Advertentie

dinsdag 5 maart 2013

Bevordert biologische landbouw honger in de wereld?

Enkele toplui en wetenschappers verbonden aan de Nederlandse Wageningen UR (University & Research Centre), allen boegbeelden van de intensieve landbouw, vinden dat "biologische landbouw de honger in de wereld bevordert, zij is luxe en emotioneel". Prof. em. Eric A. Goewie is het daar fundamenteel mee oneens. "Door hun redenering laten ze zien niet te weten wat de eigenlijke oorzaak van honger is".
DeWereldMorgen.be -
34,3 procent van de 70,2 miljoen hectare land die het voorbije decennium wereldwijd in bruikleen werden gegeven of verkocht, ligt in Afrika. Qatar en andere Golfstaten bezitten samen 6,4 miljoen hectare land in ontwikkelingslanden (foto: Kristin Palitza/IPS)
DeWereldMorgen.be -

Volgens Dijkhuizen, topman van de WUR (Wageningen UR, University & Research centre, het samenwerkingsverband tussen Wageningen University en Stichting DLO), prof. Rabbinge en prof. Fresco, beiden boegbeelden van de intensieve landbouw, "bevordert biologische landbouw honger in de wereld, zij is luxe en emotioneel".

Zij vinden biologische landbouw hinderlijk op hun weg naar hoogtechnologische, intensieve voedselproductie die de honger de wereld uit moet helpen.

Honger is de enige rechtvaardiging die verdedigers van pesticiden, genetisch gemanipuleerde organismen, kunstmest, dieronvriendelijke en intensieve voedselproductiesystemen aandragen. Hun argumenten zijn ondoordacht of onjuist.

Zij hebben zich niet verdiept in wat biologische landbouw is. Zo beweren zij dat biologische landbouw schadelijk is voor het milieu, honger bevordert, duur en milieuonvriendelijk uitpakt, niet gezonder is en veel schaarse grond nodig heeft.

Daarmee laten zij zien niet te weten wat de eigenlijke oorzaak van honger is. Hun redenering zet een maatschappelijk geaccepteerde en wetenschappelijk interessante productiewijze volledig buiten spel.

"Daarmee laten zij zien niet te weten wat de eigenlijke oorzaak van honger is. Hun redenering zet een maatschappelijk geaccepteerde en wetenschappelijk interessante productiewijze volledig buiten spel"

Biologische landbouw gebruikt natuurlijke hulpbronnen in plaats van verbruiken. Zo’n hulpbron is bijvoorbeeld het immuniteistsysteem van organismen. Ook ecosystemen in bodem, sloten, lucht en landschap reinigen zichzelf. Zonder die eigenschap is leven op aarde onmogelijk.

Zij verliezen die bij chronische overbelasting bijvoorbeeld door gevaarlijke stoffen of stress. Het is dus onverstandig om zo’n gratis hulpbron te verspelen.

En dan wijs ik niet eens naar de maatschappelijke kosten van intensieve productiesystemen. Via onze belastingen moeten die toch weer worden opgeruimd. Volgens recente studies lopen die in de miljarden. Die kosten worden verdoezeld met een beroep op de noodzaak om honger te bestrijden.

Natuurlijk behoeft biologische landbouw nog verbeteringen. Ik denk aan energiegebruik, tegengaan van uitspoeling van voedingsstoffen in de bodem of natuurlijke bescherming tegen ziekten en plagen.

Biologische landbouw is verder gebaseerd op het principe dat je daar voedsel produceert waar de monden zijn. De ecologische samenhang van een regio is daarvoor maatstaf. Regionale productie vermindert armoede, beschermt de leefomgeving en beperkt transportkosten.

Biologische landbouw claimt niet dat zij gezondere producten voortbrengt. Wel dat door het ontbreken van residuen van pesticiden, diergeneesmiddelen of groeiregulatoren onze gezondheid wordt beschermd. Zie daarbij af van de vraag of je gezondheid kunt meten. Biologische landbouwers kunnen dat in elk geval niet.

Honger wordt niet veroorzaakt door weinig productie. Rapporten daarover tonen dat er genoeg geproduceerd wordt, maar dat het voedsel hongerenden niet bereikt. Tachtig procent van de hongerenden woont op het platteland en is afhankelijk van lokaal aanwezige, goedkope productiemethoden.

"Honger wordt niet veroorzaakt door weinig productie. Rapporten daarover tonen dat er genoeg geproduceerd wordt, maar dat het voedsel hongerenden niet bereikt"

Honger is sociaal geproduceerd en wordt in standgehouden door beleidskeuzes die uitgaan van de wetten van de vrije markt. Honger is dus geen technologisch, maar een politiek vraagstuk.

Zo werd in 2011 meer graan geoogst dan ooit tevoren: 2,4 miljard ton wereldwijd. Desondanks werd daarvan slechts 45 procent gebruikt om mensen te voeden. De rest diende voor de groeiende veestapel of voor brandstofproductie.

"Honger is sociaal geproduceerd en wordt in standgehouden door beleidskeuzes die uitgaan van de wetten van de vrije markt. Honger is dus geen technologisch, maar een politiek vraagstuk"

Met andere woorden: hoogtechnologische, zeer intensieve landbouw, zoals gepropageerd door de WUR geeft voorrang aan produceren van afgeleide doelen als meer vlees en meer brandstof. De plofkip en de voor ecosystemen zo schadelijke GGO's, bestrijdingsmiddelen, antibiotica en groeiregulatoren zijn daarvan het resultaat.

Intensiveringtechnologieën gaan uit van schijnbaar moderne wetenschapsopvattingen: reduceer de complexiteit van het leven om gewenste processen technisch manipuleerbaar te maken.

Het gevolg van deze intensiveringslogica is slechts dat natuur en milieu eraan gaan, aandeelhouders rijker worden, boeren minder inkomen ontvangen en meer moeten gaan produceren om hun investeringen rendabel te houden.

"Het gevolg van deze intensiveringslogica is dat natuur en milieu eraan gaan, aandeelhouders rijker worden, boeren minder inkomen ontvangen en meer moeten gaan produceren om hun investeringen rendabel te houden"

Intensieve landbouw à la bovengenoemd trio, geeft dus voorrang aan productie van afgeleide doelen: meer vlees, meer brandstof en rentabiliteit van geïnvesteerd vermogen. De plofkip, dieronvriendelijkheid, de voor het ecosysteem schadelijke GGO’s en chemicaliën zijn daarvan een resultaat. De argumenten van Dijkhuizen, Fresco en Rabbinge zijn gekunsteld!

De uitdaging voor een universiteit als Wageningen is bruggen slaan tussen biologen, ecologen, modellenbouwers en landbouwers. Kennis en ervaring zijn er.

Stop polarisering, werk samen en bezorg de universiteit Wageningen een goede naam met aandacht voor maatschappelijk intens gewilde productiewijzen: biologische landbouw! Dan pas is de WUR een universiteit voor 'life sciences'.

Eric A. Goewie

Eric A. Goewie is emeritus hoogleraar Ecologische Landbouw aan Wageningen University (Nederland). Hij schreef deze bijdrage voor de opiniebladzijde in de Nederlandse krant 'Trouw' naar aanleiding van een bitsig debat gericht tegen biologische landbouw.

Vond u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Klik hier om DeWereldMorgen.be te steunen via overschrijving.

Reageer (Spelregels)

login of registreer om te reageren

Reacties

Geachte professor Goewie, ik

Geachte professor Goewie, ik ben het in het algemeen met uw artikel eens. Maar behalve bruggen slaan en samenwerken denk ik dat u ook in 'eigen boezem' zou moeten kijken en zien in welke mate de aantijgingen van 'luxe en emotioneel' waar zijn. Luxe? Jazeker, voor alle lage inkomens die geen bioproducten kunnen betalen. Maar... 'luxe' ook voor de boer die bio wil gaan maar honderden regels moet volgen waar enkele met bio niks te maken hebben maar wel zijn kosten opdrijven. Bijv. de hoge kosten van de label en alle rompslomp erbij. En emotioneel? Daar stel ik u bij wijze van voorbeeld de volgende vraag: wat heeft het met de bio melk te maken of een koe wel of geen horens heeft? Maar melkkoeien met horens zijn wel degelijk een probleem voor de boer, de stallen, onderlinge verwondingen enz. (En een kalf de horens afknippen doet net zoveel 'pijn' als een kindje de nagels knippen...) Zo zijn er nog veel andere regels die bio productie duur maken en haar een luxueus en émotioneel image geven. En dan heb ik het nog niet eens over alle multinationals en andere bedrijven die wat twijfelachtige 'waarde' toevoegen (bijv. aan de eigen mest van het gemengde biobedrijf) en dan enorme winsten maken met 'bio-gelabelde producten voor biolandbouw en -veeteelt (die dezelfde, biologische mest producerende boer dan moet aankopen...) in plaats van het originele idee: natuurlijkek productie met de (eigen) producten, inclusief dierlijke en vegetale meststoffen, van gemengde landbouw.
In mijn streek is er hoe langer hoe meer 'natuurlijke' productie, dwz in feite bio of zo goed als bio, maar die boeren hebben genoeg van de kosten, de overregulatie en de emotiegebonden voorschriften. En de consumenten zijn er heel gelukkig mee, want ze kunnen ook iets goedkoper verkopen. Bovendien werken ook de grotere, in principe intensievere familiebedrijven steeds natuurlijker, zodat ook hun producten weinig verschil met bioproducten meer tonen. Ik ken bijv. geen veeteler die nog groeiregulatoren gebruikt.
Moet men in het licht daarvan niet ook eens alles rond de bio-productie herzien? En ook een verschil maken tussen echt zeer intensieve productie (bijv. uw 'plofkippen') en andere?
Dank u voor uw antwoord, HP.

Reactie auteur Eric Goewie

Noot: auteur Eric Goewie vroeg Wervel vzw om deze reactie in zijn naam te posten.

Ook ik vind dat biologische produkten te duur zijn. U wijdt dat o.m. aan prijsopdrijving door certificatie en verplichtingen als produceren met gehoornd vee. U spreekt van overregulering en emotie gebonden voorschriften.

Ook ik vind biologische produkten duur. Daardoor worden boeren niet gestimuleerd om biologisch te produceren. De vraag is alleen of dat te duur zijn het gevolg is van de voorschriften. Mijn waarneming is dat voedsel over het algemeen te goedkoop is. De oorzaak daarvan is dat handel en afzet gangbare produkten zo scherp inkopen dat boeren daar geen inkomen uit kunnen halen. Economie wetten zeggen dan dat je je produktie per ha of per produktiemiddel (bv kunstmest) zo hoog mogelijk moet zien te krijgen. Met andere woorden, het inkoopgedrag van supermarkten maakt dat boeren worden gedwongen om intensief en onduurzaam te produceren. Tel daarbij op dat de intensieve landbouw in Europa gesubsidieerd wordt. Dat betekent dat gangbare produkten nog goedkoper kunnen worden.

Er is nog een derde verklaring voor de lage prijzen van gangbare produkten. Alle vervuiling van lucht, bodem, water en het toezicht op voedselveiligheid door de overheid worden niet doorberekend in voedselprijzen. De belastingbetaler betaalt die door middel van algemene heffingen. Dat is wel het geval bij de aankoop van bv electronica. De consument betaalt bovenop de prijs van het produkt een verwijderingsbijdrage of via milieuheffingen voor de vervuiling tijdens gebruik en fabricage.

De biocertificatie is er niet omdat de biosector zich van anderen heeft willen onderscheiden, maar is er omdat de gangbare sector misbruik heeft gemaakt van de hogere prijs van bioprodukten. Dat hebben we recent gezien toen bleek dat gewone eieren als bio in de markt waren gezet. Biologische boeren hebben zich dus moeten beschermen tegen wangedrag van anderen.

Dan is er nog de verwijzing naar “emotiegebonden voorschriften”. De biologische sector heeft geen voorschrift dat zij alleen met gehoornd vee mag produceren. Als een boer daarvoor kiest is dat een persoonlijke beslissing. Die hangt vrijwel altijd samen met de manier waarop de boer uitdrukking wil geven aan zijn/haar respect voor dieren. In de biodynamische sector wordt over de verplichting om uitdrukking te geven aan die vorm van respect voor produktiedieren, momenteel gediscussieerd. Het verbod op snavelkappen in de biologische kippenhouderij is overigens wel een op dierenwelzijn gerichte verplichting. Dat komt omdat het snavelkappen nauw samenhangt met de zeer intensieve produktiewijze in de gangbare kippenhouderij.

De conclusie moet zijn dat gangbaar geproduceerd voedsel te goedkoop is. Biologisch voedsel kost wat de produktie ervan echt gekost heeft. Hoe je zoiets moet omdraaien is voer voor politici. Met zo’n omdraaiing zou het vevuilingsvraagstuk en natuurbeschermingsvraagstuk in één klap kunnen zijn opgelost als ook het gevaar van onveilig voedsel op de markt.

Eric A. Goewie

Hoe hypocrisie honger genereert

In 2006 publiceerde de VN het IAASTD rapport, een historisch landbouwrapport, resultaat van een 3-jarig intradisciplinair onderzoek door een 300-tal wetenschappers, vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld, ngo’s, boeren en vooral boerinnen wereldwijd. Daarin werd onomstotelijk aangetoond dat een duurzame oplossing van de voedselproblematiek wereldwijd enkel kan liggen in kleinschalige lokale landbouw geënt op de plaatselijke ecologische en sociale eigenheid. Enkel deze landbouw kan voedselsoevereiniteit waarborgen, voorwaarde nummer één om de plaatselijke bevolking, waar ook ter wereld te voeden. Grootschalige industriële landbouw, meer en meer gedragen door gmo-technieken, kan volgens dit rapport slechts een marginale rol spelen. Gezien de aanbevelingen van dit rapport aan de beleidsverantwoordelijken van alle landen en hun universiteiten zijn overgemaakt en de VN-rapporteur voor het recht op voedsel, Olivier De Schutte, er elke dag op de barricades voor staat, moeten Prof. Dijkhuizen e.a. hiervan zeker op de hoogte zijn. Dat zij deze aanbevelingen in hun studie negeren getuigt hoe heel wat wetenschappers gevangen zijn in het netwerk van hun broodheren, de subsidiërende overheden uitsluitend georiënteerd op groei, gestuurd door de 5 multinationale argonondernemingen. Jammer genoeg kennen we in Vlaanderen hetzelfde fenomeen.
Bovendien zijn sommige van hun beweringen fout. Zowel prof.Lucas Reynders als prof Tj Deelstra e.a. tonen in hun respectievelijke publicaties “Het boerenbedrijf in de lage landen, geschiedenis en toekomst” en “Natuur als toeverlaat” aan, dat sinds het gebruik van kunstmest (1910) en later de massale toepassing van fungiciden, herbiciden en insecticiden, het rendement in de moderne landbouw gedaald is tot 0.1 (nee geen typfout) en dat de enorme productieverhoging uitsluitend te danken is aan een fabelachtig gebruik van fossiele brandstoffen en een wraakroepende transitie van landbouwproducten uit andere continenten. Het energieverbruik om dergelijke landbouwmethode succesvol te maken overtreft aanzienlijk dat van de biologische landbouw, dat gestoeld is op een herwaardering van de bodemvruchtbaarheid met lokale natuurlijke middelen.
Dat de productie in de biologische landbouw ligt lager dan bij de gangbare chemische is correct dat er nog heel wat te verbeteren is ook. Maar het onderzoek, tegelijk gestoeld op wetenschappelijke analyse (lees Koepf, Petterson en Schauman) en heel wat praktijkervaring vordert, ook al moet dit onderzoek de aanzienlijke subsidies die aan het hoogtechnologisch onderzoek gespendeerd worden ontberen. (wat het onafhankelijk maakt). Het resultaat is echter een duurzame landbouw die noch het milieu noch de samenleving voor ettelijke decennia (of eeuwen?) hypothekeert. Waarom verzwijgen ze dit?
Wij hebben een klein groentebedrijf. De grootte werd bepaald door de mate waarop wij voor een goede bodemvruchtbaarheid van de grond kunnen zorgen zonder externe input. We gebruiken hiervoor man-, vrouw- en paardenkracht e n de cyclische bewegingen die de natuur de mens sinds het begin der tijden biedt en houden ons ver weg van subsidies en premies. Dit was de enige maatstaf, omdat alleen dergelijke aanpak gezonde, sterke vruchten waarborgt. We verdelen de groenten in hoofdzaak binnen een straal van 15km rondom ons bedrijf aan mensen die van harte er een eerlijke prijs voor over hebben. Dergelijke bedrijfsidentiteit zou vele kleine landbouwbedrijven kunnen genereren, overal in de wereld. Maar volgens de wetenschappers van de WUR bevorderen wij de honger in de wereld.

Advertentie