Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Column - In het kort

De neoliberale waanzin van Paul Verhaeghe (VUBPRESS) is een erg lezenswaardig en overdenkenswaardig boekje, en ik deel de mening die door de titel wordt uitgedrukt. Toch viel het me wat tegen, maar waarom?
donderdag 12 april 2012

Na een algemeen gedeelte toont Verhaeghe hoe de neoliberale logica is doorgedrongen in sectoren waar ze hoegenaamd ‘niet thuishoort: wetenschap, zorg, onderwijs’, en wat daarvan de gevolgen zijn voor onze identiteit. Ik ga grotendeels mee met dat betoog, maar sommige dingen zitten me niet lekker. Het uitgangspunt is de vraag waarom zovele mensen zich slecht voelen in deze maatschappij, en bij het begin verwerpt Verhaeghe twee verklaringen die volgens hem hetzelfde impliceren: ‘vroeger was het beter’. Maar verderop lijkt hij zelf, ongewild, dicht bij zo’n opvatting te komen.

Bladzijde 30: ‘Net zoals zorg was onderwijs vroeger vooral een roeping waarvoor men koos op grond van een ideaal’; vandaar dat erover getwist werd tussen ‘politieke en religieuze overheden, want elk wou er zijn ideaal mensbeeld in kwijt’. Over welk ‘vroeger’ gaat het hier? Het moet voor mijn tijd geweest zijn. Ik zat op een college tot 1967, studeerde af als germanist in 1971, en stond in 1978-1984 zelf in het onderwijs. Even afgezien van de instituten (die inderdaad een mensbeeld propageerden): onder de vele degelijke leerkrachten in die periodes waren er uitstekende, en sommige waren geroepenen of idealisten... maar het ging toch om een minderheid. Dat is niet per se een verwijt. Hoeveel mensen (onderwijzers, ‘regenten’) gingen niet lesgeven omdat dat voor hun sociale milieu zowat het hoogst/enig bereikbare was? Hoeveel licentiaten (talen, geschiedenis, aardrijkskunde...) gingen niet in het onderwijs omdat hun diploma nauwelijks andere beroepsmogelijkheden bood?

Vlak daarna lezen we hoe de twintigste eeuw geleerd heeft ‘dat elke dictatuur het onderwijs aangrijpt om kinderen ideeën op te dringen die voor een pak ellende zorgen en die de ontplooiing tot kritische en zelfstandig denkende mensen heel erg belemmeren, met als laatste duidelijk voorbeeld het communistische Oost-Duitsland’. Geen haar op mijn hoofd dat de DDR wil verdedigen, maar is het wel bewezen dat voormalige Oost-Duitsers van pakweg mijn generatie in de regel minder zelfstandig denken dan West-Europeanen van dezelfde leeftijd? Mogelijk.

In elk geval werden wij evengoed ideologisch ‘geïndoctrineerd’ als onze tegenhangers in de DDR en als jongeren van vandaag, zij het op een heel andere manier; Verhaeghe ontkent dat ook niet, geloof ik (zie de ‘mensbeelden’ hierboven), maar waarvoor is het DDR-voorbeeld dan nodig? (Hij noemt communisme en fascisme herhaaldelijk in één adem.) Het was niet zonder reden dat wij begin jaren zeventig handboeken uitvlooiden op hun plusminus verborgen politieke inhoud, of dat Vuile Mong (1974) de school een apenkot noemde, en – serieuzer – dat Louis Althusser in een veelgelezen artikel (1970) de school tot de ‘ideologische staatsapparaten’ rekende.

Nog iets, p. 42. Volgens Verhaeghe had je ‘vroeger’ een ‘dynamisch spanningsveld’ tussen maatschappij en burger; in ruil voor bescherming en diensten volgde de burger ‘de wetten van de maatschappij’. Die wetten zijn ‘de formele vormgeving van een overkoepelende gemeenschapsethiek [...]. Een neoliberaal bestel veegt die gemeenschapsethiek van tafel’. Laat deze visie op de wetten niet, simplistisch en apolitiek, het klassenkarakter van de staat buiten beschouwing?

Zijn mijn marginale opmerkingen (dit is geen recensie!) méér dan vitterijen? Ik denk dat Verhaeghes benadering van de neoliberale ellende enigszins oppervlakkig blijft omdat hij ter vergelijking alleen kan verwijzen naar het verleden, dat hij wel niet verheerlijkt maar evenmin scherp genoeg analyseert; ik vraag me af of dat verleden zo fundamenteel anders was. En de toekomst? Aan het slot staat: ‘We hebben een nieuwe verlichting nodig, correcter, een terugkeer naar de eigenlijke verlichting, waarin [...] passie gecombineerd wordt met de rede en met empathie in functie van een duurzaam beleid.’ Dat is toch wel vaag. Misschien dat Verhaeghe niet diep genoeg kan graven omdat hij het kapitalisme als zodanig (waarvan het neoliberalisme een gedaante is) niet echt in vraag stelt, en dus ook geen perspectief biedt op een wezenlijk andere samenleving.

Ja, ik zou dit uitvoeriger moeten uitwerken, zou er verder over moeten nadenken.

***

Eerherstel voor een groot, miskend denker! ‘De wereldeconomie staat in brand en niemand lijkt in staat haar te blussen. [...] Te midden van die chaos verkruimelen de grote verhalen, worden ze slogans, holle kreten. Net daarom is het belangrijk om terug te grijpen naar denkers die onze wereld hebben gevormd, zoals Milton Friedman. [...] Ten onrechte wordt Friedman opgevoerd als de immorele vader van het wilde kapitalisme. [...] Zijn klassiek geworden analyse van de Grote Depressie van de jaren dertig vormt een inspiratiebron bij het aanpakken van de huidige crisis.’ Zo kondigt De Bezige Bij Antwerpen een in juni te verschijnen boek aan van Johan Van Overtveldt, Red de vrije markt: De terugkeer van Milton Friedman. ‘Voor al wie de crisis echt wil begrijpen en bezweren’, reserveer alvast uw exemplaar. Om ons nog morsiger te doen watertanden wordt de grote Geert Noels geciteerd, die over de grote Van Overtveldt zegt: ‘Een van de weinige Vlaamse economen die internationaal aanzien genieten.’

***

De CEO vertelt de vakbonden dat zijn bonus dit jaar aanzienlijk kleiner zal zijn. ‘Toegegeven, ik heb vorig jaar erg veel gestolen, maar eerlijk, dit jaar steel ik veel minder. Willen jullie nu weer met mij praten?’

***

Kort geleden (30-3) besteedde De Standaard der Letteren aandacht aan de 150ste verjaardag van Victor Hugo’s roman Les Misérables. Twee volle pagina’s, vrijblijvende wetenswaardigheden en anekdotiek, de musical... maar niets over de tekst van de roman - zó letterlijk mag je de titel ‘Letteren’ niet nemen! Trouwens, zegt Peter Jacobs: ‘Dat de uitgesponnen originele versie nog veel gelezen wordt, valt te betwijfelen.’

Wel, dat durf ik te betwijfelen. Les Misérables mag nog zo dik zijn, voor zover ik kan nagaan is het momenteel verkrijgbaar in vier (vier!) onverkorte, meerdelige Franse pocketuitgaven (Livre de Poche, Garnier-Flammarion, Folio, Pocket); daarnaast is er nog de Pléiade-editie, en een boekdeel in de Oeuvres complètes van uitgeverij Laffont. En ook Franstalige landen hebben bibliotheken.

Wat de Standaard-redacteur wilde zeggen was misschien ongeveer dit: weinig Nederlandstaligen lezen dat boek, begrijpelijk genoeg, want zo’n ‘uitgesponnen’ ding is toch echt niets voor deze tijd; trouwens, ik heb het wellicht zelf niet gelezen, en ik schrijf dit maar omdat ons geletterde bijvoegsel nu eenmaal leuk en vrijblijvend volgeleuterd moet worden.

Wat zo’n redacteur níet interesseert is: de maatschappelijke en historische betekenis van het boek, de mate waarin bepaalde aspecten vandaag nog relevant kunnen zijn, de diepgaandheid of oppervlakkigheid van Hugo’s visie, enzovoort. Komaan zeg, wij schrijven niet voor intellectuelen!

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

39 reacties

  • door Le grand guignol op donderdag 12 april 2012

    U zegt: "Misschien dat Verhaeghe niet diep genoeg kan graven omdat hij het kapitalisme als zodanig (waarvan het neoliberalisme een gedaante is) niet echt in vraag stelt, en dus ook geen perspectief biedt op een wezenlijk andere samenleving".

    Ik ben het eens met uw opmerking in die zin dat ik van mening ben dat het ontzettend belangrijk is om ook het kapitalisme in vraag te stellen. Het kritisch uitvlooien van het kapitalisme is mogelijk (nog) constructiever dan een kritiek op het neoliberalisme. Met dien verstande weet ik niet of het afdoende is om het neoliberalisme voor te stellen als "een gedaante van het kapitalisme". Immers, door te stellen dat het neoliberalisme een gedaante van het kapitalisme is wil dat tegelijkertijd ook zeggen dat er andere gedaanten van het kapitalisme zijn. Mogelijk verkleint uw voorstelling de gelegenheid om het kapitalisme kritisch onder de loep te nemen en in vraag te stellen, omdat het idee van "een gedaante van het kapitalisme" impliciet inhoudt dat er ook menswaardiger en rechtvaardiger gedaanten bestaan. Ik ben het daar niet volledig mee eens, temeer omdat ik van mening ben dat het kapitalisme sowieso nooit tot een wezenlijk andere samenleving zal leiden.

    Niettegenstaande het kapitalisme an sich verschillende gedaanten kent ben ik van mening dat het geen politiek-ideologische gedaanten betreft - zoals u betoogt - dan wel een complex van variaties die vanuit het kapitalisme zelf voortspruiten. Dit wil echter niet zeggen dat er geen politiek-ideologische invloeden kunnen uitgeoefend worden op het kapitalisme. Vandaar dat ik het neoliberalisme niet als een "gedaante van het kapitalisme" zou omschrijven dan wel met de metafoor van een ruiter: het neoliberalisme is een politiek-ideologische ruiter die de teugels van het paard, i.e., het kapitalisme, zoveel mogelijk tracht te (laten) vieren. In dat geval zouden we de sociaaldemocratie kunnen voorstellen als een politiek-ideologisch ruiter die de teugels van het paard, althans in bepaalde mate, strak houdt - of beter: strak tracht te houden en daardoor begint te trekken.

    Geen van beide ruiters zal ooit een 'concours hippique' winnen vermits de neoliberale ruiter het paard op hol doet slaan en de sociaaldemocratische ruiter het paard laat steigeren. Nu bestaat er binnen het ruiterjargon zoiets als de "constant weerstandbiedende hand", maar - zonder tot in detail te treden - zal ook die wijze van vakmanschap niet tot het verhoopte resultaat leiden. Waarom? Omdat de politiek-ideologische ruiters een dressuurproef trachten af te leggen op een renpaard dat in principe niet geschikt is voor de doeleinden waarvoor het wordt aangewend. [Ter zijde: in de paardenpraktijk en na vele uren training van ruiter én paard is zoiets eventueel wel mogelijk, maar dan nog zal een verstandig ruiter een dressuurpaard boven en renpaard verkiezen om een dressuurproef af te leggen.]

    De maatschappelijke problemen of hindernissen waar we vandaag voor staan vereisen mijns inziens een ander paard; één dat zich beter leent om binnen een begrensde wereld een gelijkmatiger parcours af te leggen zonder dat dit aanleiding hoeft te geven tot een onvermijdelijke en onophoudelijke reeks van (onbeheersbare) vluchten vooruit en bokkensprongen: financieel-economische, sociale, ecologische en - zelfs - existentiële crises. Kortom: we hebben nood aan een paard dat, vanuit zijn basiseigenschappen, ertoe bijdraagt dat iedereen er rijplezier aan kan beleven. Het rijplezier van een renpaard is - jammer genoeg - enkel weggelegd voor een kleine schare aan topjockeys.

  • door Joris Note op donderdag 12 april 2012

    Ik had geaarzeld bij het woord 'gedaante', maar ik dacht dat het, juist door zijn vaagheid, hier wel even dienst kon doen - dat was dus buiten u gerekend... Hoe je de verhouding tussen kapitalisme en neoliberalisme het best kenschetst, weet ik niet echt, misschien omdat mijn kennis van economie en andere sociale wetenschappen ontoereikend is - en van paardendressuur weet ik helaas nog véél minder. Het beeld van een ruiter op een paard bevalt me overigens wel. Bij 'gedaante' dacht ik aan zoiets als 'verschijningsvorm', of 'variant', maar dat is niet veel exacter. In elk geval wilde ik niet zeggen dat er 'betere' vormen van het kapitalisme zijn, daarom schrijf ik ook dat volgens mij het verschil tussen vroeger en nu (dat Verhaeghe beklemtoont) niet fundamenteel is. En ook ik ben ervan overtuigd dat kapitalisme nooit tot een wezenlijk andere samenleving zal leiden. In plaats van 'wezenlijk andere' had ik trouwens eerst geschreven 'socialistische of communistische'... (Ik dacht dat ik me braver moest uitdrukken.) En wees gerust, bij 'socialisme' denk ik niet aan de huidige sociaaldemocratie. In één woord: ik denk dat ik het in alle opzichten met u eens ben, maar: bedankt voor uw preciseringen!

    • door Le grand guignol op donderdag 12 april 2012

      Naar mijn mening is het belangrijk dat we ervan uitgaan dat de verhouding tussen het politieke met zijn ideologische invalshoek enerzijds en het kapitalisme anderzijds twee afzonderlijke, op zichzelf staande entiteiten vormen: de ruiter met zijn ratio en gevoelens die politiek-ideologisch geïnspireerd zijn en het kapitalisme als een complex levend organisme dat in wezen een eigen leven leidt. Economie betreft van oorsprong een sociaal gegeven dat vanuit zijn sociaal ingebed-zijn onder de bevoegdheid van de politiek terecht is gekomen. Met dien verstande leunt economie dichter aan bij het sociale en politieke dan bij het kapitalisme. Dit vind ik persoonlijk een belangrijke nuance om twee redenen: (1) de wijze waarop de economie functioneert berust op politieke keuzes en die keuzes zouden gemaakt moeten worden in functie van het sociale luik, gemakshalve: het algemeen belang; (2) economie is niet inherent kapitalistisch en dat biedt de mogelijkheid om een economische werking uit te bouwen die niet op het kapitalisme gebaseerd is - er is dus wel degelijk een alternatief, maar dat wordt in hoge mate bepaald door politieke keuzes. Er is evenwel sprake van een wederzijdse beïnvloeding tussen het kapitalisme en de politiek, maar ze determineren elkaar niet. Dit wil zeggen dat het kapitalisme nooit onder democratische controle kan geplaatst worden en als dusdanig nooit zal functioneren in functie van het algemeen belang en een begrensde wereld. Zoals gezegd: het kapitalisme leidt een eigen leven en is in wezen onbestuurbaar; het ware gelaat van het 'ding' wordt duidelijk aan de hand van de verschillende crises en hun gevolgen (bv. sociale uitsluiting, ecologische destructie).

      • door Le grand guignol op donderdag 12 april 2012

        Ik heb het boek van Verhaeghe niet gelezen, maar in een ander artikel - dat ik wel gelezen heb - maakt Verhaeghe ook een onderscheid tussen vroeger en nu. Hij heeft het over de neoliberale meritocratie die aanvankelijk wel degelijk leek na te komen wat ze de mensen voorhield. Eigen verantwoordelijkheid en inzet maakten het aanvankelijk mogelijk om zich op te werken en iets te bereiken. Echter, na verloop van tijd (nu) kan de neoliberale meritocratie die belofte niet meer waarmaken. Op het vlak van de neoliberale meritocratie is er inderdaad een verschil tussen vroeger en nu, maar ik weet niet op Verhaeghe daar in zijn boek op doelt.

        Voor meer info: Verhaeghe, P. (2011). De effecten van een neoliberale meritocratie op identiteit en interpersoonlijke verhoudingen. Oikos, (56), 4-22. Retrieved from http://www.oikos.be/tijdschrift.html [ pdf: http://www.psychoanalysis.ugent.be/pages/nl/artikels/artikels%20Paul%20Verhaeghe/De%20effecten%20van.pdf ]

        • door Joris Note op donderdag 12 april 2012

          Die verschuiving speelt uiteraard een rol in het boekje (nadruk op het verkleinwoord: het is eigenlijk een als brochure uitgegeven lezing), maar mij ging het om het 'vroeger' dat aan die meritocratie voorafgaat - en dat ten dele negatief en ten dele positief verschijnt. Maar ik wil nog eens beklemtonen dat Verhaeghe in veel opzichten juist zit, en dat ik zijn kritiek alleen wat radicaler gewild had. Dank voor uw overige opmerkingen, ik zal er zeker nog over nadenken.

      • door Eric Rosseel op vrijdag 13 april 2012

        FF een mooi vlot leesbaar werkstuk. Alle begrippen mooi en helder omschreven. Maar wat is het verschil tussen "politieke keuzes" en "democratische controle". Abstracte zweverij dus.

        • door Eric Rosseel op vrijdag 13 april 2012

          xx

        • door Le grand guignol op vrijdag 13 april 2012

          Naar mijn mening is er wel degelijk een verschil tussen "politieke keuzes" en "democratische controle". Om dat aan te tonen zou ik graag verwijzen naar het installeren van een zakenkabinet in zowel Griekenland als in Italië. Die zakenkabinetten zijn tot stand gekomen door middel van politieke keuzes en hebben in wezen de democratische controle buitenspel gezet. Weliswaar dient in beide landen het parlement de oprichting van het zakenkabinet goed te keuren, maar echt democratisch kan men zoiets niet noemen. Temeer omdat de leden die voor zo'n zakenkabinet worden voorgedragen niet aangesteld - gekozen - worden door het parlement, maar via onderhandelingen in achterkamertjes. Het resultaat: Monti en Papademos, die in het verleden een hoge functie bij Goldman Sachs bekleedden, werden aangesteld als Premier. Er is dus zeer zeker een groot verschil tussen "politieke keuzes" en "democratische controle". Eigenlijk ontbreekt het op Europees niveau aan democratische controle vermits de Europese Commissie, in wezen een zakenkabinet dat alle beslissingen neemt en de Europese koers bepaalt, geen verantwoording dient af te leggen aan zijn kiezers want die zijn er niet. Al die zaken zijn tot stand gekomen als een gevolg van politieke keuzes waar er geen sprake was van een democratische controle; men noemt dat niet voor niets het democratisch deficit van Europa.

          In een kapitalistisch systeem dat, zoals het tegenwoordig het geval is, het ongebreidelde kapitalisme alsmede het marktfundamentalisme hoog in het vaandel draagt kunnen we opmerken dat het kapitalisme, bij monde van kapitaalkrachtige belangengroepen (bv. financiële lobby) maar net zo goed als een organisch systeem, in wezen de democratie controleert in plaats van omgekeerd; Meer info daaromtrent kan u bijvoorbeeld vinden in het artikel van van Apeldoorn (2011); het boek van Wolin (2008); en het werk van Ondrias (2007). Het kapitalisme valt steeds voor een groot deel buiten de bevoegdheid en controle van de politiek, temeer omdat het kapitalisme gebaseerd is op privé-bezit en het juist dat principe is dat ervoor zorgt dat de kapitaalaccumulatie zich kan onttrekken aan een democratische controle. "Het paard rijdt met de ruiter in plaats van de ruiter met het paard".

          Tot slot: het kapitalisme is an sich een abstractie die een weergave vormt van de sociale verhouding binnen de samenleving en vervolgens, als abstractie, de hiërarchische ordening en stratificatie binnen de samenleving reproduceert. Spreken over het kapitalisme en democratie vereisen desgevallend ook dat we zelf die abstractie toelaten om ze te kunnen bespreken en aan de kaak stellen. Dat zou iemand als u met een marxistische achtergrond toch moeten weten.

          * Ondrias, K. (2007). Crimes of democracy versus crimes of communism. Oxford, UK: Trafford. [ http://bookstore.trafford.com/Products/SKU-000166108/Crimes-of-Democracy-versus-Crimes-of-Communism.aspx ] * Wolin, S. S. (2008). Democracy incorporated: Managed democracy and the specter of inverted totalitarianism. New Jersey, US: Princeton University Press. [ http://press.princeton.edu/titles/9175.html ] * van Apeldoorn, B. (2011). De macht van het kapitaal. Socialisme & Democratie, 67(7-8), s.f. Retrieved from http://www.wbs.nl/opinie/all/de-macht-van-het-kapitaal

          • door Eric Rosseel op vrijdag 13 april 2012

            En ik, die dacht dat er onder het kapitalisme nooit democratische controle is geweest. Bij de goedkeuring van de Déclaration des Droits de l'Homme et du Citoyen" (waarbij het verschil tussen "Homme" en "Citoyen" nooit werd verhelderd) werden minstens volgende groepen de citoyenneté ontzegd: - de vrouwen - de kinderen - de paupers - de crimineel veroordeelden - de gehandicapten - de eesteszieken Dat was meer dan 50% van de Franse bevolking. En werden regeringen ooit elders dan in achterkamers bedisseld? En wier is de controleur die instaat voor de "democratische controle". Zo werden vakbonden er ooit van beschuldigd agenten van het kapitaal te zijn die de arbeiders en werkenemers rustig moesten houden. Idem voor de Overheid en haar voorzieningen. Idem als de werknemers iets meer konden kopen dan een halve kilo patatten.

            De Advocaat van de Duivel.

            • door Le grand guignol op vrijdag 13 april 2012

              U vroeg concretisering en daarvoor heb ik verwezen naar twee voorbeelden uit het huidige tijdsgewricht. In wezen is er inderdaad nooit democratische controle geweest onder het kapitalisme en controleert het kapitalisme de democratie. Kapitalisme en democratie zijn niet combineerbaar.

              • door Adrien Verlee op vrijdag 13 april 2012

                @Le Grand en ...

                Je schreef: "Kapitalisme en democratie zijn niet combineerbaar."

                Begrijpen doe ik het wel, deze toepassing van het woord democratie. Toch zit het mij niet goed omdat het niet laat zien wat het is. Bij Marx was de actuele situatie uiterst belangrijk, maar begrepen als een actuele situatie in en uit het historische proces. Je kan praten over democratie, maar vergeet niet het historische.

                Dan kan je zeggen dat (parlementaire) democratie een functie is van het historische proces van toenemende arbeidsdeling. Want wat kan nu democratie wel zijn? Voor mij is het dit: een 'gesprek' over de verdeling van het meerproduct/de meerwaarde. Dit gesprek in zijn politieke organisatie, zijn politieke uitdrukking, is dan die zg. democratie. Via 'democratie' wordt de meerwaarde politiek beheerd.

                In een andere reactie verwijst Eric met recht naar groepen die uitgesloten zijn van 'democratie'. Zij zijn niet gemachtigd te spreken over "hoe wordt de koek verdeeld". Heel duidelijk is dit in de Griekse stadstaten van weleer.

                En juist hierom is het onnauwkeurig te stellen dat kapitalisme en democratie niet te combineren zijn. Juister is: kapitalisme kán niet zonder democratie. Ook kapitaalsgroepen hebben het nodig om te overleggen over de meerwaarde. Ik bedoel hier niet het uitbuiten en realiseren van meerwaarde, maar het politieke beheer ervan (geopolitiek, wisselkoersen, handelsakkoorden, ...)

                Het is dus combineerbaar, maar te begrijpen voor de kring die in aanmerking komt. Dat is niet een arbeider of een winkelier, die heeft de 'vrijheid' om zich te laten misleiden. Enkel de confraters kapitalisten en directe aanhang mogen mee doen in het gesprek over het politieke beheer van de meerwaarde.

                • door Le grand guignol op zaterdag 14 april 2012

                  Het feit waarom ik schreef dat kapitalisme en democratie niet combineerbaar zijn spruit, eerlijk gezegd, voort uit een persoonlijk pessimisme en ongeloof dat zoiets mogelijk zou zijn. Zoals u zegt gaat het inderdaad over het onderhandelen over de meerwaarde en in bijzonder de verdeling van het meerproduct/de meerwaarde. Persoonlijk zie ik, althans binnen de huidige context, niet in op welke wijze het overleg over en beheer van de meerwaarde gedemocratiseerd kan worden. In theorie is het inderdaad mogelijk, maar de politieke praktijk toont aan dat politici niet bij machte zijn - of geen zin hebben - om zo'n democratiseringsproces door te voeren. Die politici en de parlementaire democratie maken immers zelf deel uit van een democratiseringsproces dat nooit volledig werd doorgevoerd, maar eindigde op het ogenblik dat de bourgeoisie het idee van de natie in het leven riep om op die manier dat macht die aan de vorst onttrokken werd niet te hoeven doorgeven aan het actuele, reële volk. Zoals o.a. Hobsbawm terecht opmerkte creëerde het idee van de natie en de daaraan gekoppelde nationale identiteit, i.e., nationaliteit, een soort van democratische aantrekkingskracht zonder de gevaren van democratie. Het feit dat we heden te maken hebben met een particratie of een capito-parlementarisme (cf. Badiou) is daarvan een rechtstreeks gevolg. Blijkbaar slaagt het kapitalisme er ook in om te floreren onder een oligarchie. Bijgevolg weet ik niet of het kapitalisme niet zonder democratie kan. Er worden inderdaad heel wat groepen mensen uitgesloten van democratische inspraak en binnen de zo genaamde Westerse democratieën is dat het meest uitgesproken in het VK en de VS. Dit betekent echter niet het einde van het kapitalisme; de mensen die geen democratische inspraak genieten komen met andere woorden eerder aan hun einde dan het kapitalisme. Naar mijn mening zijn we zelfs op een moment gekomen dat het kapitalisme enkel nog kan blijven bestaan onder een autoritaire - om niet te zeggen: totalitaire - beleidsstructuur. Het neoliberalisme is een voorbeeld van een ideologie die zo'n totalitaire en ondemocratische beleidsstructuur propageert.

  • door Eric Rosseel op donderdag 12 april 2012

    Ik lees bijzonder graag Paull Verhaeghe. Hij is in Vlaanderen de enige die een poging doet "intrapsychische problemen" te betrekken op maatschappelijke ontwikkelingen. En hij beperkt zich niet tot clichés en lulkoek. Toch vind ik zijn sociologische basis vrij wazig. Ik herinner me nav zijn boek "Het Einde van de Psychotherapie" een correspondentie met hem over de betekenissen die hij gaf aan begrippen die in zijn analyse centraal stonden, nl. "autoriteit", "identiteit" en "(sociale) integratie" en "groep" (vs. "individu"). Na een paar interessante mailwisselingen stopte hij plots de correspondentie. De recensie hierboven bevestogt me in mijn zienswijze. Zo bv. in zijn zin: "Net zoals zorg was onderwijs vroeger vooral een roeping waarvoor men koos op grond van een ideaal." Dat zal enkel zo geweest zijn voor de zonen (nog niet eens de dochters) van rijken. Voor de kinderen van minder begoede lagen viel er niet te kiezen: er was schoolPLICHT (anders bleven de zonen van boeren en werkende mensen liever thuis om te werken) en nog "vroeger" was er gewoon geen echt onderwijs voor gewone mensen. Paul Verhaeghe identificeert zich dikwijls teveel met de kaste waartoe hij willens nillens zelf behoort. Op basis van een roeping en een gekozen ideaal, hoop ik. Het werk van de Franse psychoanalyst Jean-Pierre Lebrun en zijn vriend, de (anti)liberale Franse filosoof Dany-Robert Dufour gaat bv. veel dieper.

  • door jan willems op vrijdag 13 april 2012

    Ik reserveer alvast een exemplar van het boek van Van Overtveldt, ook al kan ik me est indenken wat hij geschreven heeft. Het ergerlijke is evenwel dat hij tegenwoordig door de VRT-nieuwsdienst (zowel radio als tv) geregeld als expert wordt ingehaald, zonder daar evenwel bij te vermelden dat hij een neoliberaal in hart en nieren is. Mij niet gelaten. Maar de VRT-jongens en meisjes zouden dit af en toe best vermelden. Het draagt alleen maar bij aan de waarde van de berichtgeving.

  • door Mysjkin op vrijdag 13 april 2012

    Als ik het goed begrijp vindt u het problematisch (naast zijn vage notie over het 'verleden') dat Verhaeghe geen Marxistische analyse maakt? Maar waarom moet dat ? Is de Marxistische invalshoek voor u de enige die geschikt is om een geldige kritiek op het neoliberalisme te formulieren? Er bestaan vele kritieken op het neoliberalisme, en vele hiervan zijn niet onmiddellijk marxistisch geïnspireerd. Gaat u dan bij allen de kanttekening maken dat ze bvb 'het klassenkarakter van de staan' buiten beschouwing laten?

    • door Eric Rosseel op vrijdag 13 april 2012

      Een marxistische analyse ? Wat bedoelt u daarmee ? Verfijnde leuk geschreven teksten à la Marx zelf, of wat gereutel met woorden als "klassenstrijd", "bovenbouw en onderbouw" (een straffe verenging door "marxistische analisten" van Marx' samenlevingsvisie? "De emancipatie van de samenleving is de voorwaarde voor de emancipatie van de enkeling" (klassiek "marxisme") terwijl Marx schreef dat "de emancipatie van de enkeling de voorwaarde is voor de emancipatie van de samenleving"? Belangrijk is dat duidelijk is wat met bepaalde concepten concreet wordt bedoeld en niet wordt bedoeld. Of de analyse marxistisch is, daar kunnen we dan met dobbelstenen over gooien.

      • door Mysjkin op vrijdag 13 april 2012

        Vindt u dan ook dat elke keer als in een discussie de term 'neoliberalisme' wordt vermeld, deze term steeds opnieuw moet worden gedefinieerd? Ik heb geen zin om hier een discussie te beginnen over het Marxisme. Ik stel enkel vast dat de auteur blijkbaar enkele elementen mist in het verhaal van Verhaeghe, elementen die mij 'Marxistisch' geïnspireerd lijken. Zie bvb: 'Laat deze visie op de wetten niet, simplistisch en apolitiek, het klassenkarakter van de staat buiten beschouwing?'.

        • door Eric Rosseel op vrijdag 13 april 2012

          Ja, die zin is gewoon ontdaan van elke logica. Pure woordkramerij. Dat bedoel ik juist: wat wilt dat zeggen "het klassenkarkater van de Staat" (zeker in een wereld waar alles "klassengebonden " is of zou zijn !

          Zeker is het nodig om de term neoliberalisme strikt te definiëren, zeker als je een verband wilt leggen met het overlappende en toch blijkbaar geheel verschillend concept "kapitalisme". Want de term "neoliberalisme" KAN suugereren of aanduiden dat er een duidelijk verschil is met het klassieke liberalisme. Volgens de meeste marxistische economen is dit geenszins het geval (David Harvey bv.; de niet-marxistische maar egalitaristische groep MAUSS in Frankrijk bv.). Kortom, ik ben elders gaan kijken om me een idee te vormen of ik Verhaaghe's boek wel zal aankopen of niet. Want ondertussen lijkt het meeste ervan al voor 99% in andere media gepubliceerd en zelfs becommentarieerd. En in wezen staat dit alles reeds in "Het Einde van de Psychotherapie". De geschiedkundige, sociologische en antropologische vorming van Verhaeghe is ook vrij beperkt. Ik vrees dat hij een half jaar een soort "idool" zal zijn, want Vlaanderen kan in deze periode van Pasen en Pinkteren niet zonder idolen en vurige tongen die uit de hemel neerdalen, zodat de Vlaming maar moet napraten ipv nadenken.

          • door Le grand guignol op vrijdag 13 april 2012

            U refereert aan David Harvey en daar is op zich niets mis mee, maar ik heb zelf de indruk dat Harvey wel degelijk een onderscheid maakt tussen liberalisme en neoliberalisme. Om misverstanden te vermijden laat ik Harvey zelf aan het woord:

            ""Neoliberal theorists are [...] profoundly suspicious of democracy. Governance by majority rule is seen as a potential threat to individual rights and constitutional liberties. Democracy is viewed as a luxury, only possible under conditions of relative affluence coupled with a strong middle-class presence to guarantee political stability. Neoliberals therefore tend to favour governance by experts and elites. A strong preference exists for government by executive order and by judicial decision rather than democratic and parliamentary decision making. Neoliberals prefer to insulate key institutions, such as the central bank, from democratic pressures. [...] conflict and opposition must be mediated through the courts" (Harvey, 2005: 66).

            Er bestaat wel degelijk een verschil tussen het liberalisme en het neoliberalisme en dat verschil situeert zich o.a. op het niveau van een democratische beleidsvoering. Liberalen staan, althans naar mijn mening, niet per definitie weigerachtig ten opzichte van democratie; neoliberalen zijn dat wel (cf. Harvey). Er is bijgevolg sprake van een gewijzigd referentie- en waardenkader ten gevolge van het neoliberalisme. In wezen overstijgt het neoliberale gedachtegoed het puur economische en bekijkt men de economie, meer bepaald het competitieve vrije marktdenken, als leidraad voor alle anderen levensdomeinen. Ook de democratische waarden moeten er op de duur aan geloven. Kijk bijvoorbeeld naar Griekenland en Italië: in beide landen komt de regering ten val - (in)direct als een gevolg van een (Europees) neoliberaal beleid - en wordt de bevolking niet geraadpleegd (bv. referendum, verkiezingen), maar stelt men, i.e., eurocraten, een soort van zakenkabinet samen - het betreft een gevaarlijk precedent. Natuurlijk zullen neoliberalen altijd schermen met een nijpende economische situatie die het niet zou toelaten om op een democratische wijze een nieuwe regering te vormen - de druk van 'de markten', weet u wel. Maar in feiten creëert een neoliberaal beleid zelf de problemen, alsmede het democratisch deficit, en buit die situatie vervolgens uit om de eigen beleidslijnen onder zware druk (bv. besparingsmaatregelen) door te voeren (cf. Klein, 2008). Dat komt omdat men een dergelijk beleid nooit zou opgelegd krijgen in een andere situatie, temeer omdat het neoliberalisme zich altijd richt op de afbraak van sociale verworvenheden; het neoliberalisme is als het ware een "creatieve destructie" (Harvey, 2006). Democratie wordt bekeken als een luxeproduct en is enkel mogelijk onder welbepaalde voorwaarden: relatieve welvaart en een ruime middenklasse in functie van politieke stabiliteit. Evenwel zorgt een neoliberale beleidsvoering ervoor dat uitgerekend die middenklasse, ten gevolge van deregulering, privatisering, liberalisering en een competitieve economie, als sneeuw voor de zon verdwijnt alsook dat de welvaart niet op een gelijkmatige wijze (her)verdeeld wordt onder de bevolking ('trickle up'-effect). Neoliberalen creëren als het ware een situatie waarvan zij oordelen dat een democratie geen adequaat middel vormt om tot besluitvorming te komen - een 'self fulfilling prophecy'.

            Mogelijk zijn er nog verschillen tussen liberalisme en neoliberalisme, maar naar mijn mening is een van de belangrijkste verschilpunten het feit dat het neoliberalisme bij voorkeur ondemocratisch - om niet te zeggen: antidemocratisch - is.

            * Harvey, D. (2005). A brief history of neoliberalism. New York, US: Oxford University Press. * Harvey, D. (2006). Neo-liberalism as creative destruction. Geografiska Annaler: Series B, Human Geography, 88(2), 145-158. doi: 10.1111/j.0435-3684.2006.00211.x * Klein, N. (2008). The shock doctrine. The rise of disaster capitalism. London, UK: Penguin.

            • door Eric Rosseel op vrijdag 13 april 2012

              Uiteraard maakt Harvey dit onderscheid, wi niet ? Maar hij ziet geen breuk tussen liberalisme, welvaartskapitalisme en neoliberalisme. Ze vloeien uit elkaar voort volgens de diverse mogelijkheden die Marx heeft opgesomd voor het Kapitaal om "crisissen" op te vangen en zich qua kapitaalsaccumulatie te vernieuwen. Het neoliberalisme is niet uit de lucht komen vallen en volgt dezelfde mechnaismen als deze die aan het werk zijn sinds 1750-1850.

              • door Eric Rosseel op vrijdag 13 april 2012

                Ik baseer mij op het meer recente boek van Harvey "The Enigma of Capital" (2011; geschreven dus na het uitbreken van de "crisis").

                • door Le grand guignol op vrijdag 13 april 2012

                  Het boek waar u aan refereert heb ik nog niet gelezen. Niettemin heb ik nooit gesproken over een breuk tussen liberalisme en neoliberalisme; het een volgt uit het ander. Toch zijn er een aantal verschillen merkbaar, maar zoals u zegt zijn de voornoemde stromingen telkenmale manieren om de kapitaalaccumulatie, in wezen het kapitalisme, in stand te houden. De transitie wordt dan ook gemaakt op ogenblikken van crisis. In dat verband is het boek van Crouch (2011) een aanrader. Hij constateert dat het neoliberalisme, ondanks zijn duidelijk falen, zich toch zal herpakken als een gevolg van de ontzettend grote invloed of zelfs dominantie van de financiële en zakenwereld (bv. lobbying) over het publieke leven en over de politiek. De slotconclusie van Crouch deel ik niet. Volgens hem zou het aan banden leggen van de financiële en zakenwereld voldoende moeten zijn om het tij in positieve zin te (kunnen) keren. Daarmee gaat hij immers voorbij aan het gebrek aan democratische controle dat inherent is aan een kapitalistisch systeem. Met andere woorden: zijn analyse is interessant, maar de oplossingen die hij voorstelt zijn oude wijn in nieuwe zakken en dat leidt, althans naar mijn mening, naar 'business as usual'.

                  * Crouch, C. (2011). The strange non-death of neoliberalism. Cambridge, UK: Polity Press.

                  • door Eric Rosseel op vrijdag 13 april 2012

                    Oké

            • door Mysjkin op vrijdag 13 april 2012

              "Natuurlijk zullen neoliberalen altijd schermen met een nijpende economische situatie die het niet zou toelaten om op een democratische wijze een nieuwe regering te vormen - de druk van 'de markten', weet u wel."

              U vergeet hierbij wel te vermelden dat deze zogenaamde technocratische regeringen door verkozen parlementen in het zadel gehouden worden. We zullen zien of Griekenland na de verkiezingen in mei nog door een technocraat zal worden geleid. Hetzelfde geldt voor Italië. Deze technocraten en parlementsleden maken dan misschien wel keuzes die u niet bevallen maar dat is geen reden om de getroffen regeling ondemocratisch te noemen. Wat betreft de afkeer van neoliberalen voor de democratie hebt u natuurlijk gelijk, zeker in het geval van Milton Friedman. Ik heb zijn Capitalism and Freedom gelezen en hij maakt in het eerste hoofdstuk een onderscheid tussen politieke (democratie) vrijheden en economische vrijheden en hij ziet geen reden waarom we de eerste hoger zouden moeten waarderen dan de tweede. In de conclusie van het boek stelt hij ook dat de meeste mensen niet in staat zijn de superioriteit van zijn geprefereerde economische arrangementen in te zien en daarom kiezen ze voor een beleid dat hun kortzichtige verlangens bevredigd maar op de lange termijn nefast is. Als aanval op de democratie kan dat tellen. Ik keur dit uiteraard af.

              "Maar in feiten creëert een neoliberaal beleid zelf de problemen, alsmede het democratisch deficit, en buit die situatie vervolgens uit om de eigen beleidslijnen onder zware druk (bv. besparingsmaatregelen) door te voeren (cf. Klein, 2008)."

              Het probleem van Griekenland is helemaal niet ontstaan door een neoliberaal beleid. We kunnen het neoliberalisme veel verwijten maar endemische corruptie, het jaar na jaar boeken van enorme begrotingstekorten en het laten oplopen van de staatsschuld in tijden van hoogconjunctuur (zie de evolutie van de Griekse staatsschuld tussen 2000 en 2008), het slecht innen van belastingen (=/= niet gelijk aan lage belastingen) en talloze beroepsgroepen en economische sectoren vrijwaren van competitie, zijn geenszins geloofspunten van het neoliberalisme. U zal dan misschien wijzen op de banken die zo makkelijk kredieten verschaften aan de Griekse staat. Maar deze kredieten stonden alle eurolanden ter beschikking en enkel Griekenland heeft er op overmatige en destructieve wijze van gebruikgemaakt. De Financiële crisis in zijn geheel is wel veroorzaakt door de door het neoliberalisme geïnspireerde deregulering in het financiewezen, maar het beleid dat Griekenland zo buitensporig kwetsbaar gemaakt heeft voor de gevolgen van deze crisis, was niet neoliberaal geïnspireerd. Ik vind het nogal goedkoop om alles wat economisch mank loopt in de wereld in de schoenen van het neoliberalisme te schuiven (deze denkwijze lijkt me nogal in de mode de laatste tijd, zeker in linkse middens).

              • door Le grand guignol op zaterdag 14 april 2012

                Wat het zakenkabinet in Griekenland alsook in Italië betreft is er geen enkel sprake van democratie. Zoals ik in een andere reactie heb gezegd worden de betreffende technocraten voorgedragen aan het parlement en moet dat parlement weliswaar zijn zegen geven, maar de technocraten worden als het ware verkozen in de achterkamertjes van de Europese politiek. Daar is niks democratisch aan. Wat zou er gebeuren indien het parlement die technocraten niet goedkeurt? Dan komt men met nieuwe op de proppen. Trouwens, bij het capito-parlementarisme en de particratie kan men zich eveneens ernstig vragen stellen in verband met de democratische controle. U gelooft toch niet dat we op dit ogenblik met een democratische beleidsvoering te maken hebben? Indien nodig wil ik daar verder op ingaan, maar het zou me naar mijn mening in deze reactie te ver leiden.

                Met betrekking tot Griekenland is er inderdaad ook sprake van wanbeleid door de Griekse politiek die zelf een systeem van corruptie en politiek dienstbetoon heeft geïnstalleerd om zichzelf, als politieke kaste, in het zadel te houden. Op dat vlak is er dus heel wat fout gelopen. Tot daar ben ik het met u eens. Maar daarnaast is het een Europese neoliberale beleidsvoering in functie van competitie, concurrentie en economische groei (winstmaximalisatie en kapitaalaccumulatie) die ervoor gezorgd heeft dat de import van Duitse producten goedkoper was dan de eigen producten. Griekenland kreeg daardoor een negatieve handelsbalans waardoor het genoodzaakt was om extra geld te gaan lenen en dus extra overheidsschulden te maken. Vanwege de Euro was Griekenland immers niet in staat zijn eigen munt te devalueren. Op dit ogenblik zien we hetzelfde verhaal in Spanje. Het komende verval van Portugal en Spanje zal aantonen dat het met die specificiteit van Griekenland in wezen nog wel meevalt. Weliswaar is er inderdaad sprake geweest van een politiek wanbeleid in Griekenland, maar indien u de situatie van Griekenland niet in een ruimere Europese en neoliberale context plaatst snijdt uw analyse weinig hout. Indien het neoliberalisme en het marktfundamentalisme mee aan de basis liggen van een falend beleid, dan is het onze verdomde plicht om dat aan te kaarten en mee in rekening te brengen. En ja, het is enkel in bepaalde linkse middens dat men die analyse maakt en durft maken. Kom dus a.u.b. niet af met het feit dat ik het neoliberalisme ten onrechte mee in mijn analyse opneem.

                Indien u meer wil weten over de invloed van het Europese neoliberale competitiviteitsbeleid, hoe het tot stand kwam en wat het precies inhoudt:

                Wigger, A. (2008). Competition for competitiveness: The politics of the transformation of the EU competition regime. Dissertation, Departement of Political Science, Faculty of Social Sciences, vrije Universiteit Amsterdan, NL. Retrieved from http://www.ru.nl/politicologie/koppeling/wigger/#RecentPublications

                • door Mysjkin op zaterdag 14 april 2012

                  Over de zogenaamde ondemocratische technocraten: Het is waar dat deze heren door Europa ( maar wel in samenspraak met de nationale politiek!) werden voorgesteld maar ik herhaal, dit is gebeurd met instemming van de verkozen nationale parlementen en partijen, die perfect een andere keuze hadden kunnen maken. Monti heeft onlangs trouwens zijn hervormingen van de arbeidsmarkt in Italië moeten afzwakken om op de broodnodige steun van de sociaaldemocraten te kunnen rekenen, het gaat dus zeker niet om dictaten die botweg kunnen worden uitgevoerd. Trouwens als die technocraten op korte en middellange termijn niet zorgen voor economische verbeteringen dan worden ze gewoon weggestemd door het parlement, of nog beter, de huidige partijen worden gewoon weggestemd door de bevolking. Gelooft u nu werkelijk dat Europa er nog in zal slagen een Papademos op te leggen aan Griekenland als radicale partijen binnenkort tegen de 50% van de stemmen binnenhalen?

                  • door Le grand guignol op zaterdag 14 april 2012

                    Die nationale parlementen hadden geen andere keuze. Toen Papandreou een referendum wilde organiseren werd hij tijdens de G20-top op het matje geroepen. Diegenen die in Griekenland tegen het zakenkabinet wilden stemmen werden door Papandreou uit de partij gezet. Democratie?? Bovendien is een parlementaire democratie niet democratisch. Het is een vorm van oligarchie die de mensen een illusie van democratie voorhoudt zonder de gevaren van een democratie. Het organiseren van verkiezingen wil niet noodzakelijk zeggen dat we met een democratie te maken hebben.

                • door Mysjkin op zaterdag 14 april 2012

                  Wat betreft Europa, neoliberalisme, Griekenland... Wat u zegt klopt niet, een negatieve handelsbalans zorgt er niet voor dat de overheid geld moet gaan lenen. Spanje bijvoorbeeld had een handelstekort en een tekort op de lopende rekening in de jaren 2000-2008 maar was wat betreft begrotingsbeleid en overheidsschuld één van de beste leerlingen van de Europese klas. (Maar in Spanje was het natuurlijk de private sector die de schulden aanging). Weet u dat het omgekeerde ook kan? De overheid leent massaal, terwijl men met een niet-competitieve economie zit, waardoor het geleende geld dat de economie binnenstroomt uiteindelijk gebruikt wordt voor de aankoop van goedkopere producten en diensten uit het buitenland. Wat u eigenlijk wilt zeggen is dat de Eurozone economieën die al te zeer van elkaar verschilden in één muntunie heeft ondergebracht. Eerder rechtse economen zoals Johan Van Overtveldt hebben hier ook al vaak op gewezen. U vergeet ook dat Duitsland voor de hervormingen van Schröder zelf in grote economische moeilijkheden zat, en u vergeet ook dat die politiek de economisch meer geavanceerde leden van de eurozone (België, Nederland, Oostenrijk, Finland, Luxemburg) niet in de problemen heeft gebracht, ondanks het feit dat deze landen de Duitse politiek niet gekopieerd hebben. Maar ik zal het niet ontkennen, meer coördinatie op economisch vlak had heel wat onheil kunnen voorkomen. Duitsland bijvoorbeeld zou zeker de lonen moeten laten stijgen in lijn met de productiviteit (iets wat de laatste tijd, onder druk van de vakbonden, meer en meer aan het gebeuren is), want uiteindelijk is de bedoeling van economische groei toch dat de koopkracht van de gehele bevolking toeneemt. Dat is eigenlijk de grote onzin van het hele project van de Euro, men wilt een gemeenschappelijke munt terwijl de economische theorieën ook duidelijk stellen dat je dat enkel kan doen met economieën die grotendeels hetzelfde functioneren (/Optimum currency area). Maar de meeste nationale overheden zijn niet bereid om een deel van hun economische soevereiniteit af te staan of hun beleid verregaand te coördineren. En dan kom je inderdaad in de problemen als je een economie met een gereguleerde arbeidsmarkt (Duitsland) samenbrengt met een economie met een extreem gereguleerde arbeidsmarkt (Italië). Enkele vragen los van deze discussie: Is er voor u enige plaats voor marktwerking in de economie? Vindt u dat iedereen die op één of andere manier de markt verdedigd een neoliberaal? Vindt u bijvoorbeeld dat Paul Krugman een neoliberaal is?

                  • door Mysjkin op zaterdag 14 april 2012

                    Dat moet natuurlijk zijn : gedereguleerde arbeidsmarkt (Duitsland)

                  • door Le grand guignol op zaterdag 14 april 2012

                    Ik ben niet van mening dat economen die de marktwerking verdedigen per definitie neoliberaal zijn. Immers, het verschil tussen een economische marktwerking en het marktfundamentalisme (neoliberalisme) betreft het feit dat het neoliberalisme het marktprincipe vanuit de economie over andere levensdomeinen extrapoleert en opdringt. Op die manier wordt het marktprincipe het toonaangevende principe voor de organisatie van de samenleving. Het neoliberalisme betekent meer dan een economische theorie; het betekent een socioculturele en reactionaire omwenteling.

                    Daarnaast ben ik van mening dat de marktwerking niet noodzakelijk de beste en meest efficiënte wijze is om de economie te organiseren. Ik ben er zelfs van overtuigd dat, indien we tegen de grenzen van een eindige wereld aanbotsen, het noodzakelijk zal zijn om een vorm van economische planning in te lassen. Een economische planning die geschiedt in functie van de ecologische beschikbaarheid en toereikendheid (bv. van grondstoffen) in verhouding tot de noden van de bevolking alsmede de demografische situatie en ontwikkeling. De markt is niet noodzakelijk efficiënter dan een planmatige economie waarbij de overheid een belangrijkere rol speelt. Overigens, neoliberalen plannen ook maar doen dat niet in functie van het algemeen belang.

                    Paul Krugman is naar mijn mening geen neoliberaal.

                    • door Mysjkin op zaterdag 14 april 2012

                      Als u verwijst naar 'het feit dat het neoliberalisme het marktprincipe vanuit de economie over andere levensdomeinen extrapoleert en opdringt' bedoelt u dan letterlijk het invoeren van de marktwerking in bijvoorbeeld de zorgsector, of het invoeren van het (hoe zal ik het noemen?) 'economische efficiëntiedenken ' in bijvoorbeeld de zorgsector (zonder de organisatie van de zorg aan de vrije markt over te laten dus). Het gaat om twee verschillende zaken, en het laatste wordt ook vaak (onbewust) gretig omarmd door mensen die economisch links denken. Ik ben bijvoorbeeld opvoeder geweest en vanuit het beleid gaat een grote druk uit om alles zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, waarbij gecontroleerd wordt of werknemers niet te vaak stilzitten, van alles gemeten en geëvalueerd moet worden, vaak gesproken wordt over 'kwaliteit' er resultaten geproduceerd moeten worden, veel economisch jargon... . Enfin, u begrijpt het wel denk ik, Hans Achterhuis geeft in zijn boek over het neoliberalisme het voorbeeld van de 'zorgminuten'. Een ander voorbeeld: de relatie tussen ouders en kinderen die wordt voorgesteld als een contract.

                      • door Le grand guignol op zaterdag 14 april 2012

                        Nee, want het invoeren van de marktwerking in de zorgsector maakt voor mijn mening deel uit van een economische marktwerking. Ik doel eerder op de wijze waarop er een nieuwe sociale subjectiviteit gecreëerd wordt (de ondernemer) waarbij individuen, op alle levensdomeinen, als marktspelers in het leven moeten staan. Het betreft in wezen een socioculturele mentaliteitswijziging die het louter economische ver overstijgt. (zie bijvoorbeeld: Bührmann, A. D. (2005). The emerging of the entrepreneurial self and its current hegemony. Some basic reflections on how to analyze the formation and transformation of modern forms of subjectivity. Forum Qualitative Sozialforschung / Forum: Qualitative Social Research, 6(1), s.f. Retrieved from http://www.qualitative-research.net/index.php/fqs/article/view/518/1122 )

                        • door Mysjkin op zaterdag 14 april 2012

                          Bedoelt u met nee dat er voor u geen verschil tussen de twee? Op mijn werk (zorgsector) was er bijvoorbeeld een leidinggevende die enerzijds erg kritisch stond tegenover het kapitalisme en zich in zijn vrije tijd bekommerde over asielzoekers maar op de werkvloer dat denken in economische termen wel zeer genegen was. Verdient dit tweede fenomeen dan niet een aparte invalshoek? Het altijd maar zoeken naar 'de meest efficiënte' methodes, en het aan de kant zetten of het niet relevant vinden van de intrinsieke waarde van bepaalde zaken, is immers iets waarvoor alle politiek stromingen vatbaar zijn. Dit enkel aan het neoliberalisme toeschrijven, is het neoliberalisme wat teveel eer aandoen. :)

                          • door Le grand guignol op zaterdag 14 april 2012

                            Daar is wel degelijk verschil tussen de twee, maar 'au fond' komt het neer op een economische efficiëntie en effectiviteit waarbij de 'non-profit' werd omgevormd tot - eufemistisch - 'social-profit'. In Nederland werd die marktwerking in de sociale sector reeds veel verder doorgevoerd en nu komt men tot de conclusie dat het streven naar (economische) efficiëntie op een bepaald ogenblik de ziel uit de stiel haalt. Dit wil niet zeggen dat er geen mate van efficiëntie nodig is, maar er bestaat een voortdurende spanning tussen economische efficiëntie en sociale rechtvaardigheid, betrokkenheid, engagement en wederkerigheid; de slinger durft al snel uitslaan in de richting van het eerste. Wat echter vaak vergeten wordt is het feit dat de managementideologie deel uitmaakt van het culturele circuit van het kapitalisme, net zoals het neoliberalisme. De bijval die de managementideologie krijgt van bijvoorbeeld coördinatoren binnen de sociale sector roept op zich ook een aantal spanningen op tussen de authenticiteit van het sociaal werk en de amoraliteit van het kapitalisme alsmede het reactionaire karakter van het neoliberalisme.

                            Neoliberalisme en management zijn inderdaad twee aparte zaken, maar beide spreken in wezen dezelfde taal omdat ze over dezelfde niet-onderhandelbare kerneigenschappen beschikken: "These include private property and profit orientation, inequality, managers’ responsibilities and prerogatives for managing organisations [and politics], class structure, anti-democratic organisations, exploitation of the many by the few and other similar assumptions. This is the protective belt" (Diefenbach, 2009:119).

                            * Diefenbach, T. (2009). Management and the dominance of managers. An inquiry into why and how managers rule our organizations. Abingdon, UK: Routledge.

    • door Joris Note op vrijdag 13 april 2012

      Er staat in mijn stuk nergens dat er maar één soort kritiek op het neoliberalisme mogelijk is. Ik heb een boekje gelezen en ik plaats daar een paar korte kanttekeningen bij, een paar 'persoonlijke' bedenkingen die spontaan bij me opkomen. Is daar iets op tegen?

      • door Mysjkin op vrijdag 13 april 2012

        Daar is helemaal niets op tegen. Ik heb uw stuk verkeerd geïnterpreteerd en te snel mijn conclusies getrokken.

  • door catteeuw op vrijdag 13 april 2012

    ...

  • door Joris Note op zaterdag 14 april 2012

    Met veel van wat u schrijft ben ik het eens, maar de manier waarop u de ‘discussie’ voert is soms in meer dan één opzicht autoritair. U lijkt niet te schrijven voor lezers maar alleen voor uw eigen Grote Gelijk. Het is ook niet meer prettig een bijdrage voor deze site te schrijven als u in de buurt bent, want algauw moet alles rond u draaien. Wie u bent weet ik niet, maar ik begin vermoedens te krijgen. In elk geval is dit de laatste keer dat ik me tot u richt. Nog dit: uw eruditie is indrukwekkend, maar ik heb geen vertrouwen in uw opvatting over democratie; ik zie u nog niet gauw de radicaal egalitaire ideeën van Jacques Rancière citeren. Tot slot, voor wie het interesseert: ik las in de 'New Left Review' twee belangwekkende recente artikelen van de Duitse socioloog Wolfgang Streeck, waarin de spanning tussen de markten en het parlementarisme centraal staat; het eerste, ‘The crisis of democratic capitalism’, is vrij toegankelijk (http://www.newleftreview.org/?page=article&view=2914), anders dan het tweede, ‘Markets and people’, dat specifiek over Europa gaat (http://www.newleftreview.org/?page=article&view=2939).

  • Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties