dit neemt niet weg dat volgens Peeters ook de private kinderopvang naar waarde geschat moet worden. De overheid dient daarbij wel duidelijke voorwaarden te stellen, zoals fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, kwalificatie- en kwaliteitseisen en vooral de voorwaarde van een non-profitstatuut. Volgens dit statuut mogen de kinderopvangorganisaties winst maken, maar moeten die winsten herinvesteerd worden in hun organisatie. Peeters wijst er op dat dit het grote verschil is tussen een democratische en een commerciële private kinderopvang.

Uitbouw zelfstandige non-profit kinderopvang

In een bijdrage in Spronkels, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor Particuliere Kinderopvang (VVPK), meldt Peeters dat de zelfstandige kinderopvang vandaag de grootste speler is in het Vlaamse kinderopvanglandschap. Nochtans was het aantal particuliere opvanginstellingen in de jaren tachtig nog sterk gedaald ten voordele van het aantal onthaalouders, aangesloten bij een dienst. In de jaren 1990 stagneerde het aantal onthaalouders echter, zodat de zelfstandige opvang de sterkste groeier werd in het kinderopvanglandschap. In 2009 werd de zelfstandige sector zelfs dubbel zo groot als de opvang binnen de erkende gesubsideerde kinderdagverblijven.

Wat Peeters betreft is de pers vaak ongenuanceerd in zijn berichtgeving over de problematiek van de wachtlijsten in de kinderopvang. Tussen 1990 en vandaag is het aantal plaatsen in de kinderopvang verdrievoudigd. Vandaar dat De Backers opiniestuk in De Morgen hem stoort. Hij verwijst namelijk wel naar de verdubbeling in Nederland sinds 1998, maar niet naar de nog grotere stijging in Vlaanderen. Voornamelijk het sociaal ondernemen op kleine schaal draagt bij tot de toename van het aantal opvangplaatsen.

Dit neemt niet weg dat er in bepaalde regio's wel degelijk sprake is van een plaatsgebrek. Met het oog op de toekomst moet er vaker prioriteit worden verleend aan specifieke regio's zoals Antwerpen en Gent. De regio Brugge, waar het tekort aan plaatsen zich nauwelijks voordoet, zou dan bijvoorbeeld minder steun kunnen genieten.

De commercialisering van de kinderopvang door de intrede van beursgenoteerde bedrijven zoals het Franse Sodexo is nu net voor deze kleinschale sociale ondernemers nefast. In de Angelsaksische context begonnen grote bedrijven de kleine zelfstandige initiatieven op te kopen op het moment dat de overheid de zelfstandige opvang sterk ging subsidiëren. Het extreme voorbeeld is het Australische beursgenoteerde kinderopvangbedrijf ABC, dat in 2008 failliet ging omdat het wereldwijd te veel particuliere initiatieven had overgenomen.

Dit neemt niet weg dat de overheid ook de particuliere kinderopvang moet ondersteunen. Zoals Michel Vandenbroeck, voorzitter van de vzw VBJK, zei in een interview uit 2012 met Emma Kerckhof en Thomas Keirse van de Gentse afdeling van de socialistische beweging Rood!: “Waar de overheid binnen het kader van een vrije markt niet subsidieert, waar met andere woorden de kinderopvang amper rendabel is, daar krijg je mediocre kinderopvang. Waar de overheid wel voldoende middelen geeft om kinderopvang rendabel te maken, daar krijg je grote commerciële firma’s die zich op die markt gaan enten. Wij willen geen van beide.”

“Antwerpen wordt neoliberale testcase”

In haar opiniestuk op de WereldMorgen.be wees Meyrem Almaci, Antwerps gemeenteraadslid voor Groen, al op de neoliberale agenda die de bestuurploeg rond Antwerps burgemeester Bart De Wever (N-VA) doorvoert. Ook de opspraak over het werkbezoek van schepen Ait Daoud legt de neoliberale inspiratie van het stadbestuur bloot.

De Wever lacht de kwestie volgens Het Nieuwsblad weg als een formaliteit. Wanneer zal het Antwerpse stadsbestuur zich openlijk uitspreken over haar neoliberale beleidsvisie, die ze – volgens Almaci – nog steeds wanhopig probeert te verkopen als maatschappelijk, ecologisch en sociaal verantwoord? De ophef over dit werkbezoek heeft niet louter betrekking op een discussie over formaliteiten, maar ook – en vooral – op de ideologische keuzes die de Antwerpse beleidsploeg maakt.