Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Christendemocratie en islamdemocratie: verschillen en gelijkenissen

GENT - Wat houdt een term als ‘islamdemocratie’ in? Wat zijn gelijkenissen en verschillen tussen islamdemocratie en christendemocratie? Hoe kunnen we de situatie in Turkije en de Arabische landen het best begrijpen? Een panel onder leiding van politicoloog Rik Coolsaet probeerde deze vragen van een antwoord te voorzien.
maandag 30 april 2012

Politicoloog Steven Van Hecke belichtte deze thema’s vanuit een Europees perspectief, arabiste An Van Raemdonck focuste op de Egyptische casus, politicus Veli Yüksel besprak de situatie in Turkije en theoloog Khalid Ben Haddou benaderde deze vragen vanuit de islamitische theologie.


Thema 1: De manier waarop we iets benoemen, bepaalt de manier waarop we reageren

Wat wordt er bepaald door een term? Hoe veel verschil maakt het te spreken over moslimdemocratie of over islamisten? De berichtgeving over de revoluties in het Midden-Oosten heeft de laatste maanden een evolutie ondergaan van positief en zelfs euforisch tot negatief als het over de lopende/afgelopen verkiezingen gaat. Hierbij wordt maar al te graag de term ‘islamist’ in de mond genomen. Na de Arabische lente is nu sprake van een islami(s)tische winter. Die woordkeuze wordt bepaald door de bijhorende connotatie. Islamist klinkt negatief, terwijl moslimdemocratie een positieve bijklank heeft.


An Van Raemdonck: "Wat betreft Egypte is dit een ietwat voorbarige vraag. Nu pas worden er islamisten verkozen, nu pas ontstaan er islamitische partijen, tot voor kort was de islam voornamelijk een sociale beweging en geen politieke. De verschillende termen die in omgang zijn, sluiten aan bij verschillende paradigma’s."

"Het eerste paradigma is dat van Fukuyama, die spreekt over de eindtijd van de geschiedenis. De Egyptenaren willen dezelfde rechten als deze die de mensen in het Westen al verworven hebben. Het kan niet beter worden dan wat het Westen heeft, er wordt gevochten voor dezelfde rechten om tot het hoogtepunt/eindpunt van de geschiedenis te komen."

"Het tweede paradigma is dat van Huntington en de ‘clash of civilizations’, waarin een angst voor extremisme schuilt. Het gebruik van de term ‘moslimdemocratie’ sluit aan bij het eerste paradigma, dat van gelijkenissen en evolutie. Het gebruik van de term ‘islamisten’ valt binnen het laatste paradigma, dat van spanning en botsing."

"De twee verschillende definities staan voor verschillende manieren om de gebeurtenissen te aanschouwen. Maar we moeten leren om door die woorden heen te kijken en te zien waarvoor de mensen op straat komen, namelijk voor sociale rechtvaardigheid."


Veli Yüksel: "De term ‘islamist’ is te extreem en wordt sterk gekoppeld aan terreurdaden. Moslimdemocratie is een betere definiëring. Christendemocratische partijen zijn geen partijen die confessioneel zijn, ze baseren zich op lekenbronnen, maar de Bijbel dient als inspiratiebron. Hetzelfde geldt voor de moslimdemocratie en het gebruik van islamitische bronnen."

"De Koran moet voor die partijen geen politiek document zijn, dat zomaar over te nemen is. De toepassing hiervan is een waardevolle oefening om aanvaard te worden in de politieke context op wereldschaal. In Turkije geldt echter een andere politieke situatie dan in de Arabische landen."

"In 1928 en later in 1937 maakte Atatürk van Turkije een lekenstaat, waarin niet naar religie verwezen wordt en de islam geschuwd wordt. De AK-partij van premier Erdogan is er als de dood voor dat ze als moslimpartij zou worden bestempeld. Een geprefereerde omschrijving is: ‘conservatie partij, met respect voor religie’."


Khalid Ben Haddou: "Deze avond brengt eigenlijk een dogmatische stelling naar voren. Er bestaat namelijk niet zoiets als ‘democratie’ in islam. Er bestaat niet één bepaalde bestuursvorm in de islam, want de profeet Mohammed heeft er nooit één aangeduid."

"Wel gelden er in dit geval twee belangrijke principes. Ten eerste het feit dat in de Koran staat dat men overleg moet plegen. Hoe dat overleg tot stand komt, door democratie of op een andere manier, staat vrij. Ten tweede is er de belangrijke idee van sociale rechtvaardigheid. Wat betreft de partijen in de Arabische landen is het afwachten hoe alles zal lopen en hoe de Koran en de Soenna hierbij een rol zullen spelen."


Steven Van Hecke: "Moslimdemocratie is een goede term, want zo weten we waarover we spreken. In de eerste plaats moet het gezien worden als een politieke ideologie, voor er een persoonlijke beoordeling aan gekoppeld wordt."


Thema 2: Is er een vergelijking mogelijk tussen islamdemocratie en christendemocratie op basis van inspiratie?

Kunnen de Moslimbroeders of de AK-partij niet gezien worden als conservatie partijen, zoals bijvoorbeeld de vroegere CVP, met één verschil: een ander referentiepunt?


Steven Van Hecke: "De christendemocratie verschilt van andere politieke ideologieën, doordat ze gebaseerd is op levensbeschouwing. Is ze conservatief? Nee! In haar tijd was ze uitermate vernieuwend, zelfs revolutionair, zelfs tegenover de eigen Kerk die sterk gekant was tegen een politieke partij."

"Hetzelfde geldt voor de Moslimbroeders. Dezelfde vragen die 150 jaar geleden aan de christendemocraten gesteld werden, worden nu ook de islamitische partijen voorgelegd: zijn ze wel democratisch? De programmapunten zijn wel conservatief, waarbij ze speciale aandacht schenken aan lokale gemeenschappen, school en familie en het aanvaarden/behouden van de rol van levensbeschouwing in de samenleving."


Veli Yüksel: "De AKP is in Turkije niet de eerste partij met een islamitische achtergrond die aan de macht kwam. De eerste was onder Erkaban, die banden had met de Arabische wereld en onder meer ook met de Libische leider Khaddafi. Erkaban kwam echter in de problemen met het Turkse establishment dat vervolgens stappen ondernam om de politieke islam weg te houden van de macht."

"Erdogan heeft uit de fouten van zijn voorganger geleerd dat de link met islam politiek zeer gevaarlijk is. In 2001 richtte hij daarom de AK-partij op, een partij voor rechtvaardigheid en ontwikkeling. Het is een conservatieve partij, met een liberaal sociaaleconomisch programma. Ze is ook trots op haar conservatieve basis. De oude waarden en het gezin wil ze opnieuw centraal stellen."

"De islamitische achtergrond ligt echter wel moeilijk. Toen ik Erdogan interviewde en vroeg of hij alcohol wou verbieden, werd hij boos en vroeg hij waarom ik die vraag aan hém stelde en niet aan de andere partijen. De partij heeft drie verkiezingen gewonnen met een economisch programma, niet met hoofddoeken of koranklassen."

"De nadruk ligt op een private beleving van het geloof. Wel worden er pogingen ondernomen om bijvoorbeeld de hoofddoek op scholen toe te laten. De hoofddoek in sociale domeinen is geen issue meer. Dat is één van de grootste verdiensten van de AKP. Islam is van de politieke agenda gehaald, het gedoe er rond is verdwenen."


An Van Raemdonck: "Eind 19de, begin 20ste eeuw ontstonden in Egypte islamitische partijen zoals de Moslimbroeders en de salafisten. Nu is de situatie een heel ander verhaal. In die vroegere periode probeerde men een antwoord te zoeken op de moderniteit die zijn intrede deed door de confrontatie met de Britse bezetter, onder meer via democratie en educatie."

"Hoe moest men de islam herformuleren in die context? Hoe kon men het best ageren tegen de bezetter (nvdr: de Britse koloniale overheersers in Egypte) om deze buiten te krijgen? De bestaande partijen slaagden er niet in hierop een antwoord te vinden en kwamen onvoldoende op voor de bevolking."

"De Moslimsbroeders zijn groot geworden in die context. Er vond een huwelijk plaats tussen religie en politiek: 'We willen ons politiek verzetten, maar we nemen onze islamitische achtergrond mee'. In tussentijd is die relatie al verschillende keren geherformuleerd en zijn er verschillende aftakkingen ontstaan."


Khalid Ben Haddou: "Hoewel de Moslimbroeders oorspronkelijk ook voortkomen uit het salafisme, dat ontstaan is in Saoedi-Arabië, zijn er toch enkele verschillen tussen beide bewegingen die uitgeklaard dienen te worden. Het belangrijkste verschil waar alle andere tegenstellingen uit voorkomen, is de relatie met de staat."

"Het salafisme heeft al altijd staatssteun gekregen in Saoedi-Arabië en is er de staatsgodsdienst. Er wordt gestreefd naar een zuivere islam, waarbij salafisten meer apathisch tegenover politiek staan. Aangezien het salafisme staatssteun krijgt, zou een politiek engagement zich tegen hen kunnen keren. De Moslimbroeders daarentegen ageerden net tegen de politiek en de bezetters en kregen zeker geen staatssteun."

"Turkije, als lekenstaat, is inderdaad verschillend aan de Arabische landen. In veel Arabische landen wordt de sharia gehanteerd. Maar enkel Iran en Saoedi-Arabië passen deze volledig toe. In andere landen, zoals Marokko, wordt slechts een deeltje van de sharia gebruikt, met name het burgerlijk recht, dat vervolgens aangevuld wordt met het Franse en Europese recht."

"In tegenstelling tot wat men in het Westen vaak denkt, handelt de sharia niet alleen om strafrecht. Het is veel meer dan dat en omvat bijvoorbeeld ook economisch recht, burgerlijk recht …"


Thema 3: Wat is het verschil tussen Turkije en de Arabische landen?


Veli Yüksel: "In Turkije met de traditie van het Ottomaanse Rijk, dat van de 18de tot de 20ste eeuw goede banden had met Europa, wat zich uitte in onder meer de organisatie van het onderwijs. Sinds het ontstaan van de moderne Turkse staat heeft men afstand gedaan van de sharia, hoewel bepaalde zaken wel nog overgenomen zijn in bv. het burgerlijk recht."

"Er is echter geen sprake van een één op één overname van de sharia in het recht. Turkije is voor andere landen zo vaak een voorbeeld geworden, bijvoorbeeld Qatar. Erdogan en het Turkse model dienen als voorbeeld met als doel: de deur openzetten en deel uitmaken van de wereld."

"De appreciatie of aanvaarding van islamdemocratie doet er eigenlijk niet toe. De filosofie is: hoe kunnen we ervoor zorgen dat het land het goed doet, door onder andere armoede aan te pakken? De aanvaarding van religie is er op een heel voorzichtige manier vanzelf gekomen. Toen de first lady (nvdr: de echtgenote van Erdogan verscheen met een hoofddoek in het openbaar, wat ongezien was in de geschiedenis van de Turkse republiek) gesluierd rondliep, zorgde dit eerst voor problemen. Nu wordt daar niets meer over gezegd, want Turkije is op de kaart gezet en er is vooruitgang."


Steven Van Hecke: "In het Westen heerst de idee dat het model, de juiste verhouding tussen staat en religie reeds gekend is. Maar Europa kent zeer veel verschillen. In Polen is God in de grondwet verankerd, in België is er katholiek onderwijs dat door de overheid wordt betaald, iets wat in Italië onmogelijk zou zijn. In Frankrijk kent men de laïcité, in Groot-Brittannië is het staatshoofd eveneens het hoofd van de Anglicaanse kerk. Het Europese model kent dus veel diversiteit, als we al kunnen spreken van een Europees model. De Arabische landen kunnen die diversiteit ook overnemen."


An Van Raemdonck: "Er zijn heel veel verschillende bewegingen. Het is onmogelijk dat zij zich bewegen in een verwacht model. Het Westen moet zich hier niet te veel mee moeien, moet de diversiteit zien en mag niet diaboliseren zoals het doet met de salafisten. Salafisten zijn zoals gezegd in de eerste plaats apolitiek. Sinds de revolutie begeven ze zich echter wel in dat politieke domein. Dit verrast iedereen, de islamisten inclusief. Er moet op een manier gereageerd worden dat de salafisten zich niet ingraven, maar zich aanpassen."


Thema 4: Hoe zit het met de godsdienstvrijheid?

In de kranten stond te lezen dat de moefti van Saoedi-Arabië een fatwa uitgesproken had waarmee hij stelde dat alle andere, dus niet-islamitische, gebedsoorden in Saoedi-Arabië moeten verdwijnen.


Steven Van Hecke: "Die principes van godsdienstvrijheid moeten vaag zijn. Het is de taak van politici om ze te implementeren en de taak van rechters om ze te controleren. Nu staat Europa erg zwak tegenover andere landen. Zoals bijvoorbeeld de Koptische christenen in Egypte. Ze zijn historisch al heel lang aanwezig in het land. Het is belangrijk dat Europa voor bescherming van minderheden gaat zorgen."


Veli Yüksel: "Onder Atatürk werd religie heel sterk gecontroleerd. Islam, de godsdienst van de meerderheid, werd gesubsidieerd, zodat ze gecontroleerd kon worden. De AK-partij is erin geslaagd om de islam een plaats te geven en ook om minderheden te aanvaarden."

"Toen de paus enkele jaren terug op bezoek kwam in Turkije, werd het duidelijk dat de subsidies voor religie niet in verhouding waren. Nu worden er door Erdogan openingen gemaakt naar de orthodoxe kerk en het alevitisme en worden religieuze minderheden erkend."

"Lange tijd scoorde Turkije hier zeer slecht op. Maar met onderhandelingen voor een toetreding tot de EU stellen we veel verbeteringen vast. Turkije is op de goede weg. Erdogan gelooft ook sterk in de interreligieuze dialoog. Het plaatsje Mardin wordt nu bijvoorbeeld een ontmoetingsplaats voor verschillende religies in Turkije. Als je zelf zeker bent van je eigen identiteit, is het makkelijker om de ander ruimte te schenken. Dit gebeurt echter stap voor stap."


An Van Raemdonck: "Godsdienstvrijheid is een complex gegeven. Tussen de Kopten en de moslims is er al lang een problematische relatie in Egypte. Wat moet Europa doen? Toen Egypte zich in 1922 onafhankelijk verklaarde van Groot-Brittannië werden daar vier voorwaarden aan gekoppeld."

"Éen was de bescherming van religieuze minderheden. Het probleem is dat die voorwaarde sterk verbonden is met de westerse beschaving, die gezien wordt als de vijand in ons midden. Godsdienstvrijheid zal pas mogelijk zijn bij een relatie van gelijkheid met Europa."

"Het is een thema dat politiek actueel is, veel politici en intellectuelen zijn hiermee bezig. Bij de huidige grondwetverandering is godsdienstvrijheid ook één van de thema’s. De vraag wordt gesteld wat de plaats is van de islam en de sharia. De Kopten zijn bang dat ze niet zichtbaar zullen zijn."


Khalid Ben Haddou: "Een fatwa is niet bindend, enkel voor de persoon zelf. Deze fatwa komt wellicht vanuit het salafisme, waar veel mensen zich niet in kunnen vinden. Ik zie dat er toch nog goede relaties zijn tussen Kopten en moslims. Er zijn grote kerken in Casablanca en Qatar, er leven ook Joden in Marokko."

"Ikzelf ga niet akkoord met deze fatwa en vind dat deze met een korrel zout moet worden genomen. Fatwa’s kunnen ook herzien worden. Het salafisme in Egypte was zoals gezegd eerst apolitiek en er mocht zeker niet verkozen worden. De geleerden herzagen echter de fatwa’s over hun standpunt tegenover politiek. En nu zijn ze wel politiek vertegenwoordigd. Er wordt pragmatisch gehandeld in tegenstelling tot de utopische ideeën. De fatwa’s uit Saoedi-Arabië moeten algemeen met een korreltje zout genomen worden. Islam wordt niet alleen in dat land beleefd."


Rik Coolsaet: "Hoe zit het met het systeem van 'ik wil iets weten, ik ga naar een imam, staat me niet aan, naar een andere imam'."


Khalid Ben Haddou: "Onder imams wordt dit ook wel ‘imamshoppen’ genoemd. Moslims moeten nadenken over hun bronnen en waarop kennis gebaseerd is. Iedere geleerde heeft een eigen interpretatie, de ene meer fundamentalistisch of orthodox dan de andere."

"Moslims moeten zich altijd richten naar een persoon die bevoegd is om fatwa’s uit te spreken. Niet alleen mensen uit Saoedi-Arabië, maar ook mensen uit het vroegere Andalusië of mensen als Ibn Rushd of Ibn Khaldun, mensen die pragmatisch denken en taboes doorbreken."


Thema 5: Hoe komt het dat na de revolutie de moslimdemocratische partijen zo sterk aan invloed winnen? Is het omdat het volkspartijen zijn?


Veli Yüksel: "De AK-partij heeft de eerste verkiezingen op spectaculaire manier gewonnen, met een ruime meerderheid. Voor veel mensen was het een proteststem, een stem tegen het systeem. Dat systeem werd bestuurd door een handvol mensen die in naam van religie de mensen misbruikt hebben en er niet in slaagden om de corruptie, economische recessie en ontoereikende gezondheidszorg aan te pakken."

"De AK-partij kwam op met een rechtvaardigingsagenda. Wat betreft de Arabische landen moeten we kijken naar Ennahda in Tunesië. Die partij toont veel gelijkenissen met de AKP. Ze heeft dezelfde namen: ‘justice, freedom and development’. Van de 48 vrouwelijke parlementariërs zijn er 42 van Ennahda. Op het goede moment zijn ze met het goede verhaal aangekomen en het volk hapt toe."


An Van Raemdonck: "De Moslimbroeders hebben zich als sociale beweging sinds 1970 heruitgevonden, onder meer door de repressie onder Nasser. Ze zijn erin geslaagd om in alle geledingen van de bevolking door te dringen en hebben zo een brede aanhang onder studenten, beroepsverenigingen … "

"Daarnaast hebben ze ook een achtergrond van dienstverlening. Ze zijn lokaal ingebed met moskeeën, onderwijs en gezondheidszorg. Ze zijn gekend en geliefd, goed georganiseerd en lokaal ingebed. Vanwege deze redenen hadden de Moslimbroeders een grote voorsprong bij de verkiezingen."

"Wat betreft het godsdienstige aspect was er een algemene context van repressie. De autoritaire staat liet geen religieuze bewegingen toe. Maar deze partij luistert wel naar wat de mensen nodig hebben. Ze geeft hen een burgerschapsethiek: elk voor zich is men verplicht er iets van te maken."


Rik Coolsaet: "Lang waren de christendemocraten zelf ook een volkspartij in Europa."


Steven Van Hecke: "Lang waren de christendemocraten ook een volkspartij in Europa, zeker na de Tweede Wereldoorlog. In onder meer België en Duitsland hebben ze een grote verkiezingsoverwinning behaald in de transitieperiode, vergelijkbaar met de situatie nu in Noord-Afrika."

"Politiek capabel personeel, een sterk uitgebouwd middenveld, een traditie van dienstverlening (caritas) maakten dat de christendemocratische partijen geloofwaardig waren, ze hadden al zaken gerealiseerd. Ook slaagden ze erin brede lagen van de bevolking aan te spreken, onder meer door aan het ethische te appelleren."

"Ze waren iets geloofwaardiger dan andere partijen, juist omdat ze gebaseerd waren op levensbeschouwing. Wat betreft de toekomst van de islamitische partijen in Noord-Afrika ben ik wel pessimistischer. De christendemocraten beschikten al over bestuurservaring toen ze in de transitieperiode aan de macht kwamen."

"Zo was Konrad Adenauer in de jaren 1920 burgemeester van Keulen. Als Europa kan helpen in de huidige situatie, is het wel door te zorgen voor politieke structuren en instellingen."


Veli Yüksel: "In alle landen, inclusief Turkije, was de staat er vaak niet voor de mensen. Ook de AK-partij heeft een traditie van liefdadigheid. Als burgemeester van Istanbul ging Erdogan langs in de verschillende wijken en deelde hij voedselpakketten uit. Dit gebeurde buiten de staatsinstellingen, op kosten van sponsors."


Ook het publiek kreeg tot slot de mogelijkheid om enkele thema’s en vragen aan het panel voor te leggen. Voornamelijk de rol van Europa blijkt hierbij een belangrijk vraagstuk te zijn.

Fien Ingelbrecht

Fien Ingelbrecht is stagiaire wereldgodsdiensten, interreligieuze dialoog en religiestudie bij VOEM vzw Gent.

Dar es Salaam – Huis van de Vrede Gent is een samenwerkingsproject tussen de partners VOEM vzw, Motief vzw, Vormingplus Gent-Eeklo, ACW Gent-Eeklo en stad Gent. In deze reeks hebben de organiserende partners ervoor gekozen om het kader breder te maken dan Gent alleen en enkele algemene principes uit de interreligieuze dialoog onder de loep te nemen.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

Eén reactie

  • door Le grand guignol op maandag 30 april 2012

    Wanneer levensbeschouwing en spiritualiteit aangewend worden om een hiërarchische structuur (bv. Katholieke Kerk) ten overstaan van de bevolking te legitimeren dan spreekt men van religie; spiritualiteit en levensbeschouwing worden met andere woorden religie op het ogenblik dat het spirituele of levensbeschouwelijke gedachtegoed functioneert als een machtsinstrument dat, op basis van een gezagsargument, aangewend wordt om de samenleving te organiseren. Dit maakt dat religie per definitie niet apolitiek is of kan zijn, maar hooguit een alternatief vormt voor een politiek bestuur alsmede het op politiek gebaseerd inrichten en organiseren van een samenleving. Vanuit die wetenschap werd er op een bepaald ogenblik doelbewust beslist om kerk en staat van elkaar te scheiden en gescheiden te houden. Het apolitieke karakter van religie berust in wezen op een staatkundig en juridisch gecreëerd onderscheid en spruit juist voort uit het feit dat religie, van nature, wel degelijk 'politiek-maatschappelijk' ageert en ingebed is. Het feit dat het Moslimbroederschap op zoveel bijval van de bevolking kan rekenen toont aan dat een religieuze ideologie (religie), met de daarbij horende caritas, in wezen functioneert als een politieke ideologie en praktijk die, vanaf het ogenblik dat de omstandigheden het toelaten, op politiek en staatkundig vlak verzilverd kan worden. Dit wil, voor alle duidelijkheid, niet zeggen dat ik religie wil verbannen uit het maatschappelijke leven, maar wel dat het naar mijn mening een verkeerde voorstelling van de feiten oproept indien we religie 'a priori' bestempelen als apolitiek.

    Bovendien kunnen we het principe van caritas of 'liefdadigheid' op verschillende manieren interpreteren en duiden. Doorgaans wordt caritas als positief en menslievend verwelkomd, maar er is een keerzijde aan die ogenschijnlijk humanitaire medaille. Caritas is inherent paternalistisch omdat het enerzijds berust op willekeur vanuit het standpunt van diegenen die aan liefdadigheid doen – caritas berust op privé-initiatief in de vorm van een selectieve solidariteit - en anderzijds omdat het de bestaande, onevenwichtige machtsbalans niet in vraag stelt of wegwerkt. Meer nog: caritas bevestigt en versterkt het bestaande onevenwicht wat zich manifesteert in en door een paternalistische relatie tussen de 'haves' en de 'have nots'; caritas functioneert als een soort van religieus dienstbetoon - klantenbinding - dat, vanaf het ogenblik dat de omstandigheden gunstig zijn, in de vorm van politieke en staatkundige macht gerecupereerd kan worden. Niettegenstaande privé-liefdadigheid (caritas) een complex gegeven behelst en dus ook de nodige nuancering verdient toont historisch onderzoek duidelijk aan dat “privé-liefdadigheid dikwijls meer tot glorie van de ‘weldoener’ leidde, dan tot vertroosting van de arme”; “De ‘weldoeners’ zagen in privé-liefdadigheid ook een middel om de sociale polarisatie in de samenleving te rechtvaardigen. Caritas benadrukte de scheidingslijn tussen diegenen die in staat waren om te geven en zij die enkel aalmoezen in ontvangst konden nemen”; “Alles wijst erop dat vele andere factoren dan de nood van de armen zelf, van onmiskenbaar belang zijn bij de interpretatie van caritatief gedrag” (Haemers, 1997:360; zie ook Jordan, 2006).

    Politici zouden dus eerder met enige voorzichtigheid en historisch besef - mogelijk ook met de nodige zelfkritiek - naar caritas moeten verwijzen, temeer omdat het principe alsmede de beweegredenen voor caritatief gedrag nog steeds dezelfde zijn. Bijgevolg is het niet zomaar dat politieke partijen met een, al dan niet uitgesproken, religieus signatuur in tijden van crisis de mond vol hebben van caritas en liefdadigheid. Naast de CD&V pleit ook de N-VA (cf. De Wever in “Werkbare waarden”) voor meer liefdadigheid. De Wever en Dalrymple pleiten enerzijds voor meer privé-liefdadigheid en anderzijds voor een afbouw van de sociale welvaartsstaat, in het bijzonder een afbouw van de sociale zekerheid (bv. werkloosheidsuitkeringen). Ze maken daarbij een hersenkronkel die eigen is aan reactionairen: de sociale welvaartsstaat maakt mensen afhankelijk en daarom moeten we ze tot een minimum herleiden. In wezen willen de voornoemde reactionairen een emancipatorisch systeem gebaseerd op solidariteit vervangen door een paternalistisch systeem gebaseerd op privé-liefdadigheid door te beargumenteren dat het emancipatorische systeem eigenlijk paternalistisch is. Niet verwonderlijk refereert De Wever aan dezelfde christelijk geïnspireerde normen en waarden waar ook de christendemocraten aan refereren: een staaltje van neoliberaal paternalisme.

    Een religieus geïnspireerde politiek heeft altijd geleid tot onderdrukking, uitbuiting en bevoogding (bv. kolonialisme); In het beste geval tot het behoud van het status quo. De term christendemocraten is dan ook een ‘contradictio in terminis’ en ik vrees dat de desbetreffende vaststelling eveneens zal opgaan voor een moslimdemocratie.

    * Jordan, W. K. (2006). Philantropy in England 1480-1660. Abingdon, UK: Routledge. * Haemers, K. (1997). "Wilt de goede gevers lonen". Studie van de inkomsten uit privé-liefdadigheid van de Kamer van de Huisarmen te Antwerpen (1550-1650). Bijdragen tot de Geschiedenis, 80(4), 331-362.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties