about
Toon menu

De mythe van de groene economie: voorbij het zwart-wit denken

Enkele dagen geleden schreef Dirk Holemans van de denktank Oikos een interessante recensie van ons boek De mythe van de groene economie. Dirk neemt uitgebreid de ruimte om een analyse te maken van het boek, en er een aantal kritische punten uit te halen. We antwoorden graag op zijn kritiek van zwart-wit denken en zogenaamde ideologische zuiverheid.
maandag 24 december 2012

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Met veel van wat Dirk Holemans zegt, zijn we het eens. Een aantal van zijn kritieken zijn terecht, bijvoorbeeld dat het boek een te grote verklaringskracht toekent aan de commons. Daarnaast zijn er een aantal kleinere punten die voer voor toekomstig debat zijn.

Zwart-wit denken?

We willen hier vooral ingaan op zijn belangrijkste kritiek: Dirk schrijft ons een zwart-wit denken toe en een zogenaamde ideologische zuiverheid van waaruit we zowat alles zouden bekritiseren wat de groene beweging tot nu toe heeft gedaan.

Bovendien zouden we zulke scherpe conflictstrategie hanteren dat die tot ‘kampisme’ zou leiden (‘wie niet met mij is, is tegen mij’). Die kritieken vinden we heel verrassend. Enerzijds bevat het boek natuurlijk een radicale kritiek op het huidige economische systeem en op een aantal actuele tendensen in de ecologische politiek, het milieubeleid en de groene beweging. Maar anderzijds hebben we tegelijk geprobeerd strategische handvaten te geven die zinvol zijn voor de brede sociale en groene beweging, ook voor die krachten die misschien niet alle aspecten van onze systeemkritiek volgen.

Volgens ons ligt het zwart-wit denken eerder bij een specifieke interpretatie of lezing van het boek die niet kan begrijpen dat je enerzijds kritiek op bepaalde keuzes of tendensen kunt hebben, maar daarom mensen of groepen niet in hun geheel als vijanden aan de kant schuift. Het punt is dat juist in dit soort lezingen een "wie niet met mij is, is tegen mij”-discours binnen dreigt te sluipen. 
Hierbij aansluitend verwijt Dirk ons dat wij de term ‘groene economie’ met ons boek onbruikbaar zouden hebben gemaakt en dat niemand nu die term nog kan hanteren. Daarover valt te discussiëren. Zou het niet kunnen dat niet wij, maar actoren als de Wereldbank, de OESO, of coalities van beleggers en ondernemers het project van de ‘groene economie’ gedelegitimeerd hebben, precies door er zo’n (neo)liberale  invulling aan te geven? Natuurlijk zijn ook wij voorstanders van een vergroening van de economie (en nog veel meer van een vermindering van de plaats van de economie in de samenleving), maar dat wil niet zeggen dat we bij het project van de ‘groene economie’ zoals het vandaag (vooral internationaal) vorm krijgt geen heel belangrijke kanttekeningen moeten plaatsen.

De kern van het verhaal

Hoe het ook zij, we zijn er blijkbaar niet helemaal in geslaagd om ons punt duidelijk te maken. Dat noopt ons tot enige bescheidenheid. Vandaar deze poging om nog eens uit te leggen wat de inzet is van ons verhaal. Kort samengevat komt onze analyse op het volgende neer:

1. De afgelopen jaren maakte het ecologisch bewustzijn een sprong: de klimaatcrisis kwam heel centraal op de internationale agenda te staan, steeds meer actoren aan de andere kant van de spreekwoordelijke barricade van weleer (multinationals, banken, lobbyisten enzovoort) hebben het ecologische thema ontdekt, en geven er een eigen, erg marktgerichte invulling aan. De ‘groene economie’ is een naam van die dominante invulling, die gedragen wordt door heel wat internationale instellingen, denktanks, en coalities van grote bedrijven. De kerngedachte ervan is dat de ecologische transitie via de markt kan en moet gebeuren, of tenminste dat (markt)economie en ecologie verzoend kunnen worden.

2. Doordat de klimaatcrisis zo urgent is, hebben sommige ecologisten en groene bewegingen de neiging om alles te omarmen wat een groen label draagt. Er zou geen tijd meer zijn om ons te laten verdelen rond partiële kwesties, we moeten nu samenwerken tegen de grote gemeenschappelijke vijand, CO2. En zeker nu allerlei grote bedrijven zich als ecologische pioniers profileren, ontstaan nieuwe mogelijkheden tot samenwerking: via allerlei transitie-arena’s, partnerschappen en ronde tafels zetten bedrijven steeds vaker projecten op samen met groene organisaties (die dat zonder enige twijfel met de beste bedoelingen doen). Het gevolg van die demarche is depolitisering: omdat de crisis zo urgent is, mogen we ons niet meer laten verdelen door een wij/zij discours. De paradox is dat net nu we een zekere radicalisering nodig hebben in de klimaatstrijd (zoals Dirk ook terecht onderstreept), we in de plaats een vervlakking krijgen: een neiging om de ‘grootste gemene deler’ te zoeken, en in de naam van samenwerking allerlei controversiële issues uit de weg te gaan.

3. Het probleem van die depolitisering is dat zo onzichtbaar wordt gemaakt dat er wel degelijk heel verschillende manieren zijn om invulling te geven aan het groene project, en dat het huidige project van de ‘groene economie’ uiterst problematische kanten heeft. In ons boek trekken we dan ook een heel andere conclusie uit de vaststelling dat ook economische machten en instellingen vandaag de groene kaart beginnen trekken: we moeten niet noodzakelijk zoeken naar de grootste gemene deler, maar er moet ruimte gemaakt worden voor de botsing tussen verschillende groene projecten.

4. Op dat laatste punt is onze stelling heel duidelijk, en het verbaast ons bijzonder dat dit blijkbaar anders wordt geïnterpreteerd: tegenover de groen-liberale beleidsfilosofie van de ‘groene economie’ plaatsen wij een project van klimaatrechtvaardigheid, dat eigenlijk heel breed moet kunnen gaan. Volgens ons zijn ‘people planet & profit’ niet zo gemakkelijk verzoenbaar: waar de ‘groene economie’ gaat voor economische winst en een beperkte winst voor het klimaat, maar met het neveneffect van nieuwe vormen van sociaal onrecht, kiezen wij voor maximaal klimaateffect, sociale herverdeling, en dat zal ongetwijfeld ten koste gaan van het economisch profijt. Kies je voor profit en een beetje planet, of voor planet en people? Dat is de inzet van de sociaal-ecologische strijd die de 21[ste] eeuw zal tekenen. Het is aan iedereen om op dat terrein kant te kiezen.

5. Tussen de twee polen, de ‘groene economie’ en ‘klimaatrechtvaardigheid’, speelt zich een hegemonische strijd af. Dat wil zeggen dat elk project zijn eigen opvattingen ontwikkelt over de grondoorzaken van het klimaatproblemen, over alternatieven en over strategieën om die te realiseren. Wat we vandaag zien, is dat veel ecologisten, milieu-organisaties en ook groene partijen zich op bepaalde punten laten meeslepen door het discours van de ‘groene economie’, en daardoor voor een stuk mee stappen in een project dat, zoals ook Dirk aangeeft, eigenlijk het hunne niet is. Onze bedoeling is precies om het terrein van die hegemonische strijd te laten zien, en het bewustzijn daarover binnen de milieubeweging aan te scherpen.

Sing for the Climate

Kijk bijvoorbeeld naar Sing for the Climate, een erg succesvol initiatief dat tienduizenden mensen wist te mobiliseren. In de lanceringsclip (waarin Bekende Vlamingen het lied zingen) worden vier quotes gegeven, waaronder één van Munich Re, een verzekeringsfirma. Munich Re is bijzonder actief op de markt van emissiehandel, en werd daar vooral bekend als de ontwikkelaar van een verzekeringsproduct voor CDM-kredieten (dat zijn ‘offset-kredieten’, waarmee bedrijven uit de geïndustrialiseerde wereld hun uitstoot kunnen ‘compenseren’ via projecten in het zuiden i.p.v. hun eigen uitstoot te verminderen). Dat verzekeringproduct is een typisch financieel derivaat, dat veel weg heeft van een credit default swap, een product dat sinds de financiële crisis berucht is geraakt.

Het is natuurlijk niet moeilijk om te begrijpen waarom dat soort financiële spitstechnologie zo belangrijk is voor beleggers en investeerders in emissiemarkten: de kans dat CDM-kredieten helemaal geen reële uitstootvermindering vertegenwoordigen, is heel reëel. Op het moment dat dit duidelijk wordt, dreigen die CDM-kredieten waardeloos te worden. Daarom hebben beleggers in CDM-kredieten dit soort verzekeringsproducten nodig, kwestie van hun activa veilig te stellen. De parallellen met de subprime crisis zijn evident.

Sing for the Climate verwijst in zijn promofilmpje dus naar de meest vergaande praktijken van de ‘groene economie’, waarin complexe financiële technieken worden ontwikkeld zogezegd in naam van het klimaat. Betekent dit dat Sing for the Climate ‘verkocht’ is, en dat het initiatief volledig in het kamp zit van de marktecologie? Natuurlijk niet! De mensen van Sing for the Climate hebben in eer en geweten een filmpje gemaakt, en waren zich wellicht (hopelijk) helemaal niet bewust van de rol van Munich Re. In het begin van december schreef Nic Balthazar, de bezieler van Sing for the Climate, in De Morgen: “De vrije markt die het klimaat moet redden. Het is als de cafébaas die de levercirrose moet opereren.” We hadden het zelf niet beter kunnen zeggen.

Sing for the Climate bevindt zich in het hart van waar de hegemonische strijd om gaat: enerzijds is er de verleiding van de ‘groene economie’ en van de ‘belangrijke’ actoren zoals verzekeringsfirma’s die het klimaatthema hebben ontdekt, anderzijds is er een groeiend bewustzijn dat we er via markttechnieken niet zullen geraken. En dat geldt eigenlijk voor tal van voorbeelden die we geven in het boek. Dirk suggereert dat wij vinden dat Susan George, Rob Hopkins of Tim Jackson meedoen aan de ‘groene economie’, maar dat vinden wij helemaal niet (en we stellen dat ook nergens in het boek): wel gaan zij mee in de ideologie dat we ‘allemaal moeten samenwerken’ en dat we met groene ondernemers in zee moeten gaan. Het probleem is dat dit soort van postpolitieke ideeën de deur opent om mee te stappen in het verhaal van de ‘groene economie’. Maar er is geen haar op ons hoofd dat er aan twijfelt dat bijvoorbeeld iemand als Susan George een overtuigd linkse en groene figuur is, een medestander in de strijd voor een sociaal rechtvaardige en ecologische wereld. Het is helemaal niet onze bedoeling een wig te slaan tussen ‘zij’ die ‘verkocht’ zouden zijn en ‘wij’ die de enige juiste lijn zouden hebben. Eerder het tegendeel, aan de hand van dit soort voorbeelden willen we laten zien dat er een hegemonische strijd bezig is, niet enkel tussen groepen of personen, maar ook binnen groepen en personen, en dat het groen-liberale discours er in slaagt zelfs de meest radicale en kritische stemmen gedeeltelijk te beïnvloeden. De conclusie is niet dat we op zwart-wit wijze afstand moeten nemen van alle mensen en groepen die zich, al is het maar een heel klein beetje, laten verleiden door het groene liberalisme, maar dat we een alternatief, sociaal rechtvaardig ecologisch project moeten opbouwen waarin we hen proberen samen te brengen, in al hun diversiteit.

Ideologische zuiverheid

Is de mainstream milieubeweging verkocht? Staat Groen aan de verkeerde kant van de barricade omdat ze de Green New Deal verdedigt (over die Green New Deal schrijven we overigens dat we de meeste elementen ervan onmiddellijk onderschrijven, maar dat er onduidelijkheid is over het strategisch kader waarbinnen hij gerealiseerd moet worden, en dat het spijtig is dat de Green New Deal toch ook weer op emissiehandel steunt)? Je moet aan het boek een wel heel eigen interpretatiekader opleggen om dit erin te kunnen lezen. Aangezien het groene-economiedenken de afgelopen jaren hegemonisch is geworden, gaat er natuurlijk veel invloed van uit, en dat heeft concrete effecten op een aantal milieu-ngo’s, groene partijen, maar ook op bijvoorbeeld de vakbonden. Dat is normaal. Ons boek heeft precies als doel de limieten van dat project te laten zien, en groene en sociale bewegingen en organisaties opnieuw sterk te verankeren waar ze volgens ons thuishoren: in het kamp voor klimaatrechtvaardigheid.

In hoofdstuk 7, waar we het over strategie hebben, wordt het duidelijk gesteld: “Het komt erop aan in de maatschappij een ‘kamp’ te bouwen rond gemeenschappelijke ideeën en voorstellen, waarrond allerlei allianties en politieke partijen kunnen worden gevormd. De basislijn voor de opbouw van zo’n ‘kamp’ kan relatief eenvoudig zijn: we willen een oplossing voor de klimaatcrisis die meer democratie en sociale gelijkheid, en minder markt en machtsconcentraties inhoudt.” Als Groen! of andere ngo’s zich daar niet door aangesproken voelen, dan weten we het ook niet meer. Of de BBL, Groen of de vakbonden tot dit ‘kamp’ horen hangt af van welke keuze zij maken, maar wat ons betreft hopelijk wel (ook al zijn we het op heel concrete kwesties soms niet eens).

Een van de problemen van het huidige project van de ‘groene economie’ is dat we daarmee nooit de meerderheid van de bevolking actief zullen kunnen betrekken in de klimaatstrijd, precies omdat het enkel een kleine minderheid ten goede dreigt te komen, de goede bedoelingen van veel voorstanders van de ‘groene economie’ ten spijt. Dit idee wordt in het boek haast tot in den treure herhaald. Het is daarom een beetje bizar dat Dirk ons in zijn lectuur van het boek precies het tegendeel verwijt.

Sociale rechtvaardigheid of gelijkheid betekent voor ons overigens iets heel breed. Het heeft niet louter te maken met solidariteit met de ‘armen en uitgeslotenen’. Het gaat ook over het probleem dat het aandeel van de lonen in het nationaal inkomen voortdurend daalt, dat de 1% voortdurend rijker wordt, dat de sociale ongelijkheid in het algemeen toeneemt, dat grote bedrijven het zich permitteren om duizenden werknemers zomaar op straat te zetten en dat het globale Zuiden de rekening betaalt van klimaatswijziging én van de huidige klimaatpolitiek.

Even bizar is de kritiek dat we ideologische zuiverheid zouden nastreven. We vinden dat er een centrale rol is weggelegd voor de vakbonden om sociaal-ecologische verandering te realiseren, maar tegelijk stellen we in het boek vast dat heel wat vakbonden (of delen ervan) toch blijven geloven in economische groei, kernenergie, propere steenkool enzovoort. Als we ideologische puristen waren, waarom zouden we dan nog met de vakbond willen werken?

Zelf vertrekken we vanuit een ecosocialistische visie (die overigens in het boek nauwelijks aan bod komt), maar geen haar op ons hoofd dat er aan denkt dat iedereen die het niet eens is met de recent opgekomen ecosocialistische beweging een liberale verrader zou zijn. Net zo min als we denken dat de invulling van een klimaatrechtvaardig project met onze ideeën moet samenvallen.

Voor ons zijn ngo’s of groene partijen helemaal geen 'systeembevestigers' (wat niet wil zeggen dat er binnen die groepen geen tendensen kunnen zijn die wel in die richting gaan): in hoofstuk 7 laten we precies zien dat zelfs heel beperkte vormen van protest en verzet het systeem voortdurend uitdagen, en het dwingen zich te hervormen. Dat het 'systeem' daarin slaagt is niet de schuld van al die groepen die hier en nu concreet weerwerk trachten te bieden rond specifieke kwesties. Door die rol van concreet verzet te benadrukken, hadden we de expliciete bedoeling om in te gaan tegen de pessimistische visie dat ‘geen enkele actie lukt’, omdat je altijd al ‘binnen het systeem’ zit; waaruit sommigen de conclusie trekken dat je ‘helemaal uit het systeem moet stappen’. Volgens ons is de idee dat er een onderscheid bestaat tussen degenen die ‘binnen’ het systeem iets trachten te veranderen, en degenen die er ‘buiten’ staan, niet zo zinvol. Er is een hele waaier aan praktijken waardoor de kapitaalsmachine wordt uitgedaagd, en het is een strategische discussie welke praktijk op welk moment het meest effectief is. Daar kan je niet in algemene termen over oordelen.

Of om hetzelfde met andere woorden te zeggen, we vinden dat een beweging als Transition Towns fantastische dingen doet in de praktijk, op lokaal vlak, zoals we ook in ons boek stellen, maar we denken wel dat het een probleem is als ze zeggen dat we met iedereen moeten samenwerken, en als ze afstand nemen van groepen die een strijdperspectief aannemen. Je kan bepaalde zaken in een bepaalde beweging interessant en vooruitstrevend vinden, en andere zaken depolitiserend. Het gaat er niet om – op een zwart-wit manier - die bewegingen helemaal af te breken. Het boek op die manier lezen, lijkt, paradoxaal genoeg, juist van een soort van zwart-wit denken te getuigen. Alsof één kritiek op een beweging, groep of gedachtegoed wil zeggen dat je die helemaal afbreekt. Alsof er geen nuance mogelijk is en je het niet met bepaalde tendensen, praktijken en ideeën in een beweging eens kan zijn, en met andere niet. Het zijn precies dit soort lezingen die uitgaan van een ‘je bent met ons, of je bent tegen ons’ perspectief: vanaf het moment dat je één kritiek formuleert ben je niet meer ‘met’, maar ‘tegen’.

Samenwerking waarrond?

Het boek heeft natuurlijk een ideologische inslag (hoe kan het anders?). We proberen de ideologie achter de ‘groene economie’ zichtbaar te maken, en er met open vizier het debat over aan te gaan. Het vreemde is dat Dirk ons enerzijds een ideologische zuiverheid verwijt, terwijl hij anderzijds (terecht) opmerkt dat we in het boek geen alternatief ‘model’ naar voor schuiven. Natuurlijk hebben we wel enkele ideeën van hoe een alternatief maatschappijproject eruit kan zien (zie bijvoorbeeld Matthias Lievens (2010). Socialisme en democratie in de 21[ste] eeuw). Maar we hebben bewust gekozen het boek niet daarrond op te bouwen, omdat verre toekomstperspectieven minder relevant zijn dan de strategische noodzaak om hier en nu een kamp te maken dat breekt met de neoliberalisering van de groene gedachte, en dat kiest voor klimaatrechtvaardigheid. Het probleem met veel ‘modellen’ is ook dat die de complexiteit van de nodige verandering onderschatten, door bijvoorbeeld hopen jobs te beloven dankzij een groene transitie, of door te voorspellen dat people, planet en profit verzoend kunnen worden. Ons boek verkent het terrein van de komende strijd, veel modellen sluiten dat terrein eerder af. De toekomst is open: we kunnen een aantal krachtlijnen uitzetten voor een alternatief en proberen te laten zien waar het terrein van de strijd ligt, maar hoe dat alternatief concreet vorm zal krijgen, moet doorheen die strijd duidelijk worden. Als we democratie willen als alternatief voor de markt, zal die democratie ook in de weg naar die alternatieve samenleving centraal moeten staan.

Voor die komende strijd zal samenwerking nodig zijn, uiteraard! De hele vraag is: met wie, en waarrond. Dirk suggereert dat we menen dat “quasi alle bedrijven ‘fout’ zijn”. Ook andere mensen van Groen stelden in hun kritiek van het boek dat we de ondernemers toch nodig hebben, en dat ze geen slechte mensen zijn. Het punt is dat het daar niet over gaat. Het gaat niet om een morele, maar om een politieke kwestie. De hele vraag is: op basis van welk maatschappijproject, welke strategische doelen, werk je samen? Wat ons betreft is het duidelijk: we willen een project dat gaat voor meer sociale gelijkheid, vergaande vormen van herverdeling, een grotere en meer democratische publieke sector, een breuk met het neoliberalisme, grenzen aan de groei, 90% reductie van de uitstoot, een terugschroeven van de marktlogica in de maatschappij, een radicaal terugdringen van de financiële markten, de realisatie van vormen van economische democratie, de opbouw van sociale bewegingen van onderuit, met andere woorden: een visie die de maatschappij niet reduceert tot de optelsom van consumenten en bedrijven. We willen graag de ondernemer ontmoeten die het hiermee eens is en we zullen er onmiddellijk mee samenwerken. Het is natuurlijk ieders recht om dit project ideologisch purisme te vinden.

De moeilijke receptie van het boek bij Oikos ligt er misschien aan dat men tussen de lijnen kritiek leest op moederpartij Groen? Wat ons betreft heeft deze partij helemaal zijn plaats in het sociaal-ecologische kamp dat we willen opbouwen. Maar het heeft tegelijk geen zin om te ontkennen dat er binnen Groen ook tendensen zijn die sterk meegaan met het discours van de ‘groene economie’, net zoals er veel kritische, linkse en uitgesproken sociale tendensen en mensen zijn. De partij maakt een zekere spreidstand en kent toch een zekere mate van interne verdeeldheid tussen meer linkse en meer liberale stemmen, over de noodzaak om grenzen te stellen aan de groei of de vraag of we al dan niet met ‘verlichte ondernemers’ in zee moeten gaan. Misschien is het ‘probleem’ van ons boek dan ook niet zozeer dat het zwart-wit denkt, maar dat het de groene beweging met moeilijke vragen confronteert. Het punt van ons verhaal is dat ‘groen’ zijn niet meer genoeg is, en dat maakt het er voor groene partijen of ngo’s natuurlijk niet gemakkelijker op.

Dirk lijkt het boek te interpreteren in termen van een debat tussen realo’s en fundi’s, maar dat is hier eigenlijk niet in het geding. Het gaat er hier niet om hoe radicaal je wil zijn, en of je hier en nu ‘met de voeten in de neoliberale modder wil werken aan een andere wereld’, dan wel met een radicale kritiek aan de kant gaat staan. Het gaat hier om een tegenstelling tussen uiteenlopende invullingen van het groene project. Het is geen gradueel verschil in radicaliteit, maar een keuze tussen verschillende maatschappijvisies. Om het simpel te stellen: tussen een linkse en een rechtse of liberale ecologie.

Als we conflict en strijd benadrukken is dat niet omdat we conflict om het conflict willen, maar wel omdat we het belangrijk vinden dat het debat  tussen die verschillende maatschappijvisies gevoerd wordt. We hebben niet willen zeggen dat 'er per se conflict moet zijn', maar wel dat het belangrijk is de reële conflicten die er zijn, zichtbaar te maken om op die manier de klimaatstrijd effectiever en democratischer te maken.

De crisis van het neoliberalisme opent een ruimte om opnieuw te zoeken naar alternatieve benaderingen. Hoe scherper de ecologische crisis wordt, hoe belangrijker deze discussie wellicht wordt. We merken in elk geval dat De mythe van de groene economie iets heeft losgemaakt, véél meer dan we hadden verwacht. Het lijkt ons net daarom essentieel het debat over de inhoud aan te gaan. We denken dat dit debat de stem voor een krachtdadige en sociale aan pak van de klimaatcrisis in Vlaanderen alleen maar kan versterken.
 

Anneleen Kenis & Matthias Lievens zijn de auteurs van het boek De mythe van de groene economie

reacties

13 reacties

  • door PeterB op maandag 24 december 2012

    Sommigen willen iedere oproep tot een serieuze verandering met de negatief beladen term "radicaal" bestempelen. Maar als je in een auto aan 100 km/u een scherpe bocht nadert, dan moet je hard op de rem gaan staan. Dat is niet radicaal, dat is gewoon verstandig.

    • door PeterB op maandag 24 december 2012

      9 keer

      Ter verduidelijking: Dirk Holemans van Groen gebruikt het woord "radicaal" maar liefst 9 keer in zijn bespreking van het boek. Qua stemmingmakerij kan dat al tellen.

  • door t.aerts op maandag 24 december 2012

    . Ik heb met veel aandacht jullie boek gelezen. 'k Heb ook de niet onverstandige kritiek van Dirk Holemans gelezen op DWM. En nu, nu lees ik dus jullie wederwoord op D.H.

    Ik voel me niet zo erg geroepen om uitgewerkte standpunten te motiveren in deze. Wel zou ik toch minimaal dit kwijt willen:

    Er is een niet-gering verschil tussen jullie boek en het boek van de Australische ethicus Clive Hamilton : -----"REQUIEM FOR A SPECIES - Why we resist the truth about climate changeI" (2010).

    Hoewel laatstgenoemd boek nauwgezet ingaat op bijv. de wisfull thinking (want benodigd materiaal-EROI onmogelijkheid) rond CCS opvang, enz. enz., en dat boek bijzonder vele en diverse 'ontkenningsmechanismen' blootlegt, met als conclusie dat het einderesultaat d'office gekend is, met name wat de titel zegt (gedaan met de mensheid),....

    .... doen jullie dat NIET, zetten jullie stevig in de verf hoeveel we onszelf dreigen wijs te maken, en hoezeer redding wel wat anders vereist dan green opsmuk en... (ja, 'k moet jullie boek niet samenvatten he), MAAR poneren jullie niet het ultieme verdict van een gekende finito-catastrofe. DAT pleit voor jullie analyse en hoe ermee omgaan (m.i.).

    Juliie beiden leggen zeer verdienstelijk de vinger op vele wonden, en concluderen dan die onvermijdelijkheid van 'revolte-gebonden' ommezwaaien. De zalving van Dirk Holemans klinkt mogelijk wat gemeenteraad-vreemd, à la "ja de zwaartekracht bestaat wel maar er valt nog te dealen". Het zwart-wit-verwijt naar jullie toe van D.H. lijkt mij inderdaad in essentie een "politiek ploeteren" tegen de zwaartekracht. (...zoals: op de internationale dag van de stedenbouw 2010 cynisch gesteld werd : "het 'dictaat' van de CO2-neutraliteit"... alsof ingenieurs zich bekloegen over het dictaat van de zwaartekracht bij hun betonberekeningen voordien....?). - - - - - - - - -

    EDOCH, ik zit met een ander ei:

    Voorbij jullie benadering, en voorbij de 'politieke' fijnstelling van Dirk Holemans, mis ik dit: het ultieme sturende... ... de mentale dragende, komende planetaire 'kosmologie', die de realiteiten van binnen (bijv.) 4 decennia zal uitlokken, en die zich zal aandienen vanuit gigantisch openstaande toekomsten, niemand die daar vandaag iets echt zinnigs over kan zeggen, terwijl het nochtans cruciaal zal blijken te zijn;....

    Wel kunnen we er aspecten over hopen, bijvoorbeeld: Dat wapens spelen geen cruciale rol spelen in de nakende evoluties. Dàt is een verhoopt standpunt (want anders...). En zulke wel of niet, dat zal, meen ik, afhangen van razendsnel evoluerende kosmologieën. Hierover staat niet in jullie boek... 't is ook lastig om er iets van te zeggen.

    . ------------------------------------------------------------------------------------- http://users.skynet.be/tony.aerts/BoekenDemocratieTransitieKlimaat.html ------------------------------------------------------------------------------------- .

    ... Tenzij de mentale optimisten

    • door Franky op dinsdag 25 december 2012

      en u niet in het minst... Politieke analyse en volzinnen lijken me verkieslijk boven wartalige stemmingmakerij over 'razendsnel evoluerende kosmologieën'. Uw ei ware dus beter daar gebleven vanwaar het afkomstig is. Het is lastig om er iets anders over te zeggen. Kosmische groet.

      • door aronjaco op woensdag 26 december 2012

        @ Franky : "Razendsnel evoluerende kosmologieën " ! Onze medeblogger bedoelt dat we de strijd voor respect voor onze aarde en het algemeen welzijn van alles wat erop leeft, hopeloos aan het verliezen zijn. Dat omdat de neoliberale beoogde Status Quo, lees conservatisme, een doodlopende straat is. Onze aarde , en dus ons deel van de kosmos, raast verder en respecteert enkel en alleen de kosmische wetmatigheden. Verkrachten we die wetmatigheden , wel dan volgt het onmogelijke. Wat dat is mag u zelf invullen.

  • door camiel op maandag 24 december 2012

    Ik heb de kritiek van Dirk Holemans op 'De mythe van de Groene Economie' grondig gelezen en ook dit weerwoord van de auteurs en ik heb een déjà vu. Laten we eens teruggaan in de tijd, naar het begin van de 20ste eeuw. Toen woedde er onder socialisten een geweldige discussie over hoe de 'strijd voor de ontvoogding van de arbeider' moest aangepakt worden en met uitzondering van Rusland haalden overal in Europa de reformisten hun slag thuis. De arbeidersklasse kreeg het beter maar terzelfdertijd werd het kapitalisme versterkt en nu zitten we met de gebakken peren. Ik stel vast dat er nu weer een gelijksoortige discussie woedt en ik stel vast dat de 'hervormers' ook nu weer aan de winnende hand met alle desastreuze gevolgen die dat zal hebben. Ik bedoel: Deze discussie is zinloos. Ik zou al die auteurs aanraden nog eens heel goed de geschiedenis van de arbeidersbeweging te bestuderen en dan zullen ze merken dat het warm water al heel lang geleden werd uitgevonden. Dus stop dit soort discussies en ga met z'n allen rond de tafel zitten en werk een actie-plan uit dat voor veel mensen geloofwaardig en haalbaar is want juist dank zij de huidige crisis liggen de mogelijkheden en kansen voor het rapen. Nu is het zo dat grote delen van de bevolking hier mee zijn met het (deel)verhaal van de groene economie: Plaats zonnepanelen, ga naar de bio-boer, rij met een auto met lage uitstoot enzovoorts, enzoverder. Mooi hoor maar bv. voor iemand zoals ik (en geloof mij, zo zijn er veel) is dit alles financieel gewoon niet haalbaar. Maar ach, ik besef terdege dat dit wederom woorden in de wind zijn. Wie ben ik immers?

  • door Corse op dinsdag 25 december 2012

    De essentie en de zin van het leven: (analyse)

    We hebben geleerd hoe het leven ontstaat, maar niet hoe te leven:

    Geluk is het gemeenschappelijke doel van de mensheid. Geluk is niet zozeer geluk zoeken, maar wel de vraag wat remt ons af om gelukkig te zijn. Dat wat de typische moderne consumerende mens geluk noemt is niet veel meer dan wat “materiële tevredenheid,” waarvoor hij zich kreupel gewerkt heeft en de mooiste jaren van zijn leven heeft opgeofferd door 45 jaar in fabrieken, magazijnen of burelen te werken. Dit snel vergankelijk materieel gevoel heeft zeer weinig met het effectieve geluk te maken. Deze snel vergankelijke materiële tevredenheid is een nevenwerking die is ontstaan door de industrialisering, deze nevenwerking kreeg de naam consumptiesamenleving. De mens mag zich niet laten leiden door reclame en schulden, reclame is een vals woord dat eigelijk niet reëel bestaat, de werkelijke definitie van reclame is commerciële propaganda. Schulden worden gemaakt voor en door deze valse materiele tevredenheid. Het ecologisch geheel op de planeet wordt verstoord door deze valse materiele tevredenheid. Economie is in de eerste plaats een middel en geen doel op zich. Het orakel kapitalisme en haar totale vrije markt is een fundamentalistische religie die het materiele paradijs belooft, liberalisme is de valse profeet daarvan. De brainwash van de consumptiesamenleving besmette de westerse mens met het koopvirus. Onzinnig materieel bezit brengt ook de angst mee voor het verlies ervan, waar hebzucht, egoïsme, agressie en depressie uit ontspringen. De drang naar: luxe, hebberigheid, materialisme en consumentisme is een vals instinct, het is een tijdelijke en illusoire vergankelijke toestand van materialen, waarvan de resten in speltempo op het containerpark belanden, de zogenoemde wegwerpsamenleving. Na het bekomen van een min of meer comfortabele duurzame woning (huur of koop) moet de mens eigelijk echt beginnen leven en genieten, indien de materiele drang naar meer geld of materiaal blijft voortduren (het zogenaamde vulgaire materialisme of zombie consumentisme genoemd) dan wordt de mens uiteindelijk ongelukkig en verschuilt zich achter zijn materiele cocon, het enkel materiele leven wordt zinloos en uitzichtloos, dit zogenoemde vulgaire materialisme lijdt altijd tot decadentie, uitzichtloosheid, schulden, individualisme en aan gebrek aan innovatie en creativiteit.

    De kwaliteit en de vrijheid van een samenleving is het fundament voor geluk:

    De kwaliteit en vrijheid van een samenleving bestaat niet uit het aantal miljonairs, maar hoe men omgaat met zwakken, ouderen, jongeren, werklozen, gezondheidszorg, sociale zekerheid, milieu en de nodige tijd voor een degelijk opvoeding van kinderen, ze zijn de toekomst en de volgende generatie. Wanneer de meeste mensen in een samenleving sociaal en financieel armer worden en slechts 1% onmetelijk rijk en het milieu verloederd, dan kan je echt geen goede punten geven aan deze levensvorm, minstens moet toch een meerderheid van de mensen het beter krijgen, meer vrije tijd en de natuur moet zich kunnen herstellen wat nu niet het geval is. We moeten individualiteit (daar waar het moet) ondergeschikt maken aan het collectieve belang van “het overleven van onze soort” en het welzijn van ieder individu op onze planeet. Welke ideologie ook, al wie de menselijke waarden en de natuur misbruikt moeten we blijven bestrijden.

    In de kamer van het geluk hebben deze demonen geen toegang: Status, geld, roem, leugens, bedrog, egoïsme, valsheid, huichelen, heimelijk, hebzucht, jaloezie, woede, wraak, eigenbelang, uitbuiting, eigeninteresses, eigendomszucht en bezitsdrang.

  • door Corse op dinsdag 25 december 2012

    Recht op vrije mening en meningsuiting. (Analyse)

    · Censuur of filtering van informatie is de angst voor hervorming, dit vooral door de 1% behoudsgezinde klasse. · Het mooie van vrije meningsuiting is dat je altijd weer verrast wordt door de schaamteloosheid van degenen die haar willen beknotten.

    · De verlichte geest en het kritische denken mag zich nooit onderwerpen, wanneer het kritisch denken zich onderwerp bevinden we ons in een dictatoriale toestand. · Vrije mening is waardeloos wanneer er geen gevolg wordt gegeven aan een terechte vrije meningsuiting!

    Democratie:

    Democratie is een kwetsbare hoeveelheid mensenrechten, vrije mening is er een deel van! (Artikel 19 & 25)

    · De vrijheid van objectieve niet gemanipuleerde informatie is een mensenrecht. · De vrijheid van spreken is een vitaal mensenrecht. · Er is een degelijk verschil tussen gecensureerde en niet gecensureerde informatie. · Er is een degelijk verschil tussen gemanipuleerde en niet gemanipuleerde informatie. · Het recht op vrije expressie mag niet ondermijnd worden.

    Recht op vrije meningsuiting betekent dat een paar dingen gegarandeerd zijn bij wet. In al die landen die zich - in de UNO - daartoe plechtig verbonden hebben. Op dit moment zijn er 211 landen aangesloten in UNO-verband. Voor ons gevoel is het de normaalste zaak van de wereld dat je niet de hele dag hoeft te letten op je uitspraken, dat je hardop durft te praten in de bus, trein, hotel, restaurant enz. Is dit niet het geval dan is dit duidelijk censuur of dictatuur wat niet de bedoeling is uiteraard!

    Internet:

    Het is de normaalste zaak dat je op een internetforum kan zeggen wat en wanneer en hoe je zelf wilt, zonder weggecensureerd te worden. Op Europees en wereldniveau zijn en worden wetgevingen gecreëerd om de vrije mening te bevorderen en internet censuur te bestraffen. Het uit een internetforum bannen zonder recht op antwoord is uiteraard pure discriminatie, dictatuur en censuur. Forum eigenaars en moderators gedragen zich vaak als hogepriesters die hun gedachten of ideologie beschouwen als een seculiere religie, met de forumregels als centrale geloofspunt die geen toetsing of alternatief verdragen.

    Onder het mom van: (internetforum)

    Wij zijn een private instelling en bepalen en veranderen onze eigen regels voor een openbaar forum (wat verboden is), (Artikel 19 & 25) zo worden de effectieve internationale regels en mensenrechten geschonden. Transparante democratie geld in de éérste plaats voor de eigenaars en werknemers van een forum.

  • door Corse op dinsdag 25 december 2012

    De nevenwerkingen van vrijmarkteconomie en de moderne consumptiemaatschappij voor het milieu en de mens.

    Is degeneratie het einde van het evolutie proces? (immuniteits-disorder) Oorzaak van gedegenereerd erfelijk materiaal der verschillende moderne geciviliseerde volkeren, de vraag is, kan de moderne mens nog normaal denken en functioneren? Het is een soort van risico’s die we voor mens en natuur totaal onaanvaardbaar vinden. Indien we moeten kiezen voor een goede gezondheid of minder werk en minder consumeren dan kiezen we voor een goede gezondheid uiteraard.

    Het zijn al de kleine individuele milieuproblemen samen die het gezond samenleven op onze planeet onmogelijk maken, corporaties gebruiken de natuur (ecologisch geheel) als een vuilbak, de natuur is geen vuilbak maar een evenwichtige biodiversiteit, ze kan deze contaminatie niet blijven absorberen. Vijf multinationals beheersen 80 procent van de wereldwijde voedselhandel. Iedereen ontrekt zijn verantwoordelijkheid voor het geheel van ons ecologisch wereldmilieu. Er ontstaat immuniteits-disorder bij mens en dier door deze chemische vervuiling op onze planeet.

    Toxische besmetting door middel van de voedselketen: (opname door de spijsvertering)

    § Insecticiden: insectendodend chemisch bestrijdingsmiddel. § Pesticiden: om planten, groenten en fruit tegen onkruid en ongedierte te beschermen. § Herbiciden: chemisch bestrijdingsmiddel om specifiek onkruid te bestrijden. § Smaakstoffen: (kunstmatige) § Kleurstoffen: (kunstmatige) § Hormonen: door vee kunstmatige of natuurlijke hormonen toe te dienen kan de productie van vlees en melk worden vergroot. § Storten en verbranden van consumptie artikelen, verpakkingen enz. § Radioactieve fall-out en straling door ongevallen (Chernobyl) (opruimen van de reactor?) http://nl.wikipedia.org/wiki/Kernramp_van_Tsjernobyl zaterdag 26 april 1986 § Radioactieve fall-out en straling door ongevallen Japan (Fukushima) (opruimen van de reactor?) (sarcofaag?) (aantal doden?) § Radioactieve fall-out en straling militair: atoomproeven, wapens (Irochima, Nagasaki) § Britse Windscale 1957 atoomwapenfabriek (het opruimen van de reactor zal pas in 2060 klaar zijn) (aantal doden?) http://nl.wikipedia.org/wiki/Sellafield http://www.youtube.com/watch?v=ElotW9oKv1s&feature=related Niemand heeft het recht om de volgende generaties op te scheppen met het huidige atoomafval, dit is immoreel, we brengen op deze manier alle kosten naar de toekomst. Het veroorzaakt massaal kanker door contaminatie van grondwater en milieu. De politieke verantwoordelijke voor de opslag van atoomafval moeten nu zwaar bestraft worden. § Militaire chemische bestrijdingsmiddelen voor natuur en mens (wapens, munitie) § Radioactieve afval (mondiaal 3.650 ton nucleair afval per jaar) § Grondwater, rivier, zeewater en lucht vervuiling veroorzaakt door de mens. § De grootste bodem, grondwater en watervervuiler is kunstmest, nitraten en fosfaten belasten rivieren met toxisch grondwater, tevens vissterfte tot gevolg. § GGO (Bedrijf Monsanto) genetisch gemodificeerde organismen, granen, blanke en zwarte haver, gerst, maïs, suikerbieten, cichorei, enz. § Geen genetisch gemanipuleerde gewassen of vlees, de lange termijn gevolgen zijn schadelijk, de corporatie Monsanto is de handelaar en de dealer in de dood. § Ongezonde werkomstandigheden, deze bestaat in duizenden soorten. § Chemicaliën doden meer dan miljoen mensen per jaar.

    Dioxines in België: § Dioxinen zijn ongewenste bijproducten van voornamelijk verbranding van organisch en chemisch materiaal en uitstoot van de industrie, auto’s en vrachtwagens (fijnstof) § De bovenlaag van de bodem is de belangrijkste bron voor de vervuiling met dioxines, lood en insecticiden komen van nature niet in de bodem voor, dit geldt voor het gehele land en niet enkel voor regio's. § De kip is de ideale vervuilingmeter of bio-indicator. § Omdat een kip voortdurend in de bovenlaag van de bodem pikt zitten in eieren van scharrelkippen 3 tot 5 keer meer dioxine dan toegelaten. § De eieren bevatten te veel dioxineachtige pcb's en in mindere mate zware metalen zoals lood. § Volgens de Vlaamse biomonitoring-wetenschappers is wellicht meer dan de helft van de kankergevallen bij ons te wijten aan zo'n vergif, het is in lage dosissen aanwezig is in ons milieu, we nemen het veelvuldig en onzichtbaar in. § Er is altijd meer geld voor het achteraf behandelen van ziekten dan voor het voorkomen ervan, preventie is daardoor noodzakelijk!

    Bodemverontreiniging in België:

    § Op vele plaatsen is de bodem verontreinigd door industrie, bemesting en gebrek aan riolering en waterzuivering.

    Waterkwaliteit in België:

    § In Antwerpen en Brussel is het slecht gesteld. § Gebrek aan degelijke riolering, zuivering en controle maakt van onze wateren: zee, rivieren en grachten een cloaca. (al dan niet illegale lozingen) § In Wallonië is de waterkwaliteit uitstekend. § Het kunnen drinken van zuiver water is een deel van onze vrijheid, de rest is valse vrijheid.

    Milieu vervuiling, toxische besmetting: (inhaleren door middel van de longen)

    § Uitstoot van micro partikels door alle soorten van industrie (luchtvervuiling door kleverig fijnstof) § Uitstoot van micro partikels door privaat auto’s. (2007: 800 mil. auto’s, 2030: 1,6 miljard) § Uitstoot van micro partikels door vracht en personen verkeer te land, lucht en water. § Uitstoot van micro partikels door verwarming van gebouwen. § Inhaleren van micro partikels door actief en passief roken. § Ongezonde werkomstandigheden in alle soorten van industrie en andere. § Luchtvervuiling veroorzaakt een gat in de ozonlaag en daardoor U.V concentraties die vooral huidkanker veroorzaken. § Het wereldecosysteem heeft zijn grenzen.

    Luchtkwaliteit België:

    § De luchtkwaliteit in Antwerpen, Brussel en omstreken is even slecht als in sommige streken in Duitsland, China, Noordoost Amerika, en Zuid-Afrika. § Door de hoge graad van luchtverontreiniging bevat de lucht een grote hoeveelheid kankerverwekkende stoffen, in Wallonië is de lucht zuiverder. § Het ontbossen van regenwouden (de groene longen van de wereld) dit vooral voor het bekomen van edele houtsoorten, daarna het aanplanten van monocultuur systemen, dit is dodelijk voor de ecosfeer. § Roofbouw op de bossen van de wereld is de oorzaak van de grootste luchtvervuiling op onze planeet. § Het kunnen inademen van zuivere lucht is een groot deel van onze vrijheid, de rest is valse vrijheid, de nu reeds 7 miljard in aantal woekerende virus mens zal moeten leren nadenken. De mens is voor zijn overleving afhankelijk van de biodiversiteit van onze planeet.

  • door Tom Willems op woensdag 26 december 2012

    In een groene economie mag niet de grootste gemene deler centraal staan (het evenwicht tussen de drie pijlers 'people, planet and profit') maar moet men aanvaarden dat er absolute grenzen zijn aan ecosystemen. Dit vormt de niet-onderhandelbare basis voor een duurzaam samenlevingsmodel (samen met het respect voor mensenrechten). In essentie komt het klimaatprobleem neer op een verdelingsvraagstuk, wie kan hoeveel aanspraak maken op het mondiaal gemeengoed 'de atmosfeer' en op basis van welke criteria? Dit debat loopt vast o.a. op basis van ideologische tegenstellingen. Het verdelingsvraagstuk wordt een stuk gemakkelijker naarmate innovaties, zowel op technologisch als op sociaal maatschappelijk vlak, ingang vinden. Het gaat daarbij niet alleen over incrementele, maar ook over radicale innovaties, die tot stand komen door 'out of de box' denken,. Daarvoor is experimenteerruimte nodig buiten het dominante vrije marktdenken. Van essentieel belang bij het transitieproces is de vraag hoe de (lokale) samenleving zich organiseert binnen een (wetenschappelijk) afgebakend ecologisch kader. Daarvoor is samenwerking nodig. Dat is de bedoeling van de transitiearena's, zoveel mogelijk partners rond een gemeenschappelijk einddoel samenbrengen. Kansen geven aan burgerinitiatieven, zelfhulpgroepen, coöperaties, ondernemers, ... om samen meer gemeengoed op te bouwen. Stappen zetten in de juiste richting. Zolang het uitgangspunt niet verwatert (aanvaarden van absolute grenzen) zie ik niet zo een groot gevaar voor depolitesering en pleit ik eerder voor een pragmatische aanpak i.p.v. ideologische scherpslijperij.

  • door Griet op woensdag 26 december 2012

    Beste Anneleen en Matthias,

    Opnieuw een héél diepgaande en overtuigende commentaar. Ik heb jullie boek grondig doorgenomen en zou nogmaals willen herhalen dat ik wenste dat het verplichte literatuur voor iedereen zou worden. Volgens mij zou dit alleen al een aardverschuiving in de goede richting teweegbrengen!!!

    Dankjewel voor het ongelooflijk goede boek en geniet van deugddoende verlofdagen!

  • door aronjaco op woensdag 26 december 2012

    Heel goed artikel. Ik bedenk hierbij echter dat ook God niet vrij is van het toekennen van een heel bijzondere plaats aan goud. Concurrentie daarbij werd niet in dank afgenomen , gezien de vernieling van het Gouden Kalf, maar in de plaats kwam een Gouden Tabernakel. Wat ik bedoel is : bevinden wij ons momenteel nog steeds op hetzelfde speelveld? Het te veroveren terrein tussen , zoals auteur hier zegt , de twee polen, de ‘groene economie’ en ‘klimaatrechtvaardigheid’,terrein waarop zich een hegemonische strijd afspeelt. Binnen elke strijd blijven er enkel verliezers achter, verliezers gezien het feit dat één of meedere doelen nooit zullen bereikt zijn bij het beëindigen van de strijd. Bijgevolg moet mijn inziens de strijd, het streven naar ingrijpende verandering, worden aangevat met inzet van alle beschikbare krachten met als doel de zgn. pool “ klimaatrechtvaardigheid” genoemd door de auteur, te bereiken,. Radicaal dus in de positieve zin van “ zich geheel en al inzetten “, diepgaand grondig en uitgebreid. Dat is iets helemaal anders dan “ extremistisch”.Extremisme is onvermijdelijk destructief. Een voorbeeld : radicaal gaan voor groene energie. Is dat extremistisch ??? Diegenen die “ oppervlakkigheid” nastreven zullen ongetwijfeld de vraag met ja beantwoorden. De status quo is inderdaad het zijnskenmerk van conservatieve geesten Ikke , ikke en de rest kan stikken is hun motto.

  • door Yves Vanden Bosch op vrijdag 28 december 2012

    Terwijl men hierboven verder lustig aan het palaveren is over het geslacht van de engelen gaat voor de rest het milieu verder naar de verdoemenis.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties