about
Toon menu

De nationalisering van Facebook

Enkel na de nationalisering zal het sociale netwerk gebruikersrechten beschermen en waardevolle gegevens delen met onderzoekers. Tijdens de laatste jaren is Facebook een publiek goed en een belangrijk sociaal medium geworden. Als onderneming functioneert Facebook echter slecht, en op lange termijn zal dat zich laten voelen: uit een onderzoek blijkt dat bijna de helft van de Amerikanen van mening is dat Facebook uiteindelijk zal verdwijnen.
vrijdag 26 oktober 2012


Zelfs op financieel gebied gaat het de laatste tijd minder goed: de winst bedraagt minder dan verwacht en er wordt beweerd dat een aanzienlijk deel van de Facebookprofielen nep zijn. Als gebruikers noch investeerders op het bedrijf kunnen vertrouwen, is het moment aangebroken om een ogenschijnlijk gek idee te bespreken: de nationalisering van Facebook.

Met de 'nationalisering van Facebook' bedoel ik dat het bedrijf eigendom van de staat wordt en er minstens in het begin sprake is van een meerderheidsaandeel. Als het publieke vertrouwen wordt hersteld door de nationalisering, kan dat meerderheidsbelang worden afgebouwd.

Er bestaan drie goede redenen voor deze drastische verandering: de ernstige schending van de privacy aanpakken, het sociaal netwerk de mogelijkheid geven zijn volledig potentieel als sociaal medium te benutten en Facebook dwingen zijn waardevolle gegevens beschikbaar te stellen om belangrijke sociale problemen op te lossen.

Privacy

Laten we beginnen met de privacy. Op dit moment schendt Facebook niet alleen ieders privacyverwachtingen, maar ook de privacywetgeving. Het bedrijf heeft bovendien moeite om gepast te reageren op regelgevingsverzoeken in verschillende landen. De reden hiervoor, althans gedeeltelijk, is dat de diensten van Facebook op die manier zijn bedacht dat enkel aan de minimale wettelijke verwachtingen in ieder land wordt voldaan.

Wanneer gebruikers in Europa een overzicht vragen van hun gegevens die door Facebook worden bewaard, krijgen ze een grote hoeveelheid gegevens toegestuurd. Niet elke gebruiker leeft echter in een jurisdictie die een dergelijk antwoord van Facebook kan afdwingen – gebruikers uit de Verenigde Staten hebben minder geluk, hun instellingen stellen immers niet zo veel vragen als hun tegenhangers uit de Europese Unie en Canada.

Personen die over de privacy waken, klagen voortdurend dat Facebook gebruikersgegevens gebruikt op een manier die niet op voorhand was overeengekomen. Facebook wordt ervan verdacht schaduwprofielen te creëren met de namen van mensen die geen Facebook-gebruikers zijn, maar wel worden vermeld door Facebook-gebruikers.

Weinigen van ons begrijpen het privacybeleid van Facebook volledig, en nog veel minder mensen letten op veranderingen. Gebruikers delen meer persoonlijke informatie op Facebook dan ze denken.

Om meest eigenwijze gebruikers te behagen

Bovendien gebruikt een op de twaalf gebruikers in de Verenigde Staten geen privacyinstellingen – omdat het hen niet interesseert of omdat zij niet weten hoe de privacyinstellingen precies functioneren. Facebook heeft gebruikers onlangs wel de mogelijkheid geboden te stemmen op veranderingen van de interface.

Deze mogelijkheid leek echter eerder op een spelletje dat was ontworpen om de meest eigenwijze en technisch onderlegde gebruikers te behagen: er werd niet veel promotie voor gemaakt en het was geen serieuze inspanning om gebruikers te informeren. Er hebben dus slechts weinig gebruikers een stem uitgebracht.

Het zou beter zijn te beschikken over een nationale privacycommissaris met echt gezag, op nationaal niveau vastgestelde en bindende privacynormen en programma's om de op sociaal vlak waardevolle datamining van bedrijven als Facebook goed te benutten. In de Verenigde Staten is het waarschijnlijk te moeilijk om dergelijke verstrekkende vernieuwingen, en dus ook de nationalisering, te realiseren.

Facebook zou moeten voldoen aan de normen van het eerste amendement van de grondwet van de Verenigde Staten in plaats van aan zijn eigen gebruikersvoorwaarden. Facebook zou kunnen worden gereglementeerd op dezelfde manier als openbare voorzieningen worden gereglementeerd.

Monopoliepositie van Facebook

Met een marktaandeel van 80 procent heeft Facebook een monopolie. Bovendien is de sociale verantwoordelijkheid van het bedrijf niet verbeterd sinds de beursintroductie. De internationale marktdominantie van Facebook is indrukwekkend hoewel sommigen deze marktdominantie veeleer 'kolonisatie' zouden noemen.

Onlangs heeft Facebook bekendgemaakt dat het als doel heeft alle internetgebruikers met elkaar te verbinden. Facebook wil graag een infrastructuur voor publieke informatie zijn, en in deze context werd deze sociale netwerksite al voor heel wat goede doeleinden gebruikt. Enkele voorbeelden zijn het bevorderen van orgaandonaties en hulp aan activisten om sociale bewegingen uit te bouwen in landen waar dictators aan de macht zijn.

Facebook kan echter ook fouten begaan die tot politieke problemen leiden. Het bedrijf ondervond moeilijkheden toen het de blunder beging foto's van vrouwen die borstvoeding geven en 'Palestijnse' pagina's plots te verbieden. Communicatie via Facebook is erg belangrijk voor verdedigers van de democratie zoals degenen die hebben geholpen bij de organisatie van de Arabische Lente.

Actieleiders worden echter in gevaar gebracht door het gebruikersbeleid waarin wordt geëist dat ook activisten die in autoritaire regimes voor democratie strijden over 'echte' profielen moeten beschikken. Bovendien hebben dictators ontdekt hoe ze Facebook kunnen gebruiken om activistennetwerken te controleren en verdedigers van de democratie te traceren.   

Veiligheidsdiensten: vertrouwen in Facebook misplaatst

Aangezien de veiligheidsdiensten in Syrië, Iran en China via Facebook activisten controleren en traceren, is een publiek vertrouwen in Facebook misplaatst. Als Facebook in de Verenigde Staten zou worden genationaliseerd, zouden we ervoor kunnen zorgen dat het identiteitsbeleid van Facebook wordt gewijzigd. Dan zouden activisten die in dictaturen voor democratie strijden, pseudoniemen kunnen gebruiken en zou Facebook niet langer de belangen van autoritaire regimes kunnen behartigen.

Hoewel de meeste burgers, zowel in de Verenigde Staten als erbuiten, Facebook beschouwen als de infrastructuur voor hun sociaal netwerk, kampt het bedrijf met een ernstig personeelstekort: ongeveer 4.000 werknemers voor 1 miljard gebruikers. Medewerkers van Facebook – althans degenen die er werken voor de sociale betekenis van het bedrijf en niet voor de bonussen – zijn misschien ook voorstanders van de nationalisering.

Momenteel is het hun taak verhandelbare trends op te sporen, reclame te verkopen en zich bezig te houden met datamining met het doel winst te maken. Als Facebook wordt genationaliseerd, kunnen meer middelen worden besteed aan datamining voor volksgezondheid en sociaal onderzoek.   

Vele wetenschappers zijn van mening dat grote gegevensbestanden van sociale netwerken verrassende en waardevolle informatie kunnen bieden om sociale problemen – zoals volksgezondheid en nationale veiligheid – het hoofd te bieden.

Onderzoekers bestuderen bijvoorbeeld manieren waarop patronen van sociale netwerken kunnen worden benut om de verspreiding van seksueel overdraagbare ziektes te voorspellen. Gegevens van Facebook kunnen zelfs worden gebruikt om criminele netwerken in de Verenigde Staten of terroristische netwerken wereldwijd te analyseren.

Controle over toegang van veiligheidsdiensten tot gegevens Facebook

We willen controle over de omstandigheden waaronder onze veiligheidsdiensten toegang hebben tot gegevens van Facebook, maar bij een genationaliseerd bedrijf kan er een redelijk publiek toezicht bestaan. Terwijl onderzoekers aan ethische normen moeten voldoen ter bescherming van de mensen die ze bestuderen, bestaan er geen dergelijke richtlijnen voor Facebook. Bij een nationalisering zouden we de mogelijkheid hebben de ethische gevolgen van de beleidsbeslissingen te beoordelen.  

Hoewel de gegevensverzamelingen van Facebook kunnen worden benut om het beleid te verbeteren, is het bedrijf zelden bereid met wetenschappers samen te werken voor belangrijke onderzoeksvraagstukken. Soms kopen verschillende onderzoekers, zonder het van elkaar te weten, toegang tot dezelfde gegevens met als gevolg dat de gegevens door iedere onderzoeker afzonderlijk worden geordend als voorbereiding op het onderzoek.

Wetenschappers die de volksgezondheid en sociale patronen onderzoeken, zouden enorm worden geholpen als deze gegevens voor iedereen toegankelijk zouden zijn en op een centrale manier zouden worden gedeeld. Het zou nog beter zijn als de National Science Foundation en de National Institutes of Health zouden helpen bij het beheer van een coördinatiecentrum voor gegevens.

Dan zou iedereen er zeker van kunnen zijn dat de gegevens op de juiste manier zijn geanonimiseerd en onderzoeksinspanningen niet voor niets zijn geweest. Dit zou ook economische voordelen opleveren: volgens het vooraanstaande tijdschrift The Economist zullen creatieve nieuwe ondernemingen het licht zien als grote hoeveelheden publieke gegevens aan iedereen beschikbaar worden gesteld.

Overheidsinvesteringen in media en infrastructuur

Gebruikers uit bepaalde delen van de wereld zouden wel eens in paniek kunnen raken als Facebook zou worden beheerd door de Amerikaanse overheid. Maar er bestaan vele voorbeelden van goede overheidsinvesteringen in media en infrastructuur. Zo informeren burgers van de hele wereld zich via BBC en gebruiken vele overheden de overheidsfinanciën om technologische vernieuwing te ondersteunen en de informatie-infrastructuur uit te bouwen.

De voordelen voor het overheidsbeleid naar aanleiding van onderzoek met gegevensbestanden van Facebook zullen zich over de hele wereld verspreiden. Activisten die strijden voor de democratie en leven in landen waar dictators aan de macht zijn, zouden worden geholpen als ze anonieme profielen mogen gebruiken. De hoge privacynormen, die overal ter wereld hetzelfde moeten zijn ­­en waarover na de nationalisering snel overeenstemming kan worden bereikt, zouden voor iedereen voordelig zijn.

Uitdagende denkoefening

Hoewel de voordelen groter zijn dan de risico's, zal Facebook waarschijnlijk niet genationaliseerd worden. Toch is het idee een uitdagende denkoefening en een manier om de aandacht te vestigen op de problemen in verband met privacy en datamining. Het is niet de fout van Facebook dat de Amerikaanse overheid niet beschikt over nationale privacynormen, een centrale privacycommissaris of wetten over de manier waarop sociale gegevens moeten worden gebruikt.

Gedurende verschillende jaren hebben privacyverdedigers al geprobeerd samen met Facebook de opslag van gegevens te verbeteren terwijl wetenschappers hebben gesmeekt een betere toegang tot gegevens te krijgen. Facebook kan een beter bedrijf worden als wetgevers – en het bedrijf zelf – gedwongen worden na te denken over de manieren waarop de organisatiestructuur van het bedrijf het algemeen belang kan dienen.

Sinds de beursintroductie moet Facebook de belangen van de aandeelhouders dienen en winst maken. Er zouden echter manieren moeten worden bedacht om het bedrijf te dwingen niet enkel winst te maken, maar ook goed te scoren op het gebied van privacykwesties en mee te helpen aan de oplossing van belangrijke sociale problemen.  Facebook is nu een publieke infrastructuur en zou als dusdanig moeten worden behandeld.

Philip N. Howard

Dit artikel is ontstaan dankzij Future Tense, een samenwerking tussen Arizona State University, New America Foundation en Slate. Future Tense onderzoekt de wijze waarop maatschappij, beleid en cultuur door nieuwe technologieën worden beïnvloed.

Het originele artikel verscheen op 16 augustus 2012 onder de titel 'Let's Nationalize Facebook. Only then will the social network protect users' rights and share valuable data with researchers' door Philip N. Howard.

(vertaling uit het Engels door Lene Cools)

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.