Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Media verliezen vertrouwen

In een studie over 'de toestand van het institutioneel vertrouwen in Vlaanderen', die het Leuvense Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek recent publiceerde, maken de media geen al te beste beurt.
vrijdag 13 juli 2012

Via een representatieve steekproef bij 711 Vlaamse kiezers, werd eind 2010 en begin 2011 gepeild naar hun vertrouwen in 10 instellingen. De politie (5,4 op 10) scoorde het beste, gevolgd door vakbonden (4,4) en de koning (4,3). Onderaan de lijst vinden we de regering (4), de politieke partijen (3,7) en de Kerk (2,5). De media (pers, TV, radio, kranten) bevinden zich met 4,1 in de middenmoot. 10,2 en 33,4 procent van de ondervraagden zegt respectievelijk 'zeer weinig' en 'weinig' vertrouwen te hebben in de media; de percentages die 'veel vertrouwen' en 'zeer veel vertrouwen' aangeven, zijn beperkt tot 17,1 en 0,6 procent.

Er zijn weinig verschillen tussen de aanhangers van verschillende partijen. SP.A-kiezers (4,8) hebben het meest vertrouwen in de media, gevolgd door kiezers van CD&V (4,3), Groen (4,1), N-VA (3,9), Vlaams-Belang en Open VLD (3,8). Er is ook significant meer vertrouwen in de pers bij 18 tot 34-jarigen dan bij ouderen. Het vertrouwen is ook groter bij wie hoger onderwijs volgde en bij arbeiders. Het vertrouwen in de media -dezelfde evolutie geldt overigens ook voor de andere instellingen- daalde significant sinds de Leuvense onderzoekers in 1995 met deze bevraging van start gingen. Het percentage dat 'veel' tot 'zeer veel vertrouwen' heeft in de media, daalde in de periode 1995-2010, van 38,9 tot 17,7 procent. De groep met 'weinig' tot 'zeer weinig vertrouwen' steeg van 16,8 tot 43,6 procent. Opmerkelijk is de sterke daling in 2007, die dat jaar overigens ook politieke partijen, parlement en gerecht trof. De onderzoekers zien een verband met de aanslepende regeringscrisis dat jaar.

ISPO-onderzoeker Marc Swyngedouw relativeert de eigen onderzoeksconclusies over de daling van het vertrouwen in de media sinds 1995. “De toestand van de media anno 1995 is immers niet meer vergelijkbaar met die in 2012, omdat het medialandschap sindsdien totaal veranderd is,” aldus Swyngedouw, onder meer verwijzend naar de opkomst van de sociale media, de vermenigvuldiging van het aantal tv-zenders, de ontzuiling enz. Daarnaast is er volgens hem een onmiskenbaar verband tussen het vertrouwen in politieke instellingen en de media, hetgeen de gelijklopende sterke daling in 2007 zou kunnen verklaren.“Ik kan het niet bewijzen maar we vermoeden dat er een sterk verband bestaat tussen hetgeen mensen denken over de centraal democratische instellingen zoals parlement, regering en politieke partijen, en omliggende actoren zoals pers en gerecht. Als het slecht gaat met de ene straalt dat ook af op de andere,” aldus Swyngedouw.

Een en ander betekent volgens de Leuvense socioloog evenwel niet dat er geen problemen zijn in het medialandschap en dat de bevolking wel degelijk vragen heeft bij de kwaliteit van de berichtgeving. “Ik denk hierbij aan de perceptie dat sommige journalisten en media te nauw aanleunen bij bepaalde politieke partijen of stromingen.” Dat de jongeren nog het meest vertrouwen hebben in de media, is niet zonder meer een aanduiding dat de toestand in de toekomst zal verbeteren. “Het zou immers kunnen dat ook zij, zoals hun oudere leeftijdsgenoten, snel afhaken." De media moeten zich volgens Swyngedouw derhalve bezinnen. “De vijf tips die de website Apache recent lanceerde om het vertrouwen in de media te herstellen, lijken zinvol om er een debat over op te starten,” aldus Swyngedouw, die ondermeer verwijst naar het pleidooi dat de overheid haar steun aan de pers moet richten op aanwerving van extra-journalisten.


Luc Vanheerentals



 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

Eén reactie

  • door Daniël Verhoeven op vrijdag 13 juli 2012

    Ik had het onderzoek al eerder gelezen, en aangezien de resultaten van ISPO onderzoek overeenkomen met gelijkaardige surveys zal dit onderzoek wel niet slechter of beter zijn uitgevoerd dan andere. Het ligt in de lijn van de verwachtingen van vorige gelijkaardige onderzoeken, maar kunnen we er ook iets mee aanvangen?

    Goed dat Luc Van Heerentals verwijst naar de vijf tips van Apache, maar ik denk dat de journalisten van Apache geen nood hadden aan dergelijk onderzoek om die vijf tips op te stellen. Hebben die niet eerder te maken met hun ervaringen in de mediawereld zelf, de mediapraxis. Dat de media niet geloofwaardig zijn kan je verder opmaken uit uitgebreidere analyses van de medipraxis door I.F. Stone, Noam Chomsky, Edward Herman en Serge Halimi, Nick Davies en anderen. Maar dat terzijde.

    Laten we het onderzoek zelf eens op de rooster leggen. Hier kan je het raadplegen: http://soc.kuleuven.be/web/files/6/34/InstitutioneelVertrouweninVlaanderen.pdf

    1) Het is een survey op basis van een volgende vraag: “Aan de respondenten werd volgende vraag voorgelegd: “Kunt U voor elk van de volgende instellingen zeggen of U daar veel of weinig vertrouwen in hebt?” Vervolgens werd de lijst van tien instituties overlopen. Respondenten kregen vijf antwoord-categorieën aangeboden, gaande van “1 – zeer weinig vertrouwen” tot “5 - zeer veel vertrouwen” (p. 10).

    Drukt het antwoord op die vraag 'in abstracto' ook het werkelijke vertrouwen in de onderzochte instituties uit? 'In abstracto' want op het moment dat die vraag gesteld wordt stelt zich het probleem van vertrouwen niet. Het probleem stelt zich een stuk pregnanter in concrete situaties, als bvb men beroep moet doen op de politie, het gerecht, de vakbond... Zal de ondervraagde die van een zeer laag vertrouwen in de media blijk geeft tijdens de survey, toch niet De Metro meepikken als hij op de trein stapt en die toch inderhaast aandachtig napluizen? Kwestie van te weten wat er reilt en zeilt? Intussen is de agenda van de gesprekken op het werk toch wel weer gezet, niet? En daar worden meningen gevormd.

    Ik weet ook niet wat er zich allemaal afspeelt tussen de 'in abstracto's' en 'in concreto's', maar uit surveys kan je dat nooit opmaken. Het is gissen voor mij, maar ook voor de onderzoekers

    2) De auteurs geven zelf een grote foutenmarge toe omwille van de lage responsgraad, 65% en de disproportionaliteit van de steek proef. Maar als ik het goed begrijp zijn ze alleen bezorgd over het eventuele onevenwicht in de vertegenwoordiging van de politieke partijen: “te verhelpen door een weging door te voeren op basis van geslacht, leeftijd en opleiding, zodat de steekproef representatief is m.b.t. deze kenmerken” (p. 8-9) 33,3% hoger kader in de steekproef, is dat wel evenwichtig? Is dat opnieuw gewogen?

    Een evenwichtige indeling in inkomenscategorieën had ik daarentegen een stuk relevanter gevonden. Nu ja, ik kan mij voorstellen dat aan respondenten vragen om hun belasting aangifte voor te leggen, niet voor zichzelf spreekt. Maar dat zijn dan ook de limieten van dergelijke surveys. Toch denk ik dat daarui heel wat informatie zou te halen zijn. Temeer daar men er ondertussen dank zij Wilkinson en Picket achter is dat inkomensverschillen er wel degelijk toe doen in zaken als vertrouwen, sociale cohesie, levensverwachting etc.

    3) De auteurs stellen een achteruitgang van vertrouwen vast in instituties, maar slagen er niet in om verhelderende verbanden te leggen tussen wantrouwen in politieke instellingen en de media. Ik denk dat je dat ook niet uit zo'n survey kan halen. Te onbetrouwbaar. Sorry voor de paradox. Nu ja Swyngedouw veronderstelt wel dat er een verband is, hij is ook niet van gisteren.

    Zou dat verband niet gemakkelijker aan te tonen zijn door de journalistieke praktijk te analyseren? Journalisten en politici zijn als het ware tot elkaar veroordeeld. Voor de journalist zijn de politici grondstoffen, voor de politici zijn de journalisten gedroomde luidsprekers. Het schijngevecht tussen beide, of de paringsdans tussen politicus en journalist onder de loep nemen zou misschien iets meer duidelijk maken.

    4) het belangrijkste dat ik mis is de context van het hele gebeuren. Alleen al het feit dat ander onderzoek uitwijst dat het algemeen vertrouwen (in onze medeburgers) in dezelfde periode afneemt zou een bel moeten doen rinkelen. En hoe verhoud dat vertrouwen zich tot te cohesie binnen onze maatschappij is maar een van de vele vragen die bij mij opkomt die ik me stel als ontevredene met de huidige situatie. Wat ben je ermee als leidraad voor veranderingen? Het zou ons te ver leiden, maar in dat licht vind dergelijk onderzoek in grote mate nutteloos.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties