Advertentie

zondag 19 februari 2012

John Pilger: "Hoog tijd dat we Tony Blairs misdaden erkennen"

Volgens John Pilger is het de hoogste tijd om Tony Blairs misdaden tegen de mensheid te erkennen nu Afghanistan en Irak dreigen te worden overgedaan in Syrië en Iran. Daarvoor moeten we niet op de massamedia rekenen. Die roffelen al volop de oorlogstrom voor een nieuwe oorlog, die met hun medeplichtigheid in een wereldoorlog kan ontaarden.
Gareth Peirce
In dit zopas verschenen boek verzamelt de Britse advocate voor de mensenrechten Gareth Peirce de bewijzen voor de misdaden tegen de mensheid van Tony Blair en zijn collaborateurs. Zij gebruikt daarvoor onverdachte bronnen: de archieven van het kabinet van de Britse eerste minister. John Pilger raadt dit boek ten zeerste aan en hoopt dat er een rechtszaak uit volgt. © Verso Books
Gareth Peirce

Opmerkingen tussen haakjes zijn toelichtingen bij de vertaling.

Kabuki-theater

In het Kabuki-theater van de Britse parlementaire politiek komen nooit grote misdaden voor en gaan criminelen  vrijuit. (Kabuki is Japans traditioneel danstheater met bizarre plots en extravagante kostuums dat een hele dag kan duren). Dat is immers wat het is: theater. Het gaat om pirouettes, niet om acties die worden op touw gezet ver weg van hun gevolgen. Dat is een veilige manier van werken, waar zowel de spelers en de critici zich aan houden.

Een van de meest talentrijke bedrijvers van deze kunst, Tony Blair, gaf bij zijn afscheid (van de politiek) een speech die volgens tv-presentator Jon Snow (nieuwslezer bij het Britse Channel 4) "doordrenkt was van een gevoel van morele overtuiging", alsof de oproep van Blair aan zijn Kabuki-toegewijden iets mythisch had. Dat hij ook een oorlogsmisdadiger is, was niet relevant.

Gareth Peirce, onvermoeibare stem voor rechtvaardigheid

Het stilzwijgen over de misdaden van Blair en van zijn regeringen wordt beschreven in het boek van Gareth Peirce ‘Dispatches from the Dark Side: on Torture and the Death of Justice’ (‘Berichten uit de onderwereld: over foltering en de dood van het recht’), dat deze maand in paperback bij Verso verschijnt.

Peirce is de meest uitgesproken Britse mensenrechtenadvocaat. Haar klopjacht tegen beruchte dwalingen van het rechtsapparaat en voor rechtvaardigheid voor de slachtoffers van de misdaden van de staat – zoals folteringen en uitleveringen -  is ongeëvenaard.

Wat zo ongewoon is aan haar verhaal over wat ze ‘de morele en wettelijke heksenketel’ in de nasleep van 9/11 noemt, is dat ze zich baseert op de memoires van Blair en (zijn toenmalige woordvoerder) Alistair Campbell, op de verslagen van zijn kabinet en op de rapporten van MI6 en de regels van de wetten die op hen van toepassing zijn. (MI6 is Military Intelligence, de Britse militaire inlichtingendienst).

Advocaten zoals Peirce, Phil Shiner en Clive Stafford-Smith hebben er voor gezorgd dat de inbeschuldigingstelling van de heersende machten niet langer een taboe is. Israël, Amerika’s huurmoordenaar, wordt nu algemeen erkend als de meest wetteloze staat ter wereld. Donald Rumsfeld (voormalige minister van Defensie onder George W. Bush) en consoorten vermijden nu landen waar de wet tot over de grenzen heen reikt, net als George W. Bush en Blair.

Tony Blair, onvermoeibaar strijder voor eigen gewin

Met een job voor ‘het verwezenlijken van vrede’ en voor ‘ontwikkeling’ die geen echt 'werk' inhoudt, kan hij zijn fortuin aanvullen dat hij heeft opgebouwd sinds hij Downing Street heeft verlaten (het adres van het kabinet van de Britse eerste minister). De meeste van Blairs kakelreizen concentreren zich op de monarchieën van de Golf, de VS, Israël en een aantal veilige havens zoals de kleine Afrikaanse staat Rwanda.

Sinds 2007 is Blair daar al zeven maal op bezoek geweest, waar hij met de privéjet van president Paul Kagame kan rondreizen. Het regime van Kagame, die zijn tegenstanders brutaal het zwijgen heeft opgelegd op basis van bekokstoofde aanklachten, is volgens Blair ‘vernieuwend’ en ‘leidinggevend’.

Het boek van Peirce bereikt iets onmogelijks over Blair: het schokt. Door de "niet te verrechtvaardigen hypotheses, de ongeremde oorlogszucht, de vervalsing en de gewilde onwettelijkheid" uit te pluizen die tot de invasies van Afghanistan en Irak hebben geleid, identificeert zij de aanval van Blair op moslims als crimineel en racistisch.

“Menselijke wezens waarvan wordt verondersteld dat ze er [islamitische] ideeën op nahouden moesten worden uitgeschakeld met alle mogelijke middelen, voor altijd …”. In Blairs woorden waren zij een ‘virus’ dat moest worden ‘geëlimineerd’ en was daar "een veelheid van interventies diep in de aangelegenheden van andere naties voor nodig". Volledige naties werden herleid tot 'spatten verf' op een canvas waarop de Napoleon van de Labour Party "de wereld zou herordenen".

Onze waarden tegen de hunne

Het concept van de oorlog werd ontdaan van zijn betekenis in het woordenboek en werd ‘onze waarden tegen de hunne’. De feitelijke daders van de aanslagen van 9/11, bijna allemaal Saoedi’s die in de VS hadden leren vliegen, werden daarbij over het hoofd gezien. De 'spatten verf' werden bloedrood – eerst en vooral in Afghanistan, het land van de armsten der armen. Geen enkele Afghaan was lid van al-Qaeda. Integendeel, de weerzin was wederzijds. Dat had geen enkel belang.

Eenmaal de bombardementen begonnen op 7 oktober 2001, werden tienduizenden Afghanen gestraft met uithongering toen het Wereldvoedselprogramma van de VN zich terugtrok net voor de winter. In één van de getroffen dorpen, Bibi Mahru, was ik getuige van de gevolgen van één enkele aanval met een Mk82 ‘precisiebom’ die twee families vernietigde, waaronder 8 kinderen. Alistair Campbell schreef: “TB zei dat ze moesten weten dat we hen zouden pijn zouden doen als ze OBL niet aan ons bezorgden”. (TB = Tony Blair, OBL = Osama Bin Laden)

Het tekenfilmpersonage Campbell was al bezig een andere dreiging in Irak in elkaar te steken. Die had volgens het Centre of International Studies van MIT (Massachussets Institute of Technology) als ‘opbrengst’ 800.000 à 1,3 miljoen doden: cijfers die de schatting overtreffen van de  Fordham University over het aantal doden in de genocide van Rwanda.

Niet één dissidente stem in eigen rangen

“En toch", zo schreef Peirce, “toonde de stroom van e-mails en  interne regeringscommuniqués geen enkele dissidente stem.” Ondervragingen onder foltering gebeurden onder de "uitdrukkelijke instructies … van de ministers van de regering”. Op 10 januari 2002 e-mailde de minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw naar zijn collega’s dat het uitleveren van Britse burgers naar Guantanamo "de beste manier was om onze doelstelling van contraterrorisme te bereiken".

Hij verwierp “het enige alternatief van repatriëring naar het Verenigd Koninkrijk”. In zijn latere hoedanigheid van minister van Justitie hield Straw incriminerende kabinetsverslagen achter in weerwil van de eis van de Information Commissioner (het Britse instituut voor openbaarheid van informatie).

Op 6 februari 2002 noteerde minister van Binnenlandse Zaken David Blunkett dat hij niet gehaast was “om ook maar één individu te zien terugkeren [van Guantanamo] naar het VK”. Drie dagen later schreef viceminister van Buitenlandse Zaken Ben Bradshaw: “We moeten alles doen wat we kunnen om te vermijden dat die gedetineerden naar het VK worden gerepatrieerd.”

Niet één van de mensen die ze uitleverden, werd ergens van beschuldigd. De meesten onder hen waren als buit verkocht aan de Amerikanen door Afghaanse krijgsheren. Peirce beschrijft hoe ambtenaren van buitenlandse zaken voorafgaand aan een inspectie in Guantanamo al hadden ‘vastgesteld’ dat de Britse gevangenen ‘menselijk werden behandeld’ terwijl het tegengestelde waar was.

Alleen brute overmacht brengt onze 'boodschap' over

Compleet ondergedompeld in dit avontuur en zijn leugens, terwijl het alleen luisterde naar de ‘oprechtheid’ van zijn leider, raadpleegde de Labour-regering niemand die de waarheid sprak. Peirce citeert een van de meest betrouwbare bronnen, Conflicts Forum, dat door de voormalige Britse inlichtingenofficier Alastair Crooke wordt bestuurd.

Die argumenteert dat “om de [islamitische] groeperingen met plaatselijke steun te isoleren en te demoniseren de perceptie kracht werd bijgezet dat het Westen alleen de taal van militair overwicht verstaat”. Door doelbewust de waarheid te ontkennen, hebben Blair, Campbell en hun echokamers de kiemen gezaaid van de aanslagen van 7/7 in Londen (de aanslagen van 7 juli 2005 op lijnbussen en de metro in Londen waarbij 52 doden en meer dan 700 gewonden vielen).

Afghanistan/Irak bis

Vandaag loert een ander Afghanistan en Irak om de hoek in Syrië en Iran, misschien zelfs een wereldoorlog. Eens te meer proberen stemmen, zoals die van Crooke, de media te laten watertanden voor een ‘interventie’ in Syrië. De burgeroorlog vraagt er echter om deskundige en geduldige onderhandelingen, niet de provocaties van de SAS (Special Air Service, Britse dienst voor clandestiene militaire operaties) en de al te bekende ingekochte ballingen die in het Anglo-Amerikaanse paard van Troje meerijden.

John Pilger, 16 februari 2012

(Vertaling uit het Engels: Lode Vanoost)

Vond u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Klik hier om DeWereldMorgen.be te steunen via overschrijving.

Reageer (Spelregels)

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Reacties

Hoe Blairs beleid begrijpen

Mogelijk bespreekt het boek de belangrijke vraag: wat motiveerde Blair om zoveel misdaden toe te staan, en leugens te vertellen? Het volstaat niet hem als psychopaat, of als duivel af te schilderen. Herinneren we ons nog, dat hij meteen na zijn aftreden al premier, een persoonlijk bezoek bracht aan de Paus, en zichzelf publiekelijk katholiek noemde, zoals zijn echtgenote? Hij zal op het Vaticaan wel gebiecht hebben, en Indien hij al fouten gemaakt had, kreeg hij de absolutie van de Kerk, in ruil voor berouw en stille boetedoening. Zijn beleid was vermoedelijk sterk ondersteund door zijn geloof, en hij vervulde dus een taak van god. Er zijn in de geschiedenis veel vergelijkbare voorbeelden van staatshoofden en hun kruistochten. Volgens prof Israel Shahak is ook het Israëlisch beleid gesteund op eeuwenoude regels die door rabbi's zijn opgesteld.
Zie ook: http://www.dewereldmorgen.be/blog/froels/2010/10/15/tony-blair-“george-bush-mijn-vriend

@Frank

In Grey Room, een tijdschrift van MIT, heeft Samuel Weber een interessant artikel gepubliceerd omtrent de 'religieuze' motivatie van Westerse wereldleiders (bv. Bush) om oorlog te voeren: unilaterale preventieve oorlogvoering in functie van een gecreëerd(!) machtsevenwicht. Ze maken daarbij gebruik van 'netwar' (oorlogvoering via netwerken) waarbij een welbepaald doelwit (target) op allerlei verschillende manieren en vanuit verschillende officiële en civiele hoeken wordt aangevallen. De media spelen daarbij een ontzettend belangrijke rol omdat die media het narratief of verhaal leveren (de doctrine) die het 'net' laat 'werken', i.e., net-werken.

"This statement thus marked a radical transformation in official American foreign policy, consisting in the abandonment of the cold war principle of multilateral deterrence, which, however often it had been ignored in practice, had nonetheless still been accepted by postwar American governments as a basic principle in dealing with other nations. The new document still attempts to pay lip service to the notion of “balance of power,” although attention to linguistic detail suggests that a very different notion was in fact at work here. Thus, President George W. Bush, in his statement introducing the document, stresses that “In keeping with our heritage and principles, we do not use our strength to press for unilateral advantage. We seek instead to create a balance of power that favors human freedom.” A “balance of power,” however, is not generally spoken of as something that can be “created,” precisely because it is a balance, and hence presupposes a certain equality among the elements composing it. The notion of creation, by contrast—however secularized it has become over the past centuries—still remains tethered to its theological origins and hence to a certain transcendence or exceptionality. “To create a balance of power” suggests that there was previously no such balance and that it must be brought into being. And the manner of such a creation will have to be precisely that which the quoted passage begins by disavowing: namely, “unilateral” action. Whatever is created has to be created unilaterally. Between the Created and the Creator there can never be a “balance of power”" (Weber, 2004:9).

* Weber, S. (2004). Target of opportunity: Networks, netwar, and narratives. Grey Room, (15), 6-27. doi: 10.1162/1526381041165467 [ http://roundtable.kein.org/files/roundtable/Weber-Netwar-GreyRoom.pdf ]

Samuel Weber

ga ik dus moeten lezen. opm: staat vol Duitse woorden. Wie is Weber?

@Frank

Weber gebruikt inderdaad een aantal Duitse termen wanneer hij verwijst naar de analyse van het Duitse theater in de 17e E door Walter Benjamin. Met betrekking tot Moses verwijst Weber naar het werk van Freud, wat eveneens gepaard gaat met een Duits begrippenkader. Wie Samuel Weber is daar ben ik niet zo goed van op de hoogte.

Blair, en een verziekte westerse wereld.

Eerst dit.
De signaalwaarde van volgende website, door George Monbiot gestart, was al betekenisvol:
http://www.arrestblair.org/

M.i. is een uiterst gevaarlijke toename van cynisme in de hele westerse wereld een éven belangrijke reden, als rechtvaardigheidsgevoel en menselijkheid, om te hopen dat Blair effectief verantwoording zal moeten afleggen.

Voorts dit:
Een gevaarlijke evolutie in de westerse wereld (wij allen !) wordt uiterst grondig , subtiel en essentieel blootgelegd door een getalenteerd landgenoot van Blair. Zijn boek lezen (the Master and his Emissary) vergt inspanning maar die inspanning biedt je zeer veel waardevols.
Voor wie nieuwsgiering is: je kan kennisnemen van het core point van het boek (maar het boek is ongelooflijk veelomvattender dan kennisname van het core punt, zijnde eigenlijk een ontdekking), als 11' durend animated lezing-deel, link hieronder - het verklaart al deels hoe er 'Blairs' (en Goldman Sachs en andere cynici, etc. etc.) op deze wereld hun 'ding' kunnen doen:
http://www.thersa.org/events/video/animate/rsa-animate-the-divided-brain

[ nog eens : het boek lezen is een schat verwerven. ]

@t.aerts

Het boek van McGilchrist is inderdaad een meesterwerk en het citaat van Einstein vat dat ontzettend goed samen: "De intuïtieve geest is een godsgeschenk, het rationele verstand een dienaar. We hebben een maatschappij geschapen die de dienaar vereert en het geschenk is vergeten" (Albert Einstein).

Het gaat over een systeem

De reacties hierboven zijn zeker relevant om de motivatie van regeringsleiders en politieke machthebbers te analyseren, hun beweegredenen, wat drijft hen en dergelijke. Maar dat mag ons niet blind maken voor het systeem dat er achter zit.

Tony Blair en George W. Bush mogen dan wel gedreven zijn door een christelijk messianistisch superioriteitscomplex, zij hebben gedaan wat zij deden omdat hun beslissingen passen in het kader van wat de economische krachten willen.

Als die krachten iets anders zouden willen zouden Blair en consoorten gewoon nooit een dergelijke machtspositie veroveren. Christelijk fundamentalisme is voor het ogenblik een nuttig vehikel om de neoliberale (of beter gezegd 'neofeodale') agenda door te drukken, maar 'the powers that be' laten Blair, Bush en andere criminelen zonder een moment van aarzelen vallen, als hen dat beter zou uitkomen.

Als we ooit Blair en Bush voor een rechtbank willen zien verschijnen, moet dus het machtssysteem achter hun optreden ontmaskerd en uitgeschakeld worden.

@Lode

Daar ben ik het volledig mee eens. Maar zoals Weber (cf. supra) in zijn artikel aanhaalt hebben we te maken met een nieuwe vorm van oorlogvoering, namelijk via netwerken (netwar). Vanuit dat standpunt is het noodzakelijk om de belangrijke spelers van het netwerk te ontmaskeren (de 'corporate media' zijn zo'n belangrijke speler omdat zij de doctrine leveren waarop een netwerk zich baseert om doelgericht acties te ondernemen). Bijvoorbeeld met betrekking tot Syrië zijn er heel wat overheidsinstanties die zich op Syrië gericht hebben, maar er zijn evengoed een groot aantal civiele organisaties die - hoofdzakelijk gebaseerd op het narratief van de media - acties tegen Syrië ondernemen. Op die manier wordt het ontzettend moeilijk om de belangrijke speler(s) achter het netwerk te ontmaskeren. De 'corporate media' vormen een ontzettend belangrijke spil; zonder 'corporate media' bestaat er geen narratief dat een gemeenschappelijke vijand kan creëren en valt het principe van 'netwar' grotendeels stil. Zoals Frank Roels in zijn reactie vertelt is het werkingsprincipe achter die 'netwar' "gesteund op eeuwenoude regels die door rabbi's zijn opgesteld": vergelijk bijvoorbeeld de structuur van 'de (Joodse) levensboom' (cf. http://www.libralion.com/nederlands/levensboom.htm ) met de afbeelding op de "Cover of the Network-Centric Warfare Primer (2004). Published by the Office of Force Transformation, United States Department of Defense" (cf. http://roundtable.kein.org/files/roundtable/Weber-Netwar-GreyRoom.pdf ). Er is wel degelijk een overeenkomst tussen beide tekeningen alsook met betrekking tot het principe dat achter die 'Network Centric Warfare' schuilgaat. Weber licht aan de hand van zijn artikel een tipje van de sluier op (vanaf p. 16).

Uiteraard zitten achter die oorlogvoering belangengroepen uit de financiële en zakenwereld, kortweg: het supranationale kapitaal. In een artikel verschenen in Socialisme & Democratie wijst van Apeldoorn (2011) op de macht en invloed van het supranationale kapitaal alsook op de wijze waarop dat supranationale kapitaal een democratische beleidsvoering in gevaar brengt of zelfs onmogelijk maakt.

* van Apeldoorn, B. (2011). De macht van het kapitaal. Socialisme & Democratie, 67(7-8), s.f. Retrieved from http://wbs.nl/opinie/all/de-macht-van-het-kapitaal

Uiteraard

Die elementen spelen inderdaad evengoed een rol en moeten onderdeel zijn van de analyse. De 'corporate media' zijn echter meer dan alleen maar een spil, een middel. Het zijn zelf ook grote bedrijven met belangen in dat systeem. Ze trekken wel een voortrekkersrol omdat zij 'de boodschap' overbrengen.

Overigens is wat we voor het gemak het 'grootkapitaal' noemen (een veel te vereenvoudigende term maar wel bruikbaar als 'steno') helemaal niet principieel tegen democratie gekant. Integendeel zelfs, de grote magnaten willen voor hun kinderen ook liever een maatschappij waar ze niet zomaar kunnen worden opgepakt, op ethisch vlak (abortus, euthanasie, homohuwelijk) zijn ze dikwijls progressiever dan de goegemeente (nog zo een clichéterm), de meesten onder hen vinden dat christelijk fundamentalistisch gedoe trouwens even dikke zever als jij en ik, maar daar gaat het niet over.
Het grootkapitaal ziet democratie als een mogelijk middel, maar niet als een doel op zich. Kunnen de doelstellingen met democratie bereikt worden? Prima, doen! Gaat het niet, weg ermee!

In feite heeft democratie een fundamenteel 'probleem'. Democratische systemen hebben de neiging voor de belangen van de eigen bevolking te kiezen. Ze doen dat niet altijd perfect, soms zelfs redelijk slecht en inefficiënt, maar één ding is zeker. Democratie dient meestal NIET de belangen van het grootkapitaal. Nu is één van de verdiensten van de naoorlogse westerse beschaving dat je niet meer openlijk tegen democratie kan zijn. Daarom dus dit nieuwe neoliberale discours van 'Het is toch erg, we willen die sociale bescherming wel behouden, we zijn daar immers wel voor, maar we kunnen niets anders, er is geen geld meer voor'.

Oorlogsvoering is een onderdeel van die strategie. 'The powers that be' willen terug naar een organische maatschappij waar iedereen zijn plaats kent, een elite bovenaan, de rest er onder, misschien niet zo brutaal als het middeleeuwse feodalisme maar ten gronde komt het wel daar op neer.

De vraag is maar of we dat lijdzaam moeten ondergaan. Ik vind van niet.

@Lode

Wat de term 'grootkapitaal' betreft ben ik het met u eens, er is niet zoiets als één grootkapitaal. Er is wel sprake van een netwerk van verschillende kapitaalkrachtige actoren en belangengroepen die hun macht en invloed willen laten gelden. Dit heeft ertoe geleid dat er een ontzettend groot onevenwicht ontstaan is met betrekking tot de democratische invloed die mensen op het beleid kunnen uitoefenen. Dit wordt onder meer duidelijk aan de hand van de werking van de Europese Unie en in het bijzonder de Eurozone: de Europese Ronde Tafel van industriëlen, de Trilaterale Commissie,... hebben een zodanig structurele én doelgerichte invloed dat er eerder sprake is van financieel-economische chantage dan van een democratische beleidsvoering. Zelfs in die mate dat beleidsmakers (ook sociaal-democratische) zonder aandringen van die belangengroepen uit de financiële en zakenwereld hun beleid in functie van die belangengroepen gaan bepalen. Bijvoorbeeld: de druk die wordt uitgeoefend voor een voordelig bedrijfsklimaat (bv. lage vennootschapsbelasting) werd als het ware geïnternaliseerd door politici waardoor financiële belangengroepen niet noodzakelijk invloed moeten uitoefenen. Enkel indien nodig (bv. de druk van MSC op het Antwerpse havenbestuur en indirect op de politiek: Eddy Bruyninckx is net als Van Peel lid van de CD&V) oefenen die financiële actoren en belangengroepen de druk op. Voor het overgrote deel denken politici spontaan in functie van het bedrijfsklimaat. Dit geeft aanleiding tot een situatie waarin bedrijfsbelangen op gespannen voet leven met het 'algemeen belang' en dat is de situatie waar we vandaag de dag in terecht gekomen zijn. Vandaar dat de kapitaalkrachtige elite heden geen grote voorstander is van een democratische beleidsvoering omdat die democratische beleidsvoering de machtsontplooiing van die kapitaalkrachtige elite in vraag kan stellen en mogelijk aan banden wil leggen. De elite is nooit een voorstander van democratie geweest: met als het moet, zonder als het niet moet (zie bv. Canfora, 2005; Rancière, 2007).

Uiteraard moeten we dat niet lijdzaam ondergaan, maar naar mijn mening heeft de bevolking de mogelijkheid om op democratische wijze invloed uit te oefenen reeds door de vingers laten glippen. Voor een groot deel is dat te wijten aan de 'corporate media' en de wijze waarop die media de kern van de Europese beleidsvoering jarenlang verzwegen hebben en nog steeds verzwijgen. In de media krijgen we een Europees verhaal met een hoog altijd-kerstmis-gehalte, maar in wezen is dat niet meer dan propaganda. Dit Europa werd aan de Europeanen opgedrongen en dat Europa is in de eerste plaats begaan met de belangen van de financiële en zakenwereld. Overigens, wanneer men voorbeelden moet geven over de voordelen die Europa ons gebracht heeft, dan zijn dat steeds voordelen voor de bedrijfswereld.

* Canfora, L. (2005). Democracy in Europe: A history of an ideology (vert. Simon Jones). Oxford, UK: Wiley-Blackwell. [ http://eu.wiley.com/WileyCDA/WileyTitle/productCd-1405111313.html ]
* Rancière, J. (2007). Hatred of democracy (vert. Steve Corcoran). London, UK: Verso. [ http://www.versobooks.com/books/385-hatred-of-democracy ]

Advertentie