Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Opinie

Meer (godsdienst)vrijheid dankzij strikte neutraliteit

Het neutraliteitsdebat blijft voortduren. Jurgen Slembrouck, de initiatiefnemer van de petitie 'de burger is vrij', reageert op Karim Zahidi.
zondag 26 mei 2013

Blijkbaar wekte bij Karim Zahidi mijn pleidooi voor een verbod op het dragen van levensbeschouwelijke en ideologische symbolen door overheidsambtenaren de indruk dat dit pleidooi ‘neutraal’ zou zijn. Dat was alvast niet de bedoeling. Mijn pleidooi erkent ten volle het bestaan van alternatieven en is ook niet waardevrij. Aan de basis ligt een positieve appreciatie van de mens als zingever, het zelfbeschikkingsrecht, het vrij onderzoek  en in het verlengde van dit alles de diversiteit. Een pleidooi voor strikte neutraliteit is zelf natuurlijk niet neutraal, zoals een pleidooi voor semantisch minimalisme dat evenmin is. Rekening houdend met de verschillende alternatieven is strikte neutraliteit niet de enige maar wel de beste manier om met diversiteit om te gaan.

Primaat van de burger

“Waarom zou de neutrale staat de interpretatie van de gebruiker van de dienst moeten laten primeren op andere interpretaties en daarom die kledingstukken verbieden?”: vraagt Zahidi en lijkt niet te kunnen kiezen  tussen de interpretatie van de ambtenaar en de burger. Maar vreemd genoeg kent hij zelf het antwoord. Een T-shirt met daarop de boodschap ‘God bestaat niet’ zou niet gedragen mogen worden omdat het “niet neutraal is en een intimiderende invloed kan hebben op gebruikers van overheidsdiensten”. Zahidi erkent met zijn voorbeeld dus zelf het primaat van de burger en sluit zo aan bij het Verlichtingsdenken. Het is inderdaad tijdens de Verlichting dat er een nieuw samenlevingsmodel is ontstaan waarin het vrije individu centraal staat. Deze centrale positie wordt zichtbaar in de ondergeschikte positie van de ambtenaar. De ambtenaar handelt dan ook niet te persoonlijken titel maar wel als uitvoerder van een overheidsdienst. Wie voor de overheid wil werken moet worden gedreven door gevoelens van dienstbaarheid en de wens om de vrijheidsbeleving van de burger centraal te plaatsen.

Waarom mogen kruisjes niet en stropdassen wel?

Dat uitgerekend levensbeschouwelijke en ideologische symbolen worden geviseerd heeft natuurlijk een reden. Zij verwijzen naar mens- en wereldbeelden waarvan men beweert dat ze ‘waar’ zijn; dat ze ‘voor iedereen en alles’ gelden en waaruit ‘morele normen’ volgen die dwingend zijn. Het zijn dus de sterk ethisch geladen waarheids- en universaliteitspretenties van godsdiensten en ideologieën die maken dat hun symbolen het louter persoonlijke terrein overschrijden. Dat grensoverschrijdende karakter wordt versterkt door de sociale context. Dergelijke symbolen  verbeelden niet alleen een morele visie op de wereld, maar ook de macht  van de gemeenschap die zich door deze visie laat leiden.

Daardoor kunnen dergelijke symbolen de vrijheidsbeleving van de burger negatief beïnvloeden en  het zelfbeschikkingsrecht schaden. Dit effect staat dus los van de kwaliteit van de dienstverlening en de mate van tolerantie van de ambtenaar. Het kan ook optreden wanneer die voorbeeldig worden ingevuld.

Wanneer echter de vrijheidsbeleving en het zelfbeschikkingsrecht worden aangetast dan brengt dit ook de loyaliteit ten aanzien van de overheid en de bereidheid om gedeelde normen na te leven, in het gedrang. Kortom, de hele werking van een liberale, democratische rechtstaat wordt er door aangetast.

Voor de duidelijkheid, dergelijke symbolen zijn het voorwerp van regelgeving omdat ze de vrijheid en toewijding van de burger kunnen aantasten en niet zozeer omdat de overheid het niet eens is met de inhoudelijke en ethische dimensie van die symbolen. Daarover doet de overheid, gedreven door een streven naar neutraliteit, immers geen uitspraak.

De overheid weert keppeltjes bij ambtenaren, niet omdat ze van mening is dat uitingen van onderdanigheid jegens een Goddelijk gezag onjuist of ongewenst zijn, maar wel omdat ze wenst dat de Belg van Palestijnse afkomst  bij verbouwingswerken een bouwvergunning aanvraagt. Ze weert kruisjes, niet omdat ze naastenliefde onwenselijk acht of Jezus niet is verrezen, maar wel omdat ze wil dat een man aangifte doet wanneer hij  seksueel misbruikt werd door een priester.

Niet de evaluatie van de symbolen is dus voor de overheid belangrijk wel de vaststelling dat ze aanhorigheid ten aanzien van een specifiek levensbeschouwelijk of ideologisch referentiekader verraden. Een referentiekader dat zoals gezegd op gespannen voet kan staan met dat van de burger.

Absurd of racistisch?

Volgens Zahidi is een dergelijk criterium absurd omdat het te rigoureus alle religieuze en ideologische uiterlijkheden viseert en naar zijn smaak te weinig ruimte laat voor nuance. Volgens zijn lezing, brengt mijn pleidooi ook volstrekt neutrale uiterlijkheden in rekening. Hij concludeert dat het als basis kan dienen om mensen met een “Zuid-Mediteraan” uiterlijk uit overheidsdiensten te weren. Zahidi is met die conclusie in hetzelfde bedje ziek als El Azzouzi. Zonder schroom of argument worden verdedigers van een strikte neutraliteit als racisten afgeschilderd. Dat is niet alleen intellectueel oneerlijk maar ook erg pijnlijk. Nergens heb ik beweerd dat iemands huidskleur een teken van een of andere aanhorigheid kan inhouden. In de open brief schrijf ik uitdrukkelijk dat de regels en normen die we met elkaar afspreken, “niet mogen discrimineren”.

Deze conclusie is dan ook te gek voor woorden. Iemands huidskleur kan immers geen teken van religieuze aanhorigheid zijn, precies omdat het niet het voorwerp is van een vrije, intentionele keuze. Dat is ook de reden waarom de uiterlijkheden die ik bespreek, wel geviseerd kunnen worden. Men kan er namelijk al of niet voor kiezen om een keppeltje of fakkeltje te dragen. Dragers van dergelijke symbolen zijn zich daar overigens ook goed van bewust en weten maar al te goed dat ze op die manier een signaal uitzenden.

Terecht zegt Zahidi dat dit signaal ambigu kan zijn en dat men bijvoorbeeld om vele redenen een hoofddoek kan dragen. Maar niemand kan ontkennen, ook niet diegenen die bijvoorbeeld een hoofddoek om louter esthetische redenen dragen, dat een dergelijk kledingstuk een bijzondere betekenis heeft binnen een religieuze context. Al is het slechts impliciet, wie een  hoofddoek draagt  onderschrijft  zo ook de ethisch beladen waarheidsaanspraak en universaliteitspretentie. Het onderscheid dat Zahidi maakt tussen symbolen en kledingstukken is in deze optiek dan ook niet relevant. Het is niet omdat symbolen het voorwerp zijn van verering en kledingstukken niet, dat die laatste onafhankelijk kunnen worden gedacht van een religieus mens- en wereldbeeld. Voor de overheid volstaat deze vaststelling om een verbod te motiveren.

Geen grijze zone, wel dynamiek

Zahidi geeft terecht aan dat een strikte interpretatie van het neutraliteitsgebod meer op het oog heeft dan alleen maar ‘symbolen’. Ook andere uiterlijkheden, die het voorwerp zijn van een vrije, intentionele keuze en een specifieke betekenis ontlenen aan een levensbeschouwelijke of ideologische context, komen in aanmerking voor regelgeving: peyos, tikka, keppel, … En bij uitbreiding komen ook andere uiterlijkheiden die een heel specifiek, beladen mens- of maatschappijvisie verraden, in het vizier: regenboog-T-shirt,  greenpeace-T-shirt, of een T-shirt met de slogan ‘God bestaat niet’.

De interpretatie van symbolen of kledingstukken wordt cultureel en historisch bepaald. Het is dus zaak om daar rekening mee te houden. Een baard zonder ander kenteken (bv. witte pots) is neutraal, een kaal hoofd zonder ander 'skinhead' teken is dat eveneens; maar met die tekens zijn ze niet meer neutraal.

Dus voor baarden, kale hoofden, trouwringen of een stropdas, toevallig in de kleur van een politieke partij, is er geen probleem en kan de tolerantie volop spelen. Deze uiterlijkheden kennen  seculiere alternatieven en ontlenen niet exclusief hun betekenis aan een levensbeschouwelijk of ideologisch referentiekader.

In zekere zin laat deze visie dus wel ruimte voor dynamiek. Het valt niet uit te sluiten dat sommige uiterlijkheden die vandaag een aanhorigheid verraden, dermate ingeburgerd en verspreid raken dat ze hun levensbeschouwelijke en ideologische betekenis verliezen. Het punt is, dan zullen ze door diegene die hun overtuiging willen etaleren niet meer worden gekozen. De lezer beseft dan ook dat een verbod in algemene termen moet worden gesteld en het geen zin heeft om te pogen een exhaustieve lijst met symbolen en uiterlijkheden op te stellen.

Semantisch minimalisme beperkt de (godsdienst)vrijheid

Zahidi is voorstander van een meer coulante benadering van neutraliteit en pleit voor semantisch minimalisme als alternatief. “Volgens dat principe is het enkel de in het oog springende betekenis van uiterlijke tekens die kan in rekening gebracht worden om na te gaan of het dragen van die tekens de neutrale uitstraling in het gedrang brengt”. Die uiterlijkheden (symbolen en kledingstukken) die op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd, ontbreekt het volgens hem aan een ‘in het oog springende betekenis’ en kunnen worden toegelaten. De lezer weet ondertussen waarom die redenering geen steek houdt.

De visie van Zahidi is interessant om een andere reden. Ze maakt duidelijk dat door het semantisch minimalisme de overheid gedwongen wordt om tot interpretatie over te gaan en positie te kiezen. Zij wordt immers belast met het achterhalen van de ‘in het oog springende betekenis’. De lezer zal er zich van bewust zijn dat zo een interpretatie niet alleen betrekking kan hebben op de letterlijke betekenis van de woorden maar ook op hun gevoelswaarde en morele implicaties.

Concreet, mag een ambtenaar aan het loket zitten met een T-shirt met de slogan ‘Aids is een vorm van immanente gerechtigheid’?

Stel dat het niet mag omdat het mensen met Aids stigmatiseert. Dan zegt de overheid dat een dergelijke visie, die binnen een godsdienstig perspectief uitstekend verdedigbaar is, verwerpelijk is. Op die manier wordt ook in de publieke ruimte de godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting van overheidswege onder curatelen geplaatst en zou aartsbisschop Léonard meer moeten zwijgen dan hem lief is. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de burger. Ook die moet zich houden aan de door overheid opgelegde interpretatie. Stel dat het wel mag. De aidspatiënt die naar het loket gaat en geconfronteerd wordt met die slogan mag zich dan niet meer, van overheidswege, geschoffeerd voelen.

Wanneer de overheid inhoudelijk positie kiest dan stipuleert zij uitdrukkelijk welke visie haar goedkeuring wegdraagt en zet zo de morele bakens uit waarbinnen de godsdienst mag worden beleefd en het vrij onderzoek mag worden gevoerd. Terwijl de scheiding tussen kerk en staat dat net moet voorkomen. Semantisch minimalisme leidt dan ook tot willekeur. Als moslim man een vrouw de hand weigeren mag dan bijvoorbeeld niet, een hoofddoek dragen wel. Wat maakt in het eerste geval dat de ‘in het oog springende betekenis’ anders is en een verbod gerechtvaardigd is? Beide zijn een uiting van seksuele zedelijkheid en hebben een godsdienstige kijk op man-vrouwrelaties als basis. Volgens een strikte interpretatie van het neutraliteitsgebod is dat laatste het enige criterium: beide mogen niet.

Conclusie

Een pleidooi voor strikte neutraliteit is beter omdat het:

  1. Bevestigt dat de vrijheid van de burger centraal staat.
  2. Verhindert dat het zelfbeschikkingsrecht geschaad wordt.
  3. Burgers aanspoort om gemaakte afspraken en  gedeelde normen na te leven en zo het gezag van de overheid versterkt.
  4. Verhindert dat de indruk ontstaat dat de dienstverlening gekleurd is en zo de focus op de kwaliteit van de dienstverlening in de hand werkt.
  5. Het rekening houdt met de reële tolerantie van mensen.
  6. De overheid niet dwingt om een keuze te maken tussen gewenste en ongewenste uitingen van aanhorigheid en op die manier de godsdienstvrijheid en het vrij onderzoek alle kansen geeft.

Een pleidooi voor strikte neutraliteit is rechtvaardig omdat het:

  1. Proportioneel is. Het goed functioneren van de liberale rechtsstaat rechtvaardigt een verbod.
  2. Selectief is. Het verbod heeft enkel betrekking op ambtenaren. In de publieke of private sfeer kan de vrijheid volop spelen.
  3. Niet discrimineert.  Alle levensbeschouwingen en ideologieën worden immers in gelijke mate getroffen.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

16 reacties

  • door Alysa op zondag 26 mei 2013

    Punt 3 "Niet discrimineert. Alle levensbeschouwingen en ideologieën worden immers in gelijke mate getroffen." Wat vindt u dan van bepaalde zaken die sommige mensen dragen, die niet noodzakelijk 'iets' levensbeschouwelijk, ideologisch of godsdienstig kenmerken, maar eerder gewoonweg 'speciallekes' zijn of 'lijken' zoals, browpiercings, neuspiercings, een tatoeage van bevoorbeeld een niet politiek te kenmerken bloem, bv. in 't gezicht van een ambtenaar, wat vind u van een mogelijke ambtenaar met een baard zoals Wim Offeciers er een heeft of had, of een baard zoals Chriet Titulaer, vind u dat een ambtenaar alhoewel hij/zij/T ('T' staat hier voor transgender, travestiet, . . . ) niet bepaald religieus-, politiek, levensbeschouwelijk-, of ideologische zaken draagt kunnen die voor veel mensen (waaronder mijzelf) als 'iets' speciaals ervaren worden, en in die zin dus ook als (voor mij) althans onwenselijk achter 't ambtenarenloket, best wishes!

  • door Thomas. op maandag 27 mei 2013

    Ik lees een pleidooi voor de vrijheid van de burger. U staat achter een beleid die de burger in staat stelt om van een kwaliteitsvolle dienstverlening te genieten. Ik versta ook dat u wenst dat een burger die een aangifte wil doen, dit ook durft te doen, en dit bij om het even welke ambtenaar. Ik kan deze motivaties achter uw standpunt alleen maar steunen. Tegelijk stel ik me vragen bij de macht die u aan de burger geeft in het bepalen van wat een ambtenaar wel of niet kan dragen (en per uitbreiding, wie hij kan/mag zijn). Hoe beperkt u de macht van de klant/burger? Ik had graag geweten waar u zelf de grens trekt voor wat de burger/klant wel of niet kan wensen van een ambtenaar. En ook over het volgende had ik graag uw standpunt: Welke verantwoordelijkheid moet de burger zelf dragen in het omgaan met de diversiteit van de samenleving? Of moet ik als ambtenaar voor 100% opdraaien voor de interpretatie die mensen/de overheid van mijn "gekozen" uiterlijke kenmerken maken?

    Verder had ik graag geweten wat u bedoelt met "zelfbeschikkingsrecht". Dit was me niet meteen duidelijk in uw artikel.

    Ter zijde ook dit: hoe meer men debat voert over levensbeschouwelijke tekens, hoe meer de doorsnee burger zich in zijn vrijheid beknot zal voelen wanneer hij met levensbeschouwelijke tekens geconfronteerd wordt. Hoe meer hij vanuit dit prisma naar de realiteit zal kijken, en partijdigheid zal vermoeden wanneer hij iemand ontmoet die zichtbaar een andere levensbeschouwing dan de zijne schijnt te hebben... Bijdragen aan het vrijheidsgevoel van burgers kan dus ook door meer debatten te voeren over hoe men de kwaliteit van de dienstverlening in publieke diensten kan verbeteren (want die blijft bij velen voor frustratie zorgen), en minder over neutraliteit en levensbeschouwelijke tekens...

    • door Alysa op maandag 27 mei 2013

      Alhoewel u deze vragen niet aan mij stelt wens ik toch op bepaalde vragen van u te antwoorden, wat mij betreft heeft de burger wél degelijk de macht om zich door een ambtenaar bv. die een browpiercing draagt, niet te doen helpen, dit is volgens mij dé reële macht die een burger nu reeds heeft, in welk opzicht zou je bv. in een uniform of bij een dracht die volledige neutraliteit uitstaalt dragende op het werk, minder jezelf kunnen zijn, en wat ik in 's hemels naam verstaan onder 'jezelf kunnen zijn', sommige kleding en/of sierdrachten kunnen nu eenmaal niet altijd en overal ttenminste als je op een bepaalde manier nadenkt over de gevoeligheden van de mensheid en daar ook mee rekening mee wenst te houden, wat betreft het weigeren van een ambtenaar zijn of haar hulp die bv. in 'Gothic'-dracht erbij 'loopt', ik vind dat die macht van een burger daarmee mag volstaan, o, ja die burger mag ook nog woordelijk laten blijken dat hij/zij niet door een ambtenaar er bv. aldus uitziende niet wil laten helpen en waarom en mag dat eventueel ook nog eens laten blijken aan een overste van deze ambtenaar, maar bij deze 'macht', wens ik het te behouden, welke verantwoordelijkheid de burger zelf dragen m.b.t. de diversiteit in de maatschappij, wél ik zelf kan heel goed bepaalde uitingen en drachten verdragen, maar niet door ambtenaren aan 't ambtenarenloket, Punk, Gothic, browpiercings, 'T-shirts met een specifieke opdruk, als dat alles zich in de gewone maatschappij afspeelt door 'gewone mensen', versta dus niet door hogere ambtenaren zoals rechters, kan ik héél veel verdragen, hoe meer 'speciallekes' hoe liever, maar als ik een ambtenaar zie aan 't ambtenarenloket, eis ik dat die er zo neutraal als voor hem/haar ook maar mogelijk is uitziet, geloof mij ik zou een openbaar ambtenaar er gerust op aanspreken wanneer die mij met een browpiercing wenst verder te helpen, daarin zie ik als burger mijn omgang met 'diversiteit' in deze samenleving eventueel gerealiseerd door zien, ik zie het alvast zo: een zo goed als mogelijk is door een bepaalde ambtenaar om er gedurende zijn functie zo neutraal mogelijk uit te zien zie ik als iets wat de kwaliteit van zijn dienstverlening die zowiezo 'goed' moet zijn, zie ik als iets dat simpelweg bij die dienstverlening hoort, wat mijzelf betreft ik sta niet negatief tegen bepaalde symbolen van levensovertuiging of dergelijke zoals eerder door mij reeds te verstaan gegeven dus, men 'moet' alleen weten wanneer zij die kunnen dragen, en in welke omstandigheden . . . !

  • door KarimZ op maandag 27 mei 2013
  • door froels op maandag 27 mei 2013

    De kleding wordt hier verward met de dienstverlening. Deze laatste moet iedereen gelijkwaardig behandelen. Bijvoorbeeld euthanasie aanbieden in katholieke ziekenhuizen. Dat er al of niet kruisen hangen (in de praktijk dus wel), is niet relevant. Het verbieden van kruisen zou de zorg niet verbeteren.

    Voor die ene moslima met een hoofddoek ergens gespot werd, heeft nooit iemand eraan gedacht halssnoeren met kruisen te verbieden, noch joodse symbolen. Wat een onverdraagzaamheid.

    Of zit er een politieke agenda achter?

    • door Alysa op maandag 27 mei 2013

      Citaat: "Voor die ene moslima met een hoofddoek ergens gespot werd, heeft nooit iemand eraan gedacht halssnoeren met kruisen te verbieden, noch joodse symbolen. Wat een onverdraagzaamheid."

      Jawel 'k heb er reeds wél aan gedacht deze zaken voor openbaar ambtenaren te verbieden en reeds zéér lang geleden, nou, niet wat de hoofddoek voor moslima's achter 't openbare ambtenarenloket, bv betreft of de mannelijke Sikh die khalsa onderging en die eventueel ook achter bv. 't ambtenarenloket functioneert, hij moet steeds die symbolen dragen die er bijhoren wanneer je een mannelijke Sikh bent die khalsa onderging, ik ben eerder tegen 't dragen van 'speciallekes' zoals browpiercings, neusbellen, T-shirts met een opdruk van een yin-yang-teken, of van een voetbalclub bv. - of dat die al dan niet levensbeschouwelijk zijn doet er voor mij niet eens toe - aan 't openbare ambtenarenloket, bv! .

    • door cobaco op dinsdag 28 mei 2013

      Uiterlijk is onbelangrijk, of hoort dat te zijn. Regels invoeren die het idee dat uiterlijke schijn belangrijk is nog maar eens bekrachtigen is niet meer van deze tijd. Of althans die indruk had ik tot de laaste paar jaren en dit soort discussies. We gaan blijkbaar achteruit in wijsheid.

      Zolang een ambtenaar netjes de procedures volgt en beleeft is, kan hij/zij wat mij betreft aantrekken (of niet) wat hij/zij wil.

      Wit, Zwart, Rood, Geel, .... Hetero, homo, bisexueel, asexueel, ... Katholiek, Jood, Bhoedist, Moslim, Wiccan, ... Socialist, liberaal, groen, christen-demcraat.... In bourka of naakt; in t-shirt met slogan of pak met stropdas; kaalgeschoren of dik behaard; als clown met neus en makeup, vermomt als klingon, in in harnas; piercings, tatoos, hanekam, of helemaal vanilla, ... Maakt allemaal niet uit zolang die ambtenaar netjes zijn werkt doet.

      Als de werkgever de kledij van personeel wil bepalen dan kan die werkgever een uniform invoeren, in afwezigheid van een uniform is het niet aan de werkgever om aanvaardbare mode te bepalen. Ook niet als die werkgever de overheid is.

  • door froels op dinsdag 28 mei 2013

    Gisteren zag ik een reportage over de paarden en pony's van de Britse koningin Elisabeth. Wederzijdse liefde van deze prachtige dieren. Maar wat zie ik? De koningin draagt een hoofddoek! En ze is geen moslima (denk ik toch). Wat nu met "de neutraliteit"? Etienne Vermeersch heeft al uitvoerig betoogd dat de hoofddoek geen verplichting is uit de koran; dus niet religieus, volgens deze schriftgeleerde.

    • door Alysa op dinsdag 28 mei 2013

      Zondag zag ik nog zo'n niet-religieuze hoofddoek, 't was zo'n zijden sjaaltje, een oud madam('meke') droeg die en die hoofddoek zag er ook nog eens volledig neutraal uit, nuja niet-religieus, waarschijnlijk zijn de wortels van die dracht van die zijden sjaaljes (foulards) wél religieus, want vroeger dienden vrouwen in de Katholieke kerk 'een hoofddoek' te dragen, en 't was op de Groenplaats dat ik haar zag en ook nog eens op de voormiddag, dus mogelijk ging zij naar een misviering.

  • door maartenvt op dinsdag 28 mei 2013

    Godsdienstigen die verontwaardigd pleiten voor vrijheid van het (uit)dragen van hun symbolen in onze (even heilige) neutrale ruimten, willen dit omdat ze gewoon hun zin willen doen. En niet om waarden te beschermen als vrijheid, gelijkheid etc.

    Of moeten we er nog even herinneren dat zij de dogmatische grondbeginselen MOETEN erkennen als gelovige. Een grondbeginsel is bijvoorbeeld dat er per definitie een ongelijkheid bestaat tussen een gelovige en een ongelovige. Stel dat beide mensen een leven hebben geleid waar ze getracht hebben zo goed mogelijk te handelen. Hun lot is toch anders. De gelovige gaat naar de hemel, en de ongelovige gaat naar de hel.

    Dit wil zeggen dat het feit of men al dan niet gelovig is primeert, en dat de levenswijze van ondergeschikt belang is.

    Hoe kan een religieus ambtenaar nu neutraal zijn, wanneer zijn godsdienst zo existentieel dwingend is, en hij zich verheven moet voelen boven de ongelovigen? Vandaag lijkt een risico op belangenvermenging nogal vergezocht, maar de geschiedenis heeft bewezen dat tijden kunnen veranderen, en we ook maatregelen moeten treffen om de neutraliteit te bewaren voor tijden wanneer bepaalde groeperingen zich in een bepaald klimaat weten binnen te werken in de neutrale ruimten, en daar kunnen profiteren van de vrijheden die we vandaag toestaan. Op die manier zal de overheid de neutraliteit verliezen, en is propaganda niet ver weg.

    Het gelovig individu dat zich tolerant opstelt en zegt dat hij verdraagzaam is en iedere burger als gelijke ziet, eet van twee walletjes. Enerzijds wil hij de lust en koestering van de godsdienst en de gemeenschap waar hij zich geborgen voelt, maar anderzijds negeert hij de aanmatigende toon die wordt onderwezen in de godsdiensten. In onze welvaartstaat lijken verschillende hoofdstukken van de heilige schriften minder belangrijk. Het is echter niet de gelovige die bepaalt wat belangrijk is in zijn godsdienst. Wat belangrijk is, is reeds vastgelegd. De bijbel, koran, thora is geen knip-en-plak-boek waar je naar believen uit kan selecteren en kan schrappen! Dit is het woord van god dat tot de kleinste letter moet worden gerespecteerd. Vind je dat niet zo? Dan is er ook geen reden om nog in de gunst te komen bij uw god door rond te lopen met religieuze symboliek en klederdracht, want dan heb je het toch al verkorven in zijn ogen.

    Onze samenleving vertrekt vanuit de universele rechten van de mens. In artikel 18 wordt godsdienstvrijheid bepaald waarin ook het recht om van godsdienst te veranderen wordt opgenomen. Daaraan zijn geen consequenties verbonden. De consequenties voor het verloochenen van je godsdienst volgens de godsdiensten is minstens een bestraffing in het hiernamaals. De voorwaarden om als gelovige erkend te worden bij een bekering, zijn onder andere dat je geen enkele andere godsdienst aanhangt. Dus daarin is men ook zeer intolerant, hoewel dat je nu niet kan stellen dat er geen enkele compatibiliteit mogelijk is tussen de verschillende godsdiensten. Er zijn toch thema's die overlappen, en je zou toch kunnen denken dat je bepaalde standpunten over een bepaald onderwerp interessanter vindt bij een andere godsdienst?

    Ik ben het eens met de stelling dat religieus fanatisme vooral veroorzaakt wordt door de mate van welzijn en welvaart in een samenleving, en minder door de religieuze geschriften op zich. Maar het is nu net belangrijk om een degelijk, ondubbelzinnig, niet mis te verstaan, normen-en-waardensysteem te installeren dat gebaseerd is op de universele rechten van de mens, en dat vrijheden biedt, maar ook beperkingen oplegt om te voorkomen dat bepaalde individuen of groepen deze vrijheden kunnen misbruiken. En dat misbruik is er pas wanneer het slechter gaat in de samenleving! Niet wanneer we het allemaal nog goed hebben en elke dag onze dagbesteding, voedsel en drinken. Op momenten van crisis zijn de normen en waarden die godsdiensten aanleveren echter niet toereikend genoeg om vrede tussen de verschillende groepen in de samenleving te bewaren, en zullen godsdiensten zelfs mee de oorzaak zijn van de vernietigende verdeeldheden binnen de samenleving. Vandaag de dag tolereert men de anders- of niet-gelovige en verwijst men naar de verzen die zeggen dat enkel god mag oordelen en dat je als gelovige moet leven en laten leven. Maar tijdens schaarste zal je zien dat de verschillende gemeenschappen zich op zichzelf terugtrekken en de eigen belangen zullen veilig stellen en verdedigen. Daarom vind ik dat ze niet thuis horen achter een loket of in een klaslokaal. De staat moet in de neutrale ruimten een verbindende factor zijn, en maatregelen treffen om tijdens crisissen de coherentie binnen de samenleving zo lang mogelijk te behouden.

    Lees ook in volgende verwijzingen, die toch duidelijk maken dat voor de godsdienstige niet alles zo vrijblijvend is dan de vrijblijvendheid die zij van de samenleving verwachten om hun religieuze symbolen te dragen in onze neutrale ruimten.

    http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20130527_00599321&utm_source=facebook&utm_medium=social&utm_term=nieuwsblad&utm_content=article&utm_campaign=seeding

    http://www.al-yaqeen.com/va/vraag.php?id=720

    http://www.come-and-hear.com/sanhedrin/sanhedrin_57.html

    • door cobaco op dinsdag 28 mei 2013

      je zegt " Wat belangrijk is, is reeds vastgelegd. De bijbel, koran, thora is geen knip-en-plak-boek waar je naar believen uit kan selecteren en kan schrappen!"

      als je kijkt naar het grote aantal religieuze stromingen die verschillende en vaak tegenstrijdige interpretaties aanhangen van de bovenstaande teksten is het denk ik duidelijk dat die uitspraak niet strookt met de realiteit. Er is in het verleden meer dan genoeg oorlog gevoerd omwille van die verschillende interpretaties.

      Mensen hebben een eigen wil, en dus een eigen mening. De ene gelooft meer dan de andere, en sommigen helemaal niet, de details en beelden die mensen bij geloof hebben zijn persoonlijk, er zijn geen 2 mensen op deze aardbol die 100% exact hetzelfde geloven,

      Ik ben zelf agnostisch, het feit dat iemand een kruisje, of een keppeltje, of een een boerka draagt is een uiting van hun persoonlijk geloof, geen aanval op dat mij of iemand anders. Ik heb een vriend gekend die met een kruisje rondliep en zelfs van plan was om priester te worden. Ik heb mensen gekend die openlijk moslim waren, en ik heb vrienden die atheïstisch, agnostisch en katholiek zijn. Het feit dat iemand gelovig is en dit uit in zijn kledij is geen obstakel dat vriendschap in de weg staat. Als dat geldt voor vriendschap dan geldt dat 100 keer meer voor een korte opvervlakkige interactie aan een bureaucratisch loket.

      Respect wil niet zeggen dat je van een ander eist dat hij zijn mening/geloof verbergt , het wil enkel zeggen dat je niet van een ander eist dat hij zich volgens jouw geloof gedraagt, of toelaat dat hij het omgekeerde van jou eist. Een keppeltje, kruisje, of hidaab dragen legt niks op aan een ander. Eisen dat iemand dat keppeltje, kruisje of hidaab niet draagt (of net wel voor de fundamentalisten van de tegenovergestelde strekking) legt wel iets op aan een ander, en dit is doodgewoon niet aanvaardbaar.

      • door maartenvt op dinsdag 28 mei 2013

        U heeft gelijk! Wat een opportuniteit voor de staat! Iemand die de ganse dag, inclusief tijdens een hittegolf, bereid is om volgens "één van de" interpretaties, met een hoofddoek rond te lopen, terwijl alle andere argumenten uit wetenschappelijke, én zelfs religieuze hoek, hier vraagtekens bij zetten, dan ben je iemand die zich geen vragen stelt bij wat ze doet, en zeer loyaal is. Ideaal om als ambtenaar te functioneren! Enfin, iedereen heeft zijn irrationele gedachten. Leven en laten leven.

        Ik zie het dragen van religieuze symbolen achter een loket niet als een aanval op mij. En ik heb geen enkel probleem om mij te laten bedienen door iemand met eender welke overtuiging of uiterlijke kenmerken van welk geloof dan ook, buiten racistische strekkingen. Ik sta open voor iedereen en denk niet dat ik minder goed geholpen ga worden door iemand met een hoofddoek. Sterker nog: ik kan me zelfs bepaalde vrouwen met hoofddoek voorstellen waar ik liever door geholpen zou worden dan sommige ambtenaren die ik reeds heb mogen ervaren.

        Deze discussie gaat niet over de huidige situatie. Ik zie weinig problemen komen op korte termijn door hoofddoeken toe te laten in ambten. Het is een discussie over hoe onze kwetsbare vrijheden en welvaart te beschermen op langere termijn, en wanneer er magere tijden aanbreken. Wanneer je op dat moment geen stevig waardestelsel verankerd hebt, kan dit wél tot problemen leiden. En dan heb ik het niet specifiek over de islam. Kan een heel andere groepering zijn die teert op de verworvenheden van de moslima's van vandaag.

        Normvervaging gaat in stappen. Wat vandaag gevoelig ligt, is morgen vanzelfsprekend, en op dat moment worden nieuwe eisen gesteld. Wanneer we 30 jaar geleden zouden zien welke reclame vandaag de dag op de tv wordt afgevuurd op onze kinderen, dan zou er nogal eens geschreven worden in de pers... Met kleine stapjes zetten systemen zich vast in onze samenleving. Het is dus niet slecht om hierbij te blijven stilstaan en diepgaand te onderzoeken. Voor vele symbolische dossiers heb je immers enkel de faits divers waar je mee moet werken. Kan op zich banaal lijken voor velen, maar dat is het verre van in het grotere geheel van de discussie over de rol van godsdiensten in onze samenleving.

        Ik zie geloof niet als een soort onschuldige folklore waar het vandaag de allures van lijkt te hebben voor vele mensen. Geloof is bittere ernst en dat is zorgwekkend, zoals het altijd al zorgwekkend geweest is. Godsdienst is nooit onschuldig geweest, ook al lijkt het er soms op. En dat vergeten sommigen. De onschuld van religie is enkel afhankelijk van de mate van macht dat de religieuze instantie heeft. Weinig macht, dan braaf en gematigd. Grote invloed, dan radicaler. Het is dus nodig om de invloedssfeer van godsdiensten niet te groot te maken. De staat moet alles hiervoor in het werk stellen door de neutrale ruimten (overheidsfuncties en onderwijsfuncties) vrij te maken van alle symboliek, en door maximaal in onderwijs te blijven investeren. Geen vrij onderwijs meer, enkel staatsonderwijs met onderricht over alle godsdiensten. Specifieke godsdienstopleiding is voor thuis. Godsdiensten mogen zingeving bieden zonder dat het de samenleving bepaalt. De diversiteit en gevoeligheden zijn in ons land te groot geworden, en de uitdagingen om samen te leven ook. We mogen immers niet vergeten dat godsdiensten een dogmatische structuur hebben. Geen democratische principes, geen gelijkheid tussen alle mensen (behalve boeddhisme).

        Ik weet dat elke gelovige er van maakt wat hij wil. Maar je kan helaas geen prins maken van een kikker, al verlangen we dat soms. De hedendaagse godsdienstbeleving is toch een beetje de kikker trachten te versieren en dan hard je best doen om niet te scherp te zien, zodat je er toch nog ergens een prins in kan herkennen. Maar iedereen moet de vrijheid hebben om godsdienst ofwel te belijden, ofwel om dit op de korrel te nemen. Maar dat dan wel buiten de openbare ambten.

        • door cobaco op woensdag 29 mei 2013

          "Iemand die de ganse dag, inclusief tijdens een hittegolf, bereid is om volgens "één van de" interpretaties, met een hoofddoek rond te lopen, terwijl alle andere argumenten uit wetenschappelijke, én zelfs religieuze hoek, hier vraagtekens bij zetten, dan ben je iemand die zich geen vragen stelt bij wat ze doet,"

          Principes zijn vaak ongemakkelijk. Standvastig een principe volgen wanneer dat ongemakkelijk is, is geen normvervaging, in tegendeel. De kracht om alleen te staan als iedereen anders op je neerkijkt of expliciet tegenwerkt is een _voorwaarde_ voor normen/principes die naam waardig.

          "Deze discussie gaat niet over de huidige situatie. Ik zie weinig problemen komen op korte termijn door hoofddoeken toe te laten in ambten. Het is een discussie over hoe onze kwetsbare vrijheden en welvaart te beschermen op langere termijn, en wanneer er magere tijden aanbreken."

          Vrijheid is de mogelijkheid om je eigen ding te doen. Alle beperkingen van vrijheid (i.e. alle dwang) moet verdedigbaar zijn vanaf op zichzelf staande basisprincipes. Wanneer dit niet kan is die dwang, hoe goedbedoeld die ook mag zijn, immoreel en kwaadaardig (hou hierbij het oude spreekwoord in gedachten: de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens). Als het gaat om dingen zoals moord, doodslag, verkrachting, en ander fysiek geweld dan is het duidelijk dat de vrijheid daartoe beperken gerechtvaardigd is. Als het gaat om klederdracht/mode dan is dit even duidelijk niet vanaf basisprincipes te rechtvaardigen. Zeggen 'je mag geen hoofddoek dragen', is even onverdedigbaar als zeggen 'je moet een hoofddoek dragen'. Beiden zijn *exact dezelfde* redenering losgelaten op tegenovergestelde doelen. Dit is enorm ironisch, het idee dat men zo welgemeend probeert de voorkomen wordt hier dus net werkelijkheid gemaakt. (als het niet zo gevaarlijk was zou dit een hilarisch voorbeeld van kortzichtigheid zijn)

          Vrijheid waarborgen door vrijheid weg te nemen is een 'slippery slope' met enorm steile helling. Je moet daar enorm mee oppassen. Zoals Frédéric Bastiat ooit schreef: "The moral test of any law is whether it enables the state to commit what would be a crime for a private citizen." Het is voor een burger niet aanvaardbaar om een ander op te leggen hoe hij/zij zich moet kleden. Dit is voor de overheid niet anders, en dat maakt de morele kant hier overduidelijk.

          "Godsdienst is nooit onschuldig geweest, ook al lijkt het er soms op. En dat vergeten sommigen. "

          Het probleem zit hem niet in geloof, maar in de organisatie van het geloof. Zoals altijd is centralisatie van macht gevaarlijk, en dus indien mogelijk te vermijden. Dat geldt onafhankelijk van de bron van die macht. Een verbod op bepaalde kledij is hier een misbruik van gecentraliseerde bestuurlijke macht.

          De paus is tegen het gebruik van condooms en andere contraceptiva, in ken in België _geen_ katholieken die daar gevolg aan geven, laat staan het daarmee eens zijn (en ik kom uit een katholieke familie, en ben naar katholieke scholen geweest). Religieuze macht in België bestaat in de mogelijkheid om advies te geven en daarbij gehoord te worden. Gehoord en gehoorzaamd zijn zoals net genoemd voorbeeld aangeeft niet hetzelfde. De macht van Islam is in België vele malen kleiner dan die van de katholieke kerk, klederdracht verbieden uit _angst_ voor een mythologische onbestaande Islamitische macht die iedere vrouw in België zou verplichten een hidaab/bourka te dragen is grote onzin en een gevaarlijke emotionele overreactie die in de politiek geen thuis hoort te hebben. Bedreiging en vervolging werkt polarisering en radicalisering in de hand. Door een verbod in te voeren geef je de extremisten de mogelijkheid om zich als vervolgt af te schilderen. Hiermee maak je hun verhaal geloofwaardiger en dus hun macht groter. Het constante afschilderen van Islam als 'evil' en 'terroristisch' is hier een belangrijke en gevaarlijke factor.

          Zijn er momenteel islamistische bewegingen die terrorisme gebruiken? Jazeker, maar diegenen die zich Noord-Ierland herinneren weten drommels goed dat dit niet zo lang gelden ook voor christenen het geval was. Net zoals je de methodes van de Ierse terroristen/vrijheidsstrijders niet kon veralgemenen naar de hele christelijke wereld, kun je het moslim-terrorisme van vandaag niet veralgemenen naar de hele moslimwereld. Dat dit wel gebeurd, is ronduit gevaarlijk, en naar mijn inzien een typisch voorbeeld van de normvervaging waar je tegen bent.

          • door maartenvt op woensdag 29 mei 2013

            Beste Bart,

            Ik kan je argumentatie volgen maar ik ben het er absoluut niet mee eens omdat je verkeerde linken legt.

            De titel "waardenverval" die ik gebruikte slaat niet op de moslima die een hoofddoek draagt. Je reactie loopt dus volledig naast mijn stelling. Het waardenverval zit in de laksheid waarmee we met onze vrijheden omgaan.

            Standvastig een principe volgen... Is inderdaad geen normvervaging. Kan zowel heldhaftig als compleet geschift zijn.

            "Het probleem zit hem niet in geloof, maar in de organisatie van het geloof." Sorry maar je punt is er geen. We hebben het hier wel degelijk over georganiseerd geloof. "Een verbod op bepaalde kledij is hier een misbruik van gecentraliseerde bestuurlijke macht." Hier maak je het punt waarom ik voor het hoofddoekverbod ben. Bovendien beledig je met deze uitspraak Allah zelf... :-) Als ik de verzen lees waaruit de gesluierde moslima interpreteert dat ze haar hoofd moet bedekken, dan lees ik enkel dat ze haar boezem moet bedekken. Daarom lopen er ook zoveel moslimvrouwen rond zonder hoofddoek.

            Het hoofddoekverbod moet voor alle duidelijkheid nergens anders dan in scholen en openbare functies. Ik ben ook niet bang van de mogelijkheid dat "onze" vrouwen in de toekomst ook verplicht zullen worden om de hoofddoek te dragen. Dat zijn drogredenen om een hoofddoekenverbod te installeren. Ik viseer niet enkel hoofddoeken. ook kruisbeelden, keppels etc.

            Enfin, mijn standpunten zijn niet uit haat tegenover moslims. Ik haat niemand.

            • door cobaco op vrijdag 31 mei 2013

              Beste Maarten,

              Ik zei "Een verbod op bepaalde kledij is hier een misbruik van gecentraliseerde bestuurlijke macht." Jij reageert:"Hier maak je het punt waarom ik voor het hoofddoekverbod ben. Bovendien beledig je met deze uitspraak Allah zelf... :-)"

              Dat verbod (tegen hoofddoeken, kruisjes, etc) is van de staat , die bestuurlijke macht waar ik het over heb ook. Hoezo is dat het punt maken voor een hoofddoekverbod? Je bent neem ik aan niet voor misbruik van bestuurlijke macht? De andere kant heeft een _gebod_ (voor de hoofddoek in geval van de salafisten). Beide zijn even fout, het verschil is wel dat de overheid, in tegenstelling tot de salafisten, de macht heeft om voldoen aan hun geloof/mening af te dwingen. Het is het afdwingen waar het probleem zit.

              Elke dwang die niet te rechtstreeks vanaf basisprincipes te rechtvaardigen is is fout. Het is die dwang die een teken van waardenverval is. Dat soort ongerechtvaardigde dwang is een overtreding van de gouden regel (https://en.wikipedia.org/wiki/The_Golden_Rule). Die gouden regel is het ene ding waar alle grote godsdiensten het expliciet mee eens zijn (zie bovengenoemde wikipedialink en de in 1993 door het 'parliament of world religions' ondertekende "Declaration Toward a Global Ethic")

              Wat dat beledigen van Allah zelf betreft,, net zoals in het christendom zijn er nogal wat doctrinale stromingen in de Islam (zie bv. https://en.wikipedia.org/wiki/Islamic_schools_and_branches voor mooi grafisch overzicht van de hoofdstromingen). Net zoals in het christendom staan die stromingen vaak lijnrecht tegenover elkaar (ik geloof in evolutie, volgens sommige christenen beledig ik daarmee God ook,. Volgens de christenen die de bijbel letterlijk interpreteren is de wereld maar 6000 jaar oud, een positie die ik niet geloof, waardoor ik volgens hen het woord van God verwerp.)

              Daar komt nog bovenop dat het persoonlijke dogma van mensen dikwijls erg ongeïnformeerd of myopisch is, en bijgevolg regelmatig compleet iets anders dan het 'officiele dogma' dat die persoon denkt aan te hangen (was laatst bv. een enquete in de VS waaruit bleek dat atheisten en agnostische amerikanen fors meer religieuze kennis hadden dan het merendeel van de christelijke amerikanen)

              • door ledog op dinsdag 12 november 2013

                Ik geef u helemaal gelijk.

                Om de woorden van E. Vermeersch te gebruiken (http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/05/13/open-brief-aan-etienne-vermeersch#comment-60592) : de hoofddoek is mogelijks een "arbitraire limiet" om "neutraliteit" te kaderen => neutraliteit van een persoon is een illusie en de term "neutraliteit" wordt misbruikt om klederdracht te reguleren. Anderzijds leidt bovenstaande redenering tot de conclusie dat iemand naakt achter het loket zou mogen zitten ? (probleem in bijzijn van kinderen, hygiëne, .... ?) Maar naturist zijn heeft dan ook weinig te betekenen met neutraliteit, of wel ? Het instituut moet neutraal zijn; de dienst die geleverd wordt moet neuraal zijn. Een persoon denkt , heeft mogelijks een andere opinie/gedachte/overtuiging/... dan de andere persoon, spreekt een bepaalde taal /dialect, heeft een bepaalde lichaamstaal, geeft betekenis aan bepaalde reacties van andere personen, reageert op bepaalde reacties van andere personen; er bestaat dus veel kans dat ongeacht de kleren/accessoires die gij/zij aan heeft, ongeacht zijn/haar kapsel, iemand anders die persoon volgens hem niet neutraal vindt.

              Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties