about
Toon menu
Opinie

Wij willen werken, desnoods langer en voor minder geld!

De regeringsonderhandelingen hebben duidelijk een gevoelige snaar geraakt bij heel wat mensen. Het hele land staat op zijn achterpoten, want iedereen moet langer en meer werken. Vakbonden roepen op tot staken, komen op straat om te betogen. Het werk wordt stil gelegd.
vrijdag 8 juni 2012

Tolereert onze (neoliberale) maatschappij mensen met een handicap?

Meer en langer werken?

Ik begrijp de reacties van de mensen, maar de commotie rond de pensioenen staat in schril contrast met mijn dagelijkse job. Elke dag zie ik mensen die op een bepaald moment in hun leven de boodschap gekregen hebben dat ze niet meer kunnen gaan werken. Dit zijn mensen zoals u en ik. Mensen die door een verkeersongeval, een hersenbloeding, hartfalen, … een niet-aangeboren hersenletsel hebben opgelopen. 

En telkens opnieuw krijg ik van hen dezelfde vraag voorgeschoteld. Ik zou graag terug gaan werken. En dan moet ik ook telkens hetzelfde antwoord geven: “een betaalde job zal spijtig genoeg niet meer lukken voor u". Vanwege de motorische en cognitieve beperkingen die ze opgelopen hebben, kunnen ze het werktempo niet meer aan. 

Dus wat doen we met deze personen? We proberen ze te heroriënteren naar een dagcentrum, een tehuis niet-werkenden, een vrijwilligersjob ,… Kortom we steken ze weg. Want onze maatschappij kan niks meer met hen doen. En dit voelen ze ook. 

Vaak gaan deze eerste gesprekken gepaard met heel veel weerstand. We spreken dan ook al vaak dat ze weinig ziekte-inzicht hebben en dat ze nog vastzitten in hun verwerkingsfase. Ook hun omgeving voelt dit. Vrienden vallen weg, familieleden komen minder vaak over de vloer. Ook sociaal worden deze mensen minder interessant.

Maar wat we vaak niet zien, is hoe onze maatschappij deze mensen systematisch uitsluit, alle goede bedoelingen van de zorgsector ten spijt.

The self-destroyed man?

De nieuwe richtlijnen binnen de zorgsector rond het Perspectiefplan 2020 wil personen met een handicap de kans geven om opnieuw een plaats in de maatschappij te vinden. Geld wordt vrijgemaakt voor initiatieven rond mantelzorg, ondersteuningsplannen, persoonlijk assistentiebudget, persoonsvolgende convenanten, … Kortom geld om personen met een handicap de kans te geven hun leven te organiseren in de maatschappij.

Maar geeft ons huidig maatschappijbeeld de kans aan hen om dit ook effectief te kunnen uitvoeren? In onze neoliberale maatschappij worden we al heel vroeg opgevoed met de idee dat we de beste moeten zijn, dat we moeten presteren. En als dit dan ten koste is van de ander dan zouden we misschien ook van collateral damage kunnen spreken. 

In de crèche worden baby’s al gescreend en worden hun 'prestaties' al gemeten. Vergelijken wij als ouder onze baby’s niet in termen van: "de onze die kan al dit en de onze die kan al dat, …” De uitwassen van onze prestatiemaatschappij zijn al snel voelbaar. 

Zo hoorde ik het verhaal van een collega wiens zoontje in de tweede kleuterklas een opmerking had gekregen omdat hij zijn eigen naam nog niet op zijn communicatieblaadje kon schrijven. De mythe van de selfmade man kan al snel als een boemerang in zijn of haar gezicht terugkomen op het moment dat deze niet meer meekan in de alledaagse mallemolen.

De grenzen schuiven op en almaar meer mensen vallen uit de boot. Mensen zonder handicap, tenzij we ook voor hen een stoornis zouden kunnen vinden die verklaart waarom ze niet mee kunnen met de rest. Maar laten we terugkomen op de mensen met een handicap. Ook zij vallen uit de boot, want kunnen niet meer presteren. Hun winstmarge is te klein, hun werktempo te laag. Onze maatschappij is gericht op het individu en als dit individu niet meer meekan, dan moet deze vervangen worden. De wegwerpcultuur ten top gedreven. Want ook je eigen individuele belangen zouden kunnen worden vertraagd door deze ander. 

Creëren we op deze manier niet een tweede mythe? Deze van de self-destroyed man. De kloof tussen de sterkeren en de zwakkeren wordt groter. Wanneer je tot deze zwakkeren behoort, moet je al hemel en hel bewegen om uit die situatie te geraken en is de kans ook groot dat het alleen maar erger wordt. De rijken worden rijker, de armen armer. Sterk en rijk, arm en zwak; het lijken almaar meer synoniemen van elkaar. Het beeld van Don Quichot is nooit veraf. 

Ook mensen met een handicap behoren tot deze zwakke groep. En zolang er niks aan onze maatschappijvisie verandert, vrees ik dat ze steeds als zwak zullen worden gezien. En dat er van integratie geen sprake kan zijn.

Jasper en Mieke

Jasper wordt als 9-jarige opgeschept door een auto. Hij ligt 3,5 maand in coma en moet twee jaar lang revalideren. Gevolg: een niet-aangeboren hersenletsel. Hij zit in een rolstoel, zijn aandacht is verzwakt, hij is snel afgeleid, heeft last van ongecontroleerde bewegingen. Hij volgt buitengewoon onderwijs type 1. Type 1 wil zeggen: sociale vorming als voorbereiding tot wonen in een beschermde leefomgeving. Vrij vertaald: er is geen plaats voor deze persoon in onze maatschappij. Op zijn 21ste zit zijn schoolcarrière erop en start de zoektocht naar een verdere tijdsbesteding. 

Jasper wil graag werken. Hij ziet rondom hem jongeren van zijn leeftijd de arbeidsmarkt intrekken en heeft diezelfde ambitie. Maar wie wil er hem een job geven? Er wordt gekeken naar vrijwilligerswerk. Maar ook wie onbetaald en vrijwillig anderen wil helpen, moet aan een aantal kwaliteitseisen voldoen. Kwaliteiten die Jasper niet heeft. Vrijwilligerswerk zou voor hem een stap zijn naar sociale integratie. Iets wat binnen het Perspectiefplan 2020 zeker wordt benadrukt. Maar dit vraagt van onze maatschappij de tijd en ruimte om ook hem een plaats te geven.

Op dit ogenblik gaat Jasper naar een dagcentrum waar er gekeken wordt naar aangepaste dagbesteding en ook arbeidsbesteding omdat onze maatschappij die niet kan voorzien.

Mieke is nog maar enkele weken in het dagcentrum. Mieke kreeg op haar 21ste een hartstilstand. Op dat ogenblik was ze net 6 weken gestart als verpleegster in een algemeen ziekenhuis. Na 2 jaar revalidatie is ook voor haar de conclusie een niet-aangeboren hersenletsel waardoor ze niet meer terug kan naar de arbeidsmarkt. Door haar cognitieve problemen en verminderde kracht in de handen kan ook zij het werktempo niet aan. Ondanks die boodschap denkt Mieke wel nog dat ze op een dag weer aan de slag kan als verpleegster. 

Ze ziet haar komst naar een dagcentrum als een tussenstap naar vrijwilligerswerk om op die manier genoeg ervaring op te doen om opnieuw een betaalde job te kunnen uitvoeren. Wij als hulpverlener gaan er opnieuw vanuit dat deze laatste stap niet mogelijk zal zijn. En hopen dat Mieke hier op een dag genoegen mee zal nemen.

Kortsluiting

De motivatie voor ons als hulpverlener om de stap naar een betaalde job af te remmen, ligt er voornamelijk in dat op het moment dat ze terug in het arbeidsveld stappen ze hun invaliditeitsuitkering kwijt geraken. Een voorzichtigheid die ingebed zit in het systeem. 

Op dit ogenblik zijn er twee circuits: een circuit van arbeid en een circuit van hulpverlening. Aan de ene kant betalen mensen belastingen op basis van geleverde arbeid. Aan de andere kant krijgen personen geld omdat ze geen arbeid kunnen verrichten. En de overgang van de ene naar de andere gaat altijd gepaard met veel moeilijkheden en onzekerheden.

Een oplossing zoeken voor deze tweedeling zal voor het kabinet-Vandeurzen de echte opdracht worden. We kunnen niet bezig blijven met het uitvinden van nieuwe systemen om de onwil van onze neoliberale meritocratische wereld om personen met een handicap (de have not’s) een plaats te geven, te blijven maskeren.

Koen Browaeys

Koen Browaeys is als psycholoog werkzaam in een dagcentrum voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel.  Daarnaast is hij ook werkzaam als psychoanalytisch psycho-therapeut.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

3 reacties

  • door froels op vrijdag 8 juni 2012

    Tegelijk werken èn een uitkering ontvangen wordt al enkele jaren aangeklaagd als HET sociale misbruik bij uitstek.Vergeet de belastingsontwijking van grote bedrijven; werken met een uitkering is veel erger. De achterliggende verklaring en mechanismen van de regelgeving en maatschappelijke organisatie is, dat winstoogmerk en onaantastbare eigendomsrechten de allesoverheersende prioriteiten zijn van de rijke groepen die deze maatschappij vorm geven. Ofschoon dit "onze" maatschappij wordt genoemd, waarin "wij" dit doen en dàt nalaten, worden de beslissingen genomen door de 1% (een symbolische term van de Occupy beweging). De politici zijn de uitvoerders van deze beslissingen waarvan ze de gevolgen op lange termijn meestal niet beseffen. Experten en commerciële media zorgen elke minuut van de dag voor de hersenspoeling waar niemand aan ontsnapt. Nu en dan worden we met de neus op de gevolgen geduwd (bvb de bank- en eurocrisis) maar die was door 'niemand' voorzien. Trouwens, zgn. crisissen gaan gepaard met enorme winsten; vanwie wordt grotendeels verborgen gehouden (beursspeculanten zijn anoniem). Hoe kan daar nog plaats zijn voor gehandicapten? De titel van dit artikel klonk enigszins verwarrend; pas nu begrijp ik dat "wij" de mensen zijn met hersenbeschadiging. Wellicht kent Koen Browaeys de publicaties van prof Paul Verhaeghe over de impact van de prestatiecultuur op de psyche van de mensen?

  • door zoedt op vrijdag 8 juni 2012

    “De grenzen schuiven op en almaar meer mensen vallen uit de boot. Mensen zonder handicap, tenzij we ook voor hen een stoornis zouden kunnen vinden die verklaart waarom ze niet mee kunnen met de rest.” Als maar meer mensen zien zich nu verplicht om naar psychologen of psychiaters te gaan… verplicht om een therapie te volgen… enkel en alleen omdat ze anders op straat staan. Hier in de buurt met sociale woningen, wonen vooral “weggestokenen” … nog een betaalbaar plekje… Wij kennen al die problemen al jaren… en aanklagen is totaal zinloos geworden… Onze enige hoop kan nog komen van een politieke partij die een echte oplossing in zijn programma zet… van de heer Vandeurzen verwachten we geen hulp… het blijft al jaren bij betuttelende liefdadigheid. Een poging van zoedt: Een basisinkomen voor iedereen van bij de geboorte en levenslang + de vrijheid om aanvullend te werken naar eigen mogelijkheden en op eigen tempo… met financiële vergoeding. Een verpleegster kan dan eventueel dagelijks een spreekuurtje houden voor de buurtbewoners. Vooral jonge ouders zijn vaak onzeker. Moeten we naar de dokter met die buil, een splinter weghalen, een wonde ontsmetten… Veel mensen kunnen wel enkele uren of dagen de zorg voor een huisdier opnemen. Wij zouden het ook op prijs stellen als er goedkope taxidiensten zouden zijn om boodschappen te doen… een dienst die ook voor enkele uurtjes per dag kan aangeboden worden. Een uurtje koffiehuis openhouden… in eigen woning… Ook mensen met een handicap zijn creatief genoeg … geef ze allen de kans. En samengaand met de problematiek van werk… Vandaag worden gehandicapten en andere uitkeringsgerechtigden zwaar bestaft wanneer ze een woning willen delen… Houden van en zorg dragen wordt als misdaad aanzien? Vandaar een basisinkomen én belastingen dienen individueel berekend te worden. Om dit alles mogelijk te maken is belasting op aangekochte goederen beter dan op arbeid. Meer… zoedt via facebook

  • door Le grand guignol op vrijdag 8 juni 2012

    Ik vind de term "the self-destroyed man" zeer goed gekozen, temeer omdat hij, in meer of mindere mate, lijkt op te gaan voor iedereen die deel uitmaakt van de neoliberale meritocratische maatschappij - ik zeg bewust niet: samenleving. 'Self-made' leidt binnen een dergelijke context vaak tot 'self-destructed' omdat structurele maatschappelijke knelpunten vertaald worden naar individuele tekortkomingen, gebreken of beperkingen - en dat geldt overigens niet alleen voor mensen met een fysieke en/of verstandelijke beperking. Zaken als ondersteuningsplannen, persoonlijk assistentiebudget en persoonsvolgende convenanten kunnen inderdaad een meerwaarde bieden voor de personen in kwestie. Echter, bij de betreffende maatregelen, die als een oplossing voor de aanwezige knelpunten worden voorgesteld, zien we opnieuw een doorgedreven focus op het individuele of micro-niveau, in uiterst beperkte mate op het meso-niveau (bv. mantelzorg), terwijl het macro-niveau blijkbaar is wat het is en vooral zo moet blijven. Een dergelijke neoliberale beleidsvisie haalt als het ware de angel uit het politiek-maatschappelijke debat waardoor maatschappelijke knelpunten, die van structurele en niet van individuele aard zijn, gedepolitiseerd worden. Integratie - net zoals vele andere bevoegdheden - komen op die manier niet meer toe tot het primaat van de politiek maar vallen in een neoliberale maatschappij onder het primaat van de economie en in het bijzonder het primaat van de (competitieve) marktwerking. [Ter zijde: Het is overigens niet toevallig dat interventies of begeleidingsvormen die geen direct economisch rendement opleveren uitbesteed worden aan vrijwilligerswerk en mantelzorg.] Dit geeft aanleiding tot een aanpak die zich hoofdzakelijk, zo niet uitsluitend, richt tot de bestrijding van de (individuele) symptomen en niet tot de eigenlijke oorzaken van de aanwezige knelpunten. Moet ik er nog bij vertellen dat de betreffende aanpak en beleidsvisie in wezen de stigmatisering van het individu in de hand werkt: 'blaming the victim'?

    Ik kan me een situatie herinneren waarbij we, als begeleiding, de boodschap van een 'beschutte werkplaats' kregen dat we voor een aantal personen met een verstandelijke beperking een andere oplossing moesten zoeken: o.a. de motoriek van de betreffende personen liet het niet toe om de verhoogde productie van de 'beschutte werkplaats' te kunnen volgen. Dit was voor alle duidelijkheid niet de overtuiging van de begeleiders van de betreffende 'beschutte werkplaats' dan wel het gevolg van het feit dat ook 'beschutte werkplaatsen' zich alsmaar meer marktconform moe(s)ten opstellen. De impact van die beslissing op de cliënten was enorm groot: ze werden niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk, als persoon, afgedankt; geofferd op het altaar van de markt. Daarbij moet ook nog gezegd worden dat 'beschutte werkplaatsen', o.a. ten gevolge van de hoge productievoorwaarden, alsmaar meer moeilijkheden ondervinden bij het aantrekken en afsluiten van nieuwe contracten. Als een gevolg van de competitieve marktwerking draagt arbeid, vanuit het voornoemde perspectief, niet bij tot integratie dan wel tot desintegratie en vervreemding; iets dat overigens niet alleen van toepassing is bij mensen met een beperking.

    In tegenstelling tot het beeld dat het beleid tracht te promoten bevinden de knelpunten zich niet zozeer op het individuele of micro-niveau dan wel op het meso- en macro-niveau; in het bijzonder bij de wijze waarop politiek vandaag de dag bedreven wordt. Onder invloed van het neoliberale gedachtegoed besteedt de politieke overheid een groot deel van haar bevoegdheden uit aan de markt en tegelijkertijd maakt de politieke overheid zich ondergeschikt aan de betreffende marktwerking. Sterker nog: de overheid integreert de marktwerking in haar eigen beleidsvisie en beleidskeuzes. Bijvoorbeeld: overheden moeten gerund worden als een bedrijf; overheden moeten zich, op alle overheidsniveaus, profileren als een sterk merk; en overheden moeten ervoor zorgen dat alle belemmerende structuren en organisaties die de vrijheid van de marktwerking in de weg staan opgeheven worden. De politieke overheid draagt dus in grote mate zelf bij tot het proces van atomisering waarbij die overheid mens en samenleving trachten in te kapselen in iets wat eufemistisch een 'marktsamenleving' genoemd kan worden. Binnen een dergelijke competitieve marktcontext gaan individuen met elkaar in de clinch ten behoeve van economische indicatoren en principes (bv. efficiëntie, effectiviteit, inzetbaarheid). Die economische indicatoren hebben nagenoeg enkel betrekking op winstmaximalisatie waarbij men ervan uitgaat dat winstmaximalisatie vruchten oplevert waar iedereen van mee kan genieten. We weten ondertussen dat dit larie en apekool is; als het water stijgt zijn er ook heel wat scheepjes die zinken omdat ze vastgekluisterd zitten aan de zeebodem. Dat voor wat het macro-niveau betreft.

    De vermarkting van de samenleving heeft ook een grote invloed op het meso-niveau en bij deze richt ik me tot het sociaal en pedagogisch werk alsmede tot het ruimere middenveld. Immers, in een 'marktsamenleving' is het middenveld in het beste geval overbodig en in het slechtste geval een belemmering voor het overheidsbeleid. In een marktcontext bestaat er geen middenveld omdat die marktcontext, over het middenveld heen, een directe band aangaat met de individuen die van de betreffende marktcontext deel uitmaken. De marktwerking holt met andere woorden het middenveld uit en reduceert de taak van het middenveld van een (actief) beleidsmakend tot een louter beleidsuitvoerend orgaan in functie van een competitieve marktwerking. Immers, binnen een 'marktsamenleving' wordt de marktwerking zelf aanzien als rechtvaardige regulator omdat maatschappelijke knelpunten worden vertaald naar individuele knelpunten, gebreken en tekortkomingen. De marktwerking verdoezelt met andere woorden die structurele knelpunten (bv. sociale ongelijkheid en uitsluiting) waarover bijvoorbeeld het sociaal en pedagogisch werk zich bekommert. Indien het middenveld in een dergelijke beleidsvisie meegaat haalt dat middenveld zichzelf in wezen onderuit. Binnen een 'marktsamenleving' geldt politiek, en bij uitbreiding politiek engagement, enkel als beschermer en stimulator van de markt waardoor ook de eigenheid van de politiek an sich wordt uitgehold en politiek verwatert tot 'policing'. 'Policing' is eigenlijk niets anders dan het managen van een samenleving en de sociopolitieke orde binnen een vooropgesteld referentiekader. Binnen een neoliberale context wordt dat referentiekader gevormd door de marktwerking. Omdat neoliberaal getinte politici en politieke partijen niet meer aan politiek doen, i.e., maatschappelijke transformatie door het wijzigen van machtsverhoudingen, komen we terecht in een permanent status quo. Evenwel krijgt men niet de indruk dat we met een status quo te maken hebben omdat: (1) de markt voortdurend in beweging is; en (2) structurele maatschappelijke knelpunten in en door een 'marktsamenleving' verdoezeld, miskend en zelfs ontkend worden.

    Vandaar dat er een grote nood is aan een tegenkracht en die tegenkracht gaat niet komen vanuit de traditionele en evenmin vanuit de rechtse politiek. Immers, allen omarmen ze de 'marktsamenleving'. Met betrekking tot het sociaal en pedagogisch werk stel ik dan ook voor dat er sectoroverschrijdend aan zo'n tegenkracht gewerkt wordt, mogelijk met steun vanuit het ruimere middenveld. Hun bestaansrecht en -reden staan namelijk op het spel.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties