Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Interview

"N-VA teert op antistedelijke gevoelens van randstadbewoners", zegt Eric Corijn

Eric Corijn, hoogleraar sociale en culturele geografie aan de VUB, volgt al jaren fenomenen als verstedelijking en (gebrek aan) stedelijk beleid in onze postindustriële samenlevingen. Vanuit dit perspectief laat hij in een gesprek met DeWereldMorgen.be zijn licht schijnen op de gemeenteraadsverkiezingen van zondag en wat ze betekenen voor Antwerpen, Gent, Brussel en de verstedelijkte randgemeenten die nog graag de illusie van 'dorp' koesteren.
dinsdag 16 oktober 2012

Eric Corijn: "Vanuit de politieke geografie kan je drie categorieën van steden en gemeenten in Vlaanderen onderscheiden waar zich bij de gemeenteraadsverkiezingen van zondag politieke verschuivingen hebben voorgedaan."

"Ten eerste heb je het rurale Vlaanderen of de gemeenten die zich nog graag 'dorps' noemen, ook al zijn ze behoorlijk verstedelijkt. Daar zie je dat N-VA en CD&V een strijd aangaan om het leiderschap als grootste 'volkspartij'. Vooral N-VA wil zich op die manier lokaal inplanten in zo veel mogelijk gemeenten, wat ze vooral is gelukt in de provincie Antwerpen."

"Dit zou je een vorm van 'modernisering' kunnen noemen op lokaal niveau van de nationalistische natiestaat die de N-VA voor ogen heeft. Dit is een heel ander politiek project dan de lokale CD&V-besturen hadden, die zich traditioneel meer op het middenveld richtten."

Van industriële samenleving naar een postindustriële samenleving

"Een tweede categorie zijn de grote steden en de grotere centrumsteden. Die zitten in een overgangsfase van industriële samenleving naar een postindustriële samenleving. Sociaaldemocraten hebben er dikwijls bijgedragen tot het opnieuw aantrekkelijk maken van de steden voor de middenklasse, die er weer komt wonen en er consumeert. De stadscentra werden gerenoveerd en hun commerciële functie geherwaardeerd."

"Globaal is dat in de meeste steden behoorlijk gelukt, maar de sociaal-economische realiteit van een groeiende groep mensen die uit de boot dreigt te vallen, werkloos zijn, laaggeschoold, migrant ... is daarmee natuurlijk niet opgelost, integendeel zelfs. Door de groeiende ongelijkheid in de steden tussen een hogergeschoolde middenklasse en een laaggeschoolde groep die zich buitengesloten voelt, dreigen de tegenstellingen nog toe te nemen."

"Die uitdaging is voor Gent en Antwerpen niet fundamenteel verschillend. Het komt er dan op aan een inclusief stadsbeleid te voeren waarbij ook de armere buurten actief bij het beleid worden betrokken. Niet op een neerbuigende manier, maar door echt te luisteren naar wat er bij de mensen leeft en wat hun verwachtingen zijn. Het economisch elan van een postindustriële samenleving moet voldoende 'gereguleerd' worden zodat ook aan een noodzakelijke herverdeling kan worden gewerkt."

"De fiscale opbrengsten van de stad moeten ook ten goede komen aan de armere delen van de samenleving. Een dergelijk beleid remt de toename van rijkdom misschien wel wat af, maar is op termijn veel beter voor de ontwikkeling van de stad als geheel, maar dan moet je solidariteit wel een naam durven geven."

Antistedelijk discours

"Vele centrumsteden zijn niet rijk genoeg om een degelijk beleid van stadsvernieuwing te voeren. De middenklassen hebben de stadscentra verlaten en hebben zich in de rand gevestigd, waar ze wonen en belastingen betalen, maar ze gebruiken wel graag de faciliteiten van de steden, waar dan vooral de armere groepen noodgedwongen moeten blijven wonen in verloederde buurten. De steden hebben dus weinig inkomsten, maar wel veel uitgaven."
 
"Dat wordt vaak gecombineerd met een uitgesproken afkeer (en angst voor een steeds grotere culturele verscheidenheid) van de steden bij de bewoners van die rijkere randgemeenten. Hierop hebben partijen als het Vlaams Belang hun antistedelijk beleid opgehangen. Maar door het cordon sanitaire kon dat nooit in het beleid doorbreken. Met de opkomst van N-VA is dat natuurlijk aan het veranderen. N-VA heeft de rol van Vlaams Belang gedeeltelijk overgenomen in haar antistedelijk discours en kan dat nu ook gaan uitvoeren in de gemeenten waar ze aan de macht komt."

"Je merkt hoe N-VA bijvoorbeeld pleit voor meer autoverkeer in de steden, tegen de algemene trend in om stadscentra leefbaar en dus autoluw te maken. Bovendien heb je het discours van dat de armen zich maar moeten gedragen, ook de verstrenging van de GAS-boetes past hierin. Iedereen die zich niet aan de heersende 'normen en waarden' onderwerpt, moet worden gedisciplineerd. De toon van De Wever is vaak erg paternalistisch, ook zondag toen hij zich in zijn speech richtte tot de Antwerpenaren als hun nieuwe burgemeester. Niet echt uitnodigend voor een nieuwe aanpak."

Verschillen tussen aanpak Antwerpen en Gent

"Wat nu het verschil tussen Antwerpen en Gent betreft. Het uitgangspunt in beide steden is niet echt verschillend. In beide heb je te maken met de overgang van een industriële samenleving naar een postindustriële samenleving en met een groeiende culturele verscheidenheid als gevolg van de mondialisering van onze wereld."

"In Antwerpen heeft burgemeester Janssens ervoor gekozen om met een bedrijfsmodel te werken en de burgers in de eerste plaats als 'klanten' te beschouwen. Dat heeft zeker vruchten afgeworpen en het stadsbestuur efficiënter en rationeler gemaakt. Maar het is duidelijk niet voldoende ingeplant en doorgepraat met de diverse groepen in de samenleving, zeker niet met de mensen in de meeste achtergestelde wijken. Die voelden zich niet betrokken bij Janssens' project, ze werden niet voldoende geconsulteerd of soms zelfs voor voldongen feiten geplaatst."

"In Gent heeft de ploeg van burgemeester Termont voor een andere stijl gekozen. De heel diverse civiele samenleving werd op alle mogelijke manieren betrokken in het project van stadsvernieuwing. Mensen kregen de indruk dat echt met hun visie en wensen rekening werd gehouden, dat er naar hen werd geluisterd en dat ze au sérieux werden genomen. Dat is de kern van het beleid dat steunt op inclusie."

"Dat is in Antwerpen duidelijk veel minder gebeurd. Het 'voor wat, hoort wat-beleid' was te veel op repressie gericht. Het gevolg is dat er zich links van de stadslijst van Janssens 15 procent van de kiezers heeft uitgesproken voor meer aandacht voor sociale en groene thema's. Economische groei is goed en nodig, maar er moeten ook tools worden ontwikkeld voor de noodzakelijke herverdeling."

Ook kleine steden worden met zelfde fenomenen geconfronteerd

"De derde categorie zijn de kleine steden. Zelfs die willen zich tegenwoordig allemaal presenteren als aantrekkelijke winkelcentra met een uitgebreid aanbod aan diensten dat consumenten aantrekt uit de omgeving die liever niet naar een grote stad gaan. Die vinden ze vaak te 'bedreigend', want met een teveel aan diversiteit."

"De stadsbesturen willen enerzijds de kleinstedelijkheid koste wat het kost in stand houden, maar worden natuurlijk ook geconfronteerd met diversiteit, armoede, gebrek aan koopkracht en werkgelegenheid voor de bevolking van de stadscentra. Het fenomeen van de randstedelijkheid doet zich natuurlijk ook daar voor. De beter gesitueerde middenklasse gaat in de randgemeenten in het groen wonen."

"Iedereen weet dat we de volgende jaren meer dan 100.000 nieuwkomers zullen krijgen in onze steden. Hoe gaan we die mensen opvangen? Betaalbare huisvesting voor die mensen voorzien? De onderwijsvoorzieningen hieraan aanpassen? Duurzame mobiliteit uitwerken? Werkgelegenheid creëren? Met het antistedelijk beleid dat N-VA tentoonspreidt, gaat dat niet lukken."

"Door op een repressieve manier de publieke ruimte aan te pakken en de armen te verdrijven, gaan we de problemen niet oplossen, maar alleen verschuiven. Het beleid is helemaal gericht op maat van een gunstig ondernemersklimaat: een 'propere stad' waarin mensen komen die koopkracht hebben om te consumeren. En wie te arm is, gaan we repressief verwijderen."

"De beeldvorming rond N-VA, en dan vooral rond voorzitter De Wever, die zondag op een agressieve manier het stadhuis van Antwerpen veroverde, doet op dit vlak het ergste vermoeden. De standpunten van N-VA over stedelijk beleid bieden geen oplossing voor de problemen van armoede en uitsluiting die op ons afkomen en voor de integratie van 100.000 nieuwkomers."

"In Antwerpen zullen de stedelijke administraties, die op veel vlakken expertise hebben opgebouwd met een multiculturele samenleving, moeten gaan uitvoeren wat het nieuwe stadsbestuur beslist. De N-VA heeft geen grootstedelijk project en steunt in de eerste plaats op een antistedelijke elite die in de rand van de grote stad woont. Het wordt spannend om zien hoe dat de volgende zes gaat evolueren."

"Brusselse verkiezingen gaan over niets"

"Het fundamentele probleem van Brussel is dat de grootste stad van het land met 1,1 miljoen inwoners niet wordt bestuurd als een stad, maar als een bonte verzameling van 19 afzonderlijke gemeenten die elk een eigen beleid voeren, zonder dat er een duidelijke visie is op het geheel. Daarom gaan de verkiezingen in Brussel eigenlijk over niets, tenzij over wie met wie een coalitie sluit."

"Veel van de discussies na de verkiezingen zijn dus terug te voeren tot een typische 'politique politicienne', waarbij vooral de verdeling van de postjes centraal staat. De grote uitdagingen waarvoor de hoofdstad staat: werkgelegenheid voor vaak laaggeschoolde mensen in een diensteneconomie, degelijk en aangepast onderwijs, betaalbare en veilige woningen, mobiliteit voor een sterk aangroeiende en jonge bevolking, kunnen nooit op het niveau van de afzonderlijke gemeenten worden aangepakt."

"De uitdaging is enorm: er komen de volgende jaren 200.000 mensen bij in Brussel. Is een fusie de oplossing? Voor een deel wel, als die tegelijk wordt aangepakt met een grondige decentralisatie van diensten en een hertekening van de huidige gemeentegrenzen naar leefbare, bestuurbare en vooral coherente gehelen en bevoegdheidspaketten."

"Ook zouden een hele reeks bevoegdheden beter naar het gewestniveau worden overgedragen dat beter kan inspelen op de noden van het stadsgewest in zijn geheel. Toch moeten we opletten dat we niet de klassieke kritiek vanuit Vlaanderen op Brussel gewoon overnemen. Er is ook nog de sociaal-economische realiteit van de rand rond Brussel, die je niet los kan zien van het fenomeen van de verstedelijking dat natuurlijk niet ophoudt aan de grenzen van het gewest."

"Mensen die door de hoge huurprijzen in Brussel niet meer aan de bak komen, gaan uitwijken naar Vilvoorde en Halle omdat ze daar nog goedkopere woningen vinden. Dat is de logica zelve, dat ga je niet tegenhouden met te blijven dromen van een 'groene' en 'Vlaamse' gordel rond Brussel, maar wel door een doordacht grootstedelijk beleid dat rekening houdt met de realiteit en anticipeert op de te verwachte groei. We kunnen die verstedelijking niet tegenhouden, maar er wel voor zorgen dat ze ordentelijk verloopt. Dat is de taak van politici."

Prof. dr. Eric Corijn is hoogleraar sociale en culturele geografie aan de VUB en directeur van het studiecentrum Cosmopolis over steden, cultuur en samenleving. Hij is ook lid van de Vooruitgroep.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

21 reacties

  • door Gerd op woensdag 17 oktober 2012

    Probleempje is dat de grote meerderheid van stedelingen zelf een randstedelijke mentaliteit hebben, zoals in het bijzonder blijkt uit hun mobiliteitsverslaving met overeenkomstig autoverkeer in en vliegverkeer boven de stad.

    Overigens dreigt de term post-industriële samenleving te verhullen dat het hele bestaan van de (sub)urbane mens ook en vooral in de rijke landen totaal afhankelijk is van en bepaald wordt door het geglobaliseerde consumptiekapitalistische industriesysteem, zowel materieel als cultureel. Dit systeem glijdt nu af naar een meerdimensionele totaalcrisis. Het reële post-industriële tijdperk zal heel wat anders zijn dan de huidige postmoderne waanvoorstelling ervan.

    Het succes van de NVA is eenvoudigweg te verklaren door haar radicalisering van de dominante ideologie - ook uitgedragen door links en zogenaamd groen - van het industrieel consumptiekapitalisme maar dan overgoten met een identitair nationalistische saus en appellerend aan een egoïstische en autoritaire persoonlijkheidsstructuur.

    De NVA blinkt nog meer dan de anderen van (uiterst) links tot rechts uit in het ophouden van de waanzinnige illusie dat de (sub)urbane middenklasse haar de planeet verwoestende levensstijl zal kunnen verderzetten en nog door economische groei uitbreiden en ook het recht daartoe zou hebben.

    • door Rudy Baker op woensdag 17 oktober 2012

      Spot on!

      • door Tom S op vrijdag 19 oktober 2012

        x 2!!

    • door Griet op woensdag 17 oktober 2012

      Spijtig dat zo weinig mensen dat doorhebben:-( En er blijft echt niet veel tijd meer over om een drastische ommekeer te realiseren zodat onze planeet op lange termijn nog leefbaar blijft voor de mens. Maar maak dat aan de grote meerderheid wijs... ze bekijken je dan of je van een andere planeet komt:-)

  • door De Wit Bruno op woensdag 17 oktober 2012

    Het is correct dat de randbewoners van de steden, de stad op zich haten. De rand rond Mechelen- de rijke kant Bonheiden, Keerbergen, St-Kat Waver- zijn daar een duidelijk voorbeeld van. De doorbraak van het VB jaren geleden in deze groene, rijke, villadorpen was een veeg teken aan de wand. Nu is het VB vervangen door NVA. In extremis zou je die haat kunnen vergelijken door de aanvallen van Servische (landelijke) milities op de milticulturele steden van Boznië Herzegovina tijdens de burgeroorlog daar. Het discours hier is soms hetzelfde maar met-voorlopig- andere wapens.

  • door Leo Van Beirs op woensdag 17 oktober 2012

    Eric, ik zou willen dat je ook dit eens bespreekt:

    1-naar mijn mening teert NVA op het nog steeds bestaande ongenoegen van Vlamingen die in België -zéér lang- niet gehoord werden voor een billijke regeling van de taalaanpassingen rond Brussel en Vlaams-Brabant, meer gelijkend op die in Waals-Brabant, op de niet-erkenning van de -toch al oude- taalgrens door de franstaligen, en op de -volgens hen- oneerlijke verdeling van de gelden in de federale staat door de onderontwikkeling van Wallonië en Brussel. Voeg daarbij het slechte want dorpse beheer van de politieke-postjes-burgemeesters van Brussel dat het woord “cosmopoliet” niet waardig is. De hautaine en belerende houding van de politieke verantwoordelijken van de franstalige partijen -allen samen- die zeer graag de les spellen aan anderen maar zichzelf o zo schrander en wijs vinden dat ze zichzelf -lachend op de foto- “Demandeurs de Rien” noemden in 2007 en 542 dagen talmden om uiteindelijk toch BHV te splitsen in 2012, wat ze al in 2005 hadden kunnen doen. De psychologische impact daarvan werkt nog steeds door, tot het eindelijk in de praktijk zou moeten blijken van écht geen grond meer te hebben, tot blijkt dat die betweters ook voor eigen deur kunnen vegen. Ik zeg het heel lapidair, maar als dat gevoelen bij mij bestaat, dan denk ik bij anderen ook.

    2-Heel erg zoekend zie ik in de praktijk geen grootstedelijk beleid in Brussel. Dat wat wij Brussel denken te zijn bestaat niet eens, want Brussel dat is enkel het grondgebied van Thielemans. Moureau dat was Molenbeek. En wat is de impact van de onooglijke Picqué ? Thielemans mag in onschuld heel grootstedelijk zeggen dat “geboortebeperking” bespreekbaar zou moeten zijn, wat ik een humaan standpunt vind, (voor mij zou er zelfs een zéér actieve voorlichting en gratis voorbehoedsmiddelen moeten zijn), als “le grand maire” van Molenbeek denkt dat hij daarbij “het recht van elkeen op het aantal kinderen dat hij wil” denkt te moeten verdedigen, dan moet jij me uitleggen met wie jij een “grootstedelijk beleid" kunt voeren ? Zelfs over de vuilkar komen die niet overeen dan... Het wanbeheer van Brussel is grotesk, het politiek denkend beleidspersoneel van slechte kwaliteit. Niks inoverends, niks cosmopoliet, enkel kleinburgerlijke dorpspolitiek. Zoals de ruzie CDH-PS nu weer toont.

    3-Ik heb niks tegen dorpen, gelukkig zij die er zich goed voelen, maar Brussel lijkt me een bonte verzameling van allerlei vreemde dorpjes, waarvan de bewoners elk contact met de andere negeren, behalve met de buur die hetzelfde dialect spreekt. Het getuigt niet van bewustzijn van in een grootstad te wonen en enkel je dialect van het Rif-gebergte te spreken. En het getuigt niet van inzicht van de politiek van niet héél praktisch daaraan te verhelpen door taallessen en inburgering. Eindelijk hebben ze dat in Wallonie-Bruxelles ontdekt, nadat ze jarenlang gekafferd hebben op de Vlamingen die dat wél al deden. Verplicht of niet verplicht ? “Tast men de individuele vrijheid niet aan door dat verplicht te stellen ?” (Dat waren de thema's in RTL-debatten) Ik hou van nadenken over de individuele vrijheden, maar in deze materie's moet een grootstad de voorloper zijn, niet het dorpse Vlaanderen. De OCMW's in Brussel voeren ook geen geordende politiek zoals in Antwerpen, ha nee, er zijn er 19. Monica DC kon véél méér dan Mayeur. Dàt is (onderdeel van) grootstedelijk beleid, of toch de aanzet. En dat is maar één voorbeeld.

    4-Je krijgt dus dat ongenoegen waar BDW heel eloquent op teert niet weg dan door écht en betrokken kwalitatief beleid. Als er zulke brede politieke stromingen zijn dan moet je alles durven benoemen daarin, en heel de sociologische context zien. Geen enkele ideologie geeft je het antwoord, misschien enkel de inspiratie. Diegenen die in Gent het dorpse gevoel per fiets willen ontwikkelen zijn waarschijnlijk ook dezelfden die de banken willen splitsen en minder belasting op arbeid en méér belasting op winst uit kapitaal willen. Slechts in lapsus op de VRT wil BDW dat laatste, niet in werkelijkheid. Want Voka wil het anders. En je ziet: Gent stemt zogezegd links, want in de praktijk wordt dat zogezegd linkse -goede- beleid gesmaakt. Woorden wekken, maar voorbeelden strekken...

    • door wim merckx op woensdag 17 oktober 2012

      beste Leo, dat vind ik een sterke aanvulling, zinnige reflecties. Maar je schrijft veel over Brussel, en daar hebben we met name BDW nog weinig over gehoord. Ik meen ook dat hij daar ooit zijn tanden gaat op stuk bijten, als hij de stad wil claimen voor een onafhankelijk Vlaanderen. Soit, waarom ik reageerde: de grote tegenstelling, die me erg stoorde, tijdens de redeneringen van BDW in de voorbije tv-debatten ging hierover. Enerzijds meende hij de nieuwe volkspartij te vertegenwoordigen, Wouter Beke liet zich vangen in een spelletje over aantallen zetels etc. Maar anderzijds kwam BDW tot twee keer toe af met Luc Bertrand, CEO van Van Ackermans en Van Haaren, en zijn feitelijk foute mening omtrent Di Rupo die een marxistische regering zou leiden. Je kan toch moeilijk menen om de brede laag van de bevolking te vertegenwoordigen en tegelijk een Luc Bertrand als referentie opvoeren. Ik vond dat zeer ongeloofwaardig. En ik verbaasde me erover, dat de andere debaters dit lieten passeren. Dit kan een detail lijken, maar het toonde mijn inziens, iets essentieel omtrent de motieven van de NVA voorzitter. Overigens vind ik dat Ackermans en Van Haaren hun immense kapitaal hebben opgebouwd op een manier die schadelijk is voor ons allemaal. Tegelijk zijn ze wel een machtige factor in het Vlaamse bedrijfsleven en zijn uitgebreide lobby-cirkels.

  • door jacko tocko op woensdag 17 oktober 2012

    De nagel op de kop Gerd goede analyse.

    • door Bram op woensdag 17 oktober 2012

      Als er op allerhande fora steeds maar weer gehamerd wordt op "identiteit" , wel de vlaming heeft ook een identiteit , je oogst wat je gezaaid hebt .En misschien is de stevige positie van de cvp uiteindelijk te danken aan de groeiende aandacht voor religie en bedreiging daarvan ?

  • door Ron op woensdag 17 oktober 2012

    Wij koesteren niet de illusie van een dorp,maar zijn en leven in een dorp. Mijn dochter leeft in de stad. Wat stel ik vast: Van zodra ik mij op het grondgebied van de stad begeef moet ik opletten niet in een verkeersarme zone te rijden op straf van een boete. Moet ik een fortuin aan parkeermeters betalen. De voortdurend veranderende regels bij houden enz.... Voor de administratie moet ik naar de stad=weer betalen. Dus mag ik geen gebruik maken van de stad met mijn wagen zonder buitensporig te betalen. Mijn vrouw volgt les op zaterdag en zondag in de stad. Men mag max 2u parkeren tegen een redelijk bedrag. Het gevolg is dat ik nu 8 keer de afstand doe in plaats van 4keer. Dit is een dubbele belasting voor het milieu. Voor de stadsbewoners misschien goed bezig maar voor de randbewoner? Dus mr Corijn zeveren kunnen jullie allemaal maar een betaalbare milieuvriendelijke oplossig ho maar. En kom nu niet af met openbaar vervoer daar wil de stad ook niet deftig in investeren. Ik zou ook graag verkeersarm wonen of toch tenminste het verkeer trager laten rijden misschien moet ik ook maar eens een slagboom plaatsen of paaltjes en geld vragen om mijn deur te passeren vanwege het milieu. Hypocriet is het. Iedereen mag voorbij mijn deur en als randbewoner mag ikzelf nergens komen.

    • door jan peeters op woensdag 17 oktober 2012

      De stedeling ziet in de buitenmens die in de stad komt alleen maar een achterlijke melkkoe die moet uitgebuit worden. Onlangs parkeerde ik in Antwerpen op een avond waarbij ik niet genoeg kleingeld bleek te hebben om de parkeermeter te voldoen van 21 tot 21,30 uur. Het koncert duurde wat langer dan verwacht. Om een 20 minuten over mijn tijd te gaan moet ik nu 23 euro betalen, ook al lag er een parkeerbonnetje achter mijn voorruit dat tot 21 uur geldig was... 23 euro om 20 minuten extra te parkeren!!! Afzetterij van de zuiverste soort is dit, uitmelken van automobolisten is een sport van de stad. Het gevolg is dat we passen om nog in de stad te komen en er niets meer zullen verteren.

      • door tine kalis op donderdag 18 oktober 2012

        Als je naar de stad komt voor een concert dat om 21.30 gedaan is, kom je met het openbaar vervoer. Achteraf niet komen klagen dat je 23 Euro betaald hebt voor je luxe-probleem.

      • door Johan Mariën op donderdag 18 oktober 2012

        De tijd van koning auto in de stad is voorbij. Er zijn er gewoon teveel. Ik heb zelf een wagen maar voor mijn verplaatsingen naar de stad neem ik al meer dan 30 jaar regelmatig het openbaar vervoer. Het eeuwige excuus dat het openbaar vervoer niet voldoende uitgebouwd is de vele haltes niet willen zien of pas dat openbaar vervoer wensen te nemen als de halte aan de voordeur staat. Je daarin ergeren is alleen slecht voor je hart.

    • door Jan Bel op zondag 21 oktober 2012

      Wat een merkwaardige reacties lees je hier toch. Mensen die zich terugtrekken in de groene dorpjes, omdat ze van de frisse lucht en de open ruimte willen genieten; moeten zonder het minste bezwaar de lucht kunnen komen vervuilen en de weinige ruimte in beslag nemen in de stad. Diezelfde mensen betalen liefst zo weinig mogelijk belastingen, willen niet geconfronteerd worden met de gevolgen van dicht op mekaar gepakt wonen tussen mensen met verschillende leefgewoonten en sturen hun OCMW-klanten en asielzoekers naar de steden, ver van hun onbekommerde leventje, ... Concentreer de miserie en de vuiligheid maar in de steden en laat ons dorpelingen met rust!

      De smetvrees voor de stad gaat ver. Dat blijkt als er wordt voorgesteld om tramlijnen naar de gemeenten in de rand door te trekken, zodat weekendbezoekers en pendelaars die de stad opzoeken niet telkens met hun auto tot in het centrum moeten doorstoten en er vele rondjes rijden, omdat ze er geen gratis parkeerplaats vinden. Daar is het Brasschaat van de nieuwe burgemeester, Jan Jambon, een goed voorbeeld van. Een tram zou enkel het gespuis en de criminelen uit de stad aantrekken en het onbezoedelde dorpscentrum met de leuke boetiekjes en de gezellige tavernes onleefbaar maken. Kwamen die gehoofddoekte bandieten immers al niet in dikke drommen het halavlees stelen uit de pas geopende Albert Heijn? (Of was dat niet de teneur van de discussie die tijdens de zomer, in 'De vragende partij' op de VRT losbarstte?) Nog steeds diezelfde breeddenkende randstedelingen komen wel met volle teugen genieten van de autoloze winkelstraten en de culturele evenementen die een stad het hele jaar door aanbiedt. De grote vraag is dan: wie betaalt er voor de (her)aanleg van de wegen waar vooral de dorpelingen massaal gebruik van maken; wie draait er op voor het uitbouwen en onderhouden van de cultuurtempels in de steden, ...?

      Vergelijk bijvoorbeeld de aanvullende gemeentebelasting en de opcentiemen die de armere stedelingen in Antwerpen moeten ophoesten met die van de dorpelingen in Brasschaat en u kent het antwoord. En dan weet u meteen ook waarom zoveel Vlamingen zich in de dorpse comfortzone terugtrekken.

      Quid pro quo! Het lijkt voor sommigen toch bijzonder moeilijk om uit de bekrompenheid van hun leefomgeving te breken en zich te confronteren met de echte wereld, waar het merendeel van de mensen nog dagelijks moet knokken om te overleven. Een parkeerticketje van 23 euro is dan een zeer geringe prijs als compensatie voor de last die een stad moet dragen om de kwaliteit van het leven voor iedereen op peil te houden.

  • door Fred Guldentops op donderdag 18 oktober 2012

    De antistedelijkheid zal wel meespelen in het aantrekken van het kiespubliek van N-VA (hun scores zijn hoger in de randgemeenten dan in het stadscentrum), maar er zijn volgens mij ook andere dimensies. En voor veel van die dimensies hebben de verliezers van vandaag de afgelopen decennia de weg geplaveid, vind ik.

    I. De neoliberale agenda. Nva steekt het niet onder stoelen of banken dat hun programma op maat van de werkgeversorganisaties gesneden is. (IN dit geval van de Vlaamse, Voka, maar als het erop aankomt zijn die ook afhankelijk van de grotere patrons zoals VBO).

    Het succes daarvan is ook te wijten aan het feit dat andere partijen, en zeker de socialisten, compleet nagelaten hebben om daartegen in te gaan, (zelfs niet in woorden). Ze hebben integendeel de neoliberale politiek en ideologie mee gepromoot als het beste van het beste.

    Sinds de val van de muur en de "derde weg" (bij ons "paars") is het verhaal van de socialisten immers: 1. niet meer over belangentegenstellingen spreken, maar iedereen "gelijke kansen" geven 2. zich niet meer het "miserabilisme" aanmeten (de belangen van de werkende klasse verdedigen), maar de (betere) middenklasse naar de mond praten. Het aantrekken van Jannssens als marketingman voor de socialisten in de jaren '90 was daar een voorbeeld van. De rechtvaardiging die je toen bij SP-kopstukken kon horen was: "we zijn achteruit aan het gaan, maar dat komt waarschijnlijk omdat onze sociologische basis, de typische "(industriële) arbeidersklasse" ook aan het verminderen is, dus we moeten ons op de middenklasse richten, die zijn met meer, dus daar kunnen we meer kiezers uit halen" 3. de "actieve welvaartstaat" promoten (stevaert en vandenbroecke waren daar voortrekkers in), waarbij problemen van de arbeidsmarkt en van groeiende werkonzekerheid vooral niet moeten gezocht worden in herverdeling (van de arbeidstijd, of inkomensherverdeling via bvb. basisinkomen), maar in "activering" (werkzoekenden achter hun veren zitten om toch genoeg te gaan solliciteren, want anders zouden ze toch maar verkommeren in hun zetel) 4. Een verhaal van rechten én plichten promoten (je krijgt niets voor niks), en de werkoekenden nog harder disciplineren (zie het beleid van socialist Monica De Coninck) 5. Wanneer de arbeidersbeweging protesteert tegen het afpakken van verworven rechten of tegen neoliberale structuurhervormingen, daar tegenin gaan door te zeggen dat de hervormingen noodzakelijk zijn en dat protest ertegen enkel in de kaart speelt van "rechts" (dat is wat Vandelanotte verkondigde bij het generatiepact, dat is wat we vorig jaar konden horen bij monde van Bruno Tobback bij de stakingen tegen de pesnioenhervormingen, en dat is wat nu bezig is bij het protest van onze vakbonden tegen de privatisering van de spoorwegen)

    II. De communautaire problematiek en de confederalistische agenda. De verschillende staatshervormingen sinds de jaren '70 zijn door alle machtspartijen mee ondersteund, ze geven daarmee zelf de boodschap dat beter bestuur en meer democratie maar kan door de meer autonomie en bevoegdheden te geven aan de deelstaten. Alle partijen zijn sinds de jaren '80 ook communautair gesplitst. Het is niet onlogisch dat een partij die dat meer expliciet promoot, op bijval van de bevolking kan rekenen.

    III. De conservatieve waarden en antistedelijkheid. Dat komt vooral van de katholieke invloed in Vlaanderen. Het was de katholieke gezinde burgerij die bij de opkomst van de industrie eind 19e eeuw de ruimteljke ordening buiten de steden te stimuleren (met een o.m. een uitgebreid spoorwegnetwerk om terug naar huis te geraken na het werk, en sociale voorzieningen rond de kerktoren). Maar de drijfveer achter die antistedelijke traditie is eigenlijk het antisocialisme, de schrik van de bourgeoisie voor de stad is de schrik dat de arbeiders er zich zouden organiseren en voor een strijdbare socialistische politiek gewonnen worden. Ook de N-VA is inderdaad een antisocialistische partij, dat blijkt uit haar programma en haar netwerken, haar discours tegen de PS-(belastings)regering enz. Maar ge kunt het de kiezers niet verwijten, aangezien de antisociale politiek van de socialisten de laatste jaren.

    "We're under socialist attack", was de slagzin van Dewever toen hij onlangs bij de burgemeester van London op bezoek ging om zijn campagne te promoten... Ik hoop dat we onze politieke klasse binnenkort echt eens "under socialist attack" kunnen brengen, want we zitten al 180 jaar onder antisocialist attack door die bedriegers.

  • door Andre88 op donderdag 18 oktober 2012

    Mannekes toch, Vlaanderen telt 13 centrumsteden. In 5 daarvan is N-VA de grootste partij. Hoe die partij anti-stedelijk kan zijn is mij een raadsel...

    • door Amaury J. op vrijdag 19 oktober 2012

      Een partij die anti-stad is hoeft niet noodzakelijk stemmen te krijgen van de mensen binnen de stad. En mensen binnen de stad kunnen ook stemmen op een partij die anti-stad is, zonder dat ze het zelf beseffen of om andere redenen. En daarbij gebruikt niet iedereen de zelfde criteria om te beslissen of een partij anti- of pro-stad is, al zijn de gebruikte criteria hier in het artikel wel overeenstemmend met de criteria van een groot aantal van de lezers hier.

      Uw logica klopt wel als je er van uit gaat dat een partij pro-stad is als die de meerderheid van de stemmers krijgt (maar ik vind het tamelijk karig om uitsluitend daarmee die conclusie te trekken). En hiermee negeer je ook het feit dat zeer veel van hun stemmers in de Vlaamse 'suburbs' leven.

      • door Amaury J. op vrijdag 19 oktober 2012

        Een partij die pro-stad is krijgt niet noodzakelijk stemmen van mensen binnen de stad* (eerste zin)

    • door Amaury J. op vrijdag 19 oktober 2012

      Wat u eigenlijk deed is dit: Drogreden "Affirming the consequent – the antecedent in an indicative conditional is claimed to be true because the consequent is true; if A, then B; B, therefore A."

      A is een 'pro-stedelijke' partij B is een partij die in een stad veel stemmen heeft gekregen

  • door Pieter Deforche op donderdag 25 oktober 2012

    Eén van de oorzaken van de stedelijke problemen is de grote mentale tegenstelling tussen de stad en de randstad. Gemeenten die grenzen aan een centrumstad blijven aan hun inwoners de illusie verkopen dat zij op het platteland wonen in een groene idylle zonder grootstedelijke problemen. Veel gemeenten voeren een beleid dat op sociale verdringing is gebaseerd: geen of weinig sociale huisvesting, grote bouwkavels, zo weinig mogelijk openbaar vervoer, etc. Daarnaast wordt de angst voor opslokking in de stad constant gevoed waardoor elke dialoog tussen stad en omliggende gemeenten over een evenwichtige grootstedelijke politiek feitelijk onmogelijk wordt. Er is mijns inziens echter een fundamenteel verschil tussen de randstad en het (zij het schaars geworden) platteland van verderop gelegen gemeenten. De gehechtheid aan wat er vaak wel nog is (rust, groen, open ruimte natuur) is daar niet alleen op een illusie gebaseerd maar wel op reële troeven van die gemeenten. Ook daar is er over het algemeen een aversie voor de grootstad maar deze speelt minder een rol in de lokale politiek. De cruciale vraag is hoe je randstedelijke gemeenten mee kunt krijgen in een positief verhaal voor heel het stedelijk gebied. Hoe realiseer je in de randstad niet gewilde trams of sociale woningen? Hoe overtuig je gemeentebesturen dat er waar mogelijk verdicht moet worden zodat bijkomende bewoners niet alsmaar meer open ruimte opeisen? Een randstedelijk beleid overstijgt duidelijk de individuele gemeenten in de randstad wat allicht meer sturing van het Vlaams gewest nodig maakt. Of daar echter op dit moment veel politieke steun voor is, is echter zeer de vraag.

  • door Pieter Deforche op donderdag 25 oktober 2012

    Eén van de oorzaken van de stedelijke problemen is de grote mentale tegenstelling tussen de stad en de randstad. Gemeenten die grenzen aan een centrumstad blijven aan hun inwoners de illusie verkopen dat zij op het platteland wonen in een groene idylle zonder grootstedelijke problemen. Veel gemeenten voeren een beleid dat op sociale verdringing is gebaseerd: geen of weinig sociale huisvesting, grote bouwkavels, zo weinig mogelijk openbaar vervoer, etc. Daarnaast wordt de angst voor opslokking in de stad constant gevoed waardoor elke dialoog tussen stad en omliggende gemeenten over een evenwichtige grootstedelijke politiek feitelijk onmogelijk wordt. Er is mijns inziens echter een fundamenteel verschil tussen de randstad en het (zij het schaars geworden) platteland van verderop gelegen gemeenten. De gehechtheid aan wat er vaak wel nog is (rust, groen, open ruimte natuur) is daar niet alleen op een illusie gebaseerd maar wel op reële troeven van die gemeenten. Ook daar is er over het algemeen een aversie voor de grootstad maar deze speelt minder een rol in de lokale politiek. De cruciale vraag is hoe je randstedelijke gemeenten mee kunt krijgen in een positief verhaal voor heel het stedelijk gebied. Hoe realiseer je in de randstad niet gewilde trams of sociale woningen? Hoe overtuig je gemeentebesturen dat er waar mogelijk verdicht moet worden zodat bijkomende bewoners niet alsmaar meer open ruimte opeisen? Een randstedelijk beleid overstijgt duidelijk de individuele gemeenten in de randstad wat allicht meer sturing van het Vlaams gewest nodig maakt. Of daar echter op dit moment veel politieke steun voor is, is echter zeer de vraag.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties