about
Toon menu
Boekrecensie

'De zwarte messias': literaire historische roman van Chika Unigwe

Een half jaar geleden werd de Belgisch-Nigeriaanse schrijfster Chika Unigwe genomineerd voor de Afrikaanse Wole Soyinka Prize for Literature en ontving ze de Nigeria Prize for Literature. Nu ligt haar nieuwste roman 'De zwarte messias' in de boekenwinkel. Een sociologische dissectie van het gestructureerde uitbuitingssysteem van vroeger is Unigwes roman echter niet geworden.
dinsdag 3 september 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Dat Unigwe een roman schrijft over het leven van de Nigeriaanse achttiende-eeuwse slaaf Olaudah Equiano is geen verrassing. Zoals Unigwe in haar verhalen en kinderboeken schrijft tegen racisme, liet ook haar romanpersonage tijdens het handelskapitalisme van de achttiende eeuw een krachtige stem horen in de veroordeling van de slavernij, waarvan hij het slachtoffer was.

De verwachtingen lagen dan ook hoog toen Unigwe de bestaande memoires van de achttiende-eeuwse Nigeriaanse slaaf ging herschrijven tot een roman. Het leven van Equiano biedt voldoende materiaal om de opkomst en de wortels van het abolitionisme te beschrijven en het mechanisme van het Atlantische slaventransport en de Amerikaanse slavenmarkt te ontleden. Equiano werd als kind gevangen genomen in de streek van de Ibo in Nigeria en als slaaf verhandeld in Amerika. Hij leerde lezen en schrijven, kocht zich ten slotte vrij, werd koopman en schreef in Engeland onder zijn nieuwe christelijke naam Gustavus Vassa zijn autobiografie.

Een sociologische dissectie van het gestructureerde uitbuitingssysteem van toen is Unigwes roman echter niet geworden. Uiteindelijk is De zwarte messias meer een literaire historische roman dan een socio-economische ontleding van de georganiseerde kidknappingen in Nigeria en West-Afrika ten bate van de slavenmarkt en de westerse plantagelandbouw in Amerika.

Portrettering

In de roman laat Unigwe een ontredderde Vassa zijn verhaal vertellen aan een Londens abolitionist. De auteur laat Gustavus Vassa alias Olaudah Equiano aan het woord in de vorm van een monoloog over een periode die Vassa zelf in zijn memoires niet beschreven heeft: zijn geestelijke verwarring na de dood van zijn blanke Engelse echtgenote Susanna Cullen in 1796. Deze mentale ontreddering vormt het wat gekunstelde vertelraam voor zijn verdriet over haar dood en voor oudere herinneringen aan de slavernij en zijn jeugdjaren in Nigeria.

Als geroutineerd schrijfster heeft Unigwe een gepaste, vaak emotionele en wat ouderwetse schrijfstijl gehanteerd om deze achttiende-eeuwse getuigenis vorm te geven. Zij liet zich hierbij inspireren door de briefromans van toen. Ze onderbreekt geregeld het verhaal om zich rechtstreeks tot de lezer te richten.

Archaïsche zinsneden zoals “Wie bent u, mijnheer? Tot wie richt ik het woord?” of “Waarde lezer, staat u mij toe enig beslag op uw tijd te leggen” horen tot Unigwes Angelsaksich literaire, ietwat geforceerde concept van deze historische roman. Gelukkig biedt deze romanstructuur de schrijfster nog voldoende vertelruimte om haar Afrikaanse roots te uiten door geregeld in de vergelijkingen te verwijzen naar de Nigeriaanse cultuur.

Zo vormt de vergelijking “Ik voel mij als de levenloze geitenhuid die te drogen hangt” de aanhef voor autentieke Nigeriaanse beschrijvingen en herinneringen over de wisselwerking tussen mens en aarde in de Afrikaanse leefgemeenschappen. Tegelijkertijd wijst ze ook op de andere kijk op de dood of op het verschillend belang dat Afrikaanse en westerse cultuur hechten aan de berekening van de leeftijd. In zulke passages bewijst Unigwe een bijzonder knap sociaal bewogen en antropologisch verteller te zijn. Dat geldt ook voor de beschrijvingen die ze geeft van de kinderdiefstallen in Nigeria, de abrupte scheiding van de gezinsleden door de slavenhandel, de brutaliteiten en ontberingen op de transportschepen en de mensonterende praktijken op de plantages (o.a het muilkorven van de slaven).

Vaak zit de aantrekkingskracht van deze roman ook in de treffende anekdotes en geografische notities terzijde, zoals de kennismaking van deze slaaf en migrant met de eerste sneeuw of de ontdekking van het bestaan van vliegende vissen. Ronduit interessant zijn ook Vassa's reacties op de literatuur die slavernij rechtvaardigt zoals James Tobins Cursery Remarks en Rejoinder, waarmee hij in de polemiek gaat. In zulke trefzekere passages laat Unigwe de abolitionist in Gustavus Vassa geboren worden.

Terecht plaatst de auteur de inspirerende figuur van Gustavus Vassa opnieuw in de schijnwerper. De zwarte messias is een bijwijlen sterke roman met mooie passages rond de discussies in de abolitionistische kringen over de slavernij en de lezingen die het hoofdpersonage hierover hield. Unigwe beschrijft de confrontatie van een Afrikaanse jongen met de achttiende eeuwse westerse economie en techniek. Zij vertelt hoe de gedwongen migrant zich deze beschaving eigen maakt en hoe hij het onrecht van zijn situatie detecteert.

De geëngageerde inhoud van zijn memoires wordt in Unigwes romanconcept echter verzwaard door de briefvorm en de grote belangstelling die de schrijfster tentoonspreidt voor het immense verdriet van het hoofdpersonage op het einde van zijn leven. De emoties van Gustavus Massa krijgen daardoor in De zwarte messias ruime aandacht, maar dit gaat soms ten koste van de sociale boodschap.

Uiteindelijk vergen deze emotionele passages veel geduld van de lezer. Wat in het eerste hoofdstuk nog als liefdesverdriet overkomt, dreigt in de volgende hoofdstukken door de herhaling emotioneel geweeklaag te worden. In de in vijf hoofdstukken uitgewerkte epiloog over Vassa's door haar grootmoeder opgevoede dochter verlaat Unigwe de briefvorm en kiest ze voor een rechtstreekse vertelvorm in de derde persoon. Zoveel aangenamer om lezen dan de vorige hoofdstukken.

Dit boek kan je kopen in onze shop.