about
Toon menu
Opinie

Het basisinkomen, een oplossing?

Bij de Europese Commissie werd dit jaar een ‘burgerinitiatief’ ingediend voor een ‘basisinkomen’. Er wordt gevraagd om de samenwerking tussen de Lidstaten aan te moedigen om een onvoorwaardelijk basisinkomen in te voeren en hun respectieve sociale zekerheidsstelsels te verbeteren.
dinsdag 27 augustus 2013

Het voorstel heeft duidelijk succes. Waar je ook komt op vergaderingen van sociale bewegingen, altijd is er wel iemand die komt vragen dit basisinkomen hoog op de agenda te zetten. Het is dan ook een makkelijk en aantrekkelijk voorstel op een ogenblik dat de hele Europese bevolking kreunt onder de soberheidsmaatregelen en de pogingen om de sociale bescherming zo ‘effectief’ als mogelijk te maken. Het voorstel verdient daarom een grondig onderzoek met een afweging van alle pro’s en contra’s.

Terminologische verduidelijking

Om alle misverstanden te vermijden, is het goed eerst even te kijken naar wat zo’n ‘basisinkomen’ is en waarin het verschilt van andere voorstellen.

De indieners van het ‘burgerinitiatief’ definiëren het als volgt: ‘een onvoorwaardelijk en gegarandeerdbasis- of burgerinkomen (BI) dat aan iedereen wordt verstrekt, ongeacht welk ander inkomen ook. Het bevordert gelijkheid en economische participatie en maakt de verzorgingsstaten eenvoudiger. BI leidt naar een faire en efficiënte samenleving’. Het BI is universeel, individueel, onvoorwaardelijk en voldoende hoog zodat een decente levensstandaard kan bereikt worden.

Zoals we verder in dit artikel zullen zien, vervangt het bepaalde onderdelen van de huidige sociale zekerheid en sociale bijstand.

Het BI is niet hetzelfde als het ‘gegarandeerde minimuminkomen’ (MI). Dit MI is een voorstel dat werd opgenomen in een aanbeveling van de Europese Raad van Ministers in 1992[1]. Het is er op gericht iedereen voldoende middelen te verschaffen om zijn menselijke waardigheid te kunnen behouden. Deze aanbeveling kwam er in het kader van een discussie over een convergentie van de stelsels van sociale bescherming. Men stelde vast dat een harmonisatie van die stelsels niet mogelijk en niet wenselijk was, maar de lidstaten werd gevraagd een bedrag vast te stellen waaronder niemand zou mogen vallen. Deze vraag werd tot voor kort herhaaldelijk in herinnering gebracht, maar er werd nooit gevolg aan gegeven. Een Europese kaderrichtlijn zou dit kunnen verhelpen. Het MI kan toegekend worden aan iedereen die onder een bepaalde inkomensdrempel valt.

Een derde term die in dit rijtje thuis hoort, is het minimumloon. Sommige landen hebben wettelijk vastgestelde minimumlonen, in andere landen wordt het minimumloon vastgesteld via collectieve onderhandelingen. Een paar zeldzame Europese landen hebben geen minimumloon. Ook dit punt staat sinds kort weer op de agenda met de vraag om een Europees minimumloon te bepalen om sociale dumping binnen de Europese Unie te vermijden.

Het minimumloon behoort duidelijk tot het arbeidsrecht en is gekoppeld aan loonarbeid. Het minimuminkomen daarentegen is een vorm van sociale bijstand voor mensen die niet op de arbeidsmarkt actief zijn en niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het basisinkomen daarentegen is een bedrag dat aan alle burgers, ongeacht hun inkomen en/of werk wordt toegekend. Vandaar dat ook over een ‘burgerinkomen’ wordt gesproken.

De voordelen

Het voorstel om alle burgers, ongeacht hun status, inkomen of werk een bedrag toe te kennen, is vrij oud. Het gaat ervan uit dat alle burgers recht hebben op een ‘adequate levensstandaard’, zoals gesteld in de Internationale Conventie voor Economische, Sociale en Culturele rechten, en dat de overheid dit moet garanderen.

In België werd het idee ingebracht door de filosoof Philippe Van Parijs[2] vanuit een overweging van sociale rechtvaardigheid en in het licht van de onmogelijkheid om echt ‘gelijke kansen’ te creëren. Het idee leeft vooral verder bij Vivant en een deel van de groenen. Het kreeg onlangs internationaal een vernieuwd pleidooi van Guy Standing (nvdr: Brits econoom) in zijn boek over het precariaat[3]. Er zijn dan ook overtuigende argumenten om een basisinkomen te verdedigen.

Het eerste is het idee van burgerschap. Dit is de bevestiging dat alle mensen gelijk zijn en gelijke rechten hebben. Het gaat niet op een onderscheid te maken in functie van werk of status. Alle burgers in een bepaalde nationale gemeenschap moeten op eenzelfde manier kunnen delen in de nationaal geproduceerde rijkdom. Het BI creëert op die manier een vorm van reële vrijheid in plaats van de zuiver formele vrijheid die door het burgerschap wordt gecreëerd.

Dit hangt nauw samen met het idee van universalisme. Onze socialezekerheidsstelsels zijn in principe eveneens universeel, maar schieten in de praktijk wel te kort. Door iedereen gelijk te behandelen en gelijke rechten te geven, kan een daadwerkelijke sociale integratie tot stand komen en kan een eind gemaakt worden aan de huidige selectiviteit in de uitkeringen. Dat betekent meteen ook het einde van de stigmatisering, het vaak voorkomend cliëntelisme, de foute beoordelingen en de hoge administratieve kosten voor het beheer van een dergelijk systeem en het opsporen van ‘fraude’.

Het BI is dan ook onvoorwaardelijk en kan op die manier alleen al geweldig veel kosten van onderzoek vermijden. Het BI kan verschillen in functie van de leeftijd – kinderen en jongeren enerzijds, bejaarden anderzijds zullen respectievelijk een lager en hoger bedrag ontvangen – maar verder geldt geen enkele voorwaarde voor het al dan niet toekennen van de uitkering.

In het voorstel van de Linkse Alliantie in Finland wordt er verder op gewezen dat het BI alle mensen de vrijheid geeft al dan niet actief te worden op de arbeidsmarkt. Wie zich wil wijden aan kunst of aan sociaal en/of politiek werk, kan dit naar believen doen. De druk die vandaag op mensen wordt uitgeoefend om te gaan werken, valt dus weg en dit heeft een emanciperend en bevrijdend gevolg. Niemand kan worden verplicht zich op de arbeidsmarkt te begeven.

Het BI maakt dan ook een einde aan het ‘precariaat’ dat vandaag geen recht heeft op en vaak geen belangstelling heeft voor de rechten van de sociale zekerheid. Migranten en vluchtelingen kunnen een plaats op de arbeidsmarkt verwerven, precies omdat ze zich buiten alle sociale regels houden en op die manier hun arbeidskracht goedkoper kunnen aanbieden. Door de ‘lasten op arbeid’ te laten verdwijnen komt er automatisch een eind aan de door de prijs van arbeid gestimuleerde informele sector of ‘zwart werk’.

Tegelijk zou door het wegvallen van de druk om een baan te hebben en om banen te creëren, het niet langer nodig zijn om ondernemingen te financieren en te subsidiëren.

In een BI-stelsel zouden mensen wel de vrijheid hebben zich al dan niet op de arbeidsmarkt te begeven. Arbeid wordt fors goedkoper, niet enkel door het wegvallen van de ‘lasten’ op arbeid, maar ook omdat werkgevers niet bereid zullen zijn het huidige nettoloon te blijven betalen bovenop het al ontvangen BI. Zeker, een arbeidsinkomen kan de levensstandaard boven het minimumniveau sterk verbeteren, en de werknemers zullen meer druk kunnen uitoefenen op de werkgevers, omdat ze net zo goed kunnen afzien van de geleverde arbeid. Werkgevers zijn dan verplicht om erg aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden te bieden om voldoende mensen aan te trekken.

In tegenstelling tot onze systemen van sociale zekerheid kan het BI er niet van beschuldigd worden arbeid te duur te maken en marktverstorend te werken. BI is inderdaad een inkomensherverdeling, maar treedt op los van de rol die de arbeidsmarkt kan spelen, zowel de arbeidsmarkt als de goederenmarkt. Het is ook geen gewone verdeling van rijk naar arm, aangezien de rijken op eenzelfde manier als de armen hun BI ontvangen.

Tenslotte, en niet onbelangrijk, is het een radicaal middel om de armoede definitief uit te roeien, tenminste als het BI hoog genoeg ligt. Het BI geeft bovendien de vrijheid terug aan de ‘armen’ die met de voorwaardelijke uitkeringen voortdurend worden belaagd om te zien of hun bestedingen wel verantwoord zijn.

Deze voordelen zijn aanzienlijk en kunnen in het kader van een progressief en ecologisch beleid een echte ommekeer teweeg brengen. Het zou een eind kunnen betekenen van de kapitalistische arbeidsverhoudingen door werknemers hun vrijheid terug te geven en hen niet langer te verplichten hun arbeidskracht te verkopen om te kunnen overleven. Arbeid wordt dan een effectief vrij aangegaan contract waar bij slechte omstandigheden meteen weer kan worden van afgestapt.

Maar ook nadelen, vragen en twijfel

Waarom staat het BI dan niet al lang op de agenda van de linkerzijde, zo kan men zich afvragen? Indien de voordelen zo groot zijn dat ze zelfs knagen aan het kapitalisme, waarom geen grootschalige campagne voeren om het in te voeren?

De eerste twijfel ontstaat omdat ook liberalen vaak grote voorstanders zijn van een BI. Het Belgische voorbeeld van Vivant zegt alles. BI is dus niet noodzakelijk een links project. Is het deze mensen te doen om een verlaging van de kosten op de arbeidsmarkt, om het uitroeien van de armoede of om iedereen een minimumuitkering te geven waarmee kan overleefd worden?

Het is vanuit een liberale filosofie dat verschillende landen nu al werken met een ‘negatieve inkomensbelasting’: wanneer je inkomen onder een bepaald niveau valt, kan je geld van de belastingen krijgen om het tot een bepaalde drempel op te trekken. Dit is uiteraard een geheel andere achterliggende filosofie dan wat de voorstanders van het BI vandaag verdedigen, maar het is goed om nooit te vergeten dat ook in een neoliberale context plaats kan worden gemaakt voor een strikt minimaal inkomen terwijl minimumlonen wegens ‘marktverstoring’ uit den boze zijn.

Een tweede punt dat twijfel kan doen rijzen, is de vrijheid die hiermee aan iedereen wordt gegeven om te werken of niet te werken. Hoewel men mag veronderstellen dat nagenoeg alle mensen hun leven zinvol willen doorbrengen met een of andere vorm van activiteit of werk, blijft het mogelijk dat sommige mensen liever helemaal niets doen. We moeten ons vooral afvragen wie nog bereid zal zijn het echt moeilijke en vervelende werk te doen als daar geen hoge verloning tegenover staat. Of met andere woorden, kunnen we een recht op luiheid aanvaarden, of gaan we ervan uit dat al het maatschappelijk nuttige of noodzakelijke werk ook eerlijk moet worden verdeeld en dat niemand zich aan dat werk kan onttrekken? Van werk in de mijnbouw tot de landbouwsector en de vuilnisophaling, er zijn heel wat taken die niemand uit volle overtuiging en met enthousiasme zal verrichten.

Het BI ontslaat de staat van elke verplichting om meer voor mensen te doen dan dit BI. Hoewel de sociale bescherming van vandaag niet bedoeld is voor de strijd tegen de ongelijkheid, haalt het de inkomens van mensen wel naar boven en speelt het een rol in die ongelijkheid. De ongelijkheid wordt best tegengegaan met het belastingstelsel, en dat blijft onverminderd bestaan als een BI wordt ingevoerd. Maar de verantwoordelijkheid van de staat houdt op bij het bereiken van die minimumdrempel. Sociale vooruitgang door hogere inkomens is op die manier geen taak voor de overheid meer.

Er kan ook getwijfeld worden aan de haalbaarheid en wenselijkheid van de onvoorwaardelijkheid. De vrijheid die aan mensen wordt gegeven, is belangrijk, maar wat als de uitkering wordt gebruikt om te gokken of te drinken? Wat als mensen dakloos worden? Heeft de staat dan nog enige verantwoordelijkheid voor deze uit de boot gevallen mensen? Zo ja, hoe verantwoord je dit tegenover al diegenen die zich ‘goed’ gedragen? En zo nee, kan je mensen gewoon laten creperen? Kan de voorwaardelijkheid niet ook als reciprociteit worden gezien? Mensen moeten zich, op straffe van intrekking van de uitkering, verantwoord gedragen, terwijl de overheid zich ertoe verplicht sociale diensten van goede kwaliteit ter beschikking te stellen. Of een arbeidsmarktbeleid te voeren. Uitkeringen zijn zelden of nooit totaal onvoorwaardelijk en misschien is dat ook goed. Burgerschap veronderstelt immers een band tussen overheid en individu, een impliciet contract van rechten en plichten voor beide partijen.

Door het wegvallen van de lasten op arbeid wordt die arbeid voor de werkgevers veel goedkoper. Voor hen is het voordeel van BI groter dan voor de werknemers, die zullen moeten blijven vechten om aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden te bekomen. Hoe het BI ook wordt gefinancierd, het zal altijd neerkomen op een of andere vorm van belastingen die door iedereen worden gedragen. En dat betekent dat de kosten voor wat nu de sociale zekerheid heet niet langer door de werkgevers en werknemers betaald worden – en deel uitmaken van het loon -, maar door de hele samenleving, bijvoorbeeld door een hogere BTW. Het is dus een verschuiving van lasten op arbeid naar lasten voor de maatschappij.

Het is te begrijpen dat de vakbonden hier niet meteen enthousiast over zijn. Het zal voor hen veel moeilijker worden om nog te onderhandelen over goede arbeidsvoorwaarden, zeker wanneer het BI niet echt hoog genoeg is. Als werknemers niet enkel willen overleven, maar zich ook een vakantie of een auto willen permitteren, wordt het wel moeilijk om druk uit te oefenen. De vakbonden zullen er ongetwijfeld veel van hun macht mee verliezen. De vrijheid om niet te werken, is namelijk zeer relatief en gaat slechts op voor zover men met een leven in schaarste genoegen neemt. De kans is groot dat de lonen boven het BI bijzonder laag zullen blijven. Een onvoorwaardelijk inkomen buiten de arbeidsmarkt kan die arbeidsmarkt niet meer beïnvloeden. In tegenstelling tot de these die stelt dat het kapitalisme ermee wordt afgebrokkeld, zou het ook kunnen zijn dat we belanden in een kapitalisme zonder arbeidsmarkt waarin de werkgevers zoveel mogelijk kosten afwentelen op de hele samenleving.

Tenslotte is er de vraag naar de hoogte van het BI waarmee het hele voorstel staat of valt.

Hoe hoog? Hoe financieren?

In het voorstel van Vivant Europa[4] gaat men uit van een BI dat 50 procent van het gegarandeerde minimumloon bedraagt. Kinderen zouden tot hun 18[de] 25 procent van dit bedrag ontvangen, jongeren tussen 18 en 25 75 procent, en bejaarden boven de 65 150 procent. Op die manier komt Vivant voor België uit op een bedrag van 700 Euro per maand en de hele maatregel zou niet minder dan 24 procent van het BBP kosten. Dat is ongeveer evenveel als wat de sociale bestedingen nu in beslag nemen.

Pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, gezinstoelagen en kosten voor loopbaanonderbreking vallen weg. Er wordt in het Vivant-voorstel flink bespaard op defensie en politie en op culturele zaken (door het wegvallen van de sociale lasten). De kosten voor gezondheidszorg dalen met de helft omdat artsen evenmin sociale lasten moeten betalen. Vivant gaat bovendien uit van een vermindering van de vennootschapsbelasting tot een niveau van 15 procent en stelt alle inkomens onder de 1500 Euro per maand vrij van belastingen. Daarboven wordt 50 procent betaald.

Het BI wordt voornamelijk gefinancierd door te sparen op de huidige sociale uitgaven en door een flinke verhoging van de BTW. Men gaat er bovendien van uit dat de netto lonen ongewijzigd blijven. Los van de duidelijk liberale inslag van dit Vivant voorstel, waarin men spreekt over de ‘belastingen’ op arbeid in plaats van over sociale bijdragen die deel uitmaken van het loon, en over een ‘maatschappij van bijstandstrekkers’, zijn er heel wat vragen te stellen over dit voorstel.

Voor een analyse van de gedetailleerde berekeningen is hier geen plaats, maar een eerste blik op de bedragen doet twijfel rijzen over de haalbaarheid en juistheid ervan. Het is meer dan onwaarschijnlijk dat men de netto lonen op het niveau van vandaag zou laten bestaan. Dat zou overigens betekenen dat werknemers een aardige stuiver meer gaan verdienen, terwijl gepensioneerden flink moeten inleveren.

Het mag duidelijk zijn dat men moeilijk ‘waardig’ kan leven met 700 Euro per maand. Wie werk heeft, kan dit inkomen aardig optrekken. Maar kan je echt verkiezen om niet te werken met zo’n laag bedrag? Kan je rondkomen met een pensioen van 1.050 Euro per maand, laat staan ook nog genieten van het leven in je oude dag?

Veel van de argumenten pro verdwijnen als sneeuw voor de zon als men de bedragen en de kosten ziet. In het Europees burgerinitiatief wordt gesteld dat men wil overstappen van een ‘compensatieregeling’ naar een ‘emanciperend’ project, maar echt emanciperend kan 700 Euro per maand toch niet worden genoemd.

De berekeningen voor andere landen zijn evenmin overtuigend. In Bulgarije zou het BI slechts 5,45 procent van het BBP kosten, maar het bedrag zou ook niet meer dan 37 euro per maand bedragen. Ik hoor de Bulgaren niet jubelen.

De bestaande voorstellen voor Duitsland, Spanje en Finland spreken allemaal over bedragen in dezelfde grootte-orde als wat voor België wordt voorgesteld[5]. Niemand stelt een bedrag voor dat op het niveau van de armoedegrens ligt (voor België: 1.000 Euro per maand). Dat is duidelijk te hoog gegrepen, en het betekent ook dat het lang niet zeker is dat de armoede er mee kan uitgeroeid worden.

Een gegarandeerd minimuminkomen

Kortom, hoezeer men ook gehecht mag zijn aan een universeel systeem van sociale bescherming met individuele rechten, als een BI betekent dat een groot deel van de bevolking moet zien rond te komen met een bedrag dat onder de armoedegrens ligt, kan het niet overtuigen.

Aangezien hogere inkomensklassen een dergelijk BI geenszins nodig hebben, kan het interessanter zijn te blijven aandringen op de invoering, in alle landen van de EU, op een gegarandeerd minimuminkomen voor al diegenen die vandaag niet op de arbeidsmarkt actief zijn. Een dergelijk inkomen moet minimaal de eveneens Europees vastgelegde armoedegrens bereiken, dit is 60 procent van het mediane inkomen per land. In het huidige systeem is dit eveneens moeilijk te financieren[6], maar met een Europese solidariteit tussen rijke en arme landen en regio’s is het wel perfect haalbaar.

Het lijkt me duidelijk dat we tegelijk verzet moeten blijven aantekenen tegen de verwoede pogingen van de Europese instellingen om alles op arbeidsmarktparticipatie in te zetten met meer en langer werken voor iedereen. Er zijn momenteel onvoldoende banen om iedereen tot zijn zeventigste aan werk te helpen, en de maatschappelijke behoeften zijn lang niet zo groot dat dit noodzakelijk zou zijn.

Het BI is een aantrekkelijk voorstel dat een totale vernieuwing inhoudt van ons denken over sociale bescherming. Daarom moet het verder onderzocht worden om te zien of andere meer gemoduleerde versies eventueel mogelijk en haalbaar kunnen zijn.

Onze sociale bescherming zal sowieso moeten her-dacht worden, en de grote fragmentering van de verschillende systemen kan best worden tegengegaan. De manier waarop de sociale bescherming nu wordt afgebouwd, is niet aanvaardbaar. Maar de vakbonden staan in het defensief en blijven muisstil als een progressieve hervorming zou kunnen ter sprake komen. En dus ondergaan we de neoliberale hervorming. Een gedeeltelijk loskoppeling van arbeid en sociale bescherming kan bespreekbaar zijn, maar een afwentelen van alle kosten op de maatschappij is dat niet.

Een flexibele arbeidsmarkt in het voordeel van werknemers, lagere en anders georganiseerde sociale bijdragen om te vermijden dat arbeid gedelocaliseerd wordt, een betere en eenvormige bescherming tegen werkloosheid, betere pensioenen, andere gezinstoelagen en een efficiëntere gezondheidszorg gericht op preventie,... het zijn zaken die perfect mogelijk zijn, maar vandaag veel te weinig aan bod komen.

Het systeem dat uit de neoliberale hervormingsdrang kan ontstaan, houdt een vermindering van de werkloosheids- en OCMW-uitkeringen in, op zo’n laag niveau dat mensen verplicht worden, ook na hun pensioen, om er een ‘mini-job’ bij te nemen. Dat is een systeem waar niemand bij gebaat is.

BI is een systeem bedacht door liberalen die arbeid goedkoper willen maken, zonder dat de armoede er echt mee verdwijnt. Het BI is bedacht door tegenstanders van vakbonden. Het BI is ook bedacht door progressieven die de sociale bescherming veel te ingewikkeld vinden en een sterke vereenvoudiging bepleiten. Er zijn zeer goede argumenten om het voorstel te verdedigen, maar de huidige voorstellen voldoen hoegenaamd niet.

Commentaar op deze bedenkingen zijn zeer welkom.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen. Zij doet onderzoek naar globalisering, armoede, ontwikkeling en internationale organisaties. Zij doceerde lang aan het HIVT / RUCA (thans Hogeschool Antwerpen). 

1 Aanbeveling van de Raad 92/442 van 27 juli 1992.

2 Van Parijs, P., Qu’est-ce qu’une société juste? Introduction à la pratique de la philosophie politique, Paris, Seuil, 1991.

3 Standing, G., The Precariat. The new dangerous class, London, Bloomsbury, 2011.

4 Le Vivant-Europe, n° 83 (nov et déc. 2010 – Coût d’un revenu de base au niveau de l’Union européenne ; Le Vivant-Europe n° 108 mars-avril 2013.

5 Perkiö, J., Basic income proposals in Finland, Germany and Spain, TransformNewsletter, 2013.

6 Cantillon, B. en Van Mechelen, N., Tussen droom en daad, CSB, november 2011.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

7 reacties

  • door zoedt op dinsdag 27 augustus 2013

    Hartelijk dank voor dit artikel geschreven in eenvoudige taal. Om te beginnen zijn wij geen voorstander van Europa. Europa gaat om macht en hoe groter staten worden hoe minder bestuurbaar en hoe meer kans dat het een dictatuur wordt. Een BI op europees niveau kan niet. Wij zijn voor een basisinkomen maar dan wel gelinkt aan een heleboel andere regels en wetten. Het BI systeem is ook bedacht door mensen die niet (meer) mee kunnen , die eerst naar de dop gaan, na een tijdje vernemen dat ze geen recht hebben op een uitkering dan maar naar het ocmw gaan waar na ze uiteindelijk arbeidsongeschikt verklaard worden en … hen maakt het helemaal niet meer uit waar ze belanden. Het is niet omdat men geen 8 uur per dag kan werken met de nodige verkeersdrukte erbij dat deze mensen werk onbekwaam zijn. Vanaf 18 jaar krijgt iedereen ook een btw nummer zodat handel drijven ook kleinschalig kan.

    Het zijn waarschijnlijk allemaal mensen met een hogere opleiding en beter inkomen die het BI bestudeerden want onderaan de ladder bekijkt men dit enigszins anders. Wij willen een BI vanaf de geboorte … zodat kinderen wiens ouders niet in staat zijn om wat extra te verdienen ook mee kunnen met leeftijdsgenootjes of zuinig levend wat opzij kunnen zetten voor later. Het BI moet in verhouding staan tot het BBP voor onze berekening zou dat totaal bedrag ongeveer 1/3 van het BBP bedragen. Dus de welvaart daalt of stijgt voor iedereen. Het kadastraal inkomen dient aangepast te worden want wat ben je met een basisinkomen en een weinig betaalde job als de huurprijzen onbetaalbaar zijn? Het gaat allemaal om verhoudingen binnen een bepaald land.

    -“...blijft het mogelijk dat sommige mensen liever helemaal niets doen.” Vreemd nog nooit een mens ontmoet die liever helemaal niets doet… tenzij bij de superrijken misschien… maar die leven elders, niet in onze wereld. Of bedoelt u geen betaalde arbeid verricht?

    -“We moeten ons vooral afvragen wie nog bereid zal zijn het echt moeilijke en vervelende werk te doen als daar geen hoge verloning tegenover staat. Of met andere woorden, kunnen we een recht op luiheid aanvaarden, of gaan we ervan uit dat al het maatschappelijk nuttige of noodzakelijke werk ook eerlijk moet worden verdeeld en dat niemand zich aan dat werk kan onttrekken?” Kijkt u werkelijk zo neerbuigend naar mensen die vervelend, vuil of zwaar werk doen dat u ze geen hoger loon gunt? Als zij dit weigeren te doen voor een hongerloon is dat ook hun goed recht en dit dan recht op luiheid noemen is gewoon respectloos.

    Het BI ontslaat de staat niet van elke verplichting om meer voor mensen te doen dan dit BI. De staat moet ook een max, vermogensgrens invoeren en zorgen voor inkomensgelijkheid, De staat moet een nieuwe wetgeving maken die het onmogelijk maakt om eigendom te kopen in het buitenland en die het verbiedt dat kapitaalkrachtige buitenlanders hier de boel opkopen , De staat moet de grenzen sluiten.

    Bij onderzoek naar armoede… vergeet niet ook met hen, de armen, eens te praten. Zoedt

  • door jnijkerk op woensdag 28 augustus 2013

    Wel grappig, het onderwerp, dat door de Nederlandse Prof. Van der Grinten, naar ik meen in de zestiger jaren, werd aangedragen komt telkens weer terug.

    De voordelen waren; Een besparing op de uitvoering van sociale wetgeving, geen controleapparaat meer nodig, geen beroepszaken tegen beslissingen, geen mensen die geheel tussen wal en schip vallen door onvoorziene hiaten in regelgeving. Bovendien goed voor de economie omdat het geld blijft rondgaan.

    Verder was er vanuit bepaalde werkgeverskringen de bemerking dat ongemotiveerd personeel te veel geld kost, zou je die uit de bedrijven weg kunnen houden dan zouden er ook geen 'gedwongen sollicitanten' meer op komen dagen, een besparing in tijd. En er zou een betere sfeer op de werkvloer komen omdat er dan minder mensen kantjes van af lopen.

    Een andere overweging, uit weer een heel andere hoek, was dat dan de lonen beter in verhouding zouden zijn met het werk. Vuilophalers en schoonmaakpersoneel bijvoorbeeld, kortom de 'lagere' en dus slechtst betaalde banen zouden dan een meer passende honorering kunnen krijgen door schaarste aan personeel. De 'gemakkelijke' baantjes zouden dan tot de minder betaalde kunnen gaan behoren omdat het aanbod groter zou zijn. Kortom, de gedwongen acceptatie van een (te) laag loon omdat er anders honger wordt geleden wordt hierdoor verminderd, hetgeen wel zo eerlijk is. Vanuit een dwangpositie is geen onderhandeling mogelijk.

    Een ander voordeel voor, als voorbeeld, de (welzijns)zorg en voor scholen en bibliotheken zou dan zijn dat, loonkosten omlaag kunnen gaan. Veel instellingen die aan mensen met een sociale uitkering een zinvol bestaan als vrijwilliger aanbieden omdat er geen geld is voor personeel, kunnen dan volwaardige werknemers aantrekken zodat het zorgniveau, met name voor ouderen en behoeftigen, op een hoger peil kan worden gebracht. . Weliswaar niet dik betaald, maar wel een meer gezonde situatie dan de huidige. Waar soms het verschil tussen vrijwillig en vrijblijvend niet wordt gezien.

    In feite komt het neer op een herverdeling van inkomens, iets dat, en zeker wanneer wij met de EU doorgaan, een goed alternatief zou kunnen zijn voor de huidige lappendeken van sociale wetgeving. .

    Kortom, het zal niet de hemel op aarde zijn, maar het idee verdient (al decennia een kans.

    Uiteindelijk verandert er ook niets, iedereen krijgt een uitkering, maar dan zonder dat kostbare en tijdverslindende ambtenarenapparaat en de dure huisvesting daarvan. Bovendien levert dit gegeven ook nog eens een energiebesparing op en heeft u ook wel eens berekend wat één ambtenaar compleet met werkplek aan CO2 uitstoot veroorzaakt? ;-)

  • door RH op woensdag 28 augustus 2013

    1/ Het ONVOORWAARDELIJKE is de belangrijkste eigenschap van het BasisInkomen =BurgerInkomen BI, dus niet afhankelijk van wat dan ook, niet van de leeftijd of van het land in de EU. Een nominaal zelfde bedrag voor ieder -ingezetene ook dakloze, permanent verblijvende- in de EU. Eenvoudig, geen controle, berekening, onderhandeling en ook geen neiging om nog andere voorwaarden te introduceren. Het helpt de prijzen te egaliseren in de EU en de economie te stabiliseren door een stabielere koopkracht.

    Het grondidee is dat de aarde van iedereen is: De concrete toepassing daarvan zal uiteindelijk leiden naar een totaal andere maatschappij wat inkomsten- en machts-/ zeggenschapsverdeling betreft bvb in de ondernemingen omdat een gedeelte van het inkomen van de werknemers vast en zeker is. Overigens is de economie te belangrijk om ze aan de aandeelhouders, de kapitaalbezitters over te laten waarbij sedert ongeveer 400 jaar mens en milieu behandeld worden als grondstoffen annex wegwerpartikelen.

    Het neoliberalisme =ongeremd kapitalisme gaat uit van het idee dat de aarde in principe niet van iedereen, maar alleen van hen die een gedeelte van de buit van de treinroof kunnen bemachtigen. En wie dat niet kan mag creperen. In het neoliberalisme van het EU bestuur +28+1 regeringen zijn de Grote Multinationale Ondernemingen GMO de enige entiteiten die van belang zijn en zij moeten gediend worden door de nationale overheden en door flexibele en totaal rechteloze werknemers cfr de 19e eeuw. Door het BI zijn de burgers ook van belang en doeleinde voor de economie. Die 2 zienswijzen botsen.

    2/ Een BI, dat LAGER is DAN HET MINIMUM bvb 200 euro per maand, kan een goed begin zijn. Het kan niet anders dan dat andere regels eerst behouden blijven en dan eventueel slechts geleidelijk en met overleg afgeschaft worden. Het begint klein en Rome is niet in 1 dag gebouwd.

    3/ Door een BI wordt de burger, de CONSUMENT GEHOLPEN, gesubsidieerd niet de ondernemingen bvb de banken wat een kortsluiting is in de geldkringloop van ondernemingen naar consumenten en terug.

    4/ De VERANTWOORDELIJKHEID van de staat, de gemeenschap houdt niet op met het installeren van een BI.

    5/ De FINANCIERING. Alle betalingen aan de overheid = belastingen en sociale bijdragen in de productie worden door de ondernemingen verrekend in de prijs van de eindproducten, die in alle gevallen dezelfde is en door de consument, de afnemer betaald wordt. Een onderscheid 'betaald door de arbeid of door de hele gemeenschap' zoals in het artikel slaat nergens op. Van dat standpunt gezien maakt het niet uit welke de grondslag is van de betalingen bvb sociale bijdragen op arbeid of op machines/ kapitaal, BTW, vennootschapsbelasting.

    De overheid kan niet anders dan belastingen/ bijdragen heffen overal waar mogelijk en als er te veel negatieve effecten zijn bij een bepaalde belasting/bijdrage bvb op arbeid, dan moeten die belastingen/ bijdragen verschoven naar andere vormen, andere plaatsen bvb naar bijdragen op machines.

    • door RH op donderdag 29 augustus 2013

      1/ Voor de PRODUCTEN voortgebracht door de overheid bvb openbare orde, of onderwijs wordt niet betaald bij het gebruik ervan. Er wordt betaald dmv de belastingen. De producten van de privé worden wel betaald bij gebruik, aankoop. Om dat blijvend mogelijk te maken moeten de ondernemingen geld geven aan de consumenten wat gebeurt onder de vorm van loon of via de overheid als belastingen en sociale bijdragen bvb op arbeid. Er is zo een geldkringloop van ondernemingen naar consumenten en terug, als verkopen van de producten.

      2/ Belastingen - en sociale BIJDRAGEN OP ARBEID worden betaald door de onderneming en niet door de werknemer ook niet de betalingen die afgaan van het brutoloon die zogenaamd betaald worden door de werknemer. Dat alles is overeengekomen in onderhandelingen. De werknemer krijgt zijn nettoloon, dat is zijn eigendom. Het is dus onjuist en veelal leugenachtig te zeggen dat werknemers 60% belasting betalen op hun loon. Nogmaals ze betalen daar niets op, de werkgever betaalt. Maw de arbeid wordt belast, niet de arbeider. Nog iets anders, belasting op arbeid doet de productie verschuiven van arbeid naar productie door machines en omgekeerd.

      3/ In het PRODUCTIEPROCES zijn er tal van betalingen aan de overheid mogelijk oa sociale bijdragen op arbeid, - op kapitaal, machines, loonbelasting, vennootschapsbelasting, BTW. Al die betalingen worden afgewenteld op de afnemer, verrekend in de prijs van het eindproduct. Twee gevallen: Er zijn sociale bijdragen op arbeid, verrekend in de prijs en er wordt bvb 21% BTW geheven, beide bedragen worden betaald aan de overheid. Alleen BTW bvb 25%. Er wordt in totaal even veel betaald aan de overheid en de prijs van het eindproduct is dezelfde. In dit geval is de prijs zonder BTW lager dan in het vorige geval. Bij de verkoop van het eindproduct krijgt de onderneming het betaalde geld terug van de consument bvb een gepensioneerde, die dat geld gekregen heeft van de overheid. Besluit: Wat de grondslag, de basis van de betalingen aan de overheid ook is, het maakt verschil voor de onderneming en voor het productieproces niet voor de consument. Men kan dus niet stellen: Een verhoging van de sociale bijdragen op kapitaal is sociaal en verhoging van de BTW is dat niet want het belast iedereen. In beide gevallen betaalt de consument dezelfde prijs. Iets anders, zoals reeds gesteld, belastingen/lasten moeten noodzakelijkerwijs geheven worden op veel plaatsen.

      4/ Als de overheid en de consumenten geld tekort komen, is een verhoging van de in de prijs van het eindproduct VERREKENBARE LASTEN =lonen- belastingen- sociale- bijdragen in het productieproces aangewezen: De hoeveelheid geld in de geldkringloop neemt toe. Dan moet een onderneming in staat zijn die betalingen te doen, wat mogelijk is als ze voldoende verkopen hebben. Het één gaat niet zonder het ander. Overigens ondernemingen moeten het hebben van hun verkopen, hun ontvangsten niet van lastenverlichtingen waar de EU op aandringt met de bedoeling de rol van de overheid en de koopkracht van de consumenten drastisch te verminderen wat op een ramp moet uitlopen.

  • door stef cas op maandag 2 september 2013

    Dit is zeker al een grondig artikel. Maar ik vraag me af hoe diep de auteur gegaan is; of ze echt het onderwerp wilde leren kennen. Ik krijg het gevoel dat het net diep genoeg is om er iets over te kunnen zeggen, maar niet meer.

    Ooit kreeg ik een bundeltje van ongeveer 30 pagina's van Etienne Vermeersch, waarin hij wou aantonen dat astrologie nonsens is. Toevallig had ik me er zelf lang genoeg in verdiept om te kunnen zien dat de prof de ene blunder na de andere beging. Mijn conclusie was dat hij wel een en ander gelezen had, in een rapte, maar niet genoeg om te kunnen oordelen. Toch oordeelde hij. En de mensen volgden hem, want hij was de prof.

    Als iemand in een witte schort of met een ronkende titel (prof) iets zegt, dan volgen de mensen gemakkelijk. De verantwoordelijkheid is groot, maar vaak is het enkel misleiding dat je krijgt. Witte schorten of titels veranderen niets aan het mens zijn.

    Een zeldzame uitzondering. Er is de theoloog Schuman, die heel zijn leven aan theologie weidde, terwijl hij zelf atheïst was. Hij besefte dat dat de enige juiste manier was om tegen de gelovigen en hun standpunten in te gaan, met recht van spreken.

    Tja. Wanneer ga je diep genoeg om "recht van spreken" te krijgen. Ik kan veel mensen die het BI direct afdoen als "slecht, onmogelijk, te gek voor woorden..." zonder er ook maar iets over te weten of gelezen te hebben.

    Hier zie je ook de stokpaardjes van de auteur doorsijpelen. Rakelings passeren langs het BI om binnen je eigen paradigma te eindigen. Zo geraken we nergens. Maar ik begrijp: paradigma-shifts zijn zeldzaam, en mensen hebben ook zelden de tijd om zich echt in iets te verdiepen.

  • door Patrick Dewals op dinsdag 3 september 2013

    Beste mevrouw Mestrum,

    Ik heb op mijn blog op uw artikel gereageerd. U kan het lezen op http://www.dewereldmorgen.be/blogs/patrick-dewals/2013/09/03/reactie-op-dr-francine-mestrums-het-basisinkomen-een-oplossing

    Mvg

    Patrick Dewals

    • door Rijk op zondag 31 augustus 2014

      Ik vind uw reactie goed doordacht. Ik vroeg me altijd al af waar het plan van betaald zou moeten worden. Met hogere btw's krijg je algauw dat het basisinkomen verdubbeld zou moeten worden om rond te kunnen komen. Dat levert weer hogere btw op....Ik hoor de bedrijven nu al piepen dat ze hun producten niet kwijt kunnen en daarom de tent moeten sluiten. Nog meer mensen met alleen een basisinkomen. Mensen die misschien toch dat beetje meer erbij hadden willen verdienen, de mogelijkheid kwijtraken en minder te bestden over houden. Ik voorzie een economische crisis bij een BI plan in de huidge vorm zoals door u geschetst.

      De mensen die ik ken en die voorstander van het basisinkomen idee zijn, gaan er altijd van uit dat ze er financieel op vooruit zullen gaan tov hun huidige lage inkomen. Ik zal ze inlichten.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties