Advertentie

donderdag 05 januari 2012

Knoeien met beelden

Bewust beelden manipuleren is van alle tijden. Maar foto's worden soms ook onbewust gemanipuleerd. Ze gaan een eigen leven leiden, hun betekenis verandert. Historicus Gie van den Berghe vertelt het verhaal van 15 iconische foto's.
DeWereldMorgen.be -
DeWereldMorgen.be -
DeWereldMorgen.be -
DeWereldMorgen.be -
DeWereldMorgen.be -
DeWereldMorgen.be -
DeWereldMorgen.be -
DeWereldMorgen.be -

Herinnert u zich nog het Tienanmenplein in 1989? Een student verspert een hele tankcolonne de weg. In het jaaroverzicht op de interactieve video-cd van Philips was de student uit de beelden verdwenen: digitaal weggegomd uit de historische realiteit. Zijn offer was tevergeefs. Hij had nooit bestaan. Gelukkig kun je hem nog opzoeken op Wikipedia en zelfs de originele filmbeelden bekijken op YouTube.

Manipuleren van beelden is al veel ouder, ouder zelfs dan de fotografie. Op zijn grofst zijn bijvoorbeeld uit foto's personen weggehaald, die ondertussen in ongenade vielen. Technisch is het nu, via het fotoshoppen, gemakkelijker dan ooit om beelden te manipuleren.

Toch is het niet in de eerste plaats dit soort vervalsingen dat Gie van den Berghe in het vizier neemt, hoewel hij kort een van de bekendste voorbeelden uit de Russische geschiedenis bespreekt: het verwijderen van Trotski en Kamenev op een foto uit 1920 die Lenin toont tijdens een toespraak (p. 95).

Het oog van de geschiedenis?

Wat is dan wel zijn opzet? Laten we er voor een keer de flaptekst bijhalen. "Mensen zijn kijkdieren. Eerst zien, dan geloven. Zien is geloven. Ook via andermans ogen en lenzen. Foto’s hebben een enorme overtuigingskracht. Maar doorgaans kijken en zien we vrij achteloos en oppervlakkig en ook met foto’s springen we niet bepaald zorgvuldig om. Dit boek is geboren uit ergernis over die onzorgvuldige omgang met beeldmateriaal, meer in het bijzonder foto’s van historische gebeurtenissen. Er werd en wordt geknipt en geplakt dat het een lieve lust is. Foto’s worden uit hun historische context gelicht en toegesneden op nieuwe interpretaties en collectieve herinneringen. Gebeurtenissen veranderen van tijd, oorden van naam, slachtoffers en daders van identiteit. Foto's hebben zo'n enorme bewijskracht (‘de camera liegt niet’) en zijn tegelijk zo meerduidig dat ze de leugen mogelijk maken. Over bewuste beeldmanipulatie werd al heel wat geschreven. Kijken zonder zien behandelt een onderbelichte praktijk: de niet-bewuste bewerkingen die historische foto's ondergaan bij het maken, vertonen en bekijken. Vijftien gekende en ongekende historische foto’s worden gedetailleerd belicht en beschreven, aan vormvarianten en andere foto's getoetst. Hun wordings- en receptiegeschiedenis, het gebruik dat ervan wordt gemaakt en hun daarmee wisselende betekenis worden zorgvuldig doorgelicht. Kijken en zien veranderen."

En nog: ‘Professionele fotografen zien technische aspecten die geschiedkundigen ontgaan, maar zijn bij gebrek aan historisch referentiekader zelf blind voor sommige inhoudelijke gegevens." (p. 10)

Op de kaft van het boek prijkt een foto die op het netvlies is gebrand: een huilend, naakt klein meisje in Vietnam. Samen met andere kinderen rent ze weg van het napalmbombardement dat haar afschuwelijk heeft verbrand, haar brandende kleren van het lichaam gerukt, de huid op haar rug in lappen afhangend. (Dat laatste is niet afgedrukt: het iconische van de foto zit hem net in die voorkant.)

Het boek eindigt ook met deze foto. Het meisje op de foto werd al vrij vlug geïdentificeerd als Kim Phúc. Ook haar hele verdere leven werd opgespoord (p. 179). Desondanks, of net daardoor, blijft ze de verpersoonlijking van het universele oorlogsleed, dat dit ene particuliere slachtoffer in die ene particuliere oorlog ver overstijgt.

De auteur leert ons zo niet alleen gericht kijken, maar vertelt ook over het verdere verloop van de fotogeschiedenis en het leven van het onderwerp. Daarbij geeft hij overtuigend en genuanceerd aan hoe foto's hun betekenis krijgen door het verhaal dat erover wordt verteld, onder meer via bijschriften of door er bij publicatie stukjes van weg te knippen. Zo willen ze de kijker dwingen om precies te zien wat de fotograaf of de verspreider wilde dat we zagen.

Van den Berghe poneert dat een foto vaak veel sterker spreekt dan bewegende beelden van een film. En als je (bijvoorbeeld) de foto van de vluchtende Oost-Duitse soldaat (p. 15) vergelijkt met de videofilm, ben je geneigd hem gelijk te geven.

Het merendeel van de foto’s heeft betrekking op de periode voor en tijdens W.O. II en speciaal op de Jodenvervolging in Duitsland en de veroverde gebieden, zoals Polen en Rusland. Geen wonder: dit is steeds zijn belangrijkste onderzoeksterrein geweest.

In aantal bladzijden uitgedrukt besteedt Gie van den Berghe de meeste aandacht aan de bekende foto van een angstig Joods jongetje met de handen in de lucht, tussen dreigende Duitse soldaten en verschrikte burgers. Die is genomen bij de liquidatie van het getto van Warschau in 1943 en komt uit een officieel Duits verslag, het Stroop-rapport, genoemd naar de SS-generaal, die de vernietiging van het getto van Warschau leidde (en na de oorlog is terechtgesteld). Na enige tijd dook de foto op in een versie waarop haast alle andere Joden van het origineel weggeknipt zijn, zodat alleen de soldaat en het jongetje overblijven. Wat de dader-slachtoffer verhouding veel sterker benadrukt. En dit was de bedoeling van wie de foto afdrukte.

Dat hoeft dus absoluut geen kwestie te zijn van kwade wil of een bewuste poging tot misleiding. Fotografen hebben dit altijd gedaan. En doen wij niet hetzelfde met onze vakantiekiekjes: de foto bijsnijden, de kadrering wijzigen door het overbodige weg te halen en zo de compositie te verbeteren?

Een relevante kantnota: in België drong van den Berghe steeds aan op een eerlijke, correcte behandeling van de Jodenvervolging. Hij kantte zich zowel tegen de Holocaustontkenners als tegen het misbruik van de Shoah (de term die hij verkiest) door sommige zionisten. Wat hem door geen van beide partijen in dank werd afgenomen. Vooral de Joodse lobby in België heeft hem jarenlang op een zeer unfaire en oneerlijke wijze bestreden en verdacht proberen te maken.

Soms zijn beelden geënsceneerd om het dramatisch effect van een gebeurtenis te verhogen. Een treffend voorbeeld is de beroemde foto van Amerikaanse mariniers die hun vlag plantten op Mount Suribachi (23 februari 1945), op Iwo Jima (p. 147). De foto was in feite een toevalstreffer: even verderop stond al een vlag, de Japanners waren nog lang niet verslagen, enz. De propaganda zag meteen brood in een beeld waarop enkele mannen, met onder hen zelfs een Indiaan, met vereende krachten een groots patriottisch gebaar stellen. Niet alleen werd het een succes in zowat alle tijdschriften, maar de regering gebruikte het om oorlogsleningen aan de man te brengen en al snel daarna ook voor een postzegel.

Het beeld bleef tot de verbeelding spreken. Clint Eastwood hing er de eerste van zijn twee voortreffelijke Iwo Jima-speelfilms aan op: Flags of our Fathers (2006), waarin hij ook de verdere soms tragische lotgevallen van de betrokken mariniers volgt. (De tweede film was Letters from Iwo Jima (2007), die de bloedige slag om Iwo Jima bekijkt vanuit Japans gezichtspunt.) Ook in de Steven Spielberg - Tom Hanks televisiereeks The Pacific (2010) duikt de foto weer op.

Tenslotte prijkt het beeld in brons gegoten op de begraafplaats van de US Marines in Arlington (waar ook voormalig president Ronald Reagan sinds oktober 2011 zijn standbeeld heeft). Die twee laatste voorbeelden, Flags of our Fathers en The Pacific, vind je niet in het boek.

Een tweede voorbeeld van enscenering is de algemeen bekende foto van de Russische soldaten, die in 1945 in het pas veroverde Berlijn de rode Sovjetvlag bovenop de Rijksdag plantten. De foto was van meet af aan symbolisch bedoeld. De Rijksdag was door de nazi's immers al tien jaar gesloten. Het leverde een krachtig beeld van de overwinning op het fascisme, zoals de Sovjets die graag wilden voorstellen. Zelden wordt evenwel opgemerkt (en ook van den Berghe doet het maar in een tussenzinnetje) dat de soldaat met de vlag aan elke pols een uurwerk draagt. Later werd dit wel belangrijk, omdat het van de heldhaftige soldaat een ordinaire plunderaar maakt: uurwerken waren voor de Russen de oorlogsbuit bij uitstek. Dat tweede horloge is op de foto niet te zien, zelfs niet met een digitaal vergrootglas op de website van de uitgeverij (zie verder). Maar het blijkt dat de Russen het al zeer snel verwijderden in de officiële versie van de foto.

Als bijzonder pluspunt kun je op de site van de uitgeverij de digitale beeldbronnen raadplegen. En dat gaat verder dan alleen de foto’s uit het boek. Zo geeft een van de links toegang tot de site van World Press Photo met de geselecteerde foto’s vanaf 1955. De foto’s uit het boek kunnen hier met een digitaal vergrootglas worden bekeken. Je treft er zelfs in de tekst vermelde langspeelfilms, als Deutschland erwacht (1933).

Kijken zonder zien is uitgegeven zoals het onderwerp verdient: sober, zeer verzorgd, aangename lay-out, prettig om naar te kijken, zijn prijs meer dan waard, zowel voor de inhoud als voor de vorm. Want dit is een belangrijk boek, een werkelijke must niet alleen voor historici maar voor alle geïnteresseerden!

GIE VAN DEN BERGHE (°1945) is ethicus en historicus en als gastprofessor verbonden aan de universiteit Gent. Hij schreef talloze artikels over tal van onderwerpen en boeken als Met de dood voor ogen (1987), De uitbuiting van de Holocaust (1990), De zot van Rekem & Gott mit uns (1995), Getuigen (1995), Flossenbürg. Een vergeten concentratiekamp (1999) en De mens voorbij (2008). Veel is terug te vinden op zijn website www.serendib.be.

Gie van den Berghe, Kijken zonder zien. Omgaan met historische foto’s, Kalmthout, Uitg. Pelckmans, 2011, 205 blz.

Vond u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Klik hier om DeWereldMorgen.be te steunen via overschrijving.

Reageer (Spelregels)

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Reacties

Ook in België

Niet direct over foto's maar over filmmontage en spijtig genoeg kan ik geen referenties meegeven maar... toch: ik herinner mij beelden uit Voeren. Een franstalige bedreigde vanuit zijn raam flamingantische betogers met een geweer. Op de nederlandstalige TV was de montage als volgt: eerst het geweer en vervolgens een bestorming van het huis door de flaminganten. Op de franstalige TV was de volgorde net andersom. Misschien is dit ook in het boek vermeld. Het zou in ieder geval interessant zijn hier op in te gaan (wat ook de reële volgorde moge geweest zijn)

Een poging tot nieuwsmanupulatie van Yves Borms

Het incident met Joseph Snoeck, forellenkweker uit Voeren die op 8 maart 1980 vanuit zijn raam op de eerste verdieping van zijn woning gedurende 10 minuten op de TAK wandelaars schoot heb
Ik als TAK wandelaar meegemaakt.
Samengevat de feiten zoals ik ze heb ervaren en herinner:
Een groep van een paar honderd wandelaars stopt plots de wandeling en gooit zich plat op de grond. Er wordt geroepen dat iemand op de wandelaars met scherp schiet. Het duurt een paar minuten alvorens duidelijk wordt van waar precies wordt geschoten. Iemand met een geweer schiet vanuit een raam op de eerste verdieping van een woning op de wandelaars. Het duurt zeker tien minuten alvorens de man verdwijnt uit de raamopening. Ik hoor roepen dat een aantal wandelaars in zijn huis zijn binnen geraakt en de woning binnen kort en klein hebben geslagen. De wandelaars zetten hun wandeling verder.
‘s Avonds zie ik het nieuwsverslag op de BRT. Hier wordt mijn inziens een correct verslag van de gebeurtenissen gegeven: iemand van de Action Fouronnaise schiet op TAK wandelaars die reageren en zijn woning kort en klein slaan. In een commentaar maakt journalist Yves Borms er iets anders van: de wandelaars vielen de woning van dhr. Snoeck aan omdat hij een vlag van de Retour à Liège in de raamopening had hangen. Dhr. Snoeck, in staat van wettige zelfverdediging, verdedigt met een wapen zijn eigendom.
Ik heb een vriend die dezelfde feiten toen heeft meegemaakt als rijkswachter. Hieronder zijn verhaal van dezelfde gebeurtenissen dat hij mij een paar maanden later vertelde.
Een half uur voor de wandelaars in de buurt van zijn woning kwamen waren er reeds twee telefonische meldingen van buren van dhr. Snoeck bij de lokale Rijkswachtbrigade binnengekomen. De boodschap van de verontruste buren: Dhr. Snoeck is zichtbaar met een geweer in aanslag in het open raam op de eerste verdieping van zijn woning.
De lokale brigadecommandant neemt via het radionet van de Rijkswacht contact met de leiding van de operatie (= de minister van Binnenlandse zaken samen met de Rijkswachtstaf in Brussel). De Rijkswachtcommandant vraagt toestemming om Dhr. Snoeck preventief te ontwapenen. Brussel geeft hem expliciet de opdracht geen interventie te organiseren…
Zijn visie was: Brussel wilde een incident.
In 1984 werd Snoeck tot 8 dagen voorwaardelijke celstraf veroordeeld. Een jaar later werd hij door het Hof van beroep van Luik vrijgesproken. Het hof oordeelde dat Snoeck had gehandeld uit wettige zelfverdediging…
De toenmalige lokale Rijkswacht brigade commandant leeft nog. Ik denk (maar ik ben niet zeker) dat volksvertegenwoordigers Willy Kuypers en Paul Van Grembergen en radiojournalist Jos Bouveroux toen ook aanwezig waren. Zij kunnen mijn ervaringen als wandelaar wellicht bevestigen.

TAK wandelaars?

het ging dus wel om fascisten van TAK en VMO die daar week na week de mensen gingen provoceren in die dorpen. Enfin ze zullen nu wel allemaal bij de NVA zijn zeker?

Een overtuiging is geen misdaad.

Niet allemaal bij de NVA, een groot deel ging naar het ACV en vooral naar het ABVV. Daar kunnen ze zich beter uitleven en is er minder discipline.
Ter info: het fascisme is collectivistisch.

collectief

Inderdaad collecief op een aantal punten: in het verleden: collectieve waanzin en ook collectief de gaskamer in. Ook in het heden : de Walen zijn lui (collectief), de Vlamingen zijn ook allemaal harde werkers.

Interessant

Op 17/01/2012 geeft Gie van den Berghe een lezing van13:30tot 16:09 in Elcker-Ik Breughelstraat 31-33 2018 Antwerpen
Inkom is 10€ en je moet op voorhand inschrijven
http://www.elcker-ik.be/InformCMS/preview/index.php?pag_id=160126&cur_id...

9/11

Vlak na 9/11 heb ik destijds met studenten een onderzoek gedaan naar de beelden tijdens en na dit incident. Een stuk daarover verscheen in 'Cultu(u)renpolitiek' van Ico Maly. Verschillende zaken vielen op:

1. De enorme uniformiteit van de beelden: zeer esthetische beelden die in één uniforme golf wereldwijd werden verspreid. In zowat alle media die we onderzochten (en dat waren er wel wat) zag men dezelfde camera-hoeken, dezelfde gezichten van dezelfde mensen, dezelfde associaties tussen beelden.

2. Manipulatie. Een foto van brandweerlui die de Amerikaanse vlag hijsen op Ground Zero was volkomen gemodelleerd op de beroemde 'Iwo Jima' foto van mariniers die de vlag hijsen op Mt Surbachi (een foto die zelf gemanipuleerd was - Gie beschrijft hem ook in z'n boek - en die daarna ook het standbeeld van de US marines in Washington gestalte gaf, een buitengewoon krachtig Amerikaans symbool dus). Er was ook de beroemde foto van Jim Nachtweih (wat deed DIE jongen dààr op 9/11?!) waarbij je de brandende torens ziet met op de voorgrond het kruis van een kerk - pure 'storytelling' over Islam versus Christendom minuten na de impact van de vliegtuigen. Dit beeld werd iconisch, en De Morgen en andere media namen het daarna in varianten over om het gebeuren samen te vatten. Het beeld van de juichende Palestijnen in splitscreen naast de brandende torens is ook welbekend: de Palestijnen waren op een heel ander moment gefilmd en die footage werd gewoon in splitscreen gemonteerd met als suggestie dat het op het zelfde ogenblik gebeurde. Dit was de start van een wending in de houding tegen de Palestijnen, die vanaf 9/11 door Israel steevast werden afgeschilderd als verweven met Islamterreur ('Arabier' werd vanaf dat moment vervangen door 'Moslim', en het werkte).

We zijn die dag en de jaren daarna slachtoffer geworden van een massavernietigingswapen: oorlogspropaganda.

Mount Suribachi - Joe Rosenthal - propaganda

Interessante aanvulling.

De beroemde foto die Joe Rosenthal bovenop Mt Suribachi (Iwo Jima) maakte werd NIET gemanipuleerd. Alleen is het niet de eerste vlag die op de veroverde (en nog belegerde) berg werd opgericht, maar de tweede of derde. De ene versie wil dat de eerste vlag (die ook gefotografeerd werd) te klein was, de andere dat een militaire bevelhebber die eerste vlag als souvenir opeiste. Voor de rest zijn Rosenthals foto en en het gefotografeerde authentiek. Later werden foto en drie van de overlevende soldaten wel gemanipuleerd, eerst gebruikt voor het binnenrijven van zoveel mogelijk geld voor nog een oorlogslening en later als nationaal icoon.

Oorlogspropaganda is natuurlijk heel wat ouder dan 9/11. Waarschijnlijk zelfs van alle tijden. Met de opkomst van de fotografie en later de mogelijkheid om foto's in krant en tijdschrift af te drukken en nog iets later de film (de journaals in de bioscoop van vroeger) kreeg deze propaganda nog meer wind in de zeilen. Propaganda was toen nog geen vies woord, verscheidene landen richtten ook een ministerie voor propaganda op.

Tiens, over de grpptste

Tiens, over de grpptste vervalsing van deze eeuw, de zaak Al Dura wordt dan weer gezwegen

Advertentie