Bent u al steungever van DeWereldMorgen.be?

In september lanceerden we een noodcampagne omdat we dreigden dit jaar niet rond te komen. Jullie massale reacties waren hartverwarmend en moedigden ons aan om door te gaan. We haalden zo'n 22.000 euro op en kregen er heel wat steungevers bij die maandelijks aan ons storten.

Daarmee zijn we helaas niet definitief uit de rode cijfers. Eén derde van onze inkomsten komt van subsidies en die staan onder druk. Een ander derde komt van partnerorganisaties uit het brede middenveld, en bijna allemaal moeten ook zij besparen. Onze hoop is dus op onze lezers gevestigd. Maandelijks zijn dat 300.000 mensen en van hen stort 1% een bijdrage.

Wij hebben geen hartverscheurende beelden om onze campagne kracht bij te zetten. Onze belangrijkste kost is namelijk de loonkost. De wereldhonger kunnen we niet oplossen en ook de zeehondjes gaan we niet redden. Wel beloven we met jullie steun ons uiterste best te doen om maatschappelijk relevant nieuws te brengen vanuit een progressief, sociaal en ecologisch standpunt.

Onze maandelijkse loonkost bedraagt afgerond 22.000 euro (netto verdient een voltijdse kracht bij ons een bescheiden 1500 euro per maand). Help je mee om onze job te vrijwaren om zo DeWereldMorgen in de ether te houden?

Steun via paypal

Steun via homebanking

Geef een permanente opdracht ten gunste van DeWereldMorgen.be
op nummer BE20 5230 4277 5156 (BIC: TRIOBEBB)
met vermelding "steun DeWereldMorgen.be"

Giften vanaf 40€ per jaar zijn fiscaal aftrekbaar.

about
Toon menu
Analyse

Olympische Spelen in Londen: een kans om de stad te zuiveren

De Olympische Spelen ontvangen, wordt vaak voorgesteld als een ideologisch neutrale kans om toerisme en sport een flinke oppepper te geven. Ashok Kumar schetst in een prikkelend stuk een helder en samenhangend, maar helaas nauwelijks opgemerkt, beeld van de schaduwzijde van de ‘Games’.
zaterdag 14 april 2012

Ze worden gebruikt om de gaststad grondig te verbouwen, met als enige doel de uitsluiting van haar arbeidersklasse en etnische minderheden.

Londen bereidt zich voor om de Olympische zomerspelen van 2012 te huisvesten. De doorsneemedia getuigen daarbij van een schrikwekkend gebrek aan kritische zin. Behalve het pietluttige gebakkelei over ticketprijzen, zwelgt het merendeel van de stad als verlamd in het verhaaltje dat er van hogerhand wordt ingelepeld. Zo gaat het telkens opnieuw in de aanloop naar de Olympische Spelen. Het draaiboek wordt geschreven en verdeeld door en voor diegenen die woekerwinsten maken op de Olympische Spelen: een verbond van machtige belangengroepen dat in elke gaststad zowel korte- als langetermijnwinsten ziet liggen blinken.

Dit hoogst winstgevende, met overheidsgeld gesubsidieerde sportevenement oefent steeds weer een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op de belangrijkste steden van de wereld en de steden die daar graag bij zouden horen. Daarbij gebruiken ze alle mogelijke manieren om een niet-verkozen Olympisch Comité te verleiden. Door politiek met de spierballen te gaan rollen, willen ze ervoor zorgen dat hun locatie uitgekozen wordt. De organisatie van Olympische Spelen kost het gastland miljarden ponden, yens, dollars en dergelijke, aan belastinggeld. In ruil worden schitterende stadions en verblijfsmogelijkheden gebouwd, wordt de stad vol gezet met soldaten, worden de burgerlijke vrijheden met voeten getreden en worden uitgebreide installaties opgebouwd met een houdbaarheidsdatum van enkele weken.

Londen 2012, dat oorspronkelijk geraamd werd op zo’n 2,4 miljard pond, wordt nu op het tienvoudige begroot: 24 miljard pond, met aanbestedingen voor enkele van ’s werelds meest kolossale werkgevers en wereldwijde schenders van de mensenrechten. Aan de linkerzijde rezen enkele kritische stemmen over de massale geldstroom van publiek naar privaat in tijden van spaarzaamheid. De Londense spilzucht is door functionarissen voorgesteld als een uitzondering, maar een snelle blik op de geschiedenis van de Olympische Spelen toont aan dat het onderschatten van de kostprijs een vast onderdeel vormt van de Olympische ervaring.

Na de Spelen van 1976 in Montréal duurde het meer dan dertig jaar voor de schuldenberg, die ontstaan was door de meerkosten, was terugbetaald. De Spelen van 2004 in Athene kostten bijna honderdmaal meer dan voorzien was (van 123 miljoen euro naar 11,5 miljard euro), en droegen zo in aanzienlijke mate bij tot het tekort waar Griekenland nu mee worstelt. De Spelen van 2010 in Vancouver kostten zes keer zoveel als de oorspronkelijke raming van één miljard dollar. Eigenlijk kosten Olympische Spelen (behalve tot nu toe die van 1984 in Los Angeles, waar druk van onderop ervoor zorgde dat er geen openbaar geld besteed werd aan de Spelen, wat resulteerde in een overschot van 233 miljoen dollar voor de stad) steevast meer dan oorspronkelijk begroot werd, wat steden voor jaren met schulden opzadelt, schulden die vaak terugbetaald worden door bezuinigingen in dienstverlening, degressieve belastingen (waarbij je een kleiner aandeel belastingen betaalt naarmate je meer verdient, nvdr) en hogere vervoerskosten.

De echte winst voor de rijken komt echter naar voren in de langetermijngevolgen, die doorwerken wanneer de mensenmenigtes naar huis zijn. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is de vernieling van de armste en in de loop van de geschiedenis in de hoek gedrumde gemeenschappen niet gewoon een vervelende bijwerking, maar de fundamentele reden waarom steden zo heftig met elkaar op de vuist gaan om de Spelen te ontvangen.

Onlangs nog kwam Londens beleid wat betreft het ‘schoonvegen van de straten’ in het nieuws. Sekswerkers en andere ‘ongewenste elementen’ worden in de aanloop naar de Spelen weggejaagd. Dat zou niet als een verrassing mogen komen voor wie enige historische kennis heeft. Als we iets uit de voorbije twintig jaar mogen besluiten, is dat alles past in een alomvattende strategie om het karakter, de samenstelling en de politiek van de stad ingrijpend te wijzigen. Overal waar de Spelen binnendringen, is het van hetzelfde laken een broek: de beleidsmakers beginnen met het verjagen van de gemakkelijke doelwitten – sekswerkers en daklozen – uit ‘hun’ stad, om dan snel over te schakelen naar etnische minderheden en de arbeidersklasse.

Een gebruikelijke tactiek daarbij is het ontkennen van ieder verband tussen de beleidsmaatregelen op zich, en de op til zijnde Olympische Spelen. Wat de sekswerkers van Londen betreft: zij zijn in de vijf ‘Olympische buurten’ tien keer vaker het slachtoffer geweest van politieovervallen in vergelijking met de rest van Londen, maar de overheid blijft herhalen dat de opgevoerde inspanningen “niets te maken hebben met de Olympische Spelen,” maar louter met een groeiende “bekommernis van de gemeenschap”.

De Olympische Spelen worden niet alleen gebruikt om de stad ‘schoon te vegen’, maar om haar grondig te herscheppen, om haar te ‘zuiveren’ van haar armen en 'ongewenste personen'; niet alleen om een oorlog te voeren voor een stad door en voor de rijken, maar om het terrein van financieel winstgevende activiteiten uit te breiden.

De stad zuiveren

Om te begrijpen waar Londen op afstevent, is het belangrijk de gevolgen van de Olympische Spelen doorheen de geschiedenis te begrijpen, en de manieren waarop ze het economische landschap van de steden waar ze plaatsvonden, hebben verbouwd.

In 2007 gaf het Centrum voor Woonrechten en Uitzettingen (Centre for Housing Rights and Evictions, kortweg COHRE), een instelling die door de Verenigde Naties wordt bekostigd, een verslag vrij waarin de gevolgen van de Olympische Spelen tussen 1988 en 2008 worden beschreven. Het rapport besluit dat de Olympische Spelen, door onteigeningen van meer dan twee miljoen mensen in de voorbije twintig jaar, één van de voornaamste oorzaken zijn van ontheemding en de overmatige stijging van vastgoedprijzen in de wereld.

Het onderzoek toont aan dat het aantal gedwongen verhuizingen in elke betrokken stad is gestegen. De Spelen van 1988 in Seoul – waar het rapport aanvangt – gingen gepaard met de onteigening van 720.000 mensen: het werd gebruikt door de militaire dictatuur om Seoul om te turnen van een stad, die in stand gehouden werd door en voor haar bevolking, tot een bedrijvenstad in handen van de bevoorrechtten. In 2008 in Beijing moesten al 1,25 miljoen onteigende bewoners plaats ruimen voor de Spelen.

Zoals men kon verwachten, toont het rapport aan dat door de uitzettingen onevenredig veel daklozen, armen en minderheden getroffen worden. Naast het gedwongen ontheemden van mensen, resulteren de Olympische Spelen ook in het op langere termijn economisch verplaatsen van arbeiderswijken uit de gaststeden. Het COHRE-rapport bewijst verder dat de Olympische Spelen de stijging van vastgoedprijzen aanzienlijk versnelt. In Sydney, de gaststad in 2000, bijvoorbeeld, stegen de huurprijzen in de stad tussen 1993, het jaar waarin de stad geselecteerd werd, en 1998, met een verbazingwekkende 40 procent, terwijl in het naburige Melbourne de huurprijzen in diezelfde periode met slechts 10 procent stegen.

De Olympische Spelen van Atlanta in 1996 mondden uit in de sloop van 2.000 sociale woningen; daarbij werden 6.000 bewoners uit hun huis gezet, net als de 30.000 inwoners die uit hun huizen gezet werden ten gevolge van de yuppificatie die de Olympische ‘ontwikkeling’ met zich meebracht. En alsof de armen en zwarten van Atlanta nog niet genoeg geleden hadden, liet de stad meer dan 9.000 daklozen in de stad arresteren, in het kader van een georkestreerde ‘schoonmaakoperatie’, een soort van twee weken durende ‘opknapbeurt’.

Destijds schreef de New York Times dat de stedelijke vernieuwingsprojecten in Atlanta tot doel hadden “vrijwel elk aspect van Atlanta’s stadsleven te herscheppen,” terwijl in de wijk Summerhill, bijvoorbeeld, naast het Olympisch stadion, 200 krotwoningen met de grond gelijk waren gemaakt, terwijl “in de plaats nette en kleurrijke verkavelingen verrezen.” Zoals een zaakvoerder het rechtuit zei: “zelfs als we die armelui met de bus voor drie weken naar Augusta zouden moeten sturen en hen te eten zouden moeten geven, dan nog zouden we het moeten doen. Het klinkt misschien hard als ik het zo zeg, maar ze kunnen hier niet blijven tijdens de Olympische Spelen.”         

Een gelijkaardige trend vinden we terug bij de Olympische Spelen in Barcelona in 1992: toen werden, aldus de studie van het COHRE, naast 2.500 onteigeningen, voor de periode tussen 1986, het jaar waarin de stad werd uitgekozen, en 1993, stijgingen in de woonprijzen vastgesteld van 139 procent voor wie een woning kocht, en 143 procent voor wie huurde. In dezelfde periode daalde de beschikbaarheid van sociale woningen met 76 procent. Bovendien werd ongeveer 90 procent van de Romabevolking, die in de gebieden rond het Olympisch Dorp woonde, verjaagd.

Voor de Olympische Spelen van Beijing in 2008 werden anderhalf miljoen inwoners ontheemd, in hoofdzaak de armste groep migranten uit het platteland, die aan de rand van de stad woonden. Mensenrechtenorganisaties beweren dat door de verhuizing de levensomstandigheden met 20 procent slechter werden. Bij de Spelen van 2010 in Vancouver werden vooral vrouwen, daklozen en de oorspronkelijke, 'indiaanse' bevolking van Canada verjaagd. Bedelen en buiten slapen werd strafbaar gemaakt, en er kwam een wet die verbood plakkaten, spandoeken of posters op te hangen die de Olympische Spelen niet “vierden”, of “geen feestelijke omgeving en sfeer creëerden of bevorderden”.

Ook in de sloppenwijken rond Rio de Janeiro zijn de ‘zuiveringsmaatregelen’ al begonnen: 6.000 arme inwoners zijn inmiddels onder bedreiging van vuurwapens uit hun krotten verjaagd.  In het kader van het overheidsbeleid van ‘pacificatie’, eveneens in aanloop naar de Spelen, zijn meer dan 3.000 militairen de krottenwijken binnengedrongen om ze te controleren, wat resulteerde in straatgevechten en de dood van meer dan 30 inwoners. Associated Press heeft aangetoond dat in 2010 alleen al 170.000 mensen hun woning verloren door de dubbele dreiging van de Olympische Spelen van 2016 en de Wereldbeker Voetbal van 2014.

Het recht op de stad

Is ‘recht hebben op een stad’ meer dan de vrijheid die enkelingen hebben om gebruik te maken van het gemak dat het leven in de stad met zich meebrengt? Harvey (2008; nvdr: David Harvey is sociaal-geograaf en hoogleraar aan de City University van New York) vindt van wel. Voor hem is ‘het recht op de stad’ het collectieve recht om macht uit te oefenen om het urbanisatieproces te vormen, om te vormen en te hermaken. Voor Harvey is “de vrijheid om onze steden en onszelf te maken en te hermaken één van de kostbaarste, maar ook een van de meest genegeerde van alle mensenrechten.”

Sommige lauwe linksen hebben het volk al lopen sussen over de miljarden die uit de publieke portemonnee gestolen worden, en Citizens UK, de grootste middenveldorganisatie van het land, heeft haar eigen slogan “Olympische Spelen met een menswaardig loon” uitgehold door, vreemd genoeg, de diefstal van gebieden waar net veel van haar eigen leden wonen in ruil voor enkele aalmoezen door de vingers te zien. Van de grote massa hebben slechts weinigen aanstoot genomen aan het acute probleem van de woonprijzen en de onteigeningen.

Harvey (2008) stelt dat de ontwikkeling van het kapitalisme nauw verbonden is met de ontwikkeling van steden, die vereisen dat alles geconcentreerd wordt, en eindeloos op zoek gaan naar winstgevende terreinen voor het product van kapitaaloverschot, in een draaikolk van vermengde onttrekking, herinvestering, en expansie, met andere woorden: “de geschiedenis van kapitaalaccumulatie die evenwijdig loopt met het groeipad van verstedelijking onder het kapitalisme.”

De grensgebieden van het Londense Olympisch Park moeten zowat het meest typische arbeiderskarakter hebben in het hele land. Het is niet toevallig dat elke Olympische stad ervoor kiest om haar Olympisch park in de armste stadswijken neer te poten. De geviseerde gebieden, zoals de Londense East End, Los Angeles’ South Central of Chicago’s South Side zijn niet alleen het armst van hun respectieve steden, ze herbergen ook de grootste concentraties niet-blanken.

In het geval van Londen is de buurt Newham, die het Olympisch Dorp herbergt, etnisch het meest diverse district van het land. In de Londense East End begon het proces van gedwongen onteigeningen onmiddellijk nadat aangekondigd was dat de stad kandidaat was voor de spelen, met de verwoesting van Clays Lane Housing Co-op en de onteigening van 450 bewoners. Red Pepper Magazine (nvdr: onafhankelijk links tijdschrift over politiek en cultuur) citeert Julian Cheyne, één van de toenmalige bewoners: “Verplicht aankopen is een meedogenloos proces, en vanaf de eerste dag werd de gemeenschap van Clays Lane voorgelogen, terwijl beloftes gedaan en gebroken werden zonder dat daar ook maar een seconde bij werd stilgestaan.”

Onteigeningen op korte termijn en yuppificatie op lange termijn gaan samen. In sommige delen van de stad, die dichter bij de Olympische site liggen, worden arme bewoners uit hun woningen gedwongen, terwijl bij cosmetische ‘ontwikkelings-‘ en ‘regeneratieprojecten’ in excentrieke gebieden als Dalston Junction of Hackney’s Broadway Market een gekraakt buurtcentrum en theater werden vernietigd. Door de gemeenteraad aangestelde agenten zetten openbare terreinen in de uitverkoop, zodat er door projectontwikkelaars luxeflats kunnen worden neergepoot. Net zoals bij voorgaande gaststeden wordt het ontheemden van inwoners niet belet door de overheid. In sommige districten van Oost-Londen, waar de huur vijftien keer hoger dan normaal is komen te liggen, zijn huiseigenaren begonnen hun huurders uit hun huis te zetten. De vrijgekomen flats worden nu aangeprezen als “Olympische huurwoningen”. Huurders die weigeren te vertrekken, krijgen te maken met forse 'boetes'.

Onlangs sloegen actievoerders hun tenten op in de Leyton Marshes, met als doel pogingen van de Olympische Opleveringsautoriteit (Olympic Delivery Authority of ODA)  om de publieke ruimte om te bouwen tot een Olympische trainingsfaciliteit, tegen te gaan. In het verleden zijn sommige verzetscampagnes tegen de Spelen inderdaad succesvol geweest. Een noemenswaardig voorbeeld is de brede coalitie van wonings- en arbeidsactivisten van No Games Chicago, aan wie het – zo wordt algemeen aangenomen – te danken is dat de pogingen van de stad om de Olympische Spelen van 2016 te ontvangen, verijdeld werden - zelfs na pleidooien van Barack en Michelle Obama. Anti-olympische activisten in Chicago waren, in weerwil van het spervuur van een meerdere miljoenen dollar kostende pro-Olympische campagne om de arbeiderswijk South Side te ‘zuiveren’, zelfs zo succesvol geweest, dat de krant Chicago Tribune enkele dagen voor de stemming door het Olympisch Comité tot de vaststelling kwam dat een meerderheid van de stad tegen de kandidatuur gekant was, en dat 84 procent van de inwoners het niet aanvaardbaar vond dat publiek geld gebruikt werd om de Spelen te ondersteunen.

In Rio de Janeiro weigeren de duizenden bewoners van de sloppenwijken die het bevel kregen te vertrekken, dat zonder slag of stoot te doen. De armen zijn al lang bereid om te vechten, en spreiden nu een historische weerbaarheid ten toon in de rechtbanken en in de straten. Intussen staken de vakbonden in minstens acht gaststeden van de Wereldbeker Voetbal 2014, en heeft een nationale beweging van 25.000 Wereldbekerarbeiders gedreigd met een langdurige staking. In een verslag van de New York Times verklaarde een inwoner met de naam Cenira dos Santos over de Spelen dat “de autoriteiten denken dat vooruitgang gelijkstaat met het vernietigen van onze gemeenschap alleen maar omdat ze gedurende enkele weken de Olympische Spelen kunnen huisvesten, maar we hebben hen verrast door in het verzet te gaan.”

In bijna elke stad is het hetzelfde verhaal. Eenmaal de stad geselecteerd is, besteedt de stad grote hoeveelheden publieke middelen om een programma van gedwongen verhuizingen te beginnen, een programma van huurspeculatie, van stadsvernieuwingsprojecten, van vernietiging van sociale woningen en van yuppificatie. In feite is de rode draad in elk Olympisch evenement dat de armen hun eigen gewelddadige onteigening subsidiëren.

Naarmate meer geld wordt gepompt in het ontwikkelen, het ‘regenereren’, en het ‘zuiveren’ van de stad, wordt de ‘gemeenschap’ gedwongen te vluchten, waarbij een stedelijke collectieve identiteit omgezet wordt in een geïndividualiseerde consumentenidentiteit, afgebakend door een eng, voorstedelijk ego-ideaal, eenvormig op vlak van ras, inkomen en volk. Dit proces van yuppificatie en suburbanisatie mondt uit in een diepe politieke en culturele vereenzaming, vervreemding, ontbinding van families die uit elkaar gedreven worden en ontbinding van het gemeenschappelijke goed. Die ontbinding vormt de manier waarop mensen zichzelf zien, en de manier waarop ze over zichzelf en hun band met de wereld denken. Het leven dat ze leiden is er één van afscheiding, beschermd van alle ‘verschil’. Passieve aanvaarding van ongelijkheid wordt nu actief gesteund. De yuppificatie van de Olympische gaststad, het wegkwijnen van een stedelijke arbeidersklasse, de sociale vereenzaming en de daaruit volgende afslijting van een politiek bewustzijn is een vooraf bepaalde uitwas van een stad die er, zo lijkt het, op wacht om ‘gezuiverd’ te worden.

Alles wat er te lezen valt over de geschiedenis van de Olympische Spelen, onthult de ware motieven van elke gaststad. Eerst komt de schok, dan worden de armen in snel tempo onteigend en in de hoek gedrumd, tot meerdere eer en glorie van het kapitalisme. De architecten van dit plan hebben een spectaculaire show nodig, een superkrachtig middel om rechten, ruimtelijke relaties en zelfbeschikking van de werkende klasse van de stad te wijzigen, om het doel en de begunstigden, het ‘waarom’ en het ‘voor wie’ van de stad dooreen te schudden. Meer dan om het even welk ander evenement, bieden de Olympische Spelen daartoe de uitgelezen gelegenheid.

Ashok Kumar

Ashok Kumar is schrijver, activist en doctorandus in de economische geografie aan de Universiteit van Oxford. Hij schreef een bijdrage voor ‘De Aanval op de Universiteiten: Een  Manifest voor Weerstand' (Pluto Press 2011, titel ‘The Assault on Universities: A Manifesto for Resistance’) en ‘Het Begon in Wisconsin. Berichten van de Frontlinie van het Protest van New Labor' (Verso 2012, titel ‘It Started in Wisconsin: Dispatches from the Front Lines of the New Labor Protest’)

(Dit artikel is vertaald uit het Engels door Steven Haerens)

reageer

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.