about
Toon menu

Bangladesh: de foto die niemand onberoerd kan laten

In de nasleep van de verwoestende instorting van een textielfabriek in de buitenwijken van Dhaka, Bangladesh, werden vele krachtige fotos genomen. Eén foto van de Bengaalse fotografe Taslima Akhter is daaruit voortgekomen als de meest hartverscheurende, omdat hij het verdriet van een land in één beeld samenvat. Zelfs de fotograaf krijgt deze foto niet uit haar hoofd.
donderdag 9 mei 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Shahidul Islam, eveneens een Bengaalse fotograaf, schrijver en oprichter van Pathshala, het South East Asian Institute of Photography, zei over deze foto: “Dit zeer verontrustende beeld is tegelijk betoverend mooi. Een omhelzing in de dood, tederheid die over het puin heen reikt om ons te raken daar waar we het meest kwetsbaar zijn. Doordat het zo persoonlijk wordt, weigert dit beeld ons los te laten. Dit is een foto die ons in onze dromen zal achtervolgen. Heel stilletjes zegt het ons ‘Nooit meer’."

Fotograaf Akhter zelf zegt het volgende over deze foto: “Men heeft me al zoveel vragen gesteld over die foto met dit verstrengelde koppel, dat ik wanhopig op zoek ben gegaan naar aanwijzingen over hen. Ik weet niet wie ze zijn of wat hun relatie is."

"Ik was de volledige (eerste) dag dat het gebouw instortte ter plaatse, terwijl ik toekeek hoe gekwetste textielarbeiders uit het puin werden gehaald. Ik herinner me de angstige ogen van familieleden – ik was er zowel mentaal als fysiek uitgeput van. Rond 2 uur ‘s nachts vond ik dit paar in elkaars armen onder de brokstukken. Het onderste deel van hun lichamen was begraven onder de beton. Bloed stroomde uit de ogen van de man zoals tranen. Toen ik hen zag kon ik mijn ogen niet geloven. Het voelde alsof ik hen kende zoals ze daar samen lagen in een poging elkaar te redden – om hun geliefde leven te redden."

"Telkens wanneer ik terugkijk op die foto voel ik me onbehaagelijk – ik word er door behekst. Het is alsof het mij wil zeggen, wij zijn géén nummer – niet alleen maar goedkope arbeiders, goedkope levens. Wij zijn menselijke wezens zoals jij. Ons leven is zo dierbaar als het jouwe, onze dromen zijn ook dierbaar."

"Zij zijn getuigen van de wrede geschiedenis van arbeiders gedood op het werk. De dodentol staat nu al op 750 (defintief cijfer is 1.129, op maandag 13 mei 2013 werd het laatste lichaam geborgen, nvdr). Wat een wrede situatie toch waar mensen worden behandeld als nummers."

"Deze foto achtervolgt me voortdurend. Als de mensen die hier voor verantwoordelijk niet de strengste straffen krijgen, dan zullen we dit soort tragedies nog zien. Er zal dan geen verlossing zijn van die gruwelijke gevoelens. Ik voel de laatste twee weken een enorme druk en pijn temidden van al deze dode mensen. Als getuige van deze wreedheid, voel ik de nood om deze pijn met iedereen te delen. Daarom wil ik dat deze foto gezien wordt."

Taslima Akhter

Taslima Akhter is een Bengaalse fotograaf en activist.

(Vertaling: Lode Vanoost)

PS. De lezer zal opmerken dat DeWereldMorgen.be deze foto reeds eerder heeft geplaatst bij een opiniestuk van Vijay Prashad. Dit was het artikel waarbij de foto van Taslima Akhter het eerst verscheen op de website van Counterpunch. DeWereldMorgen.be is van oordeel dat met beelden van slachtoffers zeer voorzichtig moet worden omgesprongen. Gezien de omvang van de ramp en onze betrokkenheid bij dit leed lijkt het ons verantwoord om deze foto opnieuw te plaatsen. Wij hopen dat deze foto mee kan helpen om deze misdadige uitbuiting van medemensen voorgoed onmogelijk te maken.

reacties

3 reacties

  • door Le grand guignol op zaterdag 11 mei 2013

    Akhter zegt het volgende: "Deze foto achtervolgt me voortdurend. Als de mensen die hier voor verantwoordelijk [zijn] niet de strengste straffen krijgen, dan zullen we dit soort tragedies nog zien. Er zal dan geen verlossing zijn van die gruwelijke gevoelens. [...]"

    Uiteraard moeten de verantwoordelijken in deze gestraft worden en mogelijk verkleint dat inderdaad het risico op dergelijke tragedies in de toekomst. Echter, de verantwoordelijken bestraffen voor hun daden is in deze enkel een vorm van symptoombestrijding.

    Indien we willen vermijden dat dergelijke catastrofes zich in de toekomst zullen voordoen dan moeten we de oorzaken aanpakken en die oorzaken liggen niet (uitsluitend) vervat in de individuele verantwoordelijkheid. We moeten ons met andere woorden de vraag stellen naar de drijfveren die aanleiding gegeven hebben tot het tewerkstellen van werknemers in levensgevaarlijke omstandigheden. Die drijfveren hebben in hoge mate te maken met kostenefficiëntie en winststreven binnen een hypercompetitieve marktcontext. Bijvoorbeeld: het uitbesteden van minder lucratieve of zelfs verlieslatende onderdelen van het productieproces aan onderaannemers die vanwege hun ontzettend kleine winstmarges hun werknemers tewerkstellen aan abominabele loon- en arbeidsvoorwaarden of zelfs opteren voor kinderarbeid.

    De tragedie in Bangladesh toont de fundamentele tegenstelling binnen het kapitalisme: de botsing van een concurrentielogica met een sociale logica. In een kapitalistische context kan die tegenstelling nooit opgelost worden waardoor we enkel kunnen streven naar een situatie waar de betreffende tegenstelling zodanig gereguleerd wordt dat er een soort van evenwichtstoestand ontstaat die voor de verschillende partijen, arbeid en kapitaal, aanvaardbaar is: sociale vrede.

    Vanuit een historisch perspectief hebben de vakbonden altijd naar zo'n evenwichtstoestand gestreefd en het belang van de vakbonden kan dus op geen enkele wijze geminimaliseerd worden; ook vandaag niet.

    Immers, de tragedie in Bangladesh is allesbehalve een ver-van-ons-bed-show, temeer omdat de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal, weliswaar minder uitgesproken, ook bij ons de kop opsteekt. [Terzijde: zelfs in tijden van sociale vrede is de betreffende tegenstelling latent aanwezig.] Zie bijvoorbeeld het conflict tussen de arbeiders van Ford-Genk en de arbeiders bij de onderaannemingen die niettegenstaande ze in wezen aan dezelfde productielijn werk(t)en - historisch gezien was dat letterlijk zo - tewerkgesteld worden aan uiteenlopende loon- en arbeidsvoorwaarden als een gevolg van concurrentie en kostenefficiëntie.

    Anders gezegd: door middel van onderaanneming worden een aantal collectieve rechten omzeild waardoor het sociaal overleg ondergraven wordt. Zie bijvoorbeeld ook de constante discussie over de loonkost in functie van het concurrentievermogen: het verminderen van de loonkost voor de bedrijfswereld, waarmee een vermindering van sociale werkgeversbijdragen - uitgesteld loon - bedoeld wordt, geeft de concurrentielogica de voorkeur op een sociale logica; minder inkomsten voor de sociale zekerheid - minder uitgesteld loon voor de werknemers - in functie van meer concurrentievermogen voor de bedrijfswereld.

    Zie daarnaast ook de wijze waarop werknemers als een gevolg van het herstructureren en delokaliseren massaal op straat gezet worden omdat bedrijven in functie van hun concurrentievermogen steeds de goedkoopste arbeidskracht opzoeken. Overigens, een dubbel sociaal verlies: in onze contreien belanden werknemers in de werkloosheid en op de nieuw aangeboorde markten worden werknemers verplicht om aan erbarmelijke loon- en arbeidsvoorwaarden te werken. Beide zijn het slachtoffer van eenzelfde (!) niets ontziende kapitalistische concurrentiestrijd waardoor werknemers aller landen, althans in een geglobaliseerde kapitalistische context, in essentie hetzelfde lot beschoren zijn. De concurrentiestrijd is immers een sociale 'race to the bottom' en dat niet alleen in Bangladesh.

    Het emotionele betoog van Akhter en de oproep tot vergelding (bestraffen van de verantwoordelijken) is een noodzakelijke voorwaarde, maar geen voldoende voorwaarde om het probleem, en in het bijzonder de oorzaken ervan, aan te pakken. Zoals eerder gezegd zal er in een kapitalistische context altijd sprake zijn van een tegenstelling tussen arbeid en kapitaal. Die tegenstelling kunnen we mogelijk opheffen door te kiezen voor een ander dan het kapitalistische model.

    Indien we het kapitalistische model behouden kunnen we enkel proberen (!) te streven naar een homeostatisch evenwicht - sociale vrede - al moeten we onderkennen dat dit evenwicht, net vanwege de niets ontziende concurrentie in combinatie met een neoliberale globalisering, op een hellend vlak terecht gekomen is. Een mogelijke oplossing hiervoor is het netwerksyndicalisme waarbij de drie noodzakelijke rechten voor sociaal overleg (informatie, vertegenwoordiging en collectieve onderhandelingen) op een zodanige wijze gegarandeerd en georganiseerd worden dat ze niet enkel gelden voor de juridische werkgever dan wel voor het ganse netwerk aan ondernemingen (onderneming + onderaannemingen).

    Bovendien hoeft het netwerksyndicalisme zich niet te beperken tot een netwerkonderneming in een bepaald land, maar kan het zowel ondernemings- als grensoverschrijdend georganiseerd worden. Met dien verstande zou bijvoorbeeld Comeos zich niet meer kunnen verschonen op basis van het gegeven dat ze enkel de aannemers controleren maar geen weet hebben van mogelijke onderaannemingen, laat staan van de erbarmelijke loon- en arbeidsvoorwaarden. Van een syndicale moderniseringsoperatie gesproken, al is dit niet de zogenaamde 'modernisering' waar werkgevers op doelen.

    "Arbeiders aller landen, verenigt u" is geen slogan uit het verleden, het is een slogan voor de toekomst!

  • door Patchina op zaterdag 11 mei 2013

    De verantwoordelijkheid ligt bij de consument niet bij de producent. In principe is de herkomst van een product perfect te achterhalen, het moet namelijk in het etiket staan. Het etiket moet overeenkomen met het certificaat van oorsprong enz... Als consument hebben we de keuze, maar deze keuze wordt vooral ingegeven door de prijs. Ik werk in China in de kleding sector en als ik zie dat wij, die uiteindelijk de meeste kosten hebben, voor een kledingstuk van een ongekend merk slechts 1/10 van de uiteindelijke verkoopprijs krijgen dan is er iets mis. Als ik zie dat landen zoals China waar er controle is op de arbeidsomstandigheden 12% meer invoerrechten moet betalen dan Bangladesh (waar kinderarbeid schering en inslag is) dan stel ik mij vragen. Bevoordelen van landen ten opzichte van andere landen heeft geen enkel effect op de werkomstandigheden enkel meer inkomsten voor de importeurs. Grote ketens (zoals de gekende Franse winkelketens) bestellen enorme hoeveelheden in een keer bij een fabrikant en zij bepalen de prijs, niet de fabrikant. Ze laten de fabrikant tussen de 2 en 5% marge op de kostprijs en deze heeft de keuze, zijn mensen laten werken of niet. Hij heeft onvoldoende winst om te investeren de werkomstandigheden. De klant die een T-shirt koopt en daarvoor 3 Euro betaald weet dat de fabrikant daar uiteindelijk niets aan overhoud, maar dat maakt hem niets uit. Dus doe AUB niet verontwaardigd over de werkomstandigheden in die landen.

    • door Le grand guignol op zaterdag 11 mei 2013

      Het is heden, binnen de huidige marktsamenleving, 'bon ton' om bij problemen de consument met de vinger te wijzen - de neoliberale individualisering van de verantwoordelijkheid, weet u wel. Als ik uw redenering volg dan zal een verhoogde kostprijs in onze contreien er, haast automatisch, voor zorgen dat de loon- en arbeidsvoorwaarden er in Bangladesh op vooruitgaan. Hierbij gaat u uit van de vooronderstelling dat de meeropbrengst als gevolg van de zogenaamde 'rechtvaardige prijs' sowieso geïnvesteerd zal worden in betere loon- en arbeidsvoorwaarden.

      Dat klopt echter niet, en zowel de geschiedenis alsook het huidige debat omtrent de loonkost in functie van het concurrentievermogen tonen dit aan. Zonder sociale strijd én collectieve vertegenwoordiging, waarbij de vakbonden het voortouw namen en nog steeds nemen, zouden de loon- en arbeidsvoorwaarden bij ons nooit verbeterd zijn. Overigens, die loon- en arbeidsvoorwaarden staan heden opnieuw onder druk en dat is niet het gevolg van een keuze van de consument maar wel van een concurrentiestrijd in functie van kapitaalaccumulatie - lees: winstmaximalisatie.

      Kunnen we het de consument in een marktsamenleving kwalijk nemen dat hij, als de rationele actor die hij verwacht te zijn, zoekt naar het goedkoopste product om zijn behoefte te bevredigen? Zo ja, waarom neemt u het werkgevers dan niet kwalijk dat zij, binnen dezelfde marktcontext en als rationele actoren, telkenmale de plaatsen met de goedkoopste arbeidskracht opzoeken? U insinueert dat werkgevers die goedkope arbeidskracht opzoeken als een gevolg van de keuze van de consument, maar dat strookt niet met de realiteit want het is de financiële en zakenwereld die de prijs van een product bepaald en niet de consument.

      U schrijft het overigens zelf: "Grote ketens (zoals de gekende Franse winkelketens) bestellen enorme hoeveelheden in een keer bij een fabrikant en zij bepalen de prijs, niet de fabrikant." Meer nog: vanuit uw logica zijn de werknemers, als consument, verantwoordelijk voor hun eigen ontslag bij delokalisatie.

      De zogenaamde vrije markt is echter een illusie en het is op basis van die illusie dat u de consument, maar indirect net zo goed de werknemers, met de vinger komt wijzen. Lekker reactionair! Het is met andere woorden zeer kort door de bocht om het falen van een kapitalistisch systeem toe te schrijven aan één van de actoren, nog wel de minst invloedrijke, binnen dat systeem.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties