about
Toon menu

Is de toekomst van het internet community based?

Draadloze ‘community’-netwerken verbinden mensen rechtstreeks met elkaar, in plaats van via de gecentraliseerde servers van Facebook, Yahoo en Google. Ze helpen de digitale kloof te dichten, verkopen hun data aan marketeers noch de NSA, werken bottom-up, dienen de gemeenschap en blijken soms levensnoodzakelijk, zoals tijdens en na de orkaan Sandy. Van 2 tot 4 oktober houden ze hun tiende internationale top in Berlijn.
vrijdag 30 augustus 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Tien jaar community based-netwerken

Community Netwerken zijn grootschalige, zelf-georganiseerde en gedecentraliseerde netwerken, gebouwd en geëxploiteerd door de burgers voor burgers (Braem en anderen, 2013). Wereldwijd zijn reeds honderden van deze draadloze gemeenschaps- of bottom-up netwerken operationeel. Meestal staan ze via dakantennes met elkaar in verbinding, werken ze met het Internet Protocol (IP) en delen ze ook een gateway naar internet. Maar er zijn ook uitzonderingen.

Het Australische Melbourne Wireless, bijvoorbeeld, biedt geen toegang tot internet, want hier liggen grote Internet Service Providers (ISP’s) dwars. In Barcelona daarentegen is Guifi.net aangesloten op de nationale eXchange-router CATNIX en verleent het zo toegang tot internet, zonder dat daar een commerciële provider aan te pas komt. Hoewel de meeste verbindingen draadloos zijn, is een optische verbinding (via glasvezel) eveneens mogelijk. In het jargon heet dat een ‘mesh’, een fijnmazig netwerk.

Autonome netwerken

Al deze netwerken werken autonoom en beschikken over eigen routers en Domain Name System-servers. Dit maakt de community based networks ook technisch onafhankelijk van het Internet. Intern zijn deze draadloze netwerken, met snelheden van 14 megabytes per seconde tot 150 megabytes per seconde, ook sneller dan de commerciële ISP’s.

Deze kleinschalige netwerken worden meestal gerund door non-profit organisaties met veel vrijwilligers. Het zijn netwerk-coöperatieven in de reële betekenis van het woord, maar niet noodzakelijk met die juridische vorm. De inbreng van de leden is echter substantieel, zowel in het opzetten van het netwerk als in het beheer ervan. Naast netwerkdiensten en toegang tot internet bieden sommigen ook telefoondiensten (VOIP) aan. Maar daar stopt het niet noodzakelijk.

Guifi.net, bijvoorbeeld, heeft zijn eigen sociale website, verzorgt radio-uitzendingen, kan gebruikt worden voor video-bewaking op afstand, gedistribueerde back-ups en elk ander initiatief dat uit de gemeenschap opbloeit. Op Athens Wireless Metropolitan Network (AWMN), met meer dan 2500 nodes, hebben ze blogs, discussiefora, zoekertjespagina's en zelfs een mini-Google. Soms lanceert iemand een film die liefhebbers kunnen streamen. In een interview met Mother Jones drukte Joseph Bonicioli het idee van AWMN als volgt uit: “Het is alsof het een gans ander web is. Het is ons netwerk, maar het is ook ons speelterrein. Als je jouw eigen netwerk draait, kan niemand het platleggen.”

Economische motivaties

De reden van ontstaan van deze netwerken is dikwijls economisch. In Kansas City zette de Free Network Foundation een draadloos community netwerk op in een buurt waar het gemiddelde jaarinkomen per gezin niet meer dan 10.000 dollar bedroeg. Grote commerciële providers hebben dikwijls geen interesse om te investeren in landelijke en dunbevolkte streken. Dan wordt dit ‘last mile’-probleem opgelost door de gemeenschap ter plaatse.

Volgens Bart Braem, die onderzoek doet voor en naar draadloze netwerken, is het doel van de verschillende netwerken heel divers: “Sommigen zijn bedoeld als hobby-project voor informatici, ingenieurs of radio-amateurs. Andere netwerken zijn echt puur voor een community. Ook de organisatiestructuren zijn heel divers, sommige netwerken hebben een structuur die lijkt op een vzw terwijl andere netwerken echt puur ad-hoc zijn. Soms is er een bestuur, soms helemaal niet. Zo heeft AWMN een heel formele structuur, terwijl Funkfeuer in Oostenrijk dat veel minder heeft."

Orkaan Sandy

Het Red Hook Initiative WiFi & Tidepools in Brooklyn is een zuiver gemeenschapsproject, gelanceerd vanuit een plaatselijk community center en opgestart in de herfst van 2011. Tijdens en na de orkaan Sandy in de herfst van 2012 was het Red Hook gemeenschapscentrum een van de weinige gebouwen dat nog stroom had, waardoor het netwerk beschikbaar bleef.

Na de storm gebruikten tot 300 personen per dag het netwerk om in contact te komen met hun familie, om te vernemen wat er in de rest van de stad gebeurde of om bijstand te vragen. Nog voor de stroom en het water terug waren, slaagde het initiatief erin om het netwerk substantieel uit te breiden en zo de communicatie binnen de gemeenschap drastisch te verbeteren. Ineens was de noodzaak ervan heel duidelijk geworden (Open Technology Institute, 2013, p. 7-9). Hier zie je een video over het uitbreiden van het netwerk.

Dat de mensen van Red Hook Initiative zo snel konden reageren op Sandy is onder andere te danken aan Comotion. Dit is een open source-communicatietool dat gebruik maakt van mobiele telefoons, computers en andere draadloze apparaten om gedecentraliseerde mesh-netwerken te creëren. Op de top van 2010 werd het startsein voor Comotion gegeven. Een van de begeesterende figuren aan de andere kant van de oceaan is Sascha Meinrath, oprichter van het Open Technology Institute (OTI), dat het Comotion project draagt. Meinrath testte de basis van Comotion, die hij Internet in a suitcase noemt, ook uit in Occupy D.C.. Het werkt ook als internet afgesloten wordt.

Europese samenwerking

Aan deze kant van de oceaan is er ondersteuning van Community Networks Testbed for the Future Internet (CONFINE), een project dat in oktober 2011 officieel van start ging. CONFINE biedt een vrije testomgeving voor nieuwe toepassingen en protocols voor draadloze netwerken. Sedert 2011 testen de activisten van Guifi.net, Funkfeuer en AWMN er experimentele technologieën voor draadloze gemeenschapsnetwerken en andere decentrale breedbandinitiatieven.

Daarnaast zijn er in Europa ook draadloze gemeenschapsnetwerken in onder meer Italië (Ninux), Nederland (Wireless Leiden) en in België (Wireless Antwerpen). In België behoort Stefan Lambrechts tot de pioniers, maar ondertussen zijn er draadloze knooppunten over gans België verspreid. Volgens Bart Braems kunnen draadloze gemeenschapsnetwerken op termijn een volwaardig alternatief bieden voor het internet. 

“Dit is ook het doel van het CONFINE-project, waaraan ik momenteel meedoe voor het onderzoeksinstituut iMinds. Het project onderzoekt het gebruikt van community-netwerken als oplossing voor het Future Internet, dat Telenet en Belgacom overbodig zal maken.”

Spionage?

Maken gemeenschapsnetwerken een verschil voor de individuele privacy? De onthullingen over de afluisterpraktijken van de Amerikaanse National Security Agency (NSA) illustreerden de laatste maanden de gevoeligheid van deze kwestie. Het antwoord op deze vraag zal dan ook afhangen van hoever inlichtingendiensten willen gaan. Een gemeenschapsnetwerk biedt zeker niet het ultieme redmiddel van de privacy. Daarvoor is het raadzaam het netwerk te combineren met een aantal technieken, zoals virtuele particuliere netwerken (VPN), encryptie en authenticatie.

Om de privacy te verhogen volstaat het niet om gemeenschapsnetwerken op te stellen: ook onze gewoontes moeten veranderen. Zolang we gebruik maken van de gecentraliseerde servers van Google, Facebook en consoorten die betaald worden door de NSA om in onze spullen te mogen neuzen, gooien we onze privacy zelf te grabbel.

Internationale top

Er zijn in elk geval veel mogelijkheden voor draadloze communitynetwerken. Zo zou een wijk televisie project zoals "U in de wijk" perfect kunnen uitzenden via zo’n netwerk. Je kan de toekomst niet voorspellen, maar je kan er wel zelf aan bouwen. Wie deze enthousiaste community builders wil ontmoeten en wil leren van andere community netwerken moet van 2 ot 4 oktober in Berlijn zijn voor de de tiende International Summit for Community Wireless Networks, een 'community van communities', gehost door o.a. Freifunk Berlin naar aanleiding van zijn tienjarig bestaan.

Wie wil weten of er een node van 'Wireless België' in je buurt is kan de node database raadplegen. De toegang tot het netwerk is gratis.

Geraadpleegde bronnen

Braem B., Blondia C., Barz C., Rogge H., Freitag F., Navarro L., Bonicioli J., Papathanasiou S., Escrich P., Baig Viñas R., Kaplan A. L., Neumann A., Vilata i Balaguer I., Tatum B., Matson M., 2013, ‘A case for research with and on community networks’, SIGCOMM Computer Communication Review, July 2013

Open Technology Institute, 2013, ‘Case Study: Red Hook Initiative WiFi & Tidepools’, New America Foundation Feb. 2013

Navarro L., 2012, 'Community Networks in Europe: Guifi.net, AWMN, FunkFeuer', Distributed Systems group

Thompson C., 2013, ‘How to Keep the NSA Out of Your Computer: Sick of government spying, corporate monitoring, and overpriced ISPs? There's a cure for that

reacties

3 reacties

  • door Beperk de Straling op zondag 1 september 2013

    Afschuwelijk en krankzinnig. Draadloze netwerken gaan gepaard met hoge niveaus hoogfrequente, gepulste elektromagnetische straling, waarvan al meer dan voldoende is aangetoond dat ze de menselijke gezondheid significant aantasten. Intussen ook door de Wereldgezondheidsorganisatie gecategoriseerd in klasse 2B, 'potentieel kankerverwekkend'. Meer en meer mensen worden 'elektrogevoelig' en zijn niet meer in staat om op een normale manier te functioneren in een wereld die letterlijk aan het veranderen is in een microgolfoven. Niet meer kunnen slapen, knallende hoofdpijn dag in dag uit, niet meer helder kunnen nadenken, .... Draadloze technologieën ontnemen vele mensen het recht op een normaal leven en op gezondheid. Aub auteur van het artikel, steek eens je licht op op www.beperkdestraling.org.

    • door danielverhoeven op vrijdag 6 september 2013

      Ik denk dat je hier op de verkeerde schiet. Wireless community netwerken gebruiken dakantennes. Ik heb daarover niks gevonden op de site die je vermeldt. Als je zo'n antenne aangesloten op een router op je dak hebt kan je binnenshuis nog altijd met ethernetkabel werken, dus de straling binnenshuis is veel lager dan een wifi-modem in huis. En vergeleken met GSM is de straling van wifi ook al zeer laag.

      Wi-Fi-apparatuur is uitgerust met antennes die radiogolven ontvangen en uitzenden. Wi-Fi maakt gebruik van frequenties in de 2,4 GHz en/of 5,0 GHz band. Wanneer een access point geen data verzendt, wordt er toch af en toe een signaal verstuurd (het baken). Draadloze lokale netwerken (WLAN’s) zijn zo gevoelig dat ze zelfs bij een zeer laag signaalniveau kunnen werken.

      Omdat de vermogens zo laag zijn, is de blootstelling aan straling ook laag (maximum SARwaarden: 0,06 W/kg – 0,81 W/kg).Vergeleken met smartphones of GSMs is dat weinig: Blackberry Curve 3G bvb heeft een SARwaarde van1,9 W/kg. Volgens de WGO staat een jaar blootstelling aan wifi gelijk aan 20 minuten GSM gebruik.

      Zowel de zender als de Wi-Fi-apparatuur veroorzaken een veel lagere blootstelling dan de blootstelling aan een gsm-toestel. Net als bij gsmantennes geldt dat de blootstelling sterk afneemt met de afstand tot de router, het access point of het Wi-Fi-apparaat.

      Bij dagdagelijkse blootstelling aan radiofrequente velden thuis of op school kan Wi-Fi wel een belangrijke bijdrage tot het totale blootstellingsniveau geven. Het gaat hier echter om erg lage blootstellingsniveaus in vergelijking met de blootstelling van een gsm-toestel tijdens het bellen.

      Meer info in deze brochure van Medische Milieukundigen: http://www.mmk.be/afbeeldingen/File/straling/Brochure_WiFi_school.pdf

  • door nemesis op dinsdag 24 september 2013

    A note relevant to this context, another important event in which community networks and mesh developers meet up to talk, learn, discovery, test and develop together is the Wireless Battle of the Mesh: http://battlemesh.org/

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties