about
Toon menu
Analyse

Waarom Colombiaanse bloedbaden geen nieuws zijn

Het Internationaal Strafhof heeft zijn Interim Report on Colombia gepubliceerd. Het land wordt al jaren geteisterd door een doelbewuste terreurcampagne van het leger, met steun van de VS, om grondstofrijke gebieden te ontvolken. Nauwelijks een bericht vind je hierover in de media. Colombia is immers een trouwe bondgenoot van het westen.
donderdag 20 december 2012

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Valse positieven

Het Internationaal Strafhof (Engelse afkorting is ICC - International Criminal Court) heeft zopas zijn Interim Report on Colombia  gepubliceerd. Het is interessante lectuur, die evenveel zegt over de ICC zelf als over Colombia. In het rapport legt de ICC uit dat Colombia al intensief wordt onderzocht sinds juni 2004.

Dat is verbazend. Het besluit van de ICC in het rapport is immers dat de ergste misdaden van het Colombiaans leger – de afslachting van ‘valse positieven’ door het leger waarbij 3.000 onschuldijge burgers werden gedood en daarna aangekleed als zogezegde guerrillero’s – zich het meest frequent voordeden tussen 2004 en 2008.

Met andere woorden, het leger beging zijn meest beruchte schendingen terwijl het onder het Clouseau-vergrootglas van de ICC stond. Misschien was de ICC te druk bezig met het vervolgen van Afrikanen – blijkbaar de enige doelwitten van ICC-vervolgingen – om iets gedaan te hebben om die misdaden te voorkomen.

In ieder geval roepen de besluiten van de ICC over de ‘valse positieven’ heel wat vragen op over het Colombiaans leger en vooral over zijn Amerikaanse patroon. De hoge frequentie van de ‘valse positieven’ (2004 tot 2008) komt immers overeen met de periode dat de VS de meeste militaire hulp gaf aan Colombia. Dat blijkt meer dan alleen maar toeval te zijn.

De ICC omschrijft het fenomeen van de ‘valse positieven’ als volgt:

Vertegenwoordigers van de overheid, vooral dan leden van het Colombiaans leger, hebben volgens het rapport doelbewust duizenden burgers vermoord om succescijfers te kunnen voorleggen in het interne gewapende conflict en om zo overheidsfinanciën vast te krijgen. Geëxecuteerde burgers werden gerapporteerd als 'guerrillero’s gedood in gevechten', nadat de plaats van de misdaad was 'aangepast'.

. . .   De beschikbare informatie wijst er op dat deze moorden uitgevoerd werden door leden van de gewapende strijdkrachten, die soms samen met paramilitaire groeperingen (zwaar bewapende burgerorganisaties gesponsord door bedrijven, politici, rijke families, nvdr) en met burgers, als onderdeel van een offensief tegen de burgerbevolking in verschillende delen van Colombia. De moorden werden in sommige gevallen voorafgegaan door arbitraire aanhoudingen, folteringen en andere vormen van mishandeling.

Terreur als overheidsbeleid

De ICC besloot dat deze moorden systematisch waren, goedgekeurd werden door de hoogste bevelvoerders van het Colombiaanse leger en daarom ‘overheidsbeleid’ waren.

De moorden – die door de ICC dus zowel als ‘moord’ als ‘gedwongen verdwijning’ worden gekwalificeerd – waren niet toevallig maar waren gericht tegen bepaalde categorieën burgers, waronder ‘gemarginaliseerde personen in bepaalde sectoren, zoals werklozen, armen en drugsverslaafden, politieke, sociale en gemeenschapsactivisten, inheemse bevolkingsgroepen, minderjarigen, boeren en gehandicapten. Zo besluit de ICC.

Bovendien zijn de regio’s die het meest door deze slachtingen werden geteisterd in dalende volgorde Antioquia, Meta, Hila en Norte de Santander.  De ICC noteert ook dat de ‘valse positieven’ meestal in massagraven eindigden.

De ICC baseerde zich op de vaststellingen van de Speciale Rapporteur van de VN om een merkwaardig feit vast te stellen – namelijk dat de ‘valse positieven’ weliswaar met wisselende frequentie voorkwamen sinds de jaren ’80 maar dat ze hun hoogtepunt bereikten toen de dreiging van de guerrilla zelf begon af te nemen in de vroege jaren 2000. De ICC citeert de Speciale Rapporteur van de VN als volgt:

Het leger op zoek naar andere bestaansredenen

‘Terwijl de veiligheid in Colombia begin te verbeteren vanaf 2002 en de guerrillabewegingen zich terugtrokken uit bevolkte gebieden kregen sommige militaire eenheden het moeilijk om nog gevechtsactiviteiten te ontplooien. In dergelijke gebieden werden die eenheden gemotiveerd om dodencijfers bij gevechten te vervalsen. In andere gebieden werden de guerrillero’s door de soldaten als zeer gevaarlijk beschouwd en waren ze veel minder geneigd zich in de strijd te mengen. Het was ‘gemakkelijker’ om burgers te doden.

In nog andere gebieden waren er banden tussen de militairen, drughandelaars en andere georganiseerde misdaadgroepen. Lokale militaire eenheden zijn niet bepaald geneigd gevechten aan te gaan met de illegale groeperingen waar ze mee samenwerken. Het doden van burgers die dan valselijk worden beweerd deel uit te maken van de groeperingen waar ze mee samenwerken geeft dan de indruk dat die militaire eenheden actief bezig zijn.

Grote broer uit het noorden

Iedereen die over het Amerikaanse beleid tegenover Colombia nadenkt zou ten zeerste verontrust moeten zijn door deze details. Eerst en vooral is het overduidelijk dat tijdens de periode dat de VS Colombia voorzag van de grootste militaire steun van het Plan Colombia (2003-2009) net dan het Colombiaans leger zijn ergste misdaden beging én dat dat niet eens nodig was, tenminste als de gestelde doelen (van het Plan Colombia), namelijk het uitroeien van de drugshandel, werkelijk de echte doelstellingen waren.

Massamoorden van burgers, selectieve moordaanslagen op sociale leiders, vakbondsmensen, verdedigers van de mensenrechten, gerechtelijk personeel en journalisten, folterpraktijken en intimidatie, akties die de verplaatsing van volledige gemeenschappen uitlokten.

Het Colombiaans leger was dus bewust burgers aan het vermoorden in plaats van guerrillero’s terwijl het zijn handen afhield van de drughandelaars en andere georganiseerde criminele groeperingen omdat het leger efectief met hen samenwerkte.

De ICC geeft als voorbeeld hoe het Colombiaans leger en de georganiseerde misdaad nauw samenwerkten met de rechtse paramilitaire groeperingen dat ‘ze het Colombiaans leger bijstonden in hun strijd tegen de guerrillero’s van de FARC en het ELN” door niet de guerrillero’s zelf maar de burgerbevolking aan te vallen – bijvoorbeeld ‘door massamoorden van burgers, selectieve moordaanslagen op sociale leiders, vakbondsmensen, verdedigers van de mensenrechten, gerechtelijk personeel en journalisten, door folterpraktijken en intimidatie, door akties die de verplaatsing van volledige gemeenschappen uitlokten”. Wat die gedwongen uitdrijvingen betreft, besluit de ICC dat die zich voordeden ‘in regio’s van Colombia die rijk zijn aan grondstoffen’.

Er is niet veel gepieker voor nodig over het schandaal van deze ‘valse positieven’ en de paramilitaire aanval op burgers om tot evidente besluiten te komen – namelijk dat de oorlog van de Colombiaanse staat, met ruggesteun van de VS, evenveel – of zelfs hoofdzakelijk – is gericht tegen de burgerbevolking als tegen de guerrilla en de drugshandelaars. Het blijkt immers dat het Colombiaans leger, door zijn campagne van de ‘valse positieven’, voortdurende steun van de VS rechtvaardigde door de Amerikanen resultaten te tonen in de vorm van gedode tegenstrevers.

Lijkentellers

Ik geloof echter dat die uitleg van een ‘mentaliteit van lijkentellen’ niet alles zegt, want ik kan er niet bij waaarom de militairen het nodig vonden de ‘valse positieve’ slachtoffers eerst te folteren, zoals de ICC meermaals vaststelde.

Een belangrijke reden van dit beleid is het terroriseren van de bevolking tot onderwerping om hen van land te verwijderen dat bijzonder ‘rijk aan grondstoffen’ is.

Ik durf te stellen dat minstens een belangrijke reden van dit beleid is het terroriseren van de bevolking tot onderwerping om hen van land te verwijderen dat bijzonder ‘rijk aan grondstoffen’ is, zoals de ICC besluit. Dit beleid werkt, tenminste als je op de resultaten afgaat: Colombia is nu het land met het hoogst aantal interne vluchtelingen ter wereld, meer dan 5 miljoen.

Naast olie, steenkool, goud en andere belangrijke mineralen die uit Colombia worden gehaald door grote multinationals is er nog de exponentieel groeiende grondstof van de Afrikaanse palmboom, waarvan de olie wordt gebruikt voor de aanmaak van biodiesel. 

Biodiesel en mensenrechten

Zo leren we van Gary Leech is zijn wonderbaar artikel The Oil Palm Industry: A Blight of Afro-Colombia’ (‘de palmolie-industrie: een plaag over zwart Colombia’) dat de productie van palmolie in Colombia tussen 2001 en 2006 met 70 procent toenam, grofweg in dezelfde periode dat het leger burgers het meest frequent vermoordde.

Bovendien stimuleert het net afgesloten vrijhandelsverdrag van de VS met Colombia de productie van palmolie nog meer. Meer nog, drie van de vier deelstaten die het meest getroffen worden door de ‘valse positieve’ schandalen (Antioquia, Meta en Norte de Santander) zijn regio’s waar palmbomen worden gekweekt. Meta en Norte de Santander zijn de voornaamste Colombiaanse gebieden voor dit gewas.

Olivia Gilmore legt in het artikel “Fueling Conflict in Colombia:  Land Rights and the political ecology of oil palm” (‘Conflict aanstoken in Colombia: landrechten en de politieke ecologie van de palmolie’) de gruwelijke realiteit uit. Arme inheemse bevolkingsgroepen en Afro-Colombiaanse gemeenschappen werden disproportioneel getroffen door dit fenomeen. Ze hebben ook veel minder formele eigendomscertificaten of toegang tot wettelijke middelen om hun grieven kenbaar te maken.

Personen en gemeenschappen worden van hun land verdreven door grote multinationals van de palmoliesector en door paramilitairen of door beide samen. Gewapende invallen, moordaanslagen, slachtingen in verband met de belangen van de palmolie-industrie zijn de norm geworden in alle regio’s van het land waar palmolie wordt gewonnen.

De federale Colombiaanse regering promoot actief de uitbreiding van de palmolie als vervangingsgewas voor coca, om de vraag te beantwoorden van de lucratieve biobrandstofmarkt met de steun van het United States Agency for International Development (USAID), dit om economische ontwikkeling te stimuleren op lokaal en nationaal vlak.

De kweek van palmbomen is dan ook dramatisch toegenomen in Colombia over de laatste jaren. Het is de snelst groeiende landbouwsector in Colombia. Colombia is de vijfde grootste producent (van palmolie) ter wereld.

Palmolie er repressie, een verstandshuwelijk

Sinds de opkomt van palmolieproductie in de vroege jaren 2000 kwamen alle uitbreidingsgebieden van palmplantages geografisch overeen met de gebieden waar paramilitaire aanwezigheid toenam. Net zoals de rol van coca als fondsenwerver voor de guerrilla en de paramilitairen maken de kosten bij de productie van palmolie van de telers een gemakkelijke prooi voor deze gewapende bendes.

Er zijn meerdere vaststellingen gedaan van ontmoetingen tussen palmoliebedrijven en paramilitairen om de gewelddadige verdrijving van mensen van hun land af te dwingen. Eerder werden in 2012 19 oliepalmbedrijven door de procureur-generaal van Colombia beschuldigd van banden met paramiltiare groeperingen nadat gerechtelijk onderzoek banden had blootgelegd tussen de palmoliesector en de financiën van dergelijke groeperingen.

Een aantal boeren zijn er in geslaagd te ontsnappen aan het geweld en de dwang van de guerrillagroeperingen door naar andere gewassen dan coca over te schakelen. De band tussen palomolie en gewelddadige conflicten blijft echter voortduren. De correlatie is zo sterk dat een studie, die werd uitgevoerd door de Universidad de los Andes, stelde dat een wettelijk product als palmolie dezelfde capaciteit heeft om gewapende groeperingen te financieren als even lucratieve illegale producten.

De Colombiaanse burger is de vijand

Uiteindelijk wordt de burgerbevolking van Colombia, vooral op het platteland, beschouwd als de vijand door de Colombiaanse staat en de VS, die deze staat blijft steunen. Het geweld neemt dan wel verschillende vormen aan, wordt door meerdere materiële voordelen gestimuleerd, het resultaat is al die jaren steeds hetzelfde geweest: vernietiging van de boerenbevolking, vooral de Afro-Colombianen en de autochtone volkeren, die zo 'ongepast' leven op land dat voorbestemd is voor exploitatie en onteigening door multinationals.

Colombia is met één van de slechtste verdeling van de rijkdom en landeigendom in de wereld, met zijn ontelbare vrijhandelsverdragen en zijn buiten alle proporties opgeblazen militaire steun van de VS hét voorbeeld bij uitstek van ongebreideld kapitalisme en neokolonialisme.

In een recent interview met Kambale Musavuli over Congo vermeldde hij dat er geen ‘C’  staat in R2P (responsibility to protect) omdat het niet van toepassing is op Colombia en andere gelijkaardige landen wiens taak het is de VS te dienen en zijn onverzadigbare honger naar brandstof en andere grondstoffen te voldoen.

Dit is geen nieuws voor de grote media

Dit is waarom de afschuwelijke wreedheden in landen zoals Colombia en Congo zelden de frontpagina’s van onze kranten halen, dit is waarom het Interim Report On Colombia nauwelijks werd besproken in de media.

Zoals Noam Chomsky al zo dikwijls heeft gesteld is dit een gevolg van de stelling stekk van Thucydides (Griekse historicus, 460 – 395 BC) dat “de sterken doen wat ze willen terwijl de zwakken lijden zoals ze moeten”. Deze stelling verklaart ook waarom de ICC, die nog altijd de allereerste persoon in Colombia moet vervolgen voor deze zware misdaden, nooit één van de intellectuele auteurs van deze misdaden in de VS zal vervolgen.

Je kan natuurlijk stellen dat geen enkel vertegenwoordiger van de VS door het ICC kan vervolgd worden omdat de VS geweigerd heeft het verdrag van de ICC te ratificeren. Dat kan dan misschien zo zijn. Dat belet het ICC echter niet om overheidspersoneel te vervolgen in Soedan – evenmin een ondertekenaar van dit verdrag. 

Inderdaad, in het 93 bladzijden lange rapport van de ICC wordt de VS, die deze misdaden jarenlang heeft gefinancierd, niet eens vermeld.

Daniel Kovalik

Daniel Kovalik doceert internationale mensenrechten aan de University of Pittsburgh School of Law.

(Vertaling Lode Vanoost)