about
Toon menu
Opinie

Günter Grass en de atoombommen van Israël

Günter Grass wist wat hem zou overkomen na zijn gedicht 'Was gesagt werden muss'. Ook al houdt hij van Israël - in het gedicht luidt dat “ Het Land Israël, waar ik mee verbonden ben en verbonden wil blijven” - toch weet hij vooraf dat het verdikt ‘antisemitisme’ vast staat.” Waarom? Omdat hij het taboe verbreekt over de Israëlische nucleaire bewapening. Wie dat doet weet wat hem te wachten staat.
woensdag 11 april 2012

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Denk maar aan de Israëli Mordechai Vanunu die in 1986 de Londense Sunday Times informatie bezorgde over dat kernarsenaal. Vanunu zit nu wel niet langer in de cel, maar is nog altijd geen vrij man.

Wat vraagt Grass? Dat men voor Israël dezelfde regels toepast als voor Iran. In het gedicht: “…een onbeperkte en permanente controle van het Israëlische nucleaire potentieel en van de Iraanse nucleaire installaties, door een internationaal agentschap met toelating van beide regeringen.”

Geen pottenkijkers

Maar Israël wil geen pottenkijkers. Dat was al zo toen het in 1957 zijn eerste kernreactor in Dimona bouwde, met Franse hulp, met de bedoeling zo snel mogelijk een eigen atoombom te bezitten. Daarvoor had het Israëlische Ministerie van Defensie al in 1952 een speciale afdeling opgericht.

Controle werd niet toegestaan, zelfs niet door bondgenoot VS. Toen de Amerikanen toch controleurs naar Dimona zonden, bouwde men daar snel een valse controlekamer en werden toegangen tot essentiële delen van de reactor tijdelijk dicht gemetseld. Het verhaal werd later uitgebracht door de Federation of American Scientists.

Tijdens de oorlog van 1967, toen Israël de laatste brokstukken van Palestina veroverde, kon Israël al twee atoombommen in stelling brengen voor het geval dat ... Tijdens de volgende oorlog van 1973 waren dit er al dertien. In 1979 deed het dan zijn eerste test met een kernkop op een langeafstandsraket, in samenwerking met het toenmalige apartheidsregime in Zuid-Afrika. Die test gebeurde in de Indische Oceaan. Nu wordt het Israëlische arsenaal geschat op 100 tot 200 atoomwapens.

De mantel der liefde

Dit alles wordt door de vrienden van Israël - en dat zijn ook alle EU-landen, waaronder het Duitsland van Grass - met de mantel der liefde toegedekt. We spreken er niet over. En juist dat klaagt Grass aan. Hij heeft te lang gezwegen, omwille van het Duitse verleden en zijn eigen verleden (hij diende als 17-jarige in de Waffen-SS).

Maar nu: “… ik zwijg niet meer, want ik ben de schijnheiligheid van het Westen beu en ik hoop dat velen zich van het zwijgen zullen bevrijden.”

We meten met twee maten en twee gewichten. Van Iran vermoeden we dat ze aan een atoomwapen werken, van Israël weten we dat het een heel arsenaal heeft. Maar alleen Iran moet zich aan de controle van de internationale gemeenschap onderwerpen.

We kunnen, volgens Grass, alleen maar een atoomoorlog vermijden, als iedereen wordt gecontroleerd, ook Israël, een logische en absoluut geen ‘extremistische’, laat staan ‘antisemitische’ eis.

Maar neen, Israël mag veel, ongeveer alles en niet alleen op nucleair gebied. Om eens iemand anders dan Günter Grass te citeren: “ Iran moet afzien van een verrijking van uranium, ook al heeft het daar onder het NPT-Verdrag tegen de spreiding van kernwapens het recht toe.

Maar Israël heeft kernwapens en wordt daarover met rust gelaten. Hanteert de internationale gemeenschap een dubbele standaard? Het antwoord zou ja kunnen zijn, maar om begrijpelijke redenen.” (Mia Doornaert in De Standaard 4 maart 2006).

Het zijn deze ‘begrijpelijke redenen’ die Günter Grass niet langer wenst te begrijpen. Dat is zijn vergrijp in de ogen van Israël.

reacties

4 reacties

  • door Planner op donderdag 12 april 2012

    Volle steun aan dhr. Grass.

    Aan wetten en regels dient iedereen onderhevig te zijn. Ook al is het 'inconvenient'.

    • door Leo De Ley op donderdag 12 april 2012

      In lood gegoten

      Auteur: Sus Van Elzen ISBN: 978 90 8542 305 8 Uitgeverij: De Bezige Bij Antwerpen

      Oud-journalist Sus Van Elzen schreef na zijn eerste roman, Rina, en twee verhalenbundels, drie boeken over het Israëlisch-Palestijns conflict.: Zand erover – De ongrijpbare vrede van Israël en de Palestijnen en De Zigzagmuur. In zijn laatste boek over dit onderwerp gaat hij na hoe Israël vanuit de wankele zionistisch utopische droom van David-Ben Gurion de Joodse staat is geworden zoals wij die nu kennen. Hij beschrijft op basis van gesprekken met Joodse en Palestijnse protagonisten in de Verenigde Staten, Europa en Israël de tragedie van de mooie droom die geschaakt werd door oorlog en het blinde geloof in de kracht van wapens.

      De titel van zijn boek verwijst naar de kernmacht Israël die zich, met steun van de Verenigde Staten, sinds haar geboorte op vrijdag 14 mei 1948, krampachtig heeft overbewapend en met een extreme pathologische instelling tegenover de andere volkeren in het gebied is uitgegroeid tot een militaire macht die na 63 jaar aanwezigheid in het Midden-Oosten nog steeds niet in staat is een fatsoenlijk vredescompromis af te sluiten met de andere inwoners in de regio en dat wellicht nog lang niet van plan is. Dit werd onlangs nog maar eens duidelijk gemaakt toen het haar veto stelde, samen met de VS, om de Palestijnen een zitje te gunnen in de Veiligheidsraad.

      Deze halsstarrige en onwrikbare instelling heeft van Israël uiteindelijk een voor Joden onveilige staat gemaakt. Grote groepen Israëlische jongeren verlaten na hun verplichte legerdienst het land. Ze gaan weg omdat het een ongelukkig land is en helemaal geen vredige veilige thuis voor het Joodse volk. Wat begonnen was als een utopie op ongelukkige premissen, is als utopie mislukt en de premissen zijn door de eeuw voorbijgestreefd. El Al is een van de onveiligste luchtvaartmaatschappijen ter wereld, dixit Menachem Klein. Het is een land geworden, permanent in oorlog, dat blind en doof is voor de wereld en zich blijft verschansen in het eigen getto. Blind en doof voor de wereld die, als het zijn tv-toestel aanzet, veel kans heeft een Israëlische tank door het beeld te zien rijden.

      In februari 2011 vroeg de auteur in een Antwerpse boekhandel aan de Libanees-Palestijnse schrijver, Elias Khoury, hoe het toch mogelijk is dat Israël immuun blijkt te zijn voor alle internationale kritiek en waarom het zich toch zoveel kan veroorloven? Zijn antwoord was dat dit komt door de misdaden die Europa tegen de Joden gepleegd heeft: de Jodenvervolgingen en de Holocaust. Hoe de Holocaust door Israël gebruikt wordt. En dat, hoewel de Holocaust met de zionistische beweging en de vorming van de Joodse staat voor de Tweede Wereldoorlog niets te maken heeft, blijft het een doorslaggevende factor en een gigantische misdaad.

      Dat de Europeanen voor die misdaad de volle verantwoordelijkheid dragen is duidelijk. Daarom zijn de Europeanen ook mede verantwoordelijk voor de vorming van Israël. De Joden zijn naar Palestina gegaan omdat zij in Europa vermoord werden. Het slechte geweten van Europa maakt het bijziend in de kwestie. Zonder te kijken of behoorlijk na te denken schaart het zich automatisch of bijna aan de kant van Israël en zijn militaristische politiek. Volgens Elias Khoury zou Europa, als het écht een vriend van de Joodse staat wil zijn, moeten proberen Israël uit haar militaristische obsessie en de vicieuze cirkel van geweld te helpen bevrijden. Ook al zegt de Israëlische regering dat ze dat niet lust. Zo blijft uiteraard de status-quo bestaan.

      Verwacht niet van de auteur dat hij in dit boek oplossingen aanreikt. Want, zoals te verwachten, vertellen de protagonisten die hij opzocht en aan het woord laat allemaal tegenstrijdige verhalen. Daarom is zijn laatste werkstuk, dat actueler is dan ooit, een loodzwaar leesboek geworden waarin hij tracht de lezer inzicht aan te bieden in de oorzaken en de gevolgen van het Israëlisch-Palestijns conflict. Is Israël een religieuze staat, een etnische staat of een moderne staat? Van Elzen zoekt antwoorden, maar krijgt ze niet op een rijtje.

      Zijn verdienste is echter dat hij een leidraad bijeen heeft geschreven doorheen de talloze mogelijke antwoorden die Joden en Palestijnen uit de Diaspora en Joden en Palestijnen in Israël zelf hierop trachten te geven. Op die wijze geeft hij een stem aan velen die zich diep bezorgd tonen over de toekomst van een land dat ooit een een vredig en veilig thuisland voor het Joodse volk moest worden, maar waarvan thans nog maar bitter weinig overblijft.

  • door Karel Popper op zondag 15 april 2012

    Ik begrijp dat Vereertbruggen liefst een Israël zonder (atoom)wapens ziet, want dan kunnen zijn islamitische vrienden de Joden in zee drijven, zoals ze niet moe worden te herhalen.

    • door svdl op maandag 21 mei 2012

      Terug tijd om met de blokken te spelen man! En vergeet niet "stoute kinderen zetten we in de hoek", ja?

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties