about
Toon menu

Instituut voor het leven? Of meegezogen in de greenwashmachine

Cuiabá is de hoofdstad van Mato Grosso, 'het grote woud/het grote onkruid'. Mato Grosso, de deelstaat waar de Cerrado, het Amazonegebied en het grootste vogelreservaat ter wereld – Pantanal – elkaar ontmoeten. Mato Grosso, sinds enkele decennia dé staat van de grote ontbossing en van het sojawonder.
dinsdag 24 april 2012

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Daarom wou ik er niet heen, maar sinds vijf jaar word ik door diverse instanties uitgenodigd om de 'andere kant van Mato Grosso' mee te versterken.

Globalisering van de grond

Neem nu 'Instituto Centro de Vida'. Bij een eerste oogopslag kwam het mij over als een anti-abortuslobby. Maar nee, 'leven' omvat voor hen alles: de planeet, de diverse ecosystemen waar ook de mens in huist ..., te beginnen met het zeer geteisterde Mato Grosso.

Het ICV (1) ontstond in 1991, een jaar na Wervel. Het is één van de oudere milieubewegingen in Brazilië. Begin jaren negentig sloeg de 'globalisering van de grond' al wild om zich heen. De Sulistas (letterlijk 'zuiderlingen') zetten de Cerrado en Amazonia in vuur en vlam.

Ze herhalen wat in de jaren zeventig van de twintigste eeuw in de deelstaat Paraná gebeurde: alles in de fik steken en als de bliksem vol soja inzaaien. Sulistas zijn dan ook de indringers en de 'ontwikkelaars' uit het Zuiden: Gaúchos, vooral mensen uit de deelstaat Paraná met ouders of grootouders in de meest zuidelijke staat Rio Grande do Sul.

Op hun beurt zijn dat dan afstammelingen van Italianen, Duitsers, Polen, Oekraïners, hier en daar een zendingsbewuste Nederlander. Vooral in het noorden van Mato Grosso krioelt het van de Paraná-enzers, met Italiaanse en Duitse namen. Ze zijn niet erg gediend met Europese bemoeienissen, al liggen hun eigen wortels aan gene zijde van de oceaan.

10 procent groei per jaar

ICV begon bijzonder idealistisch en radicaal in zijn verzet tegen de ravages van de stuwdammen. Omdat Mato Grosso de kampioen werd in de ontbossing, zette het zijn tanden gaandeweg meer in het zichtbaar maken van de vernietigende gevolgen van deze perverse globalisering.

Vanaf 1996 begon het met maandelijks de ontbossing te publiceren. Deze werd al geruime tijd live gedetecteerd door DETER (Detecção do Desmatamento em Tempo Real / in kaart brengen van de ontbossing in real time), maar niet openbaar gemaakt (2). Door ICV's druk gebeurt dit nu al heel wat jaren.

Enkele cijfers: van 1996 tot 2005 werd er in het Amazonegebied en de Cerrado van Mato Grosso samen één miljoen hectare/jaar ontbost. Nadien zakte het naar 100.000 hectare. Tot 2006 was er een jaarlijkse groei van 10 procent méér soja en méér runderen. Van 2006 tot 2010 kende Mato Grosso een stagnatie. Sinds 2011 slaat de ontbossing weer harder toe.

Voor de periode 2010-2020 wordt een verhoging verwacht met 70 procent meer soja (1,7 miljoen hectare meer aan soja) en een verdubbeling van de veestapel. De agronegócio beweert dat ze dit gaat realiseren op de beschikbare grond. Momenteel loopt er op 26 miljoen hectare ongeveer 1 rund per hectare rond. Dit zou verdubbeld worden met 2 runderen per hectare. Ook het vetmesten op stal neemt sterk toe. Minder runderen in de wei, iets wat zich in onze contreien al geruime tijd doorzet.

Dus: niet meer ontbossen ..., maar eerst zien en dan geloven. Gaan de 1,7 miljoen extra hectaren soja dan in een tweede verdieping gezet worden, alsof het permacultuur is?

Maatschappelijk verantwoorde gifkampioen

Rond deze verschrikkelijke vernietigingsrealiteit kan ICV niet heen. Het is voor hen dan ook balanceren tussen invloed hebben in de middens van zij die deze ravage organiseren en meedoen aan de alomtegenwoordige, dwingende greenwashing. Iedereen wil nu 'duurzaam' en 'groen' soja aanbieden, terwijl de gifstromen vanuit de vliegtuigen blijven toenemen. 

Brazilië is de grootste 'consument' van gif en goot anno 2010 983 miljoen liter over de akkers uit. Ook op dit vlak is Mato Grosso de number one: 132 miljoen liter. Neem nu Lucas do Rio Verde, waar nogal eens graag mee wordt uitgepakt. Het zou een gemeente zijn waar verduurzaamd wordt. Er wonen 37.000 mensen.

In 2010 werd er ongeveer 420.000 hectare soja, maïs en katoen ingezaaid. De consumptie van gif klokte er af op 5,1 miljoen liter. Professor Pignati bestudeerde met zijn team van de Federale Universiteit van Cuiabá wat dit voor de plaatselijke bevolking meebrengt, vooral voor kinderen en zwangere vrouwen.

Het mag duidelijk zijn dat het openbaren van deze gegevens niet geliefd is. Vakbondsleiders en de wetenschappers die deze achterkant van het 'sojaparadijs' zichtbaar maken, worden serieus onder druk gezet. Ze vragen dan ook dat het besproeien vanuit vliegtuigen zou stoppen en dat producten die in Europa verboden zijn, ook hier op de zwarte lijst zouden komen. De dringende vraag ook dat de subsidies voor het gebruik van dit gif zou stoppen.

Het is in deze realiteit dat de 'Round Table on Responsable Soy' (RTRS) werkt. Een ronde tafel waar bedrijven zoals Monsanto en Unilever samen met de fazendeiros (de grootgrondbezitters), de veevoederindustrie (o.a. ons Belgische Bemefa), WWF en enkele Nederlandse NGO's criteria voor 'maatschappelijk verantwoorde soja' proberen op te stellen.

ICV zat niet als lid mee aan tafel, maar heeft wel enkele jaren zijn expertise gedeeld, in de hoop dat er effectief enige verbetering uit de bus zou komen. Momenteel wacht het instituut af wat het wordt. Blijkt ondertussen dat heel wat sojaproducenten uit Mato Grosso van de Ronde Tafel weggelopen zijn. Regeringen in Europa, zoals onze eigenste Vlaamse regering, blijven wel bij elke mogelijke gelegenheid met de verantwoorde diervoederstromen uitpakken. Het past prima in het behoud van de vleesexportbelangen.

Groene gemeenten

Mijn argwaan wordt gewekt door ICV's samenwerking in de opgang van 'groene gemeenten'. Het is mode om 'verde' te zijn. Ook de mondiale bijeenkomst van Rio+20 in juni wordt nogal bezet door 'groene economie'. Is het meer van hetzelfde met een groen sausje? (3)

De federale Braziliaanse overheid maakte in 2008 een lijst met gemeenten bekend waar de situatie op het vlak van duurzaamheid kritiek is. Op deze zwarte lijst staan 43 gemeenten, waarvan (alweer) 22 in Mato Grosso. Eén van de problemen is dat de grenzen van vele bedrijven in het Amazonegebied niet gekend zijn. Gevolg: 'niemand weet iets van de ontbossing'.

De regering hanteert criteria. Als 'zwarte' gemeenten daaraan voldoen, dan kunnen ze van de lijst geschrapt worden en dat is wel van belang, want er staan sancties tegenover. Minder subsidies bijvoorbeeld.

Eén van de criteria is dat gronden gekadastreerd worden: CAR, Cadrastão Ambiental Rural. Om van de lijst te geraken moet 80 procent van de gronden gekadastreerd worden. In Mato Grosso loopt dan ook het project 'Mato Grosso Legal': legalisering van wat vóór 2007 illegaal ontbost werd. Dat ik hier nu juist rondtoer om mijn nieuwe boek 'Legal!' te lanceren, is een leuke (legal!) samenloop van omstandigheden. Illegaal wordt met de glimlach legaal gemaakt.

In het Pós-CAR kunnen tot 6.000 bronnen gerecupereerd worden. 1 miljoen hectare rond deze bronnen en langs rivieren kan zo hersteld worden. Klinkt goed, al is het een kunst om niet in de grote greenwashmachine meegezogen te worden. Tenslotte wordt toch maar wat illegaal ontbost werd, gelegaliseerd en kan er dus lustig maatschappelijk verantwoorde soja gezet worden op gronden die onterecht zijn ingepikt.

ICV is niet alleen met de realiteit van de grootgrondbezitters bezig. Met de nederzettingen van kleine en familiale boeren versterken ze mee de tendens tot meer agroecologie.

ICV is één van onze partners in de strijd om een meer sociaal-rechtvaardige en ecologisch-verantwoorde landbouw. Als we maar aan beide kanten van de oceaan kritisch blijven bij de invulling van dat 'verantwoorde'.

Luc Vankrunkelsven

Luc Vankrunkelsven is medewerker bij Wervel vzw (Werkgroep voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw) en publiceerde zonet een nieuw boek 'Legal! Optimisme-realiteit-hoop' (ISBN 9-789081-486828), gebaseerd op zijn reizen en contacten in Brazilië, over de gevaren en uitdagingen van het heersende socio-economisch ontwikkelingsmodel dat steunt op agrobusiness.

Cuiabá, 11 april 2012.

PS: In de luchthaven van Cuiabá proberen mooie dames mij een VISA-kaart aan te smeren. Een Mastercard is niet genoeg. VISA staat beter in dit nieuwe El Dorado. Bij de check-in hangt een grote outdoor van 'Colonizadora Sinop' (www.gruposinop.com.br) als de nieuwe metropool van Mato Grosso. Sinop, een sojastad en project van de Paraná'enzers.

Op de kaart rond Sinop zie je dat het noorden van Mato Grosso inderdaad door Paraná'enzers gekoloniseerd werd en wordt: Paranaita, Novo Horizonte do Norte, Ipiranga do Norte, Nova Maringa, Boa Esperança do Norte, Terra Nova do Norte, ...

In de wachtzaal voor het vliegtuig hangt een grote foto met een oneindig lijkend sojaveld. Met boeren die door consulenten bijgewerkt worden over de weldaden van de nieuwe toekomst: 'FMC: Fazendo Mais pelo Campo. A gente enxerga no campo o seu desenvolvimento'.

(1) www.icv.org.br

(2) www.obt.inpe.br/deter

(3) http://www.globaltransition2012.org/2012/03/is-the-green-economy-the-new-washington-consensus/