about
Toon menu
Opinie

Nederland bepaalt toekomst Kleine Brogel

De verkiezingen voor een nieuwe parlement van 12 september 2012 in Nederland hebben ook een bijzondere betekenis voor België. Vooreerst zijn de beleidslijnen die de onmiddellijke buurlanden uitwerken altijd van belang, maar door de onderlinge samenwerking op militair vlak bepaalt Nederland bijvoorbeeld mee of de Belgische luchtmacht nog atoombommen zal kunnen uitgooien.
donderdag 13 september 2012

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Integratie

De Nederlandse en Belgische zeemacht werken al 15 jaar nauw samen om een optimale operationaliteit van de vloot te garanderen. Ze hebben zelfs een geïntegreerde operationele bevelvoering. Zo worden Belgische en Nederlandse mariniers gezamenlijk opgeleid en het onderhoud van schepen wordt onderling uitbesteed. Nederlandse mijnenvegers worden onderhouden in het Belgische Zeebrugge en de Belgische fregatten in Den Helder. Pieter De Crem (CD&V) en zijn Nederlandse -eveneens christendemocratische- collega Hans Hillen (CDA) zijn er trots op dat “dit één van de verst gevorderde militaire samenwerkingsverbanden is binnen de Europese Unie”. Deze geïntegreerde werkwijze toont aan hoe de militaire samenwerking zich in de 21ste eeuw verder zou kunnen ontwikkelen binnen de EU, menen ze.

Begin dit jaar hebben de ministers van Defensie van België en Nederland gesprekken gevoerd om op het vlak van de luchtmacht een gelijkaardige integratie te bewerkstelligen. Ze dachten daarbij bijvoorbeeld aan een gezamenlijke 'Quick Reaction Force' (QRF), samengesteld uit een Nederlands en een Belgisch F16-gevechtsvliegtuig, voor de bewaking van beide luchtruimen. De toestellen van de QRF staan 24 uur per dag klaar om op te stijgen en eventuele vijandelijke toestellen of niet-geïdentificeerde vliegtuigen te onderscheppen. Dit alles is een perfect antwoord op de vraag van de EU aan de lidstaten naar 'pooling' en 'sharing' (samenleggen en delen) van de militaire middelen, en het is een rechtstreekse toepassing van wat de NAVO omschrijft als 'smart defense', een belangrijk onderdeel van de nieuwe strategie van het bondgenootschap.

F16's

De F16 zal als gevechtsvliegtuig vanaf 2023 in fases uit dienst worden genomen, aldus minister De Crem. Beslissingen over een eventuele vervanging moeten dus in de nabije toekomst genomen worden. De Crem toonde al interesse voor de aankoop van de Amerikaanse F35-straaljager (Joint Strike Fighter, JSF) ter vervanging van de huidige F16's. Een gelekt diplomatiek verslag van een gesprek uit 2009 tussen De Crem en de Amerikaanse ambassadeur in België, Howard Gutman, bevestigde dit. Volgens het document, vrijgegeven door Wikileaks, erkende De Crem dat het te laat was voor ons land om zich nog als partner aan te sluiten bij de ontwikkelingsfase van het JSF-programma. Als alternatief overwoog minister De Crem daarom de aankoop van de afgewerkte toestellen. "Mogelijk tegen 2020", schreef Gutman in zijn verslag van het gesprek aan Washington.

Toen minister De Crem over deze F16-kwestie ondervraagd werd in de Kamercommissie van Defensie op 19 oktober 2011, stelde hij het volgende: “Het aantal F16-toestellen werd conform de internationale normen op peil gehouden in het kader van het 'Multinational Fighter Program' (MNFP). De landen die aan het MNFP deelnemen [België, Denemarken, Nederland, Noorwegen, Portugal] zouden de F16's willen blijven gebruiken tot na 2020. Zij hebben een gemeenschappelijke aanpak uitgewerkt waarmee de operationele capaciteiten van het vliegtuig kunnen worden gehandhaafd. De F16's in onze Europese partnerlanden zijn ontworpen om 8000 vlieguren uit te voeren. Op basis van het gebruiksprofiel van de huidige Belgische vloot, gaat Defensie ervan uit dat de graduele 'phasing out' van de F16 toestellen in 2023 zal aanvangen.

De voorbereiding naar een nieuwe generatie gevechtsvliegtuigen vergt een periode van 8 tot 10 jaar. Dergelijke overgangsperiode is noodzakelijk om het lange proces te doorlopen van de aankoop, de onderhandeling van de contracten, de productie van het vliegtuig (3 à 4 jaar), de uitwerking van een minimale opleiding en de operationele voorbereiding van de indienstneming van de nieuwe systemen. In verband met het behoud van hun gevechtscapaciteiten in de lucht hebben onze geprivilegieerde partners reeds bepaalde keuzes gemaakt. Groot-Brittannië, Duitsland, Spanje en Italië ontwikkelden de Eurofighter Typhoon, die reeds in dienst is. Frankrijk koos als enige voor de Rafale. De VS, Groot-Brittannië, Italië, Nederland, Noorwegen en Denemarken nemen actief deel aan het permanente ontwikkelingsprogramma van de F35 JSF. Nederland en Noorwegen hebben al aangekondigd wellicht niet voor 2014 te beslissen over de aankoop en de serieproductie van de F35.”

In tegenstelling tot België heeft Nederland zich dus ingeschreven in de ontwikkelingsfase van de Joint Strike Fighter wat Nederlandse ondernemingen bepaalde bestellingen voor onderdelen opleverde. Maar op 6 juli 2012 stemde een meerderheid in de Nederlandse Tweede Kamer (SP, PvdA, PVV, GroenLinks en Partij voor de Dieren) een motie die wil dat Nederland uit het project van de Joint Strike Fighter stapt. Minister Hillen belooft nu de kostenevolutie van het project nauwgezet te onderzoeken.

Nucleair

Zeker in tijden van economische crisis zal de vraag rijzen of de vervanging van de F16's wel noodzakelijk is. Sommigen zullen wellicht menen dat er beter ingezet wordt op ander materieel, zoals bijv. onbemande vliegtuigen (drones). Anderen zullen voor goedkopere alternatieven pleiten. Los van het financiële kostenplaatje heeft de beslissing over de vervanging van de F16's uiteraard ook militaire consequenties. Men kan zich afvragen of de luchtmacht van een niet-kernwapenstaat wel uitgerust moet en mag zijn om kernbommen uit te werpen. Zoals algemeen gekend kan het huidige F16 gevechtsvliegtuig atoombommen vervoeren en uitwerpen. De JSF en de Rafale kunnen dat ook, terwijl de Eurofighter Typhoon niet ontworpen is om kernwapens te dragen.

Het type atoombom dat op de Amerikaanse militaire basissen in België (Kleine Brogel) en Nederland (Volkel) ligt, de B61, is momenteel het onderwerp van een heus moderniseringsprogramma in de VS. Men wil er 'bunkerbuster' capaciteit (om door beton te boren) en precisieverhoging door staartbesturing aan toevoegen. Indien deze nieuwe B61 in de toekomst vervoerd kan worden door een vliegtuig met een zeer grote actieradius (zoals de JSF), verandert deze bom van een tactisch in een strategisch wapen, waardoor het militaire 'nut' ervan plotseling enorm toeneemt. Er bestaat vandaag immers een consensus over het feit dat de huidige B61, als bom aan boord van een F16 gevechtsvliegtuig, van geen enkel militair nut is, aangezien deze vliegtuigen vanuit hun huidige basissen niet ver genoeg kunnen vliegen om een vijand-met-nucleaire-capaciteit te bereiken. De NAVO stelt, in navolging van Washington, immers dat ze een niet-kernwapenstaat niet zal aanvallen met nucleaire middelen.

Peiling

De eerste Nederlandse Joint Strike Fighter, een testexemplaar, vliegt sinds 6 augustus 2012. Driekwart van de Nederlandse kiezers wil echter niet dat het komende kabinet besluit om het gevechtstoestel daadwerkelijk aan te schaffen. De Nederlandse Defensie vindt de JSF de beste opvolger voor de F16. Een volgend kabinet – na de verkiezingen van 12 september 2012 -  zal knopen moeten doorhakken over de vervanging van de F16, over het aantal toestellen dat ze zullen aankopen en het daarvoor benodigde budget. Maar een meerderheid van de kiezers lijkt de Tweede Kamer, die wil dat Nederland uit de ontwikkeling- en testfase van de F35 stapt, gelijk te geven. De meeste kiezers willen snoeien in de budgetten van de krijgsmacht.

Volgens de 1500 ondervraagden van een peiling uitgevoerd door de veiligheidsdenktank Clingendael moet het opkomen voor de Nederlandse economische belangen het belangrijkste doel zijn van het buitenlands beleid. Volgens dezelfde peiling vinden kiezers dat er op militaire missies in het buitenland bezuinigd kan worden. Het kabinet van premier Rutte besloot reeds 1 miljard te bezuinigen op Defensie, waardoor er 12.000 banen verloren gaan. Huidig Defensieminister Hillen heeft al aangegeven dat nieuwe bezuinigingen bij de krijgsmacht geen optie zijn. Dat veel mensen meer willen bezuinigen op het defensiebudget, komt volgens Clingendael-onderzoeker Dick Zandee doordat er geen dreiging meer is zoals tijdens de Koude Oorlog. "Bovendien lezen de mensen dat ondanks de grote en dure inspanningen van Nederland, het geweld in Afghanistan voortduurt. De krijgsmacht kampt met een legitimiteitsprobleem."

12 september

Vrouwen voor Vrede en WILPF (nvdr: Women's International League for Peace and Freedom) Nederland maakten een analyse van de partijprogramma's op vlak van Defensie. D66 en Groen Links willen dat Nederland uit het project voor de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter stapt. SP, PvdDieren en PVV willen de JSF niet aanschaffen. De sociaal-democratische PvdA wil het vervangen van de F16 uitstellen en de keuze baseren op de toekomstvisie van de krijgsmacht. Ook de sociaal-liberale D66 wil uitstel en vindt dat de vervanging moet plaatsvinden binnen Europees verband. De conservatief-liberale VVD vernoemt de JSF niet, maar wil wel dat Nederland op vlak van Defensie op het hoogste niveau kan blijven meedraaien. Bij CDA en ChristenUnie komt de JSF ook niet ter sprake.

Mocht Nederland de parlementaire motie van 6 juli 2012 negeren en kiezen voor de JSF, dan wordt eigenlijk meteen beslist welke keuze België zal maken, aangezien de Belgische minister van Defensie De Crem voor een geïntegreerde luchtmacht van beide landen wil gaan. Dat de keuze van de Nederlandse regering overeenstemt met zijn persoonlijke voorkeur, is mooi meegenomen. In het geval dat de verkiezingen van 12 september 2012 een duidelijke meerderheid zou opleveren voor de partijen die tegen de JSF hebben gestemd, dan ontstaat er voor de vredesbeweging wellicht een goede uitgangspositie om hun eis voor de verwijdering van de Amerikaanse kernwapens uit Volkel en Kleine Brogel kracht bij te zetten.

Georges Spriet

vzw Vrede

Dit artikel verscheen eerder in nummer 417 van Vrede - tijdschrift voor internationale politiek

Voor meer informatie over vzw Vrede en het tijdschrift zie www.vrede.be