Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

To be or not to be? Waarom radicaal-links het zo moeilijk heeft met 'Europa'

Blockupy in Frankfurt, stakingen in Spanje en Portugal, rellen in Stockholm, een vakbondsbetoging in Brussel en … een 'AlterSummit' in Athene. De sociale vrede is ver zoek in de Europese Unie, wat met het bezuinigingsbeleid van de afgelopen jaren ook niet anders kan. Maar hebben de sociale bewegingen ook een alternatief? En zo ja, hoe ziet het er uit? Of zo nee, waarom niet? Francine Mestrum antwoordt.
woensdag 5 juni 2013

Het is al bijna tien jaar geleden dat de belangstelling van de linkerzijde voor het Europese beleid een enorme boost heeft gekregen. Toen de Europese Conventie begin van deze eeuw in de startblokken stond, werd er nog schouderophalend over heen gekeken.

Het ontwerp-grondwettelijk verdrag dat er uit voortkwam, leidde tot de eerste moeilijke discussies bij Attac Vlaanderen. Maar echte actie kwam er pas toen de referenda in Frankrijk en Nederland dat verdrag naar de prullenmand verwezen. Men ontdekte dat er kon worden gemobiliseerd, gevochten en gewonnen rond Europese dossiers.

Er is in die kleine tien jaar een enorme vooruitgang geboekt. Men heeft moeten vaststellen dat het Verdrag van Lissabon helemaal niets in marmer heeft gebeiteld, maar dat de Raad al twee verdragswijzigingen heeft goedgekeurd. Nieuwe verdragen worden nu uitgepluisd, de ‘sixpack’ wordt onder de loep genomen, de aanbevelingen van de Europese Commissie worden verguisd.

Volkomen terecht, want wat de economisch-financiële crisis aan Europees beleid heeft opgebracht, is verre van positief. De lidstaten van de EU besparen zich kapot, in Zuid-Europa heerst een regelrechte humanitaire crisis, de Frans-Duitse ‘vriendschap’ ligt op apegapen en de euro, tja, de euro, kan die overleven?

Iedereen beseft, zowel de voor- als de tegenstanders van de Europese Unie, dat het zo niet verder kan. Iedereen wil een ‘ander Europa’. Maar voor de enen betekent dit ‘meer Europa’, dit is een echte federatie met een gemeenschappelijk begrotingsbeleid en aangepaste verdragen en instellingen, voor de anderen betekent het zo weinig mogelijk of géén integratie, terug naar de natiestaten of hooguit een intergouvernementele Europese Unie.

Terwijl ik mezelf in de eerste groep thuis voel, wil ik hier duidelijk onderstrepen dat m.i. beide standpunten legitiem zijn.

Ze gaan uit van verschillende politieke uitgangspunten. Als iemand wil geloven dat zelfs kleine landen zich in de gemondialiseerde wereld van vandaag het best zelf kunnen verdedigen, dan moet dat kunnen.

Democratie

De argumenten die de tegenstanders van elke Europese integratie aanhalen, hebben meestal te maken met democratie en soevereiniteit. Zoals de Nederlandse SP kunnen ze gewoon niet geloven dat democratie voorbij de landsgrenzen nog mogelijk is.

Een volk moet soeverein voor zichzelf de beslissingen kunnen nemen die het wenselijk acht, en daar hoeft niemand anders zich mee te moeien. Het is een kwestie van zelfbeschikkingsrecht.

Persoonlijk ben ik het volledig oneens met deze argumenten, maar nogmaals, ze zijn volstrekt legitiem. Ik wil het in dit artikel evenwel hebben over de noodzaak om helderheid te brengen in het politieke debat, dit is, duidelijk te stellen aan welke kant men staat.

Want welke kant men ook uit wil, men zal er een democratische meerderheid voor nodig hebben en dat kan slechts met een duidelijke boodschap. Voor alle duidelijkheid, de twee standpunten die ik hierboven schetste, kunnen zowel links als rechts worden ingevuld.

Gebrek aan kennis

Een eerste reden waarom die helderheid er vandaag niet is, is een schrijnend gebrek aan kennis van de instellingen en van het beleid. Toegegeven, het is niet makkelijk, maar de Belgische institutionele context is ook niet makkelijk.

Journalisten die tot vandaag blijven spreken over ‘Europa’ zonder te vermelden of ze het hebben over de Europese Raad, de Raad van Ministers, de Europese Commissie of het Europees Parlement, zouden meteen de bons moeten krijgen. Want de politieke gevolgen van de beslissingen van die instellingen zijn telkens zeer verschillend.

"Journalisten die tot vandaag blijven spreken over ‘Europa’ zonder te vermelden of ze het hebben over de Europese Raad, de Raad van Ministers, de Europese Commissie of het Europees Parlement, zouden meteen de bons moeten krijgen"

Journalisten dienen het publiek in te lichten en voor te lichten, maar wanneer ze niet eens weten of een beslissing definitief of bindend is, kan het publiek ook niet oordelen over hoe er kan of moet worden gereageerd.

Een mededeling van de Europese Commissie kan nog in alle richtingen gewijzigd worden, een stemming in het Europees Parlement heeft zelden een definitief gevolg en na een besluit in de Raad van Ministers kan vaak nog gelobbied worden bij de nationale regeringen als men uiteindelijk iets anders wil. Hierover krijgen kijkers en luisteraars nagenoeg geen informatie.

Nog minder informatie wordt er gegeven over de nationale voorbereiding van de dossiers. Het is niet de Europese Commissie die beslissingen neemt, maar meestal de Europese Raad, dit zijn onze nationale regeringen.

Er wordt steen en been geklaagd over het gelobby op Europees niveau, terecht, maar hoe de Belgische regering haar standpunten voorbereidt en wie daar invloed bij heeft, wie zal het weten?

Sociale bewegingen laten hier een uitgelezen kans voorbij gaan om de inhoud van de beslissingen mee te bepalen. Er wordt actie gevoerd tegen beslissingen die er niet langer toe doen – zoals tegen de ratificatie van het begrotingsverdrag – maar slechts zelden is er actie over een dossier dat nog in bespreking is, zoals bijvoorbeeld de voorbereiding van de Europese Raad waar eind juni zal worden beslist over de ‘sociale dimensie’ van de economisch-monetaire unie.

"Sociale bewegingen laten hier een uitgelezen kans voorbij gaan om de inhoud van de beslissingen mee te bepalen"

Hetzelfde geldt voor richtlijnen en verordeningen. Aan een verordening kan een nationale staat niets meer veranderen, ze is ‘erga omnes’, en moet ongewijzigd in het nationale recht worden toegepast. Een richtlijn echter vermeldt enkel de doelstelling, de manier waarop die doelstelling wordt bereikt, kan door de nationale parlementen worden ingevuld en laat altijd heel wat marges toe.

De waarheid wordt hier vaak heel wat geweld aangedaan door onze nationale voorlichters die maar wat graag een zwarte piet toeschuiven naar 'Europa' en niet graag vertellen dat het onze politici zijn die hebben beslist over een privatisering bijvoorbeeld …

"De waarheid wordt hier vaak heel wat geweld aangedaan door onze nationale voorlichters die maar wat graag een zwarte piet toeschuiven naar 'Europa'"

Ten slotte is er het meer bewuste dan onbewuste vertekenen van de informatie bij sommige bewegingen. Steevast wordt de Europese Commissie als boeman afgeschilderd, terwijl ze niet meer dan een executieve – een uitvoerende – Commissie is die dus niet kan handelen zonder mandaat van de Europese Raad – onze nationale regeringen.

Men weet dit – dat hoop ik althans – maar men weigert deze informatie mee te geven omdat men zich zo kan verzetten tegen 'Europa' zonder dat men moet zeggen dat onze nationale regering mee dit mandaat geeft.

Het enige antwoord dat dit argument oplevert, is dat in de Raad zogenaamd Duitsland alleen beslist en kleine landen geen stem hebben. Er zijn genoeg voorbeelden om aan te tonen dat dit helemaal niet klopt, de tegenstem van de Tsjechische republiek bij het begrotingsverdrag is er het jongste voorbeeld van.

Meegeschreven

Ook het jongste protest tegen de aanbevelingen van de Commissie zijn meer dan hypocriet. Men kan het oneens zijn met deze aanbevelingen, maar men moet wel weten dat het onze eigen nationale regering is die de Commissie een mandaat heeft gegeven om al deze zaken effectief te bekijken.

Neoliberaal? Jazeker, maar Belgische ambtenaren hebben meegeschreven aan deze aanbevelingen en het gaat niet op te stellen dat de Commissie ‘te veel macht heeft’ als onze regering eerst deze macht aan de Commissie geeft.

"Het gaat niet op te stellen dat de Commissie ‘te veel macht heeft’ als onze regering eerst deze macht aan de Commissie geeft"

Ten slotte vind ik het pijnlijk om te zien hoeveel tijd en energie gestoken wordt in acties tegen het begrotingsverdrag. Dit is beslist een slecht verdrag dat er nooit had mogen komen, maar men kan het niet meer tegenhouden, want voldoende landen hebben het al geratificeerd.

Het is inderdaad schandelijk dat onze parlementsleden het niet eens grondig bespreken, maar dat hadden ze vooral vooraf moeten doen en de hoorzittingen met de sociale bewegingen hadden ook vooraf moeten plaats vinden.

Nu voorhouden dat men het alsnog wil blokkeren, is de mensen een rad voor de ogen draaien. Trouwens, alles wat in het verdrag staat, is inmiddels al vastgelegd in wetteksten, zoals de ‘sixpack’ en, erger nog, de ‘twopack’.

Gebrek aan durf

Een tweede euvel waar linkse bewegingen vaak aan leiden als ze het Europese beleid moeten bespreken, is een gebrek aan durf. Ze weten zelf niet of ze ‘voor’ dan wel ‘tegen’ de Europese Unie zijn, omdat beide houdingen voorkomen bij hun leden en ze dus hun bestaan niet op de helling willen zetten door duidelijk voor één richting te kiezen.

"Een tweede euvel waar linkse bewegingen vaak aan leiden als ze het Europese beleid moeten bespreken, is een gebrek aan durf. Ze weten zelf niet of ze ‘voor’ dan wel ‘tegen’ de Europese Unie zijn"

Dit is duidelijk het geval bij de vakbonden die formeel gezien de Europese integratie altijd gesteund hebben – zeker het Europees Vakverbond – maar waarvan individuele leden en ook lidorganisaties soms een andere houding verdedigen.

Dit is op termijn onhoudbaar, omdat meer en meer beleid Europees wordt uitgevaardigd en er een sterke vakbondsoppositie tegen het huidige beleid nodig is. Die oppositie neemt echter een andere vorm aan als men ook tegen de Europese Unie zelf is. Met uiteenlopende houdingen een strijd aangaan, zal onvermijdelijk de slagkracht aantasten.

Het is aan dit euvel dat de ‘AlterSummit’ lijdt, een alliantie tussen vakbonden en sociale bewegingen. Het zeer positieve aan deze alternatieve top die van 7 tot 8 juni in Athene wordt gehouden, is dat hij inderdaad deze alliantie heeft mogelijk gemaakt. ABVV en ACV zitten erin, de Franstalige LBC speelde een doorslaggevende rol, samen met het Transform! Europa netwerk dat verschillende progressief-communistische stichtingen verenigt (in Griekenland Syriza en niet de KKE, in Portugal het Bloco de Esquerda en niet de PCP).

De ‘Alter Summit’ is daarom geslaagd waar de Europese Sociale Fora zijn mislukt. Er werd een gemeenschappelijke tekst goedgekeurd en men staat open voor samenwerking met politieke partijen. Voor dit punt verdient de ‘Alter Summit’ niets dan lof.

De prijs voor deze politieke vooruitgang is echter politieke vaagheid. Waar de progressief-communistische partijen gekend zijn voor hun openheid voor het Europese beleid – geen afwijzing van de Europese Unie, maar oppositie tegen het neoliberale beleid – is van deze openheid niets te merken in de gemeenschappelijke tekst.

Waar zowel de vakbondsvertegenwoordigers als de mensen van Transform! blijven beweren dat hun houding niet veranderd is, moet toch worden vastgesteld dat er in alle voorbereidende vergaderingen een sterke invloed was van notoire ‘anti’s’.

In het manifest wordt de EU nauwelijks vermeld en nagenoeg alle eisen – vaak slogans – zijn voor het nationale niveau. Van enig begin van alternatief is geen sprake, tenzij het een nationaal beleid wordt. Het manifest leert ons waar de deelnemende organisaties tegen zijn, maar niet wat voor ‘Europa’ ze dan willen, en of ze er een willen.

"In het manifest wordt de EU nauwelijks vermeld en nagenoeg alle eisen – vaak slogans – zijn voor het nationale niveau. Van enig begin van alternatief is geen sprake"

Dit is een gemiste kans, vooral omdat er volgend jaar Europese verkiezingen zijn en er bitter weinig tijd over blijft om met een gemeenschappelijk eisenplatform naar voren te komen. Een standpunt over de institutionele voorstellen die ondertussen op regeringsniveau worden voorbereid, is er dus ook niet.

To be or not to be?

Het lijkt er op dat sommige radicaal-linksen hebben beslist niet te willen bestaan op Europees vlak. Terwijl juist dat noodzakelijk is om te beginnen met een echte oppositie. Een alliantie sluiten is erg belangrijk, maar zonder akkoord over de inhoud heeft een alliantie niet de minste zin. Want ze zal uit elkaar vallen van zodra die inhoud op tafel komt.

Waar andere bewegingen, zoals het ‘Forum civique’, ‘Ander Europa’ en ‘Rood’, of partijen zoals de PVDA in België wel een standpunt innemen, waar men het eens of oneens mee kan zijn, is dit voor ‘Alter Summit’ onmogelijk gebleken. Het is mossel noch vis. Het kan alle kanten uit. Overigens, de Griekse KKE, oud-bondgenoot van de PVDA, heeft de ‘AlterSummit’ al verweten het kapitalisme te ondersteunen. Over duidelijkheid gesproken.

De verantwoordelijkheid van de radicaal-linkerzijde is daarom zeer groot. Bij de Europese verkiezingen van 2014 is het risico bijzonder groot dat de ‘anti’s’ – meer van rechts dan van links – een grote aanhang zullen verwerven. Dit kan de Europese instellingen volledig verlammen. Misschien is dat wat ook de linkse ‘anti’s’ willen.

"De verantwoordelijkheid van de radicaal-linkerzijde is daarom zeer groot. Bij de Europese verkiezingen van 2014 is het risico bijzonder groot dat de ‘anti’s’ – meer van rechts dan van links – een grote aanhang zullen verwerven"

Ze zijn dan wel mee verantwoordelijk voor de gevolgen die minder door hen dan wel door de rechterzijde zullen bepaald worden. Ik vind dit een erg zorgwekkend vooruitzicht, want nationalisme is niet waar vandaag behoefte aan is.

Hoe zeer we het huidige beleid ook moeten veroordelen – daarover bestaan weinig meningsverschillen aan de linkerzijde – het beleid verwarren met de instellingen is voorbij gaan aan de kracht van politiek, van burgerbewegingen en van democratie.

Geen enkele politieke instelling heeft een ‘DNA’, een ‘waar gelaat’ dat moet worden ontdekt. Integendeel, instellingen worden gemaakt en gekneed door de mensen die er in en er rond werken. De grote strijd die vandaag moet worden gevoerd, is een ideologische strijd tegen het neoliberale beleid en voor een systeemverandering, niet een strijd tegen instellingen en voor een onhaalbaar ‘opnieuw beginnen’.

Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en lid van de Vooruitgroep.

Zie ook: www.altersummit.eu

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

2 reacties

  • door Shardik op vrijdag 7 juni 2013

    Beste Francine,

    Als doctor in sociale wetenschappen heb je misschien de verplichting het naadje van de kous te weten. Daar kom je achter door zoeken, spitten. en voorkennis. Vanuit de mainstream media kom je, zoals je zelf al aangeeft, bij niets te weten over wat zich afspeelt...of te laat.

    Je geeft ook feitelijk aan dat de nationale overheden niet goed voorlichten en/of dat de pers dat niet goed oppikt.

    Buiten dat is de Europese "staatsinrichting" vrij onbekend voor een meerderheid van de Europese bevolking......maar veel democratischer als dat men denkt, zo geef je aan, Europa beslist niet zomaar maar er is een democratisch proces aan vooraf gegaan (je komt met voorbeelden).

    Waarom wordt er zo op gehamerd het democratie te noemen, je bent niet de eerste, als de (juiste) informatie niet bij het volk terecht komt. Wat kan men kiezen als er niet wordt uitgelegd wat er te kiezen is.

    In Spanje wordt op straat geschreeuwd "¡¡Lo llaman democracia pero no lo es!! (Het wordt democratie genoemd maar dat is het niet!!). En ze hebben gelijk.

    En de term "radicaal-links"....? En dan noem je Syriza en de nederlandse SP....? Sociaaldemocraten als radicaal links? Een prachtig voorbeeld van het ideologisch apparaat.

    Sorry Francine, als doctor in sociale wetenschappen sla je de plank volledig mis. Waarschijnlijk ben je vol goede wil maar moet je het kopje even leeg maken voordat er nieuwe thee in kan.

    Groet Marc

  • door Willem Bos op maandag 10 juni 2013

    Ofschoon ik niet in de gelegenheid was om de Alter Summit bij te wonen kan ik het niet laten op dit verhaal te reageren omdat het naast een aantal juiste constateringen - b.v. over de cruciale rol van de Europese Raad - ook een aantal stellingen bevat die naar mijn mening een vruchtbare discussie over de toekomst van Europa, (het Europa dat wij willen) in de weg staan.

    1. In de eerste plaats is dat de stelling dat het gaat om de vraag of men voor of tegen Europa is. “Ze (linkse bewegingen WB) weten zelf niet of ze ‘voor’ dan wel ‘tegen’ de Europese Unie zijn, omdat beide houdingen voorkomen bij hun leden en ze dus hun bestaan niet op de helling willen zetten door duidelijk voor één richting te kiezen. Dit is duidelijk het geval bij de vakbonden die formeel gezien de Europese integratie altijd gesteund hebben – zeker het Europees Vakverbond – maar waarvan individuele leden en ook lidorganisaties soms een andere houding verdedigen.” Voor of tegen de Europese Unie of de Europese integratie (op zich al twee heel verschillende zaken) dat is het Procrustesbed waar de voorstanders van het huidige Europa de discussie graag in willen passen. "Wie niet voor is, die is tegen", dat is wat iedereen die wel eens wat kritisch zegt over de EU direct tegen geworpen krijgt. In werkelijkheid gaat het natuurlijk om de vraag wat voor een Europa en wat voor een Europese integratie we willen.

    2. Nadat mevr. Mestrum terecht benadrukt heeft dat de Europese Raad (dus de regeringen van de lidstaten) een beslissende stem heeft in de EU; "Het gaat niet op te stellen dat de Commissie ‘te veel macht heeft’ als onze regering eerst deze macht aan de Commissie geeft", bekritiseert ze de verklaring van de Alter Summit omdat die zich beperkt tot het formuleren van eisen op nationaal niveau. Het punt dat mevr. Mestrum lijkt te missen is dat de huidige EU juist functioneert als mechanisme om het neoliberale beleid zo veel mogelijk buiten democratische controle om door te voeren, dat het gebrek aan democratie een wezenskenmerk is van de huidige Unie. Zie daarvoor de brochure van Ander Europa ‘Europa en de democratie’ http://www.andereuropa.org/wp-content/uploads/2012/11/brochure_Democratie.pdf.

    3. Mevr. Mestrum schrijft zeer terecht: “ Maar echte actie kwam er pas toen de referenda in Frankrijk en Nederland dat verdrag naar de prullenmand verwezen. Men ontdekte dat er kon worden gemobiliseerd, gevochten en gewonnen rond Europese dossiers”. Alleen, toen er in 2005 gemobiliseerd, gevochten en gewonnen werd, behoorde mevr. Mestrum tot degene die niet mee mobiliseerde, vochten en wonnen omdat ze vond dat het Grondwettelijk verdrag een stap vooruit was in de democratisering van de EU.

    4.Mevr. Mestrum is van mening dat Europese verdragen en wetgeving tegen kan worden gehouden door er tijdig tegen te mobiliseren. Campagne voeren tegen bv. het begrotingsverdrag is volgens haar onzinnig, omdat het te laat is. Maar weinig actievoerders zullen de illusie gehad hebben dat ze dat verdrag nog konden tegenhouden; maar een campagne daartegen is wel een uitstekende gelegenheid om de burgers duidelijk te maken dat we niet in een democratisch systeem zitten, en om de verontwaardiging daarover te mobiliseren. We hebben allemaal gezien hoe het grondwettelijk verdrag na het Franse en Nederlandse ‘nee’ in een ander jasje en nu zonder referenda toch werd doorgevoerd. Maar dat is natuurlijk geen reden om niet te ageren tegen nieuwe neoliberale verdragen. 5. Mevr. Mestrum schrijft: “ Ook het jongste protest tegen de aanbevelingen van de Commissie zijn meer dan hypocriet. Men kan het oneens zijn met deze aanbevelingen, maar men moet wel weten dat het onze eigen nationale regering is die de Commissie een mandaat heeft gegeven om al deze zaken effectief te bekijken." Dat van dat mandaat is juist, maar waarom is het dan ‘hypocriet’ om ertegen te protesteren? Zij schrijft immers zelf dat de Europese regering uiteindelijk binnen de EU de zaak bepalen, dan kunnen wij als burgers er toch tegen ageren dat ‘onze’ regeringen een dergelijk mandaat gegeven hebben?

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties