about
Toon menu

Beeldjournalistiek: wie mag je filmen en wie niet?

De regelgeving voor beeldjournalistiek wordt door de nieuwe technologieën alsmaar complexer. Hierdoor is het vaak ploeteren voor fotojournalisten en cameramensen om zich nog een weg te banen doorheen deze juridische jungle. Daarom organiseerde het VVJ (Vlaamse Vereniging van Journalisten) samen met het VVBJ (Vlaamse Vereniging van Beeldjournalisten) donderdag 16 mei de informatie-avond 'Recht op afbeelding' met aanvullend debat over deze thematiek.
maandag 20 mei 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Komt de persvrijheid in het gedrang als we de beeldjournalistiek teveel trachten af te lijnen? En waar trek je dan de grens om onze individuele rechten op privacy niet te schenden? Een panel van deskundigen boog zich samen met een zaal vakmensen over die vragen. Ze hoopten zo wat krijtlijnen te trekken voor de praktijk.

Recht op afbeelding

Lieven Van Assche, persfotograaf en voorzitter van het VVBJ, is één van de panel-leden van dienst. Hij neemt het meteen op voor zijn collega’s en kaart het probleem aan. “Er groeit een enorme twijfel bij de mensen in het vak over wat de spelregels nu precies zijn in het nemen van beelden.”

Artikel 10 van de auteurswet bepaalt dat men geen afbeelding mag nemen van een persoon zonder zijn toestemming, die ook stilzwijgend mag zijn als de persoon bijvoorbeeld poseert. Er zijn wel enkele duidelijke uitzonderingen op deze wet, zoals het in beeld brengen van kinderen of slachtoffers van seksueel misbruik. Een andere uitzondering is die van de ‘publieke personen’. Mensen met een maatschappelijk rol hebben nu eenmaal niet de luxe om uit beeld te blijven.

En daar wringt het schoentje, veel van de wetgeving kan heel subjectief worden ingevuld. Wanneer wordt iemand een ‘publieke persoon’ en wie bepaalt dit? Moet je de toestemming vragen van iedereen op de Grote Markt van Brussel om hen te mogen filmen. In principe niet, maar als vele jaren later diezelfde beelden gebruikt worden in een humoristisch programma en de spot met enkele voorbijgangers wordt gedreven, kunnen ze de terechte kritiek hebben dat aan hen nooit de toestemming is gevraagd.

“Wij, als fotografen of cameramensen, kunnen niet werken als we iedere keer op voorhand de toestemming moeten vragen”, zegt Van Assche. “Soms gebeurt er iets in een flits en wij moeten die cruciale seconde op band of foto vastleggen. Maar mensen spartelen soms tegen. Ze willen niet in beeld, of vragen wat ze eraan kunnen verdienen. Mijn principe is, laat ons eerst de foto nemen en daarna zullen we om toestemming vragen. Wij kunnen nadien de foto altijd wissen indien nodig. Maar we stuiten op meer en meer verzet wanneer we gewoon ons werk trachten te doen.”

Justitie

Tim Pauwels, ombudsman van de VRT, kruiste ook de degens met justitie, oftewel panel-lid Martin Minnaert. Hij is de persrechter aan het hof van beroep in Gent. “Als een verdachte, in een publiek proces zoals een assisenzaak, beslist dat hij niet gefilmd wilt worden dan wordt daar gehoor aan gegeven. Maar iedere Belg kan de trein nemen en dit proces bijwonen. Dit is gewoon een technisch verschil, of je die persoon op televisie ziet of in het echt. Waarom zouden wij dit dan niet mogen filmen?”, vraagt Pauwels.

Martin Minnaert:  “Voor ons is het ook koorddansen tussen de rechten van de verdachte en de vrijheid van de pers. Wij respecteren de vraag van de verdachte deels uit voorzichtigheid. We willen een eerlijk proces garanderen. En dus moet de verdachte onherkenbaar worden gemaakt. Met de nieuwste ontwikkelingen op het web, verspreiden foto’s en artikels soms als een lopend vuurtje. Hierdoor wordt het recht op vergetelheid, het recht dat iedereen heeft, ook beschuldigden en veroordeelden, om verwijderd te worden uit de archieven onmogelijk.”

Linde Dierickx, advocate en auteur van ‘Recht op Afbeelding’ merkt ook een probleem op in de vergelijking van Pauwels : “De impact van een foto of filmpje is helemaal anders dan een zitting bijwonen. Een filmpje kan je achteraf bewerken, verspreiden en bijhouden.”

Beeldjournalistiek ontdekt Facebook

Het is zeer verleidelijk voor journalisten om foto’s van slachtoffers of daders te publiceren die zomaar te grabbel liggen op Facebook. Maar mag dit ook zomaar?

Dirk Voorhoof, professor mediarecht aan de universiteit van Gent, licht toe: “De Raad voor de Journalistiek, een onafhankelijk instantie van zelfregulering voor de media, maakt een onderscheid tussen foto’s die publiekelijk toegankelijk zijn op Facebook en foto’s die niet voor iedereen zichtbaar zijn vanwege privacy-instellingen. De publieke foto’s mag een journalist gebruiken mits er een gewichtig maatschappelijk belang is, voor de andere heeft de journalist de toestemming nodig van de persoon in kwestie”.

Nefaste evolutie

“Beelden zijn nog nooit zo belangrijk geweest binnen onze maatschappij”, zegt persfotograaf Van Assche. “En het is onze rol om zelf te bepalen hoe we dingen in beeld brengen en wat we er achteraf mee doen. Al te vaak wordt dit nu bepaald door instanties of politie. Zij zeggen ons waar we moeten staan en welke lens we mogen gebruiken. Ze zouden ons moeten vertrouwen.”

“We vrezen net voor wat jullie er achteraf mee doen. Dat vertrouwen is in het verleden soms geschaad geweest”, antwoordt Minnaert. “Mijn vertrouwen in de politie is ook soms geschaad geweest, maar dat de overheid ons tracht te reguleren, is een brug te ver. Zonder elkaar te vertrouwen komen we nergens,” besluit Van Assche.