Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Boekrecensie

500 jaar geleden schreef Machiavelli zijn 'Il Principe'

500 jaar geleden schreef Machiavelli zijn 'Il Principe' ('De Vorst') en 'Discorsi' ('Gedachten over staat en politiek'). Hij werd daarmee de bekendste schrijver over politiek. Ter gelegenheid van die dubbele verjaardag, verschenen twee boeken over hem: 'Il Principe' en 'Machiavelli. Een biografie'.
donderdag 7 februari 2013

Machiavelli en Firenze

Niccolò Machiavelli (1469-1527) werd geboren en leefde in Firenze. Hij werd maar 58 jaar oud. Firenze was toen één van de belangrijkste centra van kunst en cultuur in Europa. De familie Machiavelli had een rijk verleden, maar de vader van Niccolò was als jurist niet in staat zijn kinderen de nodige welvaart en een onbezorgde jeugd te geven. Niccolo omschreef het als volgt: “Ik ben arm geboren en heb eerder leren afzien dan genieten”.

Universitaire studies heeft hij niet gevolgd: zijn naam is nergens aangetroffen in de archieven van de Toscaanse universiteiten Firenze en Pisa. Blijkbaar had hij ook geen stevige kennis van het Latijn. Toch werd hij secretaris van de Republiek Firenze in 1498, op zijn 29ste dus. 

Kort tevoren had hij zijn vrome stadsgenoot Savonarola omschreven als een opportunist, die zijn leugens inkleurde naar gelang de situatie van het moment. Waarschijnlijk klopt deze omschrijving niet. De brave man hield felle preken tegen het moreel verval en overleefde het niet.

Ondanks de economische en culturele bloei, was Firenze rond 1450-1530 vaak intern verdeeld. Het was ook extern bedreigd, o.a. door de Fransen, die in 1494 de regerende familie Medici verdreven hadden. Andere gevaarlijke concurrenten waren de Republiek Venetië, Spanje, de keizer van Oostenrijk, de Zwitserse kantons en de pausen Julius II en Clemens VII. Firenze had ook moeilijkheden met steden binnen zijn territorium, namelijk Pistoia, Arezzo en Pisa, de belangrijkste haven van de republiek.

De republiek had geen eigen leger en was dus chronisch zwak op militair gebied. Machiavelli trok zich dit bijzonder aan en pleitte voor een volksmilitie. Die kwam er en ze speelde een belangrijke rol bij de herovering van Pisa in 1509. Tegen de invallen van Spanje in 1512 en 1530 was ze echter niet opgewassen.

De Medici mochten terugkeren na 18 jaar ballingschap en Machiavelli werd, als trouwe dienaar van het afgezette regime, uit zijn functies ontheven op 7 november 1512. In 1513 vloog hij zelfs in de gevangenis op verdenking van medeplichtigheid aan een samenzwering tegen de Medici. Unger (2) beschrijft uitgebreid hoe hij daar gefolterd werd. 

Machiavelli begint te schrijven

Machiavelli kwam vrij, samen met andere gevangenen, omdat Giovanni de Medici als eerste Florentijn tot paus werd gekozen (Leo X, 1513-1522). Via een invloedrijke vriend ging hij dan meteen terug op zoek naar werk, maar tevergeefs. Zo begon hij te schrijven, eerst aan 'De principatibus', over vorstendommen, dat hij later Il Principe noemde. Hij werkte het af in 1514 of 1516 of 1518. Het juiste jaartal is niet bekend. Voor ons speelt dat ook geen rol, maar als hij schrijft dat de Zwitserse infanterie nog nooit verslagen was, dan moet dat (laatste) hoofdstuk voor september 1515 geschreven zijn.

Hij droeg zijn werk op aan Lorenzo de Medici (1452-1519), kleinzoon van Lorenzo il Magnico en kapitein van de militie van Firenze. Helaas gaf die mooie meneer geen baan aan de man die hem ongevraagd allerlei adviezen voorschreef. Er begonnen afschriften te circuleren van het boek, Machiavelli kreeg enige bekendheid in Italië, maar bij zijn dood was het nog steeds niet uitgegeven. Dat gebeurde pas in 1532, eerst bij een drukker in Rome, dan in Firenze, samen met zijn Discorsi.

Alle werken van Machiavelli belandden snel op de Index van verboden boeken, waardoor de publicatie in Italië gedurende twee eeuwen bijna onmogelijk was. In 1553 verscheen in Parijs de eerste Franse vertaling, in 1560 in Basel de eerste Latijnse. In 1615 werd het vertaald in het Nederlands.

Het boek 'Il Principe' 

Machiavelli zegt dat hij het werk niet wil vullen met lange volzinnen, hoogdravende woorden of holle retorica. Hij kiest bewust voor directheid, toegankelijkheid, zinnen die doen nadenken en die ongekunsteld verwoord zijn. Verder kiest hij ook voor korte, puntige gezegdes, zoals: “Wie een ander machtig maakt, graaft zijn eigen graf” (III,50). Volgens tijdgenoten was zijn taal allesbehalve volmaakt en bevatte ze te veel Latinismen, Florentismen en soms elementen van de markt en de kroeg (67).

Het boek telt 26 hoofdstukken, onderverdeeld in 4 secties :

I) Afkomst en positie van de vorst vóór de verwerving van de macht en de wijze waarop hij die macht verovert;

II) Militaire middelen : een vorst moet een eigen leger hebben en mag niet afhankelijk zijn van huursoldaten;

III) De omgang van de vorst met zijn onderdanen, medewerkers en met andere vorsten; hier geeft de auteur een soort vorstenspiegel, met de morele eigenschappen die een vorst moet hebben;

IV) Italië : oorzaken van de verdeeldheid, mogelijkheden om die deplorabele toestand te verbeteren, een oproep aan de familie de Medici om de leiding te nemen over heel Italië en de buitenlandse bezetters te verdrijven.

Waar haalde Machiavelli zijn ideeën ?

Hij vertelt het zelf in de opdracht van zowel Il Principe als van de Discorsi: enerzijds uit zijn eigen politieke ervaringen als secretaris en als wakkere burger van de republiek Firenze en anderzijds uit een hele lijst klassieke schrijvers zoals Livius (Ab Urbe Condita, Sinds de stichting van Rome), Cicero (De Officiis, Over de plichten), Sallustius (Coniuratio Catilinae en Bellum Iugurthinum) en de minder bekende militaire schrijvers Vegetius en Frontinus.

Hij citeert ook Griekse auteurs, die hij in een Latijnse of Italiaanse vertaling las : Aristoteles (Politica), Xenophon (Opvoeding van Cyrus), Polybius (Geschiedenis van Rome), Plutarchus (Parallelle levens).

De boodschap

Machiavelli richt zich vooral tot vorsten die pas onlangs aan de macht waren gekomen. Hij legt hen uit hoe ze moeten handelen om hun macht te consolideren en van niemand afhankelijk te zijn. 

Het boek van Paul Van Heck, Il Principe, is een relatief korte, maar degelijke biografie, met de volledige tekst van het originele 'Il Principe' in vertaling erbij. De oorspronkeleijke tekst zelf neemt in het boek van Van Heck 88 pagina’s in beslag. Naar onze hedendaagse normen is die hier en daar toch wel hoogdravend. Machiavelli spreekt Lorenzo de Medici herhaaldelijk aan met “Uwe doorluchtigheid”.

Van de lezer wordt verwacht dat hij of zij goed op de hoogte is van de Italiaanse toestanden rond 1480-1530 en van de Grieks-Romeinse Oudheid. Machiavelli vergelijkt geregeld vorsten van zijn tijd met voorbeelden uit de klassieke oudheid. We citeren enkele van zijn raadgevingen : het is veiliger om gevreesd te zijn dan geliefd (173); de ervaring leert dat vorsten die zich niet aan hun woord houden, de grootste successen boeken (175); een vorst moet tegelijk vorst en leeuw zijn (176-177); een intelligente vorst omringt zich met bekwame medewerkers en hoedt zich voor hielenlikkers (196-199).

Hij legt ook uit hoe vorsten hun macht kunnen kwijtraken (199-200) en eindigt met een oproep aan de Medici om het “vertrappelde” Italië met een sterk leger te bevrijden van de barbaren (204-207). Dit laatste was utopisch : Firenze stelde weinig voor, vergeleken met die bezetters.

Paus Julius II had in 1511 een Heilige Liga gevormd tegen Frankrijk, met Venetië, Ferrara, Spanje en Hendrik VIII van Engeland, maar ze werden in 1512 verslagen door Frankrijk. Firenze had niet eens deelgenomen. Het zou nog duren tot 1860-1870, voordat het grotere Piëmont-Sardinië met buitenlandse hulp de eenmaking van Italië kon verwezenlijken.

De voetnoten zijn zeer uitvoerig: 71 pagina’s (209-280), in een heel klein lettertype. Dan volgt er nog een bibliografie, een index met verwijzingen naar de vermelde literaire bronnen en een register. Dat is niet volledig: o.a. de Griekse en Romeinse schrijvers staan er niet in.

De nieuwe boeken over Machiavelli

Paul Van Heck heeft knap werk geleverd, voor een bescheiden prijs (17,50 euro). Interessant is ook zijn chronologie (p.101-111), waarin hij een gedetailleerd overzicht geeft van het leven van Machiavelli en van de politieke gebeurtenissen in die periode (1469-1527). Hij voegt er nog aan toe: 1529-1530: Karel V verovert Firenze; 1531–1532: eerste uitgave van de Discorsi en van Il Principe.

Miles Unger, Amerikaan en kenner van de Italiaanse Renaissance, schreef een uitvoerige biografie van Lorenzo de Medici en nu van Machiavelli: Machiavelli. Een biografie.

Machiavelli kreeg in de loop der eeuwen een aantal etiketten opgeplakt: sluw, doortrapt, amoreel, koelbloedig, cynisch. Unger wil dat beeld nuanceren. Hij ziet Il Principe in de eerste plaats als een aanklacht tegen de mislukkingen van het Florentijnse stadsbestuur. Volgens Machiavelli was zijn baas Piero Soderini te rechtschapen en niet opgewassen tegen de listen, het bedrog, het geweld en de moorden van zijn rivalen.

Machiavelli zelf was volgens Unger het tegendeel van een machiavellist: hij was te openhartig, te oprecht, eerlijk en direct. Zo maakte hij zich veel vijanden, viel daardoor in ongenade en begon dan (maar) te schrijven. Om zijn stelling te bewijzen, presenteert Unger ons een dikke en degelijke, maar iets te omslachtige biografie (456 p.).

Hij begint met een handig lijstje van de personen die een rol speelden in het leven van Machiavelli of van de republiek Firenze rond 1450-1530. Vervolgens krijgen we een kaartje van het verdeelde Italië en een plattegrond van de stad Firenze. Zowel bij Van Heck als bij Unger ontbreekt een duidelijke kaart van het grondgebied van de republiek. Dat omvatte ook Pisa, Volterra, Arezzo, Prato, Pistoia.

Unger kruidt zijn verhaal met citaten uit de verschillende werken van Machiavelli en van zijn tijdgenoten en met voetnoten waarin hij vergelijkingen maakt met o.a. Marx (Communistisch Manifest) en Hitler (Mein Kampf).

We vernemen ook veel details over de familie Machiavelli, al vanaf de 13de eeuw een begrip in Firenze, en over het leven van Machiavelli zelf, zijn uiterlijk, zijn vele dienstreizen binnen en buiten Italië, zijn huwelijk en kinderen, zijn vele bezoeken aan prostituees, zijn studie van de klassieke oudheid en van de Toscaanse toppers Dante, Petrarca en Boccaccio. Ook Savonarola komt uitgebreid in beeld als boetepreker (55-90). En nog uitvoeriger alle politieke verwikkelingen in en om Firenze, de buitenlandse invallen en plunderingen, de vele interne en externe rivalen van Firenze.

Unger vertelt ook hoeveel Machiavelli verdiende als ambtenaar en hoe weinig hij daar netto van overhield (93), omdat hij ook zijn dienstreizen daarmee moest betalen. Daarbij waren er twee naar de paus, vier naar het Franse hof en één naar de Zwitserse kantons, toen bekend om hun succesvolle legers. Hij bezoekt in 1507 ook de Duitse keizer Maximiliaan I, maar dan in Tirol (Bolzano en Trente).

Unger omschrijft hem als de hoogste in rang, maar de minst machtige onder de grote vorsten van Europa. Theoretisch had hij een onbeperkt gezag, maar in praktijk had dat niets om het lijf (194). Die buitenlandse missies gaven Machiavelli de gelegenheid om van dichtbij te zien hoe grotere machthebbers te werk gingen.

Unger omschrijft ook nauwkeurig zijn functie en de belangrijke invloed ervan op zijn politiek denken en op zijn vele publicaties. Hij geeft ook een heel concrete inkijk in de seksuele moraal van die tijd en in de decadentie van de pausen en van de hogere clerus. Hij vertelt ook over de ontmoeting van Machiavelli met Leonardo da Vinci, de gelijkenissen en verschilpunten tussen die twee topfiguren van de Italiaanse Renaissance (169-181).

Machiavelli had eveneens een ontmoeting met een andere Renaissancereus, nl. Michelangelo (182-185). Nooit in de geschiedenis waren er op zo’n kleine oppervlakte zoveel supertalenten bijeen als in het Italië van toen en specifieker nog het gedeelte tussen Rome en Milaan.

In hfst. 7 spreekt Unger over de militaire ideeën van Machiavelli. Hij stond wantrouwig tegenover huursoldaten en pleitte hardnekkig voor dienstplichtigen. Want die waren bekommerd om hun eigen huis en haard. Maar de stadsbestuurders weigerden lange tijd de arbeiders en boeren te bewapenen, omdat ze hen als gevaarlijke revolutionairen zagen.

Hfst. 8 gaat over de wereldlijke macht van paus Julius II, zijn wisselende militaire bondgenootschappen (de ene keer met het Heilig Roomse Rijk, Spanje en Frankrijk tegen Venetië, de andere keer met Venetië, Ferrara, Spanje en Engeland tegen de Fransen), de conclusies die Machiavelli daaruit trok, het opnieuw aan de macht komen van de Medici.

Hfst. 9 beschrijft de pijnlijkste gebeurtenis uit het leven van Machiavelli: op 7 november 1512 werd hij ontslagen, van zijn ambt ontheven en uit al zijn functies gezet door de nieuwe machthebbers. Ook zijn bewegingsvrijheid werd beperkt. Een onderzoek naar corruptie tijdens zijn ambtstermijn leverde gelukkig niets op.

Ontmoedigd trok hij naar een boerderij buiten de stad. Hier begon hij aan zijn Il Principe. Zijn latere beroemdheid is dus grotendeels te danken aan zijn ontslag. Op 18 februari 1513 werd hij daar zelfs opgepakt en gedurende 22 dagen in de gevangenis opgesloten, in een donkere cel vol ongedierte, vlak bij de chique Signoria, waar hij van 1498 tot 1512 had gewerkt.

Zes keer werd hij door een beul zwaar gemarteld, in de hoop dat hij schuld zou bekennen. Door een gelukkig toeval ontsnapte hij aan de dood: in 1513 werd voor het eerst een Florentijn tot paus gekozen, Giovanni de Medici, die de naam Leo X aannam (1513-1522). Hij gaf opdracht om alle gevangenen in Firenze vrij te laten.

Machiavelli trok weer naar zijn boerderij om verder te schrijven aan zijn boek. Zijn vrouw Marietta en hun vier kinderen woonden daar bij hem. Hij kon ze nauwelijks kleden en eten geven. Hun trouw werd ook niet beloond, want Machiavelli was geen ideale huisvader: hij besteedde weinig aandacht aan zijn vrouw en zijn kinderen en hoewel hij zonder centen zat, bleef hij naar andere vrouwen gaan, wat hij ook toegaf en pittig beschreef in brieven aan zijn vrienden.

Il Principe werd dus geboren uit wanhoop. Het moest de nieuwe bestuurder, Lorenzo de Medici, overtuigen om hem weer secretaris van Firenze te benoemen. Maar de heersers waren niet geïnteresseerd in de raadgevingen van de kandidaat en in zijn vurig pleidooi voor een sterke leider.

In hfst. 10 geeft Unger zijn oordeel over het boek zelf en over de traditie van vorstenspiegels, die bestond sinds Plato, 'De Staat'. Hier blijft Unger veel te lang filosoferen en niet altijd ad rem. Hij ontleedt ook Machiavelli’s wereldbeeld: cynisch, seculier en antiklerikaal, geen uitzondering in het Firenze van toen. Hij vertelt ook over het succes van het boek, dat geprezen werd door vele despoten, van Filips II van Spanje tot Stalin en Hitler.

Machiavelli wordt vooral geassocieerd met het principe 'Het doel heiligt de middelen', alhoewel die zin nergens letterlijk in zijn geschriften staat. De enige zin die erop gelijkt, staat in de Discorsi, p. 123: “Een belastende daad dient haar excuus te vinden in haar resultaat. En als dat resultaat goed is, dan zal ook het excuus goed zijn” (p.276,419).

Machiavelli’s moraal is gericht op praktische resultaten op aarde, niet op een plaats in de hemel. Deugdzaam gedrag en eerlijkheid leiden volgens hem vaak tot slechte resultaten. Die houding heeft men hem al 500 jaar verweten.

Ook in de hoofdstukken 11 tot 14 gaat Unger te veel de filosofische toer op in plaats van zich te beperken tot zijn vak, nl. geschiedschrijving. Deze langdradige bespiegelingen en de herhalingen over het liefdesleven van Machiavelli hadden gerust wat korter mogen zijn. Er staat ook iets nieuws in: uit verveling begon Machiavelli toneelstukken en kluchten te schrijven, die in zijn tijd veel bezoekers kregen.

Rond 1520 krijgt hij een beperkte vorm van eerherstel: hij mocht van de Medici een geschiedenis van Firenze schrijven en een adviesnota over de politieke toekomst van de republiek. Zijn Istorie Fiorentine was klaar in 1525. Machiavelli trok ermee naar Rome, om ze aan te bieden aan paus Clemens VII, de tweede paus uit de familie de Medici (1523-1534), door wie hij ook ontvangen werd.

Dankzij hem kreeg Machiavelli weer een functie in Firenze: toezichthouder van de stadsmuren, minder eervol dan zijn vorig ambt en ook minder goed betaald. In 1526 werd paus Clemens gevangen genomen door de keizerlijke troepen van Karel V. In Firenze werden zijn aanhangers uit de stad gezet en een nieuwe republiek uitgeroepen.

Een jaar later overleed Machiavelli, op zijn 58ste. Een broeder nam hem de biecht af en diende hem het sacrament der stervenden toe. Hij liet zijn gezin in zwarte armoede achter. Hij kreeg een bescheiden graf in de franciscaner Basilica di Santa Croce.

Postuum eerherstel

Firenze heeft hem wel in eer hersteld, met namen van straten, hotels, souvenirwinkels en een graftombe die even overdadig is als die van Cosimo de Medici en Michelangelo. Dante heeft er een mooi gedenkteken. Zijn graf ligt in Ravenna, naar waar hij verbannen was. Unger vergeet nog het graf van Galileo Galileï en zegt er ook niet bij wanneer Firenze de graftombe voor Machiavelli heeft laten maken. Blijkbaar was dat in 1787.

In 1530 werd de stad omsingeld door de pauselijke en keizerlijke legers. De Florentijnen leden honger en aten katten en ratten. Er kwam een einde aan de onafhankelijkheid van Firenze en zijn toonaangevende rol in de culturele geschiedenis van Europa. Het werd een vazalstaat van het Heilig Roomse Rijk, met Alessandro de Medici, bastaardzoon van paus Clemens, als dictator. De signoria werd voortaan buitenspel gezet. Machiavelli had zijn doel van een verenigd en onafhankelijk Italië dus niet bereikt. In 1559 kwamen al zijn werken op de Index.

Unger eindigt met de invloed van de auteur op het politieke denken van Hobbes, Locke, Rousseau, James Madison, Marx en op machthebbers zoals Napoleon, Mussolini, Stalin, Hitler.

De boeken van Unger en Van Heck zijn beide van hoog niveau. Ze zijn ook complementair: Unger is meer een kampioen van details en van beschouwingen, Van Heck is beknopt, pragmatisch, direct en biedt ook de vertaling van Il Principe, een tijdloos werk, dat 500 jaar later nog altijd actueel is.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.