about
Toon menu
Analyse

Offshore Leaks toont ware gelaat economie

Het systematisch ontwijken van fiscale verplichtingen door grote economische machtsgroepen is geen nieuw fenomeen. Het is een essentieel bestanddeel van het economische systeem. Marco Van Hees, medewerker van de studiedienst van PVDA+, vreest dat de belangstelling van de media voor het Ofsshore Leaks dossier van korte duur zal zijn. Alleen de druk van de publieke opinie kan een verschil maken.
maandag 8 april 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

25.000.000.000 euro

Het dossier Offshore Leaks krijgt zeer veel aandacht in de grote media. De bevindingen van een groep onderzoeksjournalisten over de hele wereld zijn dan ook spectaculair. Een bedrag dat wordt geschat op 25.000 miljard euro zou jaarlijks aan elke fiscale verplichting onttrokken worden. Dit fenomenale bedrag zou goed zijn voor ongeveer één derde van de jaarlijkse winstproductie. Je kan maar dromen van de sociale verwezenlijkingen die met een eerlijke fiscale behandeling van deze rijkdom zouden kunnen bereikt worden.

Wat dit dossier echter zo schrijnend maakt is dat een groot deel van de technieken die worden toegepast om deze bedragen naar fiscale paradijzen te versassen perfect legaal zijn. Bovendien is er een stijgende tendens van de overheden om nog meer legale middelen ter beschikking te stellen voor 'belastingsontwijking'. Daarnaast wordt er voortdurend minder en minder werk gemaakt van reële bestrijding van fiscale fraude en wie dan toch wordt 'betrapt' krijgt zelfs de kans op fiscale amnestie.

Bankgeheim, vermogensbelasting

Het ontbreekt anders niet aan mogelijke oplossingen. Een opheffing van het bankgeheim en een vermogensbelasting kunnen al een groot deel van dit schandalige gedrag aan banden leggen. Noch de Europese Commissie noch de regeringen van de lidstaten van de EU tonen echter enige bereidheid om het probleem van fiscale fraude en belastingsparadijzen aan te pakken. Meer nog, een aantal lidstaten zijn (of waren tot voor kort) zélf belastingsparadijzen. Luxemburg is niet van plan zijn voornaamste economische activiteit op te geven. Wat met Cyprus gebeurt, is voldoende bekend.

De ronkende titels in de grote media ten spijt, doet het dossier Offshore Leaks geen spectaculaire nieuwe ontdekkingen. Wat de betrokken journalisten wel deden, was de bewijzen verzamelen voor een fenomeen dat al jaren bekend is. In 2009 bracht de PVDA+ reeds een onderzoeksdossier uit van de fiscale realiteit in België.

Uit hun onderzoek bleek onder meer dat 27 van de 30 allerrijkste Belgen in totaal niet minder dan 785 offshore-filialen bezitten om de belastingen te ontwijken. Het ging ondermeer om filialen van de families Lippens (Fortis), de Spoelbergh (InBev), Frère (GDF Suez), Huts (Katoen Natie), en Bertrand (Ackermans & Van Haaren). Eén van de betrokkenen, Luc Bertrand, topman van Ackermans, had het zelfs over 'de fiscale hel van een marxistische regering'. De PVDA+ vond dat zijn bedrijf in 2009 slechts 0,002 procent Belgische belastingen betaalde. Het vermogen van zijn bedrijf bleek zich verspreid te bevinden in niet minder dan 16 fiscale paradijzen.

Gerommel in de marge

Marco Van Hees, medewerker van de studiedienst van de PVDA+, denkt dat ook de recente revelaties weinig aan de toestand zullen veranderen: “Er zal zoals al eerder gebeurde wel een en ander aan de vorm van het systeem worden veranderd, maar de essentie gaat dezelfde blijven. Zo heeft men in het verleden gewoon gesleuteld aan de definitie van wat een fiscaal paradijs eigenlijk is.”

In 1998 legde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vier criteria vast om te bepalen wat een fiscaal paradijs eigenlijk is (waarbij het niet noodzakelijk was dat aan alle vier criteria tegelijk werd voldaan):

1) geen belastingen op de relevante delen van de inkomsten;

2) geen effectieve uitwisseling van gegevens;

3) geen transparantie van de gegevens;

4) geen reële economische activiteit in het land waar de inkomsten geplaatst werden.

In 2001 heeft de OESO die criteria echter vernauwd. Vanaf dan was het voldoende dat landen bilaterale afspraken maakten over fiscale samenwerking om van de zwarte lijst van fiscale paradijzen te worden verwijderd. Marco Van Hees: “Zo kreeg je het fenomeen dat die fiscale paradijzen gewoon samenwerkingsakkoorden met elkaar sloten om aan de criteria te voldoen.”

Publieke opinie

Van Hees gelooft dus niet dat er voor het ogenblik een echte politieke wil is om dit probleem ten gronde aan te pakken: “Alleen als de publieke opinie hier gaat achter staan, zal er iets aan dit dossier veranderen. Toch gaat dit meer en meer een thema worden. De huidige keiharde besparingen van de overheidsbudgetten gaan de mensen immerszeer veel pijn doen. De mensen beseffen nog niet voldoende dat deze wanpraktijken niet zomaar aberraties zijn, zij zijn de essentie zelf van het economische systeem.”

Om de publieke opinie warm te krijgen voor een reëel beleid tegen grootschalige belastingsontwijking en tegen fiscale fraude moet het publiek echter degelijke informatie verkrijgen over wat er gaande is. Die informatie zou idealiter door de media moeten worden geleverd. Afgaande op de manier waarop die de voorbije jaren het mantra van de neoliberale minimale staat hebben geproageerd zal dat niet eenvoudig zijn.

De recente revelaties van de Offshore Leaks zijn zeker een stap in de goede richting. Deze ontdekkingen zijn er echter niet dankzij maar ondanks diezelfde media gekomen. Dit zou nochtans het gewone onderzoekswerk van de media moeten zijn - geen uitzondering maar de regel. Dat is niet zo. Het valt dus nog te bezien of de media hier echt werk gaan van maken.

reageer

3 reacties

Lees alle reacties