about
Toon menu

Marokkaanse vrouwen vertellen persoonlijk migratieverhaal

Afgelopen vrijdag ging in het Vredescentrum in Antwerpen de documentaire 'Leven in België als vrouw uit de migratie' in première. Hierin laat documentairemaker Mohammed Ihkan twee Marokkaanse vrouwen aan het woord. De film over Fatma en Zohra brengt een ander beeld over Marokkaanse vrouwen. Geen cliché, maar een reeël verhaal over sterke Marokkaanse vrouwen van de eerste generatie.
donderdag 8 maart 2012

In 'Leven in België als vrouw uit de migratie', stellen dochters aan hun Marokkaanse moeders vragen over hun persoonlijk migratieverhaal. Waarom ben je naar België gekomen? Hoe oud was je toen? Hoe waren je eerste ervaringen met de Belgen? Waarom draag je nu een hoofddoek en vroeger niet? Gedurende 45 minuten vertellen Zohra en Fatima hun persoonlijk verhaal.

Van Marokko naar België

Zohra kwam als jong meisje naar België om voor een grootmoeder van een Belgische familie te zorgen. In Luik en Charleroi moest zij hele lange dagen werken bij families in huis. Uiteindelijk verhuisde zij naar Antwerpen waar zij veel Belgische vrienden had en veel uitging. Op café ontmoette zij haar Belgische echtgenoot, Derek. Laten trouwden zij en kregen zij enkele kinderen.

Fatma verhuisde op haar zestiende naar ons land, nadat zij trouwde met een gastarbeider. In het begin was zij hier erg alleen. Op 22-jarige leeftijd had zij al vier kinderen en werkte zij. Met haar echtgenoot had zij geen goede verstandhouding. Zij kwam daardoor in een vluchthuis voor mishandelde vrouwen terecht. Toen bouwde zij haar leven helemaal opnieuw op. Ze scheidde van haar man, schreef een boek over haar leven ('Le livre de Fatma'),  leerde lezen en schrijven en hertrouwde met een nieuwe partner.

Angst voor vrouwen met hoofddoeken

De stem van vrouwen als Zohra en Fatma horen we niet vaak in de media. Het verhaal van Fatma is erg aangrijpend en laat zien wat voor immense kracht mensen kunnen bezitten. Zohra's verhaal werpt dan weer een ander licht op het hoofddoekendebat. Vroeger droeg zij geen hoofddoek, tegenwoordig wel. Zij merkt in de documentaire op dat mensen vroeger veel vriendelijker waren tegenover mensen met een hoofddoek. Nu heeft zij de indruk dat mensen bang zijn van vrouwen met hoofddoeken. Zij voegt er aan toe: "De hoofddoek heeft geen enkele relatie met de slechte daden van sommige mensen."

Ook legt Fatma haar visie op de multiculturele samenleving uit: "Mensen zonderen zich tegenwoordig te veel af. Mensen moeten zich onder elkaar mengen. Zij moeten elkaars culturen leren kennen. Als we dat niet doen, dan zal het fout gaan."

Kleine documentairemaker inspireert VRT

Net zoals in Ihkans andere documentaires, komt in 'Leven in België als vrouw uit de migratie', de gewone mens uitgebreid in beeld. De documentairemaker neemt uitgebreid de tijd om de hoofdpersonen hun verhaal te laten vertellen. Daardoor kabbelt de documentaire soms wat voort. Toch stoort dit niet. Want de verhalen die deze twee vrouwen te vertellen hebben, zijn enorm interessant. Verder wordt Ihkans camerawerk steeds volwassener. Het oeuvre van de documentairemaker groeit met de jaren.

Ihkan werkt al jaren in de marge van de documentairewereld. Met een zeer beperkt budget gaat hij te werk. Zijn films worden bekeken door een klein publiek. Toch wordt zijn werk steeds meer opgemerkt. Onlangs haalde de VRT de inspiratie nog bij Ihkan voor de documentaire 'Triq Slama'. Bij de vertoning van de film over twee vrouwen was de VRT ook aanwezig. Hopelijk kunnen Ihkan, Zohra en Fatma de VRT nogmaals inspireren voor een nieuwe documentaire waarin de stem van mensen uit minderheden uitgebreid aan bod komt.

'Leven in België als vrouw uit de migratie' is in het Nederlands, Arabisch en Frans gesproken. Het Arabisch en het Frans zijn in het Nederlands ondertiteld.

Van stichting 'Communicatie In Beeld'; met steun van het OCMW en in samenwerking met het Vredescentrum.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

9 reacties

  • door DMF op donderdag 8 maart 2012

    Deze dame zegt het duidelijk: wanneer mensen mekaar en mekaars cultuur niet leren kennen, dan zal het fout gaan. Maar hoe moet dat dan gebeuren? In mijn dorp zie ik regelmatig nieuwe gezichten, een bruintje, een zwartje, een blank gezicht van iemand die mijn taal niet spreekt, een kind dat me niet in de ogen durft kijken uit angst een kwade blik te zien. . . En ik vraag mij af: wie zijn dat.? Van waar komen ze? Waarom zijn ze hier? Wat doen ze.? Hoe zijn hun gezinnen samengesteld? Wat zouden we samen kunnen doen om alleen maar goede buren te zijn (om te beginnen). En uiteraard kan ik me voorstellen dat de nieuwkomers zich dezelfde vragen stellen over ons - hun nieuwe buren. Alhoewel de regering en allerlei andere instanties de mond vol hebben over integratie heb ik er nog nooit wat rechtstreeks van gemerkt. Ik woon in een kleine dorpsgemeenschap, vlak naast een gemeentelijk ontmoetingscentrum (ont-moeten = niets moeten). Waarom nodigt de gemeente ons en onze nieuwe dorpsgenoten niet uit om in dit centrum met mekaar kennis te maken. Wat dan op het eerste gezicht niet altijd zo prettig lijkt zou bij nader inzien (respect = re spicere = terug kijken) wel eens - meer dan waarschijnlijk - heel goed kunnen meevallen. Integratie gebeurt niet door ambtenarij of administratie. Zij gebeurt door mensen samen te brengen. Wie durft?

    • door prosper ysbeer op donderdag 8 maart 2012

      [title]Beste DMF, U schrijft "Hoe[/title]Beste DMF, U schrijft "Hoe moet dit dan gebeuren? " Ik vind dat een bemoedigende vraag en ik zou U en alle vlaamse mensen willen aanmoedigen om die vraag meer en luidop te stellen! Ik durf er zelfs bij te zeggen stel ze aan die vreemde mensen die U ontmoet in uw wijk. zeg gewoon "Welkom in mijn dorpsgemeenschap, vreemdeling; ik zou jou en je familie willen leren kennen en ik zou jullie mijn familie willen voorstellen!" Als u die zin uitspreekt is "vreemdeling" het zelfde als "onbekende", "nieuwkomer in de gemeenschap" en heeft het niet de nare bijklank van "onwelkome buitenlander". Nodig dat gezin uit aan uw tafel een zondag namiddag voor thee en gebak - ik verzeker u ze zullen u de eer meermaals terug doen.

      U schrijft "In mijn dorp zie ik regelmatig nieuwe gezichten, een bruintje, een zwartje, een blank gezicht van iemand die mijn taal niet spreekt, een kind dat me niet in de ogen durft kijken uit angst een kwade blik te zien. " Laat mij U toch corrigeren dat kind durft u niet in de ogen te kijken omdat dat in zijn kultuur te vrijpostig is te aanmatigend, niet iedereen deelt onze kulturele waarden als hij/zij hier aankomt, dus interpreteer dat niet als schrik om u in de ogen te kijken, maar u heeft ook wel een beetje gelijk : wat in vlaanderen doorgaat voor een neutrale gezichtuitdrukking wordt door vele nieuwkomers van buiten onze contreien gezien als een kwade blik. Vlamingen kijken nu eenmaal stuurs naar de wereld om hun heen.

      Uw vragen stel ze gerust als u thuis of in de tuin aan tafel zit , vertel over uzelf en uw familie , de volgende week als u dat gezin op de markt of op straat tegenkomt zal het kind u tegemoet lopen om u een hand te drukken en u te begroeten.

      U schrijft "Integratie gebeurt niet door ambtenarij of administratie. Zij gebeurt door mensen samen te brengen. Wie durft?" U durft, Sommige gemeenten nodigen hun nieuwkomers uit , maar hun inwoners kunnen dureven niet toegeven aan hun nieuwsgierigheid. Wel doe het anders, nodig een gezin bij u uit zoals ik hierboven beschreef en wordt hun peetvader in het dorp . Nodig later de andere inwoners uit in het gemeentelijke ontmoetingscentrum , en stel uw peetgezin voor .

      Ik roep vlaamse gezinnen op om gezinnen uit de migratie te adopteren, houd kontakt , help hun kinderen bij het naar school gaan , ik ga u niet beschrijven welke wereld er voor u opengaat!

  • door DMF op donderdag 8 maart 2012

    Deze dame zegt het duidelijk: wanneer mensen mekaar en mekaars cultuur niet leren kennen, dan zal het fout gaan. Maar hoe moet dat dan gebeuren? In mijn dorp zie ik regelmatig nieuwe gezichten, een bruintje, een zwartje, een blank gezicht van iemand die mijn taal niet spreekt, een kind dat me niet in de ogen durft kijken uit angst een kwade blik te zien. . . En ik vraag mij af: wie zijn dat.? Van waar komen ze? Waarom zijn ze hier? Wat doen ze.? Hoe zijn hun gezinnen samengesteld? Wat zouden we samen kunnen doen om alleen maar goede buren te zijn (om te beginnen). En uiteraard kan ik me voorstellen dat de nieuwkomers zich dezelfde vragen stellen over ons - hun nieuwe buren. Alhoewel de regering en allerlei andere instanties de mond vol hebben over integratie heb ik er nog nooit wat rechtstreeks van gemerkt. Ik woon in een kleine dorpsgemeenschap, vlak naast een gemeentelijk ontmoetingscentrum (ont-moeten = niets moeten). Waarom nodigt de gemeente ons en onze nieuwe dorpsgenoten niet uit om in dit centrum met mekaar kennis te maken. Wat dan op het eerste gezicht niet altijd zo prettig lijkt zou bij nader inzien (respect = re spicere = terug kijken) wel eens - meer dan waarschijnlijk - heel goed kunnen meevallen. Integratie gebeurt niet door ambtenarij of administratie. Zij gebeurt door mensen samen te brengen. Wie durft?

    • door Greet Fkeurackers op donderdag 8 maart 2012

      Je slaat de nagel op de kop. Over het algemeen krijgen de "vreemdelingen" de schuld van al wat er mis gaat. Vandaag las ik zelfs op facebook dat het de schuld is van die "gelukszoekers" dat onze belastingen zo hoog zijn. Hoe kortzichtig en egoïstisch kunnen mensen zijn. Je moet maar het geluk hebben om in een land van melk en honing te worden geboren en niet in een woestijn, of in een land in oorlog. Ben steeds blij om positieve reacties te lezen.

      • door prosper ysbeer op donderdag 8 maart 2012

        Beste DMF en Greet, laten we een vereniging opzetten die "adopteer een gezin uit de migratie !" promoot en gezinnen samenbrengt

      • door prosper ysbeer op donderdag 8 maart 2012

        Beste DMF en Greet, laten we een vereniging opzetten die "adopteer een gezin uit de migratie !" promoot en gezinnen samenbrengt

        • door DMF op donderdag 8 maart 2012

          Beste Prosper en Greet,

          en als we daar mekaar een over telefoneerden? Mijn GSM is 0491/079414

  • door Johan Vermeersch op vrijdag 9 maart 2012

    Hier zijn al veel mooie dingen gezegd. Willen we de ander leren kennen, dan moeten we elkaar in een veilige omgeving kunnen ontmoeten. Maar hoe moet dat gebeuren? Velen hebben drempelvrees om de eerste stap te zetten.

    Daarom richtten wij met enkele organisaties uit Oost-Vlaanderen Babbelonië op. Babbelonië is een groep mensen die wekelijks bijeenkomen. Ze babbelen vooral met elkaar en ze doen dingen samen. Er is geen lesgever ofzo, en toch leren ze ontzettend veel bij. Ze leren gewoon van elkaar. Iedere mens in Babbelonië is zo verschillend, dat gewoon het leren kennen van mekaar, het horen van elkaars achtergronden en ervaringen, over elkaars leven, zo verrijkend is. Een les over Pakistan, Indonesië of Japan, om maar iets te zeggen, kan daar absoluut niet aan tippen. In Babbelonië hoor je gewoon van een Mongoolse vrouw over hoe zij een naam geven aan hun kinderen en hoe de hele gemeenschap daarbij betrokken wordt, of over hoe zij rondtrekken met hun kamelen. Of je leert de enige echte couscous maken. De Marokkaanse vrouwen maken het, en jij doet gewoon mee. Je moet wel even slikken als een Irakese vluchteling je uit eigen ervaring vertelt over ’t effect op mensen van de nieuwste Amerikaanse wapens. Of er is een Iraanse vrouw die de hele groep uitnodigt om bij haar thuis Nieuwjaar te komen vieren, op 21 maart nota bene. Je vindt daar een hele tafel met massa’s voorwerpen, die allemaal symbool staan voor iets. Je krijgt er natuurlijk ook een hapje en een drankje, uitleg en anekdotes. Of een Indonesische homoseksuele man vertelt jou hoe moeilijk het leven voor hem wel is. Een Tsetsjeense vrouw antwoordt dat homoseksualiteit in Tsjetsjenië niet voorkomt. En zo ben je weer vertrokken voor een boeiende babbel. Een Taiwanese vrouw vertelt je over hoe verschrikkelijk snel het leven in Taiwan wel gaat, en over hoe zijzelf in een lift is geboren. Of een blinde Syrische man heeft een Syrisch gedicht vertaald in het Nederlands en brengt dat voor de groep, waarna wij het hebben over Guido Gezelle en Herman de Coninck. Een Thaise vrouw vertelt over hoe het is om als kind dag in dag uit op een rijstveld te werken. Je verbaast je erover als je hoort dat de plastische chirurgie in Armenië verder staat dan bij ons. Was dat geen ‘ontwikkelingsland’. Of de Kosovaarse klusjesman van het kasteel geeft de groep een rondleiding in ‘zijn’ kasteel. Je schrikt ervan te horen hoe een vrouw haar kinderen moest achterlaten in Rwanda. Je bent er ondersteboven van.

    Babbelonië is geen lesje dat je leert. Babbelonië raakt je. Het raakt je door de verhalen die je hoort, maar het raakt je evengoed door de warmte en de gezelligheid. Door het wederzijds respect voor elkaar. Door de herkenning van hoe we fundamenteel toch allemaal hetzelfde willen in ’t leven, dezelfde dromen hebben.

    In Babbelonië praten we alleen maar Nederlands. Dat is meteen een goede oefening voor de anderstaligen. Zij zijn naast Nederlandse taallessen vaak op zoek naar oefenmogelijkheden.

    Wat ik ook zo tof vind aan Babbelonië is dat er zo weinig echt moet. Je hebt eigenlijk voor ’t grootste deel ’t gevoel dat je er je goesting kunt doen. Je vertelt wat je wilt. Je vraagt wat je wilt horen. Het Wordt natuurlijk wel wat geleid. Maar dat is vooral om elke keer genoeg inspiratie te hebben om van te vertrekken. Maar een keer het gesprek of de activiteit wat op gang komt, ben je gewoon volwassen mensen die ’t samen gezellig en interessant maken voor elkaar. Babbelen met een verscheidenheid aan interessante mensen bij een tasje koffie. Meer moet dat soms niet zijn.

    Babbelonië komt ondertussen samen in 8 gemeentes: Aalst, Wetteren, Dendermonde, Temse, Lokeren, Ronse, Denderleeuw en Destelbergen. Maar ook in veel andere gemeentes zijn er soortgelijke initiatieven: Taal-oor in Antwerpen, Bru-taal in Brussel en vele initiatieven verbonden aan de volkshogescholen (via www.vormingplus.be)

    In de schoot van Babbelonië Lokeren ontstond een fantastisch mooi boekje ‘bonte rokken van deze Het boekje is het resultaat van interviews die Els Hillaert afnam bij 14 heel verschillende, Lokerse vrouwen. Deze vrouwen zien elkaar wekelijks in Babbelonië, een interculturele ontmoetingsgroep, die wij samen met ODiCe, Samenlevingsopbouw en de stad Lokeren organiseren.

    In dit boekje praten de vrouwen openhartig over hun leven en hun twijfels, hun taal, hun gevoelens en geloof, de voor- en tegenspoed. Krachtig en kwetsbaar tegelijk. Het boekje is een uitnodiging. Om verder te kijken dan een woord of huidskleur. Voorbij de gehaaste stap, de frons, het gebloemd rokje, de hoofddoek of muts. Om de warme en hartelijke sfeer van Babbelonië te proeven. Om u te laten verwonderen, en te ervaren wat ons bindt. Om deze 14 vrouwen te ontmoeten, en u meer dan eens betrokken te voelen!

    Het boekje kun je bestellen via johan.vermeersch@vormingplus.be Meer informatie vind je ondermeer op http://vormingpluswd.nettools.be/p_135.htm

  • door Ronkende schoot op zaterdag 31 maart 2012

    Hier in Mol nam de gemeente het heft in handen.

    Mensen kunnen zich vrijwillig inschrijven om inburgeringscoach te worden. Dat wil zeggen dat je iemand die nog nood heeft aan hulp (praktisch of theoretisch) om de twee weken ontmoet. Dit een half jaar lang.

    Er zijn een soort intakegesprekken waarna wordt gekozen wie jouw partner wordt.

    Zo mixen mensen die al een poosje in Mol wonen en mensen die zich er nog minder geklimatiseerd voelen. Leek me een interessant idee.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties