Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Boekrecensie

Identiteit. Een maatschappijkritiek van psychoanalyticus Paul Verhaeghe

Het nieuwste boek van Verhaeghe is een oproep aan een breed publiek. Het is helder, ontspannen en toegankelijk geschreven maar de inhoud staat op scherp. Identiteit is een confronterend verzoek om eens rustig maar dan wel zonder taboes bij jezelf, jouw levensstijl en die van jouw omgeving stil te staan.
vrijdag 31 augustus 2012

Er zit iets grondig fout. Dat valt nog moeilijk te ontkennen. Daar hebben we allemaal mee af te rekenen, ieder op zich en ook allemaal samen.

Het neoliberale onbehagen: onze westerse verzorgingsstaat is de laatste dertig jaar zo dronken geraakt van het marktdenken – competitie, egoïsme, profijt - dat het maatschappelijk weefsel aan flarden werd gescheurd. Resultaat: we hadden het zelden zo goed en toch liggen we uitermate overhoop met de wereld en onszelf. Dat komt omdat we niet meer weten wie we zijn. Onder het gebod van de Struggle for life en het materiële succes, zijn we beland in een neerwaartse spiraal van destructieve prestatiedruk, angst en stress, verlies aan zelfbesef, machteloosheid en depressief genot op afbetaling. Daardoor zijn we sociaal ontwricht geraakt. Waarden als solidariteit, gemeenschapszin, empathie en duurzame vriendschap werden geofferd. Dat is uiteraard nefast want ondanks alle wilde verhalen over genen en individuele maakbaarheid, die elkaar overigens systematisch tegenspreken, is de mens in wezen een sociaal dier.

De mens als sociaal dier

Dit is meteen ook hét cruciale uitgangspunt van Verhaeghe: wie we zijn, wordt bepaald door onze omgeving. Bovendien zijn we in staat om onze omgeving op maat te maken van wie we willen zijn, bij voorkeur op mensenmaat dus. Met dat laatste loopt het helaas flink mis: door de ontwrichting van onze samenleving zijn we onze identiteit kwijtgeraakt en nu voelen we ons verweesd, verward en leeg. Dat stelt Verhaeghe niet alleen vast in zijn praktijk, maar overal om ons heen. De maatschappij maakt de mensen ziek, en omgekeerd. De neoliberale zelfzucht zwengelt de grote kloof tussen arm en rijk nog meer aan. Hoe groter de ongelijkheid hoe meer mentale stoornissen, sociale ellende, criminaliteit, drugs- en medicatiegebruik. Niet alleen bij de kansarmen, maar in alle lagen van de bevolking.

Verhaeghe schreef dit boek – in navolging van zijn Het einde van de psychotherapie (2009), dat zich meer op geïnteresseerden in zijn vakgebied richt – als een alarmerende oproep en hij legt daarbij onmiskenbaar de vinger op de wonde van onze tijd. Als psychoanalyticus stelt hij vast dat er veel en ook een heel nieuw slag patiënten in zijn praktijk opduiken: de zogenaamde borderliners. Mensen met allerhande lichamelijke klachten omdat ze geen stabiele identiteit hebben. Ze zijn versnipperd, leeg, zonder levensverhaal. Dat is niet alleen een louter persoonlijke aangelegenheid maar meteen ook een symptoom van onze tijd.  Tevens blijkt dat onze gezondheidszorg met deze patiënten helemaal niet omkan. Ze werkt het zelfs allemaal mee in de hand door een ontspoorde diagnosetendens waarbij men altijd maar nieuwe ‘stoornissen’ probeert te benoemen om die nadien te kunnen behandelen met overmedicatie en veredelde hondendressuur. Ook de gezondheidszorg is dus doordrongen van commerciële druk en een marktgericht denken. Idem voor het onderwijs trouwens, ook daarover brengt Verhaeghe een aangrijpende getuigenis.

Neoliberalisme is het nieuwe sociaaldarwinisme

Wat de malaise in het onderwijs en de gezondheidszorg betreft, twee domeinen die Verhaeghe van nabij kent, lezen we in Identiteit een beklijvende, historisch-culturele duiding. Die baseert zich op een sterk onderbouwde analyse die de ethicus en historicus Gie van den Berghe al maakte in zijn boek De mens voorbij (2008) – gratis op zijn site te downloaden – en waar de publieke belangstelling vreemd genoeg aan voorbijging. Door de instrumentele rede en de allesoverheersende ‘meten is weten’-mentaliteit liep het vooruitgangsgeloof zich te pletter op de excessen van het sociaaldarwinisme. De uitroeiingprogramma’s uit de eerste helft van de twintigste eeuw waren helaas geen plotse ontsporing maar een catastrofale uitloper van een blind geloof in wat toen moderne wetenschap heette, gecombineerd met de ideologie van vooruitgang en maakbaarheid, het veelbelovende geesteskind van de Verlichting.

Wat we vandaag meemaken, volgt helaas eenzelfde patroon: in onze postmoderne tijd is de maakbaarheid van de maatschappij, via de bevrijdingsideologie van mei ’68, gekanteld in de maakbaarheid van het individu. Economisch succes geldt hier helaas als hét criterium. ‘Onszelf ontdekken’ transformeerde naar ‘onszelf maken’ en dat gleed uit in ‘het’ maken. Daardoor zijn we zodanig met onszelf bezig dat we de drastische maatschappelijke ontwikkelingen zelfs niet opmerken. De liefde en het gemeenschapsgevoel zijn in vrije val en individuen gedragen zich overal als gehaaide concurrenten.

Verhaeghe gebruikt hiervoor de metafoor van de ‘Enron-maatschappij’ naar analogie met het gelijknamige bedrijf met zijn ‘Rank and Yank’-systeem: rangschikken en buitengooien. Zij die succes hebben, geraken aan de top. De rest vliegt eruit. Het resultaat is een uitermate stressvol, frauduleus, inefficiënt en barbaars systeem. Deze metafoor is helaas van toepassing op alle dimensies van onze maatschappij. Het huidige neoliberalisme is daarbij een hedendaagse mutatie van het sociaaldarwinisme waarin we niet de ‘natuur’ maar de ‘markt’ haar gang laten gaan opdat het beste zal komen bovendrijven: zij die het hardst aan zichzelf denken, zijn de fitste, de ‘winners’.

Zij die achterblijven, de ‘losers’, daarvan wordt gedacht dat die het allemaal aan zich zelf te danken hebben omdat ze simpelweg hun verantwoordelijkheid niet namen. Zij vormen een last voor de maatschappij en eigenlijk is het beschamend, een schande zelfs, dat zij een beroep doen op solidariteit. Waarom zou je hen ‘die op hun luie krent blijven zitten’ moeten helpen? Niet de graaicultuur, maar zij die uit de boot vallen, krijgen de verantwoordelijkheid van de crisis en alle bijbehorende ellende in de schoenen geschoven (Dalrymple!).

Wetenschappelijk onderbouwd

Verhaeghe heeft de opzet van zijn boek verstandig opgebouwd. Heel wat critici die in onvrede zijn met de snijdende, linkse maatschappijkritiek van bijvoorbeeld filosofen als Slavoj Žižek of Alain Badiou, proberen die kritiek af te wimpelen door er op te wijzen dat die zich beroept op de psychoanalyse van Freud en Lacan. Dat denkkader veegt men vervolgens maar al te graag als pseudowetenschap van tafel. Verhaeghe onderbouwt zijn betoog daarom op het onderzoek van de Britse gezondheidssocioloog Richard Wilkinson en de intussen wereldbefaamde evolutionaire bioloog Frans de Waal.

Met een overvloed aan cijfermateriaal liet Wilkinson een schok door het conservatieve en liberale Verenigd Koninkrijk gaan: het is algemeen bekend dat een neoliberaal beleid de inkomensverschillen spectaculair doet stijgen en dat heeft verregaande gevolgen op nagenoeg alle criteria van gezondheid, ook bij de middenklasse en zelfs de hogere klasse. Frans de Waal daarentegen, concludeerde na een jarenlange studie van het sociale gedrag van onze nauwste verwanten, de primaten, dat zij empathisch en altruïstisch kunnen zijn, of egoïstisch en agressief. Dat zit blijkbaar ingebakken in de soort. Het is echter de omgeving die bepaalt welk gedrag zich manifesteert. Reden genoeg om te denken dat ook onze identiteit gevormd wordt in relatie tot onze omgeving. In tegenstelling tot primaten, hebben wij, als we dat tenminste willen, die omgeving ook in de hand.

Critici die het oneens zijn met deze maatschappijkritiek kunnen nu gemakshalve niet opnieuw uit hetzelfde vaatje tappen en zullen het debat inhoudelijk moeten aangaan. Daarbij botsen ze op een probleem: als men nu de discussie wel op politieke of ideologische gronden voert, dan geeft men impliciet toe dat er in vroegere discussies over de wetenschappelijkheid van de psychoanalyse – zoals die enkele maanden terug uitvoerig op DWM aan bod kwamen – wel
degelijk ideologische motivaties meespeelden. Dat werd en wordt steeds bij hoog en laag ontkend.

Een collectieve oproep

Hoewel de maatschappijkritiek van Verhaeghe in één rechte lijn door te trekken is naar een marxistische analyse in termen van ‘vervreemding’, waarbij de systeemfouten van ons financieel en economisch systeem als significante oorzaken van het huidige onbehagen aangewezen worden, doet Verhaeghe dat niet. Ook dat is slim bekeken, om dezelfde reden: zijn kritiek wordt dan binnen de kortste keren de mond gesnoerd en als iets ‘reactionairs’ aan de kant gezet, bijvoorbeeld onder de nietszeggende leuze ‘voorspelbaar links’. Het boek zou dan allicht een pak minder media-aandacht krijgen, tenzij met een overwegend negatieve focus, net op dit nochtans evidente politiek-ideologische punt.

Verhaeghe wil daarentegen iedereen, en dus ook alle politici, oproepen om de feiten onder ogen te zien om over de partijpolitieke grenzen heen oplossingen te zoeken of er tenminste toch voor open te staan. Identiteit richt zich daarbij vooral op hen die het probleem van het neoliberalisme nog niet onderkennen, of toch te licht inschatten. Om dat te bewerkstelligen benadrukt hij enerzijds dat het neoliberalisme niet de schuld van ‘de ander’ is. Het neoliberalisme, dat zijn wij tenslotte allemaal en altijd opnieuw, in onze dagdagelijkse strijd om profijtigheid. Zoals het een psycholoog betaamt, roept hij ons daarbij op in de eerste plaats onszelf, onze waarden en ook ons zelfbedrog in vraag te stellen. Al te graag vervloeken wij bijvoorbeeld die Poolse vrachtwagenchauffeurs die over onze wegen denderen, terwijl die nochtans de consumptiegoederen aanvoeren die wij verkiezen omdat ze het allergoedkoopst zijn.

Anderzijds bewaakt hij zorgvuldig een balans tussen het linkse en rechtse politieke spectrum. Hoewel hij het conservatieve, christelijke alsook het nieuw-rechtse discours fel afwijst, lezen wij bijvoorbeeld, ondanks het feit dat zijn analyse het belang van veel meer solidariteit en een samenleving op mensenmaat stellig benadrukt, geen bevlogen oproep voor het socialisme. Integendeel: verwijzend naar de visionaire maar satirische roman The Rise of the Meritocracy (1958) van de sociaal bewogen Britse politicus Michael Young, merkt Verhaeghe op dat ook het socialisme de opgang van de meritocratie bespoedigde, die vandaag zo weelderig is ontspoord.

Tevens is Verhaeghe in tegenstelling tot wat men zou verwachten, opvallend mild voor het liberalisme. Verwijzend naar Hans Achterhuis’ De utopie van de vrije markt (2010), benadrukt hij het verschil tussen het klassieke liberalisme en het neoliberalisme. Hij eindigt zijn betoog zelfs met een verwijzing naar Michel Foucault en hoe ook deze filosoof een onderscheid maakte tussen het neoliberalisme (in zijn terminologie het ‘anarcho-kapitalisme’) tegenover het liberalisme. Als kritische beweging dan wel, en dus niet in een partijpolitieke betekenis. Verhaeghe besluit met een oproep voor zo’n kritische beweging waarbij het individu als autonoom wezen via de juiste waarden en normen een gezonde evenwichtsoefening dient na te streven tussen gelijkheid en verschil, tussen individu en groep. Anders gezegd, wij moeten vandaag terug ‘wij’ leren zeggen en denken, zonder daarbij in een uitsluitend nationale of religieuze samenhorigheid te vervallen.

Politieke recuperatie?

Het mag duidelijk zijn dat Verhaeghes politieke insteek rekbaar is. Hij wil blijkbaar dat iedereen zich door zijn boodschap aangesproken kan voelen. Tevens wil hij vermijden dat zijn betoog in aanloop naar de volgende verkiezingen wordt binnengehaald in een of ander politiek programma.

Dat betekent dat wie dit verhaal voor zijn partijpolitieke kar wil spannen het niet helemaal, of zelfs helemaal niet heeft begrepen. Als conservatieven Verhaeghes nadruk op ‘ethiek’ als een bevestiging van hun gelijk interpreteren, wat bijvoorbeeld vorige week al het geval was in een onsamenhangend opiniestuk in De Morgen van een professor van christelijk-conservatieve strekking, dan is dat een gemiste kans. Identiteit heeft immers een uitgesproken sociale ethiek voor ogen die veel verder gaat dan het schaamlapje ‘het individu moet zijn verantwoordelijkheid nemen’. Dergelijke herinterpretatie tracht de maatschappelijke aanklacht niet alleen te depolitiseren, ze gaat ook nog maar eens voorbij aan het feit dat die bewierookte keuzevrijheid er dikwijls niet is, hoe langer hoe minder zelfs. Of dat heel wat maatschappelijke factoren de ontplooiing van dit ‘burgerschap’ bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken.

Als liberalen het appel aan ‘het individu’ als een bevestiging van hun gelijk willen opvatten, inclusief een nostalgische verwijzing naar die gouden tijd waarin het liberale Westen floreerde, dan houden zij ook hun oogkleppen op. Die goede oude tijd tijdens de Koude Oorlog was op zijn zachtst gezegd alles behalve onschuldig en ook allerminst de verdienste van het liberalisme alleen. Voorstanders van het kapitalisme maken sowieso de voor de hand liggende denkfout dat wij de maatschappelijke verdiensten ten gevolge van de ontwikkeling van de wetenschap en nieuwe technologie aan de vrije markt te danken hebben. Niet alleen vergeet men maar wat graag dat het neoliberalisme een uitloper van die goede oude tijd is (Thatcherism, Reaganomics), of dat ook bedrijven en ondernemers vandaag in die nefaste hypermeritocratische wedloop vastzitten, ook de overvloed aan militaire, sociale en ecologische catastrofes verdwijnen met regelmaat uit beeld.

De blauwe ideologische keuken biedt simpelweg geen afdoende recepten om iets aan de torenhoge problemen te doen waar we nu mee geconfronteerd worden. De slinger is nu eenmaal te ver naar rechts doorgeslagen. Merk op dat de liberale ideoloog Dirk Verhofstadt onlangs benadrukte dat die ‘goede oude tijd’ een mythe was (Vroeger was het niet beter!). Hij kiest er voor te volharden in een bijgestuurd maar krampachtig cultuuroptimistisch discours dat de neoliberale ellende zoveel mogelijk probeert te ontkennen. Begrijpelijk, want voor liberalen komt het bankroet van de economische en financiële sector als een complete verrassing. Men is in shock en bovendien alles behalve happig op het gezichtsverlies wanneer men onder ogen moet zien dat de oplossingen die men vanouds opperde, vandaag voortdurend door de realiteit gefalsifieerd worden en ons ook nog eens in een afgrond storten.

Het individualisme als oplossing voor het neoliberalisme? Dat klinkt dus als BMW die het milieu gaat redden, of Starbucks Coffee die de honger de wereld uit zal helpen. De nadruk op het individu en de burger, dat is bovendien in de eerste plaats een psychologische en geen politieke uitdaging. Ook dat onderstreept Verhaeghe. Guy Verhofstadt dweepte dan wel met zijn burgermanifesten in de jaren 1990, intussen weten we allemaal dat het een mooi riedeltje was voor een in wezen snoeihard neoliberaal beleid.

Bedenkingen

De keuze om als psycholoog en niet als politicoloog of politieke filosoof op de voorgrond te treden, is tegelijk de kracht en mijns inziens ook het grootste tekort van dit boek. Want ook al benadrukt Verhaeghe dat de discussie over ‘meer overheid’ of ‘meer individu’ niet de juiste discussie is, omdat er geen werkbare overheid meer is, zoals er ook geen autonoom individu meer is, toch is zijn betoog niet alleen een verzoek om een ander individu maar ook om een andere overheid. Identiteit wijst de lezer met andere woorden haarscherp op het probleem maar gaat slechts door op één deel van de oplossing. 

Ik beperk mij tot drie voorbeelden. Uiteraard heeft Verhaeghe gelijk als hij er op wijst dat gesakker op de banken weinig consequent is als je intussen je spaargeld bij een commerciële bank belegt. Maar om daar iets aan te veranderen, moet er wel eerst een coöperatieve bank of een staatsbank zijn. Die keuzevrijheid is er eigenlijk niet (Triodos heeft geen zichtrekeningen en geen pensioenfonds) en onze overheid lijkt er alvast alles aan te doen om dat te voorkomen, onder druk van de financiële sector. Daarom is het van belang dat alle politici dit boek lezen en samen politieke oplossingen zoeken. 

Vervolgens, Verhaeghe heeft zeker ook gelijk wanneer hij er op wijst dat het verkeerd is om ‘de ander’ de schuld van het neoliberalisme in de schoenen te schuiven zonder eerst zelf eens in de spiegel te kijken. Maar Verhaeghe wijst daarnaast ook meermaals op de onrechtvaardige, groeiende structurele ongelijkheid. Sinds Occupy en de Indignados weet iedereen dat het neoliberalisme samenvalt met een neofeodalisme: de zogenaamde 99% is de dupe van 1% die vooral de eigen privileges beschermt en alles gewetenloos naar zich toetrekt, ongeacht de sociale en economische ellende die het veroorzaakt (cf. de onthullingen over de fondsen van BNP Paribas!).

Om daar iets aan te veranderen, is er in de eerste plaats de politieke wil nodig. Met tentjes op straat lukt dat helaas niet, hoe belangrijk die ook zijn inzake aanklacht en bewustwording. Heel wat liberalen beseffen intussen gelukkig ook, door schade en schande, dat dit niet langer houdbaar is. Kortom, Verhaeghes metafoor van Enron-maatschappij is niet alleen van toepassing op alle dimensies van onze maatschappij, maar eveneens op onze maatschappij in zijn geheel. Dat vraagt om vergaande politieke ingrepen.

Ten derde, Verhaeghe wijst er op dat “De ongeduldigen onder ons menen dat een diepgaande maatschappelijke verandering het best gestalte kan krijgen via het opleggen van een nieuw ideologisch systeem, vaak op een abrupte, revolutionaire manier. De geschiedenis laat zien welke prijs de mens daarvoor betaalt: elke revolutie eet haar eigen kinderen op.” Daar valt veel over te zeggen. De vraag is natuurlijk wat hij daar juist mee bedoelt en vooral wie hij daarmee viseert. We mogen toch niet vergeten dat het een nieuwe Olympische sport lijkt te zijn om een karikatuur te maken van linkse denkpistes, in de hoop dat men ze dan niet meer serieus hoeft te nemen.

Er zijn bij ons bijvoorbeeld geen radicaal linkse partijen die ‘het systeem’ mordicus weg willen. Zij trachten het systeem alleen maar, in de evenwichtsoefening die politiek is, zo hard mogelijk aan banden te leggen om de onmenselijke excessen ervan in te dijken. Waarom is men dan toch zo bang van links? Waarom worden zij steeds opnieuw als gevaarlijke want revolutionaire partijen aan de kant gezet, terwijl men in de eerste plaats duidelijk voor een mentale revolutie ijvert? Dat is meer dan nodig, wat overduidelijk uit Identiteit blijkt. Trouwens, als de crisis van crisissen blijft aanhouden, wat helaas wel het geval zal zijn, dan zullen ook rechtse ideologen spontaan beginnen nadenken over alternatieven voor het huidige systeem. Nood breekt wet. Voorkomen is verstandiger.

Tot slot, zoals Jan Blommaert terecht aanstipte in een recente bijdrage op DWM (Vaarwel democratie?), is de huidige crisis niet zozeer een economische maar een politieke crisis. Die moet worden opgelost, willen we iets fundamenteel aan de maatschappelijke crisis, zoals die in Identiteit geduid wordt, kunnen doen. Verhaeghe focust op de psychologische en maatschappelijke kant van het verhaal en laat de politieke en economische zoektocht aan anderen. Daar zijn zoals aangestipt goede redenen voor, wil men toegang tot een ruim publiek krijgen. Het is wellicht ook wat van het goede teveel om van een psycholoog, die reeds al de moeite doet om een overtuigende maatschappelijke analyse naar voor te brengen die op zich al veel verder reikt dan zijn vakgebied, ook nog eens die economische en politieke antwoorden te verwachten die we vandaag nodig hebben. Ondanks de hoogdringendheid valt er daaromtrent nog een lange weg af te leggen. In navolging van Verhaeghe kunnen we alleen maar beamen dat we daar alleen in zullen slagen als we voorbij het partijpolitieke gehakketak geraken, in het belang van een democratie in functie van de postneoliberale mens. Een meer sociale wereld begint ook daar: voorbij het hypermeritocratische haantjesgedrag van de politiek.

Vond je deze bespreking interessant?
Steun DeWereldMorgen.be door dit boek in onze shop aan te kopen.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

21 reacties

  • door jw op vrijdag 31 augustus 2012

    Ten eerste zou ik graag eens een heldere uiteenzetting zien van het concept 'neoliberalisme'. Ik denk dat het dit Artikel ten goede zou komen het kernbegrip eerst en vooral eens goed - en zo mogelijk concreet - te kaderen.

    (Onder neoliberaliteit versta ik - en ik redeneer vanuit de politieke economie - een wettelijk geformaliseerd keurslijf, een Gestalt of Scales, zeg maar een totaalbeeld dat gaat van het individu tot de onderneming. Dat als paradigma een grote interactie kent met het globaliseringsdiscours. Tot volle bloei gekomen in het begin van de jaren '80 met opeenvolgende Washington Consensus en de Post Washington Consensus. Ondanks het feit dat trickle down effecten van economische groei ondertussen als regelrechte bullshit bewezen zijn, blijft het neoliberale denken in onze maatschappij gebrand door het "there is no alternative" effect van het globaliseringsdiscours, die m.b.v de nog steeds meest populaire neoklassieke economische theorie conventionele beleidsmaatregelen uit de WC periode probeert te herformuleren naar vandaag. [bvb. WC zegt privatisering, dit veranderde in de PWC naar flexibele arbeidsmarkten, dat vandaag geherformuleerd wordt naar deregulatie van de arbeidsmarkt] En zo dus de neoliberale hart van het paradigma in stand houdt.)

    Ik heb het boek nog niet gelezen, maar wat ik hieruit opmaak doet me de toon wat té maatschappij pessimistisch overkomen. Ik denk niet dat men neoliberalisme als uitsluitend negatief moet voorstellen. Ik denk dat ik daarmee behoor tot de mensen die geen radicale verandering van onze instituties vruchtbaar acht, maar eerder voorstander is van incrementele vooruitgang. Ik ben er tezelfdertijd ook heilig van overtuigd dat die vooruitgang niet van de elites kan komen, noch economisch, noch politiek, maar dat wij vandaag in een wereld leven waar het van op de grond kan/moet opgebouwd worden. Hoe? (jeugd)cultuur, leerkrachten(!!), opvoeding(!!), verenigingen, digitale fora, evenementen.

    Het enige wat ons nog rest is een duidelijke boodschap formuleren (lees vertalen), want als je bommen dropped zoals hierboven zal elke druk beneoliberaliseerde medemens geen tijd hebben die te ontcijferen. Ook de typische 'rage against the machine' boodschap lijkt me weinig zinvol als was het maar om eens tien minuten headbangend uw malcontentie en frustratie proberen weg te schudden. Het is een beetje zoals een auto in brand steken, schoon vuurtje, kleine voldoening, weer werk voor de verzekering, brandweer, ambulance... conclusie is dat het BBP weer wat omhoog gaat...

    In die zin zie ik weer het plotse nut van zondag naar de kerk gaan in. Niets met kerk te maken, niets met god te maken, maar één dag in de week waarop we institutioneel nadenken over wat we de volgende week gaan doen. Dit hoeft niet begeleid te worden door één of andere charismatische kinderlokker, ik zie het veel liever in de vorm van wekelijkse muziekfestivals.

    Ma bon, ik kan zo blijven lullen, back to work voor mij. Bedankt voor het artikel, ik lees het boek spoedig!

    • door Robrecht Vanderbeeken op vrijdag 31 augustus 2012

      Lees het boek en je hebt meteen een beeld van het neoliberalisme in het dagdagelijkse leven. Voor een sterke en gevatte historisch-politicologische analyse kan je terecht bij het standaardwerk van David Harvey, A Brief History of Neoliberalism.

    • door Eline l op vrijdag 31 augustus 2012

      U geeft hierboven inderdaad een mooie illustratie van neoliberalisme: Geen aandacht voor de (centrale) rol van een nijpende financiële en economische crisis veroorzaakt door een neoliberale graaicultuur waarbij zowel de herverdelingsmechanismen die nog door liberale denkers werden verdedigd, als de economische leefbaarheid van het middenveld, het verenigingsleven onderuit worden gehaald. In plaats daarvan uitgaan van een illusoire eindeloze groei en geen inzicht in de economisch (en sociaal en ecologisch) destructieve effecten van de groeiende structurele ongelijkheid. Daarnaast een beetje fantaseren over (publieke?) voorzieningen om de jeugd (het individu) binnen een verarmende maatschappij herop te voeden (want dat is natuurlijk het eerste dat de lege maag vaneen jonge crimineel nodig heeft), en dat betaald met die illusoire groei natuurlijk. En vervolgens de kosten en baten analyse, de harde economische cijfers als finaal argument waaraan al de rest (het leven) ondergeschikt dient te zijn. Heel mooi dat de transacties en het BBP verhogen: het zijn nietszeggende cijfers die grotendeels luchtbellen omvatten waar je ook maar kijkt. En dat hele systeem wordt gemanipuleerd en steeds uitgebreider van bovenaf gecontroleerd door hedgefunds, rating agencies en grootbanken, terwijl deze neoliberale methoden de laatste beschermingsschotten tegen die graaicultuur gretig weghalen.

      • door Eline l op vrijdag 31 augustus 2012

        Excuses. Dat nmoest op de reactie hierboven zijn, maar hij wilde het eerst niet plaatsen.

      • door jw op vrijdag 31 augustus 2012

        U vond mijn reactie een mooie illustratie van neoliberalisme? ik zal misschien wat moeten verduidelijken:

        eerst mijn excuses om de centrale rol van de fin/eco crisis niet de nodige aandacht te geven. Die beschikt volledig over een neoliberale handtekening, de graaicultuur daarentegen zie ik als universeel probleem dat lang na het neoliberale tijdperk nog floreren zal. Het belang van het herverdelingsmechanisme werd handig onderuit gehaald met het aangenomen trickle down effect van economische groei (tot op vandaag inderdaad jammerlijk en bijna overal gedefinieerd als BBP-groei, hoewel er in de ontwikkelingseconomie en de Zuid-Zuid dialoog al een tijdje afstand van wordt genomen. Eerst via "pro-poor-growth" eind de jaren '90 met de niet onverdienstelijke MDGs tot gevolg, daarna spijtig genoeg gekaapt door het concept "inclusieve groei" die de focus weer terugdringt op BBP) De discussie over de holheid van het concept BBP daar ga ik nu niet over uitweiden, maar voor mij staat dat bloot aan dezelfde fundamentele verschrikkingen als die bij het debat rond de homo economicus. Beperkt toepasbare logica, vergif als men het verkeerdelijk interpreteert. Die transacties verhogen het BBP, dat was dan ook als ironische afsluiter bedoeld. Ironie, het werkt altijd beter met het juiste timbre. Meer hierover vind u terug bij Tim Jackson in Welvaart Zonder Groei.

        "daarnaast een beetje fantaseren over (publieke) voorzieningen om de jeugd binnen een verarmde maatschappij herop te voeden"... Als ge 't zo stelt, ik wist niet dat ik zo Orwelliaans kon overkomen. Ik bedoel het gewoon zo dat systeemverandering, al dan niet via revolutie, niet van de gevestigde macht met hun interdependente belangen zal komen. Ik probeer hier gewoon naar een alternatieve oplossing te zoeken, en ben voorstander van de grassroot bewegingen, zeker met de nieuwe communicatiemogelijkheden van vandaag. En over illusoire groei heb ik het nooit gehad, al sinds de Club van Rome zit ik op hun standpunt. Ik heb in de tijd nog een thesis geschreven over Peak Oil, dezelfde theorie waaruit Jeremy Rifkin zijn Derde Industriële Revolutie haalt, dit soort van denken probeer ik hier te doen, alternatieven zoeken in plaats van de vinger in de wonde steken. (cf. http://www.youtube.com/watch?v=9e0UofNMzKM)

        En dan als laatste tot de auteur gericht, bedankt voor de leestip, als ik er u ook een mag doen zou ik "Spiegelpaleizen" van Rudy Doom kiezen, die het ganse neoliberale verhaal mooi over de wereld verspreid, en waarbij het ook direct duidelijk wordt waarom we (lees EU/OESO) hierover weinig klaagden in de jaren '90.

    • door Bernardus12 op vrijdag 31 augustus 2012

      Mensen en bewegingen belachelijk maken, is simpel

    • door Joop Schouten op dinsdag 4 september 2012
  • door Robrecht Vanderbeeken op vrijdag 31 augustus 2012

    Een aanklacht op het neoliberalisme biedt als boek altijd een interessante steekproef om eens te peilen naar de ideologie van onze reguliere media. Voelen ze zich aangesproken en zien ze het als een aanleiding om deze zaak enig gewicht te geven en er dus op door te gaan? Het onderwerp is alleszins relevant genoeg. Of houden ze het eerder blauw-blauw, om de adverteerders en de bedrijfswereld waartoe ook zij behoren niet te veel voor het hoofd te stoten?

    En ja hoor, in De Standaard (24 aug) staat een recensie die na een inhoudelijk verslag afsluit met de bedenking dat we voor een maatschappelijke analyse toch beter bij een socioloog eerder dan een psycholoog terecht kunnen. Vreemd want Verhaeghe baseert zich op het werk van de socioloog Wilkinson. Tevens lezen we dat het boek ‘te vol’ zou staan. Wat daarmee wordt bedoeld, vernemen we niet. We moeten het doen met de hoogstpersoonlijke appreciatie van de recensent. Stemmingmakerij dus. Een andere recensent zou ‘te vol’ evengoed ‘erudiet’ kunnen noemen. Toeval zegt u? Misschien wel.

    De dag erna publiceerde DS een gesprek tussen Verhaeghe en Paul De Grauwe, voorstander van de vrije markt en VLD politicus. Kwestie van de ‘balans’ wat te bewaken en de scherpe kantjes er af te vijlen? De Grauwe wordt duidelijk opgevoerd om met onliners het boek te relativeren, maar moet daarvoor een dermate grote spreidstand nemen, dat hij zichzelf voortdurend tegenspreekt. We lezen bijvoorbeeld dat hij het boek ‘gevaarlijk’ vindt. De titel van het stuk ’Echtscheidingen, zijn die ook al de schuld van het kapitalisme?’. Toch benadrukt De Grauwe zelf dat er een probleem is met het systeem – ‘het huidige systeem deugt niet’- en dat het anders moet; hij vindt de kritiek van Verhaeghe ‘overdreven, op het gevaarlijke af’. Waarom? Hou je vast: ‘Het kapitalisme bestaat al honderden jaren en het neoliberalisme verschilt niet radicaal van wat we al tweehonderd jaar kennen’; hij oppert dat de slinger nu teveel in de andere (lees: linkse) richting dreigt door te slaan, maar daarna benadrukt hij dat hij zelfs veel verder zou gaan dan Hollande in Frankrijk: geen 75% maar 100% belastingen voor inkomsten hoger dan 1 miljoen. Ironisch genoeg eindigt De Grauwe met de bedenking dat men zijn paradigma in vraag moet durven stellen. ‘Wetenschappers lopen altijd het risico verliefd te worden op hun model.’ Kortom, hij blaast warm en koud door elkaar om zoiets als een ‘tussenpositie’ in te nemen die moet doorgaan als ‘genuanceerd en gematigd’ ten opzichte van het ‘radicale’ verhaal van Verhaeghe. Toeval?

    De vertaling van de ophefmakende rede ‘Neem het niet!’ van Stéphane Hessel, de geestelijke vader van de Indignados, bleef in de recensie (DS 13 juli) evengoed hangen op het oordeel ‘sterk verhaal maar zwak boek, erg jammer, hopeloos onafgewerkt’. Deze keer was het afwijzende argument van formele aard: het boek is slecht vertaald, slecht vormgegeven, etc. Mag zoiets dan niet gezegd worden misschien? Natuurlijk wel, maar de recensent maakt er zijn hoofdpunt van in zijn bespreking, alsof er niets zinniger over te zeggen valt, en stimuleert daarbij de lezer vooral om het boek niet te lezen. Deze recensent staat nota bene bekend om zijn neoliberale sympathieën, elders in zijn geschrijf in diezelfde krant. Toeval? Dit is geen mooi voorbeeld van hoe men een belangrijk verhaal op een sluikse manier in diskrediet kan brengen? Allemaal losstaande gevallen van individuele medewerkers of mensen die geïnterviewd worden?

    Een lezing van Verhaeghe die eerst op DWM stond, werd in DS overgenomen nadat ze netjes was gecensureerd: http://www.dewereldmorgen.be/blogs/robrecht-vanderbeeken/2012/02/06/de-dubbele-moraal-van-onze-kwaliteitskrant

    Ook toeval? Systematische ‘toevalligheden’ worden in de wetenschappen tendensen of wetmatigheden genoemd. Q.e.d.

    • door Mysjkin op zaterdag 1 september 2012

      Paul de Grauwe zegt:

      "Maar vandaag zie ik de slinger weer naar de andere kant bewegen, weg van het harde neoliberale beleid.’" (DS Weekblad 25/08/2012)

      U maakt hiervan:

      "hij oppert dat de slinger nu teveel in de andere (lees: linkse) richting dreigt door te slaan"

      Er is niets waaruit kan opgemaakt worden dat hij denkt dat de slinger teveel in de andere richting doorslaat, nog uit dit citaat, nog uit de context van het citaat. Ik denk eerder dat hij blij is met die (voor een groot deel nog te realiseren) verschuiving naar links. Paul de Grauwe's betoog is enkel paradoxaal voor dogmatici die elk aspect van de vrije markt afwijzen. In hun manicheïstisch wereldbeeld is geen plaats voor een vrije markt die zowel goede als slechte kanten heeft, slechte kanten die (serieus) kunnen worden afgevijld.

      • door Robrecht Vanderbeeken op zaterdag 1 september 2012

        U citeert selectief. Er staat: 'De Grauwe: Paul (Verhaeghe) heeft een punt als hij zegt dat de markten aansturen op een Duits model. En daar ben ik nadrukkelijk géén voorstander van. Maar vandaag zie ik de slinger weer naar de andere kant bewegen, weg van het harde neoliberale beleid.' Die 'maar' slaat dus op het gesprek ervoor, waar De Grauwe ten onrechte de kritiek van Verhaeghe als Marxistisch afschildert. Dat zou dan een reden zijn om het te verwerpen, 'gevaarlijk', volgens deze politicus van VLD. We lezen ook dat De Grauwe het Duitse model geen goed idee vindt. Wauw, is dat een nieuw programmapunt van Open VLD en geen inconsistentie dan? Het gaat in dat geval de goede kant op met de liberalen.

        Tevens hanteert De Grauwe een ander non-argument om de kritiek van Verhaeghe opzij te zetten. Verhaeghe kijkt eenzijdig, ziet alleen de ellende in zijn kabinet. Maar de rest van de mensen zijn vrolijk hoor. Dat is dus pure ontkenning. Het is toch net daar, in de hulpverlening dat we kunnen vaststellen dat er iets fout loopt? Moet eerst iedereen bij de therapeut aankloppen voor we kunnen zeggen dat er iets mis is met onze maatschappij? Wie vandaag ontkent dat er iets mis is, die goed-nieuws show, die is gevaarlijk bezig, strooit de mensen zand in de ogen. VLD gaat voor een optimisme, uit angst voor N-VA. Dat is dus opportunisme, louter partijpolitiek.

        Uit uw andere vraag hieronder blijkt tevens uw dogmatisch scepticisme, uiteraard kan je in Identiteit heel wat meer lezen dan wat Wilkinson aantoonde. Lees het boek anders eens?

        • door Mysjkin op zaterdag 1 september 2012

          Paul de Grauwe is reeds sinds 2003 geen senator meer bij (Open) VLD en in een interview in de De Morgen een tijdje terug heeft hij zijn beklag gedaan over die periode. Of hij nog lid is, weet ik niet, maar zijn huidige standpunten komen totaal niet overeen met het partijprogramma van de VLD. Hij is voorstander van zeer hoge belastingen voor grote inkomens, voorstander van een vermogens belasting, is tegen de besparingen die Europa en België momenteel doorvoeren, en is tegen buitensporig hoge lonen voor topmanagers zowel in de private als de publieke sector (vandaar die belasting van 100%) . Ik denk niet dat er veel mensen van de VLD met die standpunten akkoord gaan. Vroeger was Paul de Grauwe economisch (zeer) rechts, maar sinds de financiële crisis heeft hij een grote bocht naar links gemaakt, maar een marxist is hij dus nog niet :) In elk geval vind ik hem een belangrijke gezaghebbende tegenstem in het publieke debat, tegen het heersende paradigma dat zware besparingen absoluut noodzakelijk zijn.

      • door Le grand guignol op zaterdag 1 september 2012

        U schrijft: "Paul de Grauwe's betoog is enkel paradoxaal voor dogmatici die elk aspect van de vrije markt afwijzen. In hun manicheïstisch wereldbeeld is geen plaats voor een vrije markt die zowel goede als slechte kanten heeft, slechte kanten die (serieus) kunnen worden afgevijld."

        Wanneer we "de slechte kanten serieus afvijlen" kunnen we in wezen niet meer spreken over een vrije markt die onderhevig is aan de grillen van de - zo gezegde - 'onzichtbare hand' dan wel over een gereguleerde markt waarbij de overheid maatregelen neemt om de markt te 'temmen' en op die manier (een deel van) de economie terug onder democratische controle te brengen. Echter, de kritiek op het neoliberalisme gaat veel verder.

        "De neoliberale doctrine is […] in wezen extreemrechts, en het wordt tijd dat we dit ook zo zeggen. Het is niet zomaar een theorie waarmee men de economie organiseert, het is veel ruimer dan dat: het is een samenlevingsmodel. Als economische theorie is ze waardeloos en zelfs behoorlijk rechtse economen bevestigen dat. Als samenlevingsmodel is ze, zoals het fascisme, een aanval op alle waarden die we tot het wezen van onze samenleving rekenen” (Blommaert, 2011: 100).

        De kritiek op het neoliberalisme afdoen als een kritiek op een economisch model (o.a. de vrijemarktwerking) is bijgevolg ruim ontoereikend als tegenargument. Temeer omdat onder het neoliberalisme (het principe van) de marktwerking geëxtrapoleerd wordt naar andere levensdomeinen en op die manier de samenleving ondergeschikt maakt aan een 'marktfundamentalisme' waarbij sociale en politieke verbanden in een dogmatisch economisch keurslijf geperst worden. Omdat de politieke overheid in een 'marktsamenleving' een aanzienlijk deel van haar bevoegdheden uitbesteedt aan 'de markt' wordt de marktwerking bekeken als regulator van de samenleving. Het herverdelingsvraagstuk is binnen het neoliberale model geen kwestie meer van politiek dan wel van economie (cf. 'trickle-down'), met alle gevolgen van dien.

        "Neoliberalism is an effort to extend the reach of market logic, to apply it as an organizing principle for all social and political relations. As such, it represents a particularly muscular form of economic liberalism that has few ties to the political liberalism of any era. In practice, neoliberal governance prioritizes economic freedoms at the expense of political freedoms as well as democratic values such as egalitarianism, universalism, commitments to an active citizenry, and conceptions of a public good. [...] It is not a revival of the drive to limit state power so that markets, understood as a natural mode of human relations, can flourish independently. It is a movement to integrate state and market operations, mobilize the state on behalf of market agendas, and reconfigure the state on market terms" (Schram, Fording, & Soss, 2009: 2).

        Het neoliberalisme behelst in wezen een socioculturele - en geen louter economische - omwenteling waarbij alles en iedereen onderworpen wordt aan een theoretisch model. Het 'marktfundamentalisme' tracht, als ideologie, de samenleving in een theoretisch model in te passen. De samenleving is met andere woorden ondergeschikt aan het theoretische model, i.e., de ideologie, en dat geeft aanleiding tot perverse uitwassen.

        "In the name of the scientific programme of knowledge, converted into a programme of action, an immense political operation is being pursued [...], aimed at creating the conditions for realizing and operating of the 'theory': a programme of methodical destruction of collectives (neo-classical economics recognizes only individuals, wether it is dealing with companies, trade unions or families). The moverment [...] towards the neo-liberal utopia of a pure, perfect market takes place through transforming and, it has to be said, destructive action of all the political measures [...] aimed at putting into question all the collective structures capable of obstructing the logic of the pure market: the nation-state, whose room for manoevre is steadily shrinking; work groups, with for example the individualization of salaries and careers on the basis of individual performance and the consequent atomation of workers; collectives defending workers' rights - unions, societies, and cooperatives; even the family, which, through the segmentation of the market into age groups, loses some of its control over consumption. Deriving its social force from the political and economic strength of those whose interests it defends [...] the neo-liberal programme tends overall to favour the separation between the economy and social realities and so to construct, in reality, an economic system corresponding to the theoretical description, in other words a kind of logic machine, which presents itself as a chain of constraints impelling the economic agents". (Bourdieu, 1999: 95-96).

        De betreffende omwenteling heeft gevolgen voor zowel de identiteit alsook voor de samenleving in haar geheel en het zijn die gevolgen die Verhaeghe in zijn boek voor het voetlicht brengt. Het betreft met andere woorden een MAATSCHAPPIJKRITIEK. Uiteraard zal men altijd trachten om het debat opnieuw te verengen tot een economische polemiek - dat is eigen aan het neoliberalisme - en vanuit dat perspectief verbaast het me niet dat men De Grauwe, als econoom, tegenover Verhaeghe plaatst.

        * Blommaert, J. (2011). De heruitvinding van de samenleving. Berchem, B: EPO. * Bourdieu, P. (1998). Acts of Resistance. Against the Tyranny of the Market. New York, US: The New Press. * Schram, S. F., Fording, R. C., & Soss, J. (2009). Governing the poor: The rise of the neoliberal paternalist state. Paper prepared for presentation at the 2009 Annual Meeting of the American Political Science Association, Toronto, Canada. Retrieved from http://ssrn.com/abstract=1449997 [pdf: http://law.buffalo.edu/nepoc09/pdf/schram09.pdf ]

        • door Robrecht Vanderbeeken op zaterdag 1 september 2012

          Goed gezien Le Grand Guignol; men probeert het neoliberalisme af te bakenen als een economisch probleem (containing), iets technisch zelfs. Dat verantwoordt dan weer het inschakelen van technocraten (zakenkabinet) die de democratie even opzij schuiven om het ‘vuile werk’ te doen. Zoals je elders aanstipte, bieden die technocraten het voordeel dat ze geen politieke ambities hebben en zich dus geen zorgen hoeven te maken om hun publiek imago, in tegenstelling tot onze politici. Die zouden, zoals dat hoort in een democratie, electoraal afgestraft worden voor een beleid dat radicaal ingaat tegen de wens en de belangen van de mensen die ze vertegenwoordigen.

          Wat ook opmerkelijk is, is hoe die volksmythe van ‘de vrije markt’ het steeds blijft doen. Die vrije markt bestaat gewoon niet. Er is ook geen enkele liberale politicus die voor een absoluut vrije markt pleit, aangezien zoiets binnen de kortste keren transformeert in tirannieke monopolies (prijsafspraken, uitbuiting, etc.). Zelfs een rabiate hardliner als Hayek kiest voor een regulerende staat. Rechts paait zijn kiezers doorgaans met de belofte dat ze minder belastingen zullen moeten betalen, maar zeggen er niet bij dat de kosten van onderwijs, transport, gezondheidszorg, publieke diensten, kortom: het leven, dan wel allemaal omhoog zullen gaan. ‘De belastingen’ is het probleem niet, wel hoe die besteed worden en wie wat betaalt.

          Wat dat laatste betreft, ook bij ons bestaat die vrije markt helemaal niet. Onze ondernemers en bedrijven ondergaan een door de overheid gestuurde concurrentievervalsing omdat multinationals er mee weg geraken om hier weinig tot geen belastingen te betalen, de prijs die wij moeten betalen opdat ze hier zouden blijven. Grote ketens duwen de kleine zelfstandige zo met gemak uit de markt, ondermeer omdat de belastingsdruk daarmee op de schouders ligt van de middenstand en de burger. Diezelfde middenstand richt zijn frustratie op links, ‘de oorzaak van al die belastingen’, en stemt op rechts. Daarmee legt men zichzelf eigenlijk de koord rond de nek. ‘Belastingen’ is helemaal geen privilege van links. Ook rechtse partijen zitten in de regering en stemmen die wetten. Belastingen zijn ook nodig. Links pleit voor een rechtvaardige verdeling van de belastingen: de grote spelers in verhouding een groter aandeel. De Grauwe zit trouwens ook op die lijn.

  • door Joop Schouten op vrijdag 31 augustus 2012

    Dit boek lijkt mij een 'mind opener' en standaardwerk. Ik ga het kopen en lezen. Tijdens onze zoektocht naar een nieuw economie ontbreekt een belangrijke denker: Silvio Gesell. Ik schat in dat Paul dit ook vindt..

  • door Piet De Pauw op zondag 2 september 2012

    Paul Verhaeghe maakt van het neo-liberalisme een stroman, die hij dan deskundig afmaakt. Dit is een goedkope truuk.

    Paul Verhaeghe verward ook de problemen in de huidige samenleving met het neo-liberalisme.

    • door svdl op maandag 3 september 2012

      Bekijk eens de documentaire "the coorporation". Zeer verhelderend, analytisch , en zwaar onderbouwd. Het zal veel helpen om de drive, de idee van het neoliberalisme te begrijpen. Ik denk dat de documentaire nog altijd gratis te downlaoden is en anders kan je op Youtube deze wel vinden.

  • door Lievepepermans op maandag 3 september 2012

    Discussies over neoliberalisme, wat dit ook precies mag betekenen, of allerhande politieke systemen waar men al dan niet voorstander of tegenstander moet van zijn, zijn niet aan mij besteed. Maar een begrip als identiteit begrijp ik wel en dat er in de huidige maatschappelijke evoluties stront aan de knikker is, dat zie en begrijp ik ook. 't Zal de schuld van de slachtoffers zijn of zoals Karel De Gucht het zich onlangs zeer tekenend, liet ontvallen: Er zijn wat veel gehandicapten in dit land. En nog: deze keer opgetekend uit de mond van burgemeester Lippens: Waarom al die aandacht voor wie niet meekan. Tja, enkelen onder ons geven voorlopig nog blijk van zoiets als een geweten. Onze samenleving en ik doel daarmee op alle Westerse samenlevingen zijn niet echt realistisch in hun doelen: We willen alles, we willen het goedkoop, we willen het nu. The sky is the limit en die grens is onderhand bereikt op alle mogelijke manieren. Dat zegt het gezond verstand. Ik ben niet meer geinteresseerd in analyses, hoe correct, uit welke hoek benaderd, mooi en intellectueel knap geschreven ook. Voor de heer, is 't professor Paul Verhaeghe maak ik graag een uitzondering. Ik ben op zoek naar kering, naar actie. Mijn verzuchting is een samenleving op mensenmaat. Een samenleving waarin behoeften van mensen reël zijn. Een samenleving waarin het verantwoord is om kinderen op de wereld te zetten en op te voeden. Anders dan voor kinderen van andere mensen, zoals ik vermoed, is met mijn kinderen het leven opnieuw begonnen. Er is mijn inziens geen grotere illusie dan de vooruitgangsgedachte die deze wereld in zijn greep houdt en enkel recht geeft aan de sterksten om de rest met stukken en brokken achter te laten.

    • door t.aerts op zaterdag 13 oktober 2012

      beter laat dan nooit. (en 't gaat ok zo snel in medialandschap,... 'k kan niet volgen)

      M'n later reactie: 'k vind jouw repliek erg goed, en wijs.

      (en ook, 'k ben blij - net als jij blijkbaar - dat ik het boek van Paul Verhaeghe, Identiteit, heb gelezen).

      ------------------------------------------- http://users.skynet.be/tony.aerts/BoekenDemocratieTransitieKlimaat.html -------------------------------------------

      • door Lieve Pepermans op zaterdag 13 oktober 2012

        Ik lees jammer genoeg tegenwoordig nog zelden een goed boek. Jammer want er worden zeer zinnige dingen gepubliceerd. Soms denk ik dat je het allemaal moet durven loslaten. De discussies, het eeuwig heen en weergepraat om over te gaan tot actie, hoe die er verder ook mag uitzien. Spiralen doorbreek je door anders te reageren dan verwacht. Alleen op die manier mogen we nog hopen op een kentering, verandering. Ondertussen blijft elke discussie zinvol. Mensen behoren te weten waarop of waaronder om van daaruit hun pad te bepalen. Ik heb zoiets van niet meer met mij maar kijk Stèphane Hessel is ruim 90 en de man spreekt met het enthousiasme en de overtuigingskracht van een jong mens. De kracht ligt in het zien om naar dit zien te handelen. Ik vermoed dat daarin de opgave ligt voor de toekomst, eerder dan in het regels opstellen die voor eens en voor altijd voor iedereen moeten gelden. Succes in jouw eigen persoonlijke zoektocht. Ik kan je verzekeren, op een bepaald moment moet je die, hoe waardevol ook, afgeven. Doe daar dus iets mee.

  • door Veerle De Coninck op donderdag 13 december 2012

    Ik heb het bovenstaande artikel redelijk aandachtig gelezen. Er wordt ook zo langs de neus weg over religie gesproken... Maar dat wordt erg onderschat, hoe belangrijk religie is!! Men schrijft daar: de mens zoekt naar een antwoord op de vraag "wie ben ik?" en "wat doe ik hier?" Als je nog niet weet wie je bent... het is ver gekomen! En de tweede vraag, ja, dat is andere koek! Maar wij zijn hier om God te aanbidden! Dat is de reden van ons bestaan, en de reden waarom wij geschapen zijn! En maar kletsen over neoliberalisme en weet ik wat voor termen allemaal... Wij zijn geboren om God te aanbidden, en iedereen doet dat ook, want bv. iedereen eet en drinkt. Ja, dat zijn ook aanbiddingen van God: gewoon eten en drinken. Dus je kunt niet ontsnappen aan het aanbidden van God. God heeft ook de dag en de nacht geschapen, de dag om gunsten te zoeken en de nacht om uit te rusten. Wie niet in God wil geloven, moet dus gewoon maar stoppen met slapen! Geen aanbidding van God meer! Gedaan ermee, ik geloof niet! En dan wil ik nog zeggen: wie gelooft in God, moet ook bidden, en vasten is ook verplicht. Wie dat niet doet, gaat na zijn dood gewoon naar de hel!

    • door Lieve Pepermans op donderdag 13 december 2012

      Dat religieuze daar heeft een modern mens het toch zo moeilijk mee terwijl het dat helemaal niet is. Religie kadert in zingeving. Die haal je niet uit materiele welvaart en economische waarden. Religie beantwoordt aan diepere noden van een mens en het staat je vrij daar iets in te zien of niet. Ik begrijp in die zin totaal niets van de hetze tegen iedere religieuze duiding, hoe die er verder inhoudelijk ook uitziet. Dat de behoefte aan zingeving en spiritualiteit nooit eerder zo groot geweest is, is mij evengoed bijzonder duidelijk.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties