about
Toon menu
Reportage

Burundi 50 jaar. Stilstaan in verandering

BUJUMBURA - Ze hebben de vijftigste verjaardag van hun onafhankelijkheid met een dag vertraging gevierd, de Burundezen. Maandag 2 juli. Urenlang defileerde jan en alleman voorbij een tribune met veel schoon volk. Zelfs de door de partij van de president weinig geliefde société civile stapte dit jaar mee op. Guy Poppe was die dagen in Burundi en keek vanuit de verte toe.
woensdag 4 juli 2012

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Aangezien Omar al-Bashir (Soedan), Robert Mugabe (Zimbabwe) en Paul Kagame (Rwanda) niet waren afgekomen, was er geen reden om Filip en Mathilde thuis te houden. Ze kregen zelfs een stoel naast de Congolese president Joseph Kabila.

Ik herinner het me nog levendig. Oktober 1993. Overdag lijken onderweg naar Gitega, gewoon in het midden van de straat. 's Avonds staan de heuvels rond Bujumbura in brand. Maart 1999. Avondklok om elf uur. Bujumbura is een dode stad. Letterlijk soms. Als ik op mijn terras zit te werken, hoor ik beneden in de stad de granaten ontploffen.

2001. De vredesovereenkomst is een jaar oud. In de volkswijk Kamenge moeten we wegduiken achter een muur, want de rebellen zijn er baas. Het lijkt gisteren wel, zo sterk staat het in mijn geheugen geprent.

Zondagnacht 1 juli 2012 loop ik om half twee 's nachts in Bujumbura door het havengebied op zoek naar de daar ergens geparkeerde auto. Op verscheidene plaatsen in de stad komt de muziek uit een bar me toewaaien. Niets lijkt de viering van de vijftigste verjaardag in alle peis en vree in de weg te staan. Als je wat afstand neemt en terugblikt in de tijd, besef je dat Burundi een ander land geworden is.

50 années, 50 oeuvres

"Waarom hebben ze die feesten een jaar lang voorbereid en waartoe heeft het vele geld gediend dat ze er tegenaan gegooid hebben?", vraagt Yves Ndayikunda zich af. Hij is de directeur-generaal van Ceprodilic-Adepe. Zijn organisatie heeft in de buurt van Muramvya een modelhoeve neergepoot waar ze boeren uit de heuvels vertrouwd willen maken met betere teelttechnieken voor hun koeien en geiten en een andere aanpak voor hun gewassen. 

Het Belgische prinsenpaar komt er 's anderendaags op bezoek en dus moet Yves die 2de juli ernaartoe om na te gaan of alles goed gaat verlopen. "Dat is het verschil, ja, er komt een prins op bezoek en dus kan ik op zo'n feestdag niet rustig thuis blijven, maar moet ik de hort op; voor het overige: wat is er dit jaar anders in vergelijking met andere jaren?" 

De vijftig werken die de regering naar aanleiding van de cinquantenaire uitgevoerd wil hebben - gezondheidscentra, een stadion, scholen, een ruimte met palmbomen, een monument, neen, ze kunnen Yves niet overtuigen: "Zich een jaar inspannen om één dag te feesten, en wat daarna?” Zijn aanvoelen is dat hij de dag daarna in hetzelfde land als vandaag opstaat.

Hutu Power

Decennia-, zo niet eeuwenlang, heeft een elite de lakens uitgedeeld in Burundi. Toen prins Rwagasore in 1961 met glans de verkiezingen won (1), deed hij dat als modern politicus én als zoon van de mwami. De koning van Burundi, zijn hofhouding en de Ganwa-edellieden die het land sinds mensenheugenis geleid hadden, dachten op die manier ervan verzekerd te zijn dat de onafhankelijkheid niet te veel rimpels zou veroorzaken.

Toen het leger vijf jaar later Rwagasores halfbroer van de troon zette, nam de Hima-clan binnen de Tutsi-minderheid, die in de strijdkrachten hoge posten bekleedde, de touwtjes in handen. Toen bij de verkiezingen van 2005 de tot partij omgesmede rebellen van CNDD-FDD het heft in handen kregen, was het beurt aan een toplaag van Hutu om vanuit hun politieke machtspositie ook economisch de zaken naar hun hand te zetten.

Burundi nam een bocht van 180 graden. Na Ganwa en Hima was het de beurt aan Hutu. Een grotere ommezwaai kun je je niet voorstellen. Maar is voor de boeren in de heuvels het leven drastisch erop verbeterd nu een kaste met wortels in hun gemeenschap zich in de cenakels van de macht genesteld heeft?

Democratie

Enkele dagen voor de vijftigste verjaardag organiseert de société civile een seminarie. Er zijn documentaires te bekijken die heikele zaken aanpakken. De verkiezingen als sluitstuk van de democratie bijvoorbeeld. Een van de geïnterviewde Burundezen neemt geen blad voor de mond: "We hebben parlementsverkiezingen gehouden om de muzungu (blanken) een plezier te doen".

Het geloof in de parlementaire democratie is na amper zeven jaar niet bijster groot meer. Een systeem, opgedrongen door de blanken, de man staat niet alleen met zijn mening.

Een andere stem wijst erop hoe telkens weer één bepaald thema de verkiezingen van hun eigenlijke doel afleidde: "In 1961 wilden de Burundezen een einde maken aan het kolonialisme, in 1993 hadden ze schoon genoeg van de door Tutsi gedomineerde eenheidspartij, in 2005 moest en zou er een einde komen aan de oorlog." 

Aangezien de verkiezingen van 2010 op een fiasco uitgedraaid zijn - de meeste oppositiepartijen trokken zich terug, met door hen opgeschroefde fraudeklachten als argument, is er tot dusver nooit een stembusslag geweest die rond programma's draaide.

Bijgevolg heeft de kiezer nooit de kans gehad om te stemmen voor wie er in zijn ogen het best armoede en corruptie kan bestrijden. Er waren altijd andere katten te geselen. Alsof armoede en corruptie niet de gesels van het huidige Burundi zijn. Zo was het vroeger, zo is het nog.

Bodemrijkdommen

Straatarm is Burundi, volgens de barometer van de VN, de index voor menselijke ontwikkeling, het op twee na armste land ter wereld. Binnenkort wonen de Burundezen met zijn negen miljoen samen op een oppervlakte kleiner dan België. Ze leven er van wat de schaarse grond hen opbrengt en de productie van koffie, thee en katoen voor de export. Volkomen afhankelijk van de prijzen op de wereldmarkt zijn ze.

Industriële productie hebben ze nauwelijks. Mocht er Heineken niet zijn ... De leegte op het ruime opslagterrein in de haven spreekt boekdelen.

Grondstoffen heeft Burundi niet. Het voert wat goud uit, al komt dat soms uit de Congolese ondergrond. Mensen vertellen dat ze als kind coltan uit de bodem schraapten, maar tot een formele exploitatie is het nooit gekomen. Er zijn sporen van uranium en platina, wolfram en zeldzame mineralen, maar hoe groot het potentieel is, is niet duidelijk. 

Idem dito voor de olie in het Tanganyikameer. Al jaren brengen firma's de nikkellagen in kaart, maar tot exploitatie is het tot dusver niet gekomen. "Il y a longtemps que l’on parle de ce nickel, j’entendais cela quand j’étais petit", liet minister Manirakiza onlangs optekenen. Is wat er al jaren aan beloftevols aan de horizon opdoemt dan toch een fata morgana?

De koffieoorlog

Je drinkt hem in al zijn vormen en gedaantes, tot café macchiato toe, in de Aroma en andere hippe koffiebars in Bujumbura. De boeren in de heuvels mikken voor hun overleving op goede koffieprijzen bij ons. Dat valt dit jaar tegen. Net in de periode dat de strijd om de wasstations in alle hevigheid woedt. Onder druk van de Wereldbank moet de overheid die stations, waar de boeren jaren zonder morren en zonder nadenken hun bonen afgezet hebben, privatiseren.

Vanaf 1992 worden de meeste gerund door een Sogestal (Société de Gestion des Stations de Lavage), waarin overheidsgeld samengebracht is met particulier kapitaal. Dat is vaak afkomstig van rijke, in de politiek gepokt en gemazelde Burundese handelaren. Geen van hen heeft veel zin in eigendomsoverdracht.

Dat proces valt tijdens de burgeroorlog stil. Maar vier jaar geleden heeft de laatste rebellengroep zich omgeturnd tot een politieke partij en bijgevolg heeft de Wereldbank haar concept afgestoft. 

De boodschap is helder: geen privatisering van de koffiewasstations, dan ook geen geld voor gratis gezondheidszorg voor pas bevallen moeders en baby’s onder de vijf jaar. Dan moet het maar, de keuze is gauw gemaakt.
 
Bij de eerste openbare aanbesteding krijgt een multinationale onderneming de voorkeur. Het Zwitserse Webcor neemt dertien wasstations over. Maar haar aanpak, vooral haar wijze van betalen, strijkt de koffieboeren zo tegen de haren dat ze verleden jaar, onder impuls van CENAC, de koepel van hun coöperaties, weigeren om hun bonen aan Webcor te verkopen. Hun actie haalt zelfs het Burundese tv-journaal. Gedweeë boeren die op straat hun gram halen. Zeg nog dat er niets veranderd is in Burundi.
 
De race op de wasstations is open verklaard. Op de 103 waar een Sogestal het nog altijd voor het zeggen heeft. De overheid, grote commerçanten, multinationals en nu al meer dan honderd coöperaties staan elkaar naar het leven. Oude stations dreigen failliet te gaan, nieuwe gaan open.

Elf coöperaties hebben het heft in eigen handen genomen. Zij moeten bewijzen dat ze tegen de Wereldbank, hun regering en de banken in levensvatbaar zijn. Koffie blijft in het middelpunt van de economische bedrijvigheid staan. Zo was het al in de tijd van de Belgen.

De begroting

Burundezen zijn met een baksteen in hun maag geboren. Ze bouwen als gek. In Bujumbura toch. Het ene hotel na het andere, strandrestaurants, protserige villa's en een glazen mastodont die het mausoleum van Rwagasore in de schaduw zet. Er zijn andere tijden aangebroken. Je moet maar hopen dat de koloniale art déco de bouwwoede overleeft. Wat je ziet, zijn vooral verblindende façades die verbergen dat er weinig of geen echte investeerders op Burundi afkomen.

Op impulsen van de overheid hoeven ze niet te wachten. Burundi heeft geen investeringsbudget. Dus blijft de economische relance in de startblokken zitten. En betogen de inwoners van Bujumbura tegen het dure leven.

Van het werkingsbudget gaat er 70 procent naar lonen voor ambtenaren. Leerkrachten, militairen en politieagenten incluis, samen meer dan 100.000 man. Als die van de Wereldbank op afslankingen zouden aandringen, dat ze dan beseffen dat het vredesakkoord voor duizenden rebellen een plaats in de strijdkrachten bevochten heeft. Schrap hun baan en je riskeert hommeles.

Terloops, Burundi krijgt zeven keer minder steun van de donoren voor zijn overheidsbegroting dan Rwanda. Zeven keer! Moeten de Burundezen dan toch maar hardop roepen dat de bloedbaden en de slachtpartijen van de jaren negentig het predicaat 'genocide' verdienen? Komt er misschien, zoals in Rwanda, meer geld in het laatje.

Persvrijheid

Eric Manirakiza woont ook in de wijk Kinindo en brengt me de laatste avond terug thuis. Hij is de directeur van RPA, Radio Publique Africaine, een toonaangevend radiostation. Dat de persvrijheid in Burundi in de regio haar gelijke niet kent, dat beaamt hij volmondig. Die evolutie is niet meer terug te draaien.

Of de veroordeling onlangs van journalist Hassan Ruvakuki tot levenslang een aanslag daarop vormt, vraag ik hem, voor ik hem uitwuif en hij de nacht inrijdt. "Bien sûr", repliceert hij meteen, daaraan maakt hij niet veel woorden vuil.

Ik denk terug aan de training over media en democratie die ik Burundese journalisten in 1999 gegeven heb. Ze schreven voor bladen die nooit meer uitkwamen of werkten voor een radio die rebellen steevast 'genocidaire terroristen' noemde. Daar kan Burundi niet meer naar terug, prevel ik tegen mezelf, als ik het laatste nummer van Iwacu in mijn koffer steek. Een uitstekende doorlichting van een ondermaatse economie. Een magazine dat zowel de veranderingen als de stilstand in Burundi belichaamt.

Guy Poppe

Guy Poppe is oud-journalist van de VRT-radionieuwsdienst die jarenlang Centraal-Afrika volgde. Hij was de voorbije dagen in Bujumbura naar aanleiding van de feestelijkheden voor de 50ste verjaardag van de onafhankelijkheid van het land.


(1) Over de tragische gebeurtenissen die daarop volgden, heeft de auteur 'De moord op Rwagasore, de Burundese Lumumba' geschreven, verschenen bij EPO in 2011.