Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Mislukte aanslag op Benins president is slechte thriller

Thomas Boni Yayi, de president van het West-Afrikaanse Benin heeft volgens de Beninse pers afgelopen week een poging tot vergiftiging overleefd. Het gaat hier wellicht om een slechte politiek-economische thriller. Maar daarachter schuilt er wel een haast mythologische strijd tussen een president met autocratische pretenties en een machtig zakenman.
maandag 29 oktober 2012

De afgelopen week ging het bericht de wereld rond dat de president van Benin, Thomas Boni Yayi een poging tot vergiftiging zou hebben overleefd. Een nicht van de president, Zoubérath Kora, Yayis lijfarts, Cissé Ibrahim en oud-minister van Handel en Industrie Moudjaidou Soumanou hebben ondertussen bekend plannen te hebben geraamd om de president te vergiftigen.

De drie daders beweerden voor deze poging tot doodslag elk een som te hebben ontvangen van 1 miljard CFA-frank (iets meer dan 15 miljoen euro). 

Het lijkt dan ook voor de hand te liggen dat zij in opdracht werkten van iemand die naar Beninse maatstaven wel heel  bemiddeld moest zijn. Volgens het ingestelde onderzoek leiden alle wegen naar de gebrouilleerde zakenman Patrice Talon en zijn zakenpartner Olivier Boko. Ondertussen is er al een internationaal arrestatiebevel voor de beide meesterbreinen uitgevaardigd.

Het verhaal gaat dat Talon, die al enkele maanden ergens ondergedoken in het buitenland leeft, de tweede week van oktober de nicht van Yayi en zijn lijfarts in Brussel zou hebben benaderd toen de president daar op bezoek was in diens hoedanigheid van voorzitter van Afrikaanse Unie.

Moudjaidou Soumanou, die minister van Handel was tijdens de eerste legislatuur van Yayi zou de moordpillen vanuit Frankrijk meegebracht hebben naar Cotonou en ze daar hebben overhandigd aan de lijfarts.

Maar Yayis nicht, Zoubérath Kora zou volgens de berichtgeving de president op de laatste valreep van een bruusk levenseinde hebben gered, door uit berouw de moordplannen door te vertellen aan een zus van Yayi.

Machtstrijd met mythologische dimensies

De mislukte moordaanslag is het culminatiepunt van een verbitterde machtstrijd tussen president Boni Yayi en Patrice Talon. Talon is de beheerder van een niet onaanzienlijke West-Afrikaans zakenimperium. Hij past perfect in het clichébeeld van een stinkendrijke Yoruba-handelaar.

Met zijn bedrijf Société de distribution des intrants (Sdi) is hij heer en meester in de West-Afrikaanse katoenindustrie. Hij speelt ook een belangrijke rol in de nouvelle Société de développement du coton (Sodeco) waarvan de oud-minister van Handel en Industrie, Moudjaidou Soumanou, directeur is.

Met zijn bedrijf Atral is hij stevig verankerd in de haveneconomie van Cotonou waar hij zich bezighoudt met de overslag van goederen. Hij heeft ook grote belangen in de Continental Bank Benin en de Orisha-hotelketen. Talon tevens directeur van Bénin Contrôl, een douanekantoor.

Ten slotte is hij een oude vriend van de president en één van de belangrijkste sponsors van de verkiezingcampagnes van president Boni Yayi. In 2006 had Talon daar nog 2 miljard CFA-frank (30 miljoen euro) voor over. In 2011 zou hij minder geld hebben toegestopt.

Desalniettemin werd hij net voor de tweede verkiezingsoverwinning van Yayi in 2011 aangesteld om de hervormingen in het douanebeleid door te voeren. Het is nu net voor zijn rol in de katoenindustrie en zijn rol op gebied van het douanebeleid dat er een conflict is ontstaan tussen Talon en de president dat gaandeweg mythologische dimensies is beginnen aan te nemen.

Aangezien Patrice Talon een monopolie heeft op de verkoop van pesticiden zou de regering met het oog op zware investeringen in de katoenindustrie bij hem pesticiden hebben aangekocht, maar wegens hun slechte kwaliteit hebben die pesticiden de katoenindustrie alleen maar nog verder naar de afgrond gebracht.

Wat het douanebeleid betreft, is Benin Control met iets meer dan vijfhonderd douaniers verantwoordelijk voor het toezicht op de import van goederen en het heffen van taksen. Maar omdat die diensten niet efficiënt werken en er veel sprake was van corruptie door onderbetaalde douaniers bestond er een plan om de douanediensten te moderniseren door onder meer de introductie van scanners.

Zo zou er niet meer geknoeid kunnen worden met de waardebepaling van goederen en het achterhouden van belastingheffingen. Talon werd aangesteld om met zijn bedrijf deze hervormingen door te voeren, maar waardoor hij natuurlijk een groot deel van zijn inkomsten in de rook zag opgaan.

Vooral de kwestie rond de hervormingen van het douanebeleid zorgde voor een heus schandaal. Net de na tweede verkiezingsoverwinning van Yayi werd Talon van dat hervormingsprogramma gehaald. Zijn douaniers gingen over tot staking omdat ze vreesden voor een privatisering van het douanebeleid.

Patrice Talon werd uiteindelijk in maart 2012 gearresteerd. Kort daarop werd hij vrijgelaten en dook hij onder in het buitenland. Begin augustus keerde Talon echter terug naar Cotonou voor een onderhoud met president dat echter op niets uitdraaide.

Een slecht scenario

Een uit de hand gelopen conflict tussen een president en een machtige zakenman waar nog veel te weinig over is geweten. Een oud-minister, een lijfarts en een nicht van de president die zich voor een astronomisch bedrag laten overhalen om de president te vergiftigen. 

Zijn dat niet soms de dramatis personae van een slechte politiekeconomische thriller? Het verhaal dat je in de Beninse media krijgt te lezen, hangt met ogen en haken aan elkaar.

Nochtans is het niet onaannemelijk dat een gebrouilleerde zakenman wraak neemt om zijn zakenimperium te beschermen en daarvoor mensen benaderde uit het entourage van de president. Judas deed het al voor dertig zilverlingen. Maar wie het gnostische evangelie van Judas erop naleest, zou Jezus Christus zijn leerling zelf hebben opgedragen om hem te verraden.

Het lijkt dan ook niet uit de lucht gegrepen dat het verhaal voor de mislukte moordaanslag mogelijk afkomstig is uit het entourage van president Thomas Boni Yayi. Net zoals Talon heeft een Yayi immers ook een motief.

De Gnassingbé-hypothese

Terwijl zijn trouwste aanhangers president Yayi zien als de ‘apostel van de verandering’, zien zijn critici en politieke tegenhangers hem als de ‘vos van Tchaourou’ (Yayi’s geboortedorp in het noorden van Benin) en als de ‘hyper-president’ die meer en meer in de voetsporen van Faure Gnassingbé en diens dictatoriale beleid in buurland Togo lijkt te treden.

Hoewel Yayi al aan paus Benedictus XVI tijdens diens bezoek heeft beloofd in 2016 te zullen af treden, denken zijn tegenstanders dat hij dat niet zal doen en aldus nog in staat is de grondwet te veranderen om langer aan macht te blijven.

Er zijn voldoende wapenfeiten die erop duiden dat Boni Yayi bezig is met de macht naar zich toe te trekken.

In de eerste plaats is de Beninse bevolking het al gewend dat hij de media graag omkoopt en uitbouwd tot zijn persoonlijk leger. Daardoor staat hij voortdurend in de schijnwerpers en duikt hij bijna overal in het land op als een volleerde populist (hij gaat zelfs de moslims die het vliegtuig nemen naar Mekka voor de hadj uitwuiven).

Hij wordt er van beschuldigd zijn tweede verkiezingsoverwinning in maart 2012 te hebben behaald met heel wat fraude. Zoals ik uit bronnen dicht bij de partij van Bon Yayi, Forces cauris pour un bénin émergent (Fcbe) heb kunnen vernemen, zou hij ook wapens in Nigeria hebben aangekocht om zijn toen verwachte verkiezingsoverwinning met militair machtsvertoon te consolideren.

Nadat de verkiezingsuitslagen werden gecontesteerd door oppositiekandidaat Adrien Houngbédji, liet Bon Yayi dan ook daadwerkelijk het leger uitrukken in hoofdstad Porto Novo en Cotonou. Als kers op de taart heeft hij recentelijk nog de pensionering van generaal Mathieu Chabi Amoussa Boni aangegrepen om een herschikking door te voeren in het leger en zichzelf te benoemen tot nieuwe minister van Defensie.

De militarisering van zijn laatste verkiezingsoverwinning kan natuurlijk in het licht geplaatst worden van de bloedige nasleep van presidentsverkiezingen in Ivoorkust. Zijn zelfbenoeming tot minister van Defensie kan in het licht van de militaire staatsgreep in Mali geplaatst worden.

Net omdat hij de laatste jaren zoveel verzet van de oppositie, de vakbonden en het zakenleven krijgt te verwerken, moet de vrees voor een staatsgreep Yayi  dan ook wel in beslag hebben genomen.

Maar één van de beproefde tactieken die daar soms bijhoort en ook regelmatig werd gehanteerd door generaal Étienne Eyadéma Gnassingbé (1935-2005) is de angst voor een staatsgreep ook over te brengen bij de bevolking. Zij zou dan kunnen gaan geloven dat de natie en ontwikkeling van het land worden bedreigd door de duivelse krachten van destabilisering.

De geliefde president verdient dan niets anders dan de steun en gebeden van zijn bevolking om zich met daadkracht te kunnen verzetten tegen de dreiging. Hoeft het dan nog te verwonderen dat de Beninse minister van Binnenlandse Zaken Benoît Assouan Comlan Degla via een perscommuniqué eind augustus het nieuws verspreidde, dat er verschillende zakenmannen, politici en vakbondsmensen samenspanden om het land te destabiliseren, en aldus een staatsgreep te willen voorbereiden?

Na dit perscommuniqué werden de politiediensten, grenswachten en het leger dan ook opnieuw in een verhoogde staat van paraatheid gebracht. De afgelopen week kreeg de Beninse bevolking dan uiteindelijk het bericht te verwerken dat de president een poging tot vergiftiging had overleefd.

Neopatrimonialisme op steroïden

Wat deze kwestie vooral aantoont, is dat het conflict tussen Talon en Yayi het beste kan begrepen worden als typerend voor het neopatrimonialisme waar noodlijdende Afrikaanse landen sinds de onafhankelijkheid onder gebukt gaan.

Aangezien het geld vooral te vinden is in de nationale staatskas gaan de meeste Afrikaanse landen steevast gebukt onder een harde politiek-economische machtsstrijd. Voor vele politici staat alles in het teken van de toegang tot de vetpotten en het verwerven van de belangrijkste functies in de overheid.

Het zijn politieke figuren die helemaal niet verveeld zitten met het zoeken naar oplossingen voor de sociaaleconomische problemen die het land kent. Economisch gezien gaat dit dan ook nog eens gepaard met bedrijven die dingen naar lucratieve overheidscontracten. En omdat de droom van rijk worden geen einde kent, vallen die landen ook vaak van het ene schaamteloze corruptieschandaal in het andere.

Wie aan de macht is, kan zijn eigen politieke en economische vrienden, familie en eventueel eigen etnische groep of regio van een royaal leven en sociale voorzieningen verzekeren. Wie daar mee van wil profiteren, moet in de pas lopen van de machtselite. Wie dat niet doet, valt in ongenade of voert keiharde oppositie om haar verloren machtspositie te heroveren.

Zo gaat dat in Benin en omdat Yayi Boni alle macht naar zich probeert te trekken, kan je dan ook spreken van een neopatrimonialisme op steroïden: de ene dag ben je een acoliet van Yayi, de andere dag kan je bij hem in ongenade vallen en gearresteerd worden zoals Talon overkwam.

In Benin zeggen gewone mensen dan: kijk eens aan, zo doen ze dat hier bij ons, ze zijn ziek! Een verkeerde conclusie al zou het hier gaan om een typisch Afrikaanse problematiek. Als de Franse filosoof Alain Badiou de westerse democratieën typeert als gematigde oligarchieën, dan is dit ook van toepassing op verschillende landen in West-Afrika.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.