Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Opinie

Filip I: nog geen koning en al een bos te rijk?

Net als Willem-Alexander, de nieuwe koning van Nederland, maakt weldra koning Filip I kans op een plaats met zijn naam op in Israël. Waar ooit Palestijnse boeren de velden bewerkten moet een bos komen dat aan hem zal worden toegewijd. Lucas Catherine denkt terug aan de oorspronkelijke bewoners van de Negev.
dinsdag 16 juli 2013

Koning Filip zit nog niet op de troon en hij krijgt al een bos in Israël. Zijn broer Laurent zal jaloers zijn, hij die het met één boompje moest doen. Het stond nog niet in de kranten, maar wel op de website van het Forum der Joodse organisaties op 11 juli 2013 :

"Na de betreurenswaardige commentaren en de verregaande kritiek op prins Laurent, omdat hij een boom in Israël plantte,  wenst het Forum te reageren met een positieve actie. De pogingen van sommigen om zowel Israël als het Joods Nationaal Fonds (JNF) in een slecht daglicht te plaatsen kenmerkten zich immers door een uitgesproken negatieve motivatie. Zelfs de goede zorg voor de leefomgeving speelde plots geen rol van betekenis meer. Daarom wil het Forum daar de sympathie van de Belgische burgers tegenover stellen door het aanplanten van een nieuw bos in Israël. ..."

Belgica

"Oorspronkelijke werd eraan gedacht om het bos "Belgica" te noemen maar ondertussen bereikte ons de suggestie om het de naam van onze nieuwe koning te geven. Het Forum verwelkomt echter elke andere suggestie die u aan ons overmaakt. Wij rekenen op jullie medewerking om het success van dit project te garanderen. Een bos bestaat uit minstens 1000 bomen, wij hopen dat u vrijgevig zal zijn om het bos zo groot mogelijk te maken. Antwoord ons vóór 21 juli."

En waar moet dat bos dan komen?  

Joods Actueel (15 juli) suggereert om het bos aan te planten in de omgeving van het Willem-Alexanderreservoir in de Negev dat dit jaar door het Joods Nationaal Grondfonds werd aangelegd naar aanleiding van de kroning van de nieuwe Nederlandse vorst Willem-Alexander. Dit project ligt in de Negev bij Mitspe Ramon, een dorp van zo’n vierduizend inwoners.

Mitspe Ramon werd in 1954 in de Negev gesticht op grond die toebehoorde aan de Palestijnse bedoeïenen van Azazmehstam. De plek heette toen nog Tel Ruman. Het ligt in Wadi Ramun (nu Makhtesh Ramon), een seizoensgebonden rivier (er staat enkel water in tijdens de regenperiodes) die het regenwater van de tel (berg) afvoert naar Ain Wehbeh (nu verhebreeuwst tot Ain Yahav), in de Jordaanvallei. Wadi Ramon is een geologisch unicum, oorspronkelijk een slenk gevormd door het botsen van twee tektonische platen die daarna geërodeerd werd door het water en zo de 'wadi' (vijver, waterbekken, reservoir) vormde.

Het ligt dus in de Negev en als er een streek van Palestina tot de Europese verbeelding spreekt dan is het wel deze woestijnstreek. Zijn oppervlakte beslaat ongeveer de helft van de totale oppervlakte van Palestina. De streek roept het beeld op van een van de dorste gebieden ter wereld, maar eigenlijk klopt dit niet want het deel van de Negev rond Ashdod en Beersheba is eerder een savanne en geen woestijn.

Palestijnse boeren ...

Palestijnse bedoeïenen deden er op grote schaal aan landbouw of zoals het Britse Survey of Palestine (1946) het stelde: "Deze zone omvat ongeveer 1.640.000 dunums (1 dunum= 0,1ha) bewerkbaar land en elke dunum die winstgevend kan bezaaid worden, wordt door de bedoeïenen bewerkt. Zij zijn ijverige landbouwers, zeer bewust van de mogelijkheden die verbeterde landbouwmethodes bieden. Ploegen met tractoren is de laatste jaren zeer veel toegepast en de oppervlakte die elke jaar wordt beplant met fruitbomen neemt elk jaar toe". 

Nog eens meer dan 1 miljoen dunum werden bewerkt in de rest van Negev. De totale bewerkte oppervlakte bedroeg 4 miljoen dunum, dat is een derde van de Negev. Er leefden zeven grote bedoeïenenstammen, waaronder de Arab al Azazmeh, die het land in de centrale Negev (en dus ook Tel Rumam) in eigendom hadden. Deze Negev-bedoeïenen verbouwden in 1935 bijna alle gerst en een groot deel van het graan dat Palestina toen produceerde. 

Toen het Joods Nationaal Fonds, dat altijd achter vruchtbare grond aanzat, in 1930 aan de Britse kolonisator vroeg om 100.000 dunum in de Negev op te kopen, kreeg het als antwoord dat er geen landbouwgrond meer vrij was en dat het zich tot de eigenaars, de bedoeïenen moest wenden. Het Joods grondbezit bedroeg in 1945 volgens de Britse statistieken dan ook maar een luttele 0,52% van de Negev. Daarop leefden welgeteld 150 joodse kolonisten.

... worden verdreven van hun land

De Palestijnse bedoeïenen deden er ook aan irrigatie. Daarbij grepen ze terug naar technieken die ze geleerd hadden van hun voorouders, de Nabateërs. De Nabateërs zijn bekend van hun grote uit de rotsen uitgehouwen stad Petra (nu Jordanië), maar ze leefden ook in de Negev. Het waren Noord-Arabieren die het Arabisch schrift uitvonden. Hun systeem bestond erin om de wadi’s af te dammen om zo het regenwater over heel het jaar te kunnen gebruiken. Dit soort dammen vind je nog steeds in de Negev (een voorbeeld zie op de foto boven dit artikel).

Na de Israëlische onafhankelijkheid werden de meeste bedoeïenen verdreven. Beerseba werd verhebreeuwst tot Beersheva, het merendeel van de bedoeïenen verdreven naar Jordanië. In 1960 woonden er officieel nog slechts 15.934 Palestijnen in de Negev. Op het einde van de jaren 1950 werd dan bij wet 90% van de Negev onteigend van de Palestijnse bedoeïenen en alle overblijvers werden in het gebied ten oosten van Beerseba geconcentreerd in een soort reservaat. Nu zijn ze weer met 60.000. Ze leven er voor het merendeel in ‘illegale’ dorpen, zonder water, elektriciteit of scholen. 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

5 reacties

  • door Félicien Manon op donderdag 18 juli 2013

    Heb ooit de boeken de Hadji en Exodus van Leon Uris gelezen. Wie waren die grootgrondbezitters, die de gronden waarop Palestijnse boeren ooit op werkten aan de Joodse kolonisten hebben verkocht?

  • door Licht op woensdag 31 juli 2013

    Ik was onlangs zelf in de Negev bij Mitspe Ramon en kan het betoog van Lucas Catherine absoluut niet bevestigen, integendeel. Feit is dat er Bedoeïen wonen in de Negev woestijn, een erg onhergzaam, onvruchtbaar gebied, waar het leven door de barre klimaatomstandigheden (heet overdag en koud 's nachts) erg moeilijk is. In deze streek werden de eerste kibbutzen opgericht door settlers, vooral afkomstig uit de ex-Sovjetunie en Oost-Europa. Die leefden (en leven er nog) in communes op communistische basis. Ze kwamen er toe met niets, werkten hard en maakten de woestijn vruchtbaar.

    De Bedoeïen vochten er zij aan zij met de mensen van de kibbutz tegen de Egyptenaren, tijdens de Eygyptische invasie in 1948. De Bedoeïen (het zijn geen Palestijnen, maar Arabieren) wilden liever in de staat Israël wonen, dan overheerst te worden door een Arabische mogendheid. De Bedoeïen leven er inderdaad niet in goede omstandigheden, maar ze hechten geen belang aan een mooi huis. Ze beschikken er wel over elektriciteit en lopend water, heb ik zelf gezien. Ze leven vooral van wat veeteelt, het verhandelen van oud ijzer en wat landbouw. De Bedoeîen krijgen uitkeringen van de Israëlische staat, maar ze verkiezen om er auto's mee te kopen. Zo zie je in Bedoeïnen-dorpen in de Negev woestijn, mooie auto's staan naast barakken. De Israëli doen aan wetenschappellijk onderzoek in de Negev woestijn: gebruik van zonne-energie, vruchtbaar maken van het land, watergewinning... de resultaten van hun onderzoek stellen ze gratis ter beschikking van de boeren, zowel Israëli als Bedoeïen.

    De hoofdstad van de Negev Beersheva is voor een groot deel Russischtalig, het is er de derde taal naast de twee officiële talen Hebreeuws en Arabisch. Alle verkeersborden en informatie zijn er in deze twee landstalen. Arabieren in Beersheva en in Israël identificeren zich de laatste jaren wel als 'Palestijn', maar ze willen niet in Palesina wonen, want 'in Israël is er werk en geld', zeiden me enkele Arabieren in Beersheva.

    • door LucasCatherine op woensdag 31 juli 2013

      Ze deden de woestijn bloeien?

      De feiten: in 1935 verbouwden de Arabieren in de Negev het grootse deel van de gerst en het graan in Palestina. De totale bebouwde oppervlakte bedroeg toen 4 miljoen doenam, dat is een derde van de Negev. Er leefden toen nog geen joodse kolonisten in de Negev. In 1946 waren er inderdaad al 4 joodse kolonies, in het totaal 475 inwoners. Ze bebouwden 21.000 doenam, dat is 0, 5% van de grond. De 100.000 bedoeïenen werden in 1948 grotendeels verjaagd. In 1960 waren ze nog maar met 15.900.

      Volgens de Britse statistieken van 1945 (Village Statistics) bewerkten de Palestijnen toen 193.400 ha grond in de Negev. Volgens het Statistical Yearbook van Israël werd in 1985 nog maar 140.900 ha bewerkt. Vijftigduizend hectaren landbouwgrond gingen verloren. De woestijn werd dus groter. De Palestijnse bedoeïenen gebruikten meer primitieve technieken dan de joodse kolonisten, maar ze bebouwden dus meer grond. Die is hen door Israël afgenomen. Is het daarom dat ze nu in oud ijzer moeten handelen?

      • door LucasCatherine op donderdag 1 augustus 2013

        En nog dit: vandaag 1 augustus hebben de Palestijnse bedoeïenen afgekondigd als een Dag van Woede, omdat nog eens 40.000 van hen opnieuw dreigen verjaagd te worden.

  • door Licht op dinsdag 6 augustus 2013

    Bovenstaand artikel is erg onvolledig en vermeldt belangrijke zaken niet. Bedoeïnen zijn Israëlisch staatsburger, ze ontvangen uitkeringen bij onder meer werkloosheid, voor de rest leven ze vooral van veehouderij; schapen en geiten, wat landbouw en handel. Je ziet er Mercedessen en zelfs BMW's staan, terwijl er weinig belang wordt gehecht aan een 'mooi' huis. Elektriciteitsvoorziening gebeurt via zonne-energie: overal ziet men er zonnepanelen. Water wordt opgeboord,1000 meter uit de grond. Ook in een Bedoeïenn dorp in de Negev vind je een toilet met waterspoeling en kraantjes waaruit water loopt. Deze technologieën hebben de Bedoeïnen niet zelf uitgevonden, maar werden hen ter beschikking gesteld door Israëli, die aan hoogstaand technologisch en wetenschappelijk onderzoek doen in de woestijn, onder meer onderzoek op het gebruik van de zonnenergie, geavanceerde landbouwmethodes, watervoorziening, eco-huizen...... Door het dorre woestijnklimaat kunnen groenten er niet in open lucht worden gekweekt: dit gebeurt in serres bedekt met een zeil dat recycleerbaar is. Ook water wordt gerecycleerd, evenals het meeste afval. Graangewassen heb ik er niet gezien en wellicht is de grond te dor en te droog voor dit soort gewassen. Door aanwending van spitstechnologie is men erin geslaagd om de Negev woestijn enigszins leefbaar en vruchtbaar te maken. Sommige dorpen en de kibbutzim (communes) lijken er wel kleine paradijsjes (vooral door de veelkleurige bloemen die het voorjaar sieren) voor kinderen.

    In de grond gaat het om een 'clash' tussen de moderniteit, de hoogtechnologische ontwikkeling van de Israëli de en de uiterst traditionele levenswijze van de nomaden, hoewel ze elkaars taal spreken. Vele Bedoeïnen leven in 'illegale' dorpen, die steeds meer uitbreiden door het hoge geboortecijfer, de Israëlische regering wil nu een deel van de bedoeïenen-dorpen verplaatsen naar de erkende dorpen en steden, voor zover dat nog niet is gebeurd. Bedoeïenen daarentegen vinden het hoog tijd dat de regering de niet-erkende dorpen erkent en daar zorgt voor dienstverlening. Van de 206.000 bedoeïenen in de Negev wonen er 80.000 in de niet-erkende dorpen. De rest woont in steden of in een van de elf erkende woonplaatsen – tien dorpen en de stad Rahat, waarin 55.000 bedoeïenen zijn gehuisvest. De bedoeïenbevolking groeit met 4,4 procent per jaar. Dat is veel meer dan het Israëlische landelijk gemiddelde van 1,8 procent. Een derde van de bedoeïenen in de Negev is werkloos, terwijl het landelijk gemiddelde 7 procent is. Een aantal van hun dorpen bestond al voor de oprichting van de staat Israël . Andere dorpen ontstonden in de jaren vijftig, toen de autoriteiten de bedoeïenen elders in de Negev naar het Siyaggebied in het noordosten van de Negev verplaatsten.

    De staat zoekt een oplossing in de richting van erkenning van de niet-erkende dorpen en dit via een compensatieregeling. Het kabinet van premier Benjamin Netanyahu gaf de steun aan een wetsvoorstel over de vestiging van bedoeïenen in de Negev en de Knesset keurde dit voorstel in een eerste lezing goed. Het plan voorziet in het erkennen en registreren van de claims door de bedoeïenen op het land. In andere gevallen waarin de staat eigendomsrechten erkent, zal de staat compensatie geven in de vorm van ander land of geld. In de praktijk zou dat betekenen dat naar schatting 30.000 tot 40.000 bedoeïenen hun land moeten verlaten en krijgen daarvoor een compensatie. Bedoeïenen die niet binnen een bepaalde tijd positief reageren verliezen hun recht op compensatie.

    Ambtenaren in het kantoor van de Dienst voor de Vestiging van Bedoeïenen in de Negev in Beersheva zeggen dat de regering juist probeert het leven van de bedoeïenen drastisch te verbeteren. In de erkende plaatsen zorgt de overheid voor grond waarop bedoeïenen huizen kunnen bouwen, voor openbare dienstverlening, onderwijs en gezondheidszorg. In de bedoeïenstad Rahat wonen nu 50.000 mensen en dat de stad zal plaats bieden aan 130.000 bewoners. Verder zouden de autoriteiten daar gaan zorgen voor bedrijven, een ziekenhuis en een instituut voor hoger onderwijs. Eigenlijk kan men het vergelijken met de onteigeningen en de dorpen die zijn moeten verdwijnen voor de uitbreiding van de haven van Antwerpen. In Borgerhout zouden mensen uit hun mooie herenhuizen moeten vertrekken, verplichte onteigening voor het aanleggen van een park, Terloops nog dit: zowat alle joden werden verdreven uit de Arabische wereld: ze kregen nooit een compensatie en van terugkeren was nooit sprake. Uit landen als Marokko, Egypte, Tunesië,Algerije; Syrië; Irak, Jemen, Libanon, Libië...werden ongeveer 900 000 joden verdreven door systematische discriminaties en progroms die escaleerden na 1948.......

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties