Advertentie

donderdag 29 december 2011

Wat is democratie?

Wat hebben wij geluk met onze democratie, als je elders in de wereld al die autoritaire regimes ziet. Leve het gezag vanuit de basis van het volk! Alleen, waar gaan we precies prat op? De video-installatie What is democracy? van de Oostenrijkse activistische kunstenaar Oliver Ressler oppert dat onze democratie steeds minder democratisch is. Tijd voor nieuwe modellen?
DeWereldMorgen.be -
Oliver Ressler, What is Democracy? (2009)
DeWereldMorgen.be -

'Democracy substitutes election by the incompetent many for appointment by the corrupt few' (George Bernard Shaw)

In essentie is democratie niet meer dan een utopisch idee: bestuur door het volk, op basis van gelijkheid. In praktijk gaat het om een voortdurend gebrek aan dat soort democratie. Ieders gelijke politieke gelijk beperkt zich tot de verkiezingsdag. De rest van het democratische spel is een complexe wisselwerking tussen publieke opinie en de afgevaardigde bestuurders: zij die de autoriteit verkregen hebben om te beslissen in ons aller naam. Dat het met die autoriteit al eens misloopt, is een steeds nadrukkelijker gevoel. Democratie is het Westen zo heilig dat één president haar gewapenderhand kan opleggen in minder verlichte staten. Democratie is zo dwingend dat ze zelfs niet georganiseerd geraakt door een handvol regeringsonderhandelaars binnen een redelijke termijn. En de overtreffende trap van democratie, populisme, geeft juist meer macht aan een paar mediagenieke politici. Kortom: er schort wat aan de democratie, en waarschijnlijk is dat nooit anders geweest. De ene dag toont ze te veel autoriteit, zeg maar machtsmisbruik. De andere dag toont ze te weinig autoriteit, zeg maar besluiteloosheid. Democratie realiseert zich nooit zoals ze bedoeld is. Maar hoe was ze nu ook weer bedoeld?

Schijndemocratie

De video-installatie What is democracy?, afgelopen zomer te zien in het van Abbemuseum in Eindhoven, gaat voorbij aan de dagelijkse veldslag die elke democratie is, om opnieuw haar grondvesten te bevragen. Oliver Ressler (1970) herdefinieert democratie op haar breedst, vanuit haar ideaal van transparantie, horizontale besluitvorming, gelijke inbreng en gelijke winst voor alle burgers. Eén grote videoprojectie op de muur poneert meteen ondubbelzinnig hoe de Oostenrijker er zelf naar kijkt. In loop gaan de wapperende nationale vlaggen van achtereenvolgens Australië, Frankrijk, Groot-Brittannië, Denemarken, Zwitserland, Taiwan, Hongarije... in vlammen op, terwijl je quotes hoort van inwoners die elk de democratie in hun land kapittelen als vals. ‘Australië is veeleer een democratische show dan een democratisch systeem’, hoor je iemand zeggen. ‘Er is een producent, een scenario en een regisseur, terwijl de meerderheid van de bevolking de figurantenrol speelt.’ Ressler brandt in deze video niet enkel alle schijn van democratie af, maar ook de reductie van het democratiebegrip tot de politieke organisatie van de natiestaat. Voor hem is democratie ook een economisch begrip, een overlegmodel in kleinere gemeenschappen, en een mondiale kwestie. Niet toevallig bekent hij zich als kunstenaar expliciet tot de andersglobalistische beweging. ‘Wie precies aan het woord komt, is in mijn werk een erg belangrijk thema. Sprekers zijn vaak arbeiders of grassroots-activisten, die weinig gehoord worden. Deze mensen delen een passie en een engagement om het kapitalistische systeem te overwinnen.

Oliver Ressler herdefinieert democratie op haar breedst

Veel dubbelzinnigheid hoef je dan ook niet te verwachten in de zeven documentaires die What is democracy? presenteert op kleine tv-toestellen op een ovalen studietafel. Ze duren elk tien à twintig minuten en dragen titels als Rethinking representation, Politics of exclusion, New democracies, Is representative democracy a democracy?. Je krijgt in elke film beschouwingen van zowel linkse rakkers als meer bedaarde experts op een plek die zijzelf beschouwen als een symbool van de democratie. Allemaal hekelen zij die democratie als te autoritair, als het speeltje van bepaalde politieke, economische, militaire en etnische elites. Ressler heeft zich dan ook weinig moeite getroost om andere meningen te integreren. Maar de relevantie van zijn getuigen is dat ze stuk voor stuk een afwijkende blik bieden op het gangbare democratiebegrip, en dat ze gesprokkeld zijn over de hele wereld. Als de democratie vandaag wat ziekjes voelt, dan blijkt ze hier te lijden aan een mondiaal virus.

Zo poneert geograaf Trevon Paglen bij de Tonopah Test Range in de woestijn van Midden-Nevada dat deze geheime militaire basis voor kernwapens en hypermoderne vliegtuigen buiten elke democratische controle valt. ‘Een democratie is een structuur waarin iedereen redelijke conclusies kan trekken voor zijn eigen toekomst, door een gemeenschappelijk begrip van de wereld rond zich. Maar met dit soort black sites wordt de verlichtingsbelofte van democratie met voeten getreden. Ze vormen blinde vlekken in de grondwet en normaliseren een fundamenteel verraad aan de democratie.’ Bij het Poesjkin-monument in Moskou doet politiek dissident Boris Kagarlitsky uit de doeken hoe de Russische buitenlandse politiek niet aangestuurd wordt vanuit het parlement, maar door Gazprom, het grootste aardgasbedrijf ter wereld, dat een directe lobby heeft tot in het presidentiële bestuur. In Thessaloniki wijst Niko Panagos, activist, op het principe van directe democratie via referenda in de EU-grondwet, terwijl de resultaten van zulke referenda in praktijk stelselmatig genegeerd worden. En op de Andromeda Hill in Jaffa noemt de Palestijnse kunstenaar Sami Bukhari de Israëlische politiek een ‘zeepbeldemocratie’, want een ‘etnocratie’. Uit Polen, Taipei, Amsterdam en New York komen dezelfde berichten: onze democratie is een schijndemocratie.

Economische ongelijkheid

Euh, wisten we dat niet al? En is dat niet altijd zo geweest? Je zou What is democracy? makkelijk voorspelbaarheid kunnen verwijten. Maar waar Ressler en zijn getuigen minstens in slagen, is zulke reacties aan te duiden als cynisch. Ze doen je namelijk weer kijken naar democratie als een algemeen gelijkheidsideaal, niet als een pragmatische organisatie van macht en gezag. En die gelijkheid is er in de loop der tijden niet vooruit, maar achteruit op gegaan. Zo luidt de globale analyse van Resslers getuigen dat de westerse representatieve democratie ooit door het liberalisme is geïnstalleerd als het legitimerende staatsapparaat voor een louter economische interesse: burgers zo vrij mogelijk te laten bewegen in de markteconomie. ‘We spreken over 200 jaar geleden, toen de founding fathers van de Amerikaanse grondwet dit paradoxale concept introduceerden als een politiek idee’, aldus Nikos Panagos. ‘Tot dan had democratie maar één betekenis: participatieve democratie, waarbij alle burgers direct en collectief meebeslisten over alle aspecten van hun sociale leven.’ Het huidige resultaat van die betekeniswissel is dat ‘de representatieve democratie niet zozeer personen vertegenwoordigt, maar kapitaal’, zegt de Amerikaanse kunstenares Lize Mogel onder de wolkenkrabbers van Manhattan in New York. Zowat alle getuigen in What’s democracy? zijn het met haar eens: je mag in de democratie vrij spreken, zolang je niet raakt aan de kapitalistische orde. Tegelijk is het democratiebegrip ingeperkt tot het politieke domein, tot de natiestaat, en wordt het – anders dan in de jaren 1960 – steeds minder gebezigd voor andere maatschappelijke contexten: het gezin, de school, de werkvloer.

    Als de democratie zich vandaag wat ziekjes voelt, blijkt ze te lijden aan een mondiaal virus

Zeker in de nieuwe democratieën in Oost-Europa had die inperking een reële impact. ‘Voor 1989 waren vele staatsbedrijven in Polen een mooi voorbeeld van zelforganisatie, met veel bevoegdheden voor de ondernemingsraden van de arbeiders zelf’, zegt economieprofessor Tadeusz Kowalik voor het Poolse parlement in Warschau. ‘Er waren ook concrete plannen om die bedrijven in een nieuwe democratische maatschappij te transformeren in coöperatieve structuren. Maar de nieuwe regering was tegen. Stelselmatig werd die vorm van economische democratie verder ingeperkt, en nu is de sterke coöperatieve en intellectuele basisbeweging waarvoor Polen altijd bekend stond, helemaal geliquideerd.’ Kowaliks landgenoot Michal Kozlowski, filosoof, treedt hem bij. ‘We dachten ooit dat de westerse representatieve democratie ons heil zou brengen, maar dat bleek een illusie voor zij die democratie meer serieus namen. Deze democratie is gebaseerd op een sociaaleconomische productie die van nature juist ondemocratisch is. Eigenlijk gaat het om een oligarchie: het dient een kleine groep die zich verrijkt.’ Terwijl het Poolse BNP met 33% steeg, groeide het aantal Polen die onder de armoedegrens leven, met 300%. Meer democratie?

Participatiedemocratie

Je kan het wel of niet eens zijn met deze economische herdefiniëring van democratie, die elke hedendaagse democratie deconstrueert als een autoritair machtsmiddel. Moeilijker is het om het constructieve voorstel van What is democracy? van tafel te vegen: democratie terug te begrijpen in zijn puur participatieve betekenis, waarbij mensen hun omgeving samen vormgeven vanuit een direct betrokken medebeslissingsrecht en zonder veel hogere autoriteit. Zo wordt Cuba ergens in de filmpjes benoemd als een betere democratie dan pakweg België: de betrokkenheid van burgers in lokale kwesties als huisvesting en onderwijs is er veel groter, terwijl Europa bij haar burgers steeds meer apathie voor politiek moet vaststellen. ‘Echte democratie werkt dan ook niet op staatsniveau’, stelt professor culturele studies Kuan-Hsing Chen in het Art Park van Taipei. ‘Veel zinvoller is het om te experimenteren met vormen van zelfbestuur in kleinere sociale contexten, die niet worden gedirigeerd door de s

Makkelijker gezegd dan gedaan, maar wel een prikkelend appel om de huidige horizontalisering van onze maatschappij door te denken naar nieuwe antiautoritaire organisatievormen. Initiatieven als de G1000, waarin burgers zelf politieke voorstellen gaan lanceren, zijn alvast boeiende signalen. Vallen zulke meer participatieve modellen van brede democratie ook te bedenken in de cultuursector? Cultuurcentra die hun publiek betrekken in de programmering, of een platform bieden aan de politieke verbeelding van hun lokale gemeenschap? Stadstheaters en musea die doordenken over welke groepen in de samenleving ze te weinig vertegenwoordigen? Kunstenaars die hun creatie participatiever opvatten, voorbij hun hoge artistieke autonomie? Dit klinkt allemaal wel heel erg Anciaux, en vele stemmen op de agora geven makkelijk een kakafonie. Maar het is even makkelijk kakken op de armzalige democratie, zonder er zelf medeverantwoordelijkheid voor op te nemen. Was dat immers niet hoe de democratie bedoeld was? Echte democraten zijn we pas als we het allemaal zijn.

What’s democracy biedt als installatie zelf ook geen onaardig voorstel: de kunst die zich, zonder veel esthetische tierlantijntjes, aandient als een dienstbaar coöperatief podium voor een mondiale reflectie rond een van de centrale kwesties in onze maatschappelijke orde: hoe ‘bestuur’ verzoenen met ‘gelijkheid’? Dat Oliver Ressler maar één soort stemmen aan het woord laat, is paradoxaal genoeg nog zijn grootste bijdrage aan de democratie. Stuk voor stuk bevragen ze het alom aanvaarde antwoord op die vraag.

www.ressler.at

Wouter Hillaert is podiumredacteur van rekto:verso.

Vond u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Klik hier om DeWereldMorgen.be te steunen via overschrijving.

Reageer (Spelregels)

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Reacties

Verwarring tssn representatieve democratie en directe democratie

Oliver Ressler heeft gelijk met zijn kritiek op wat de meeste mensen aanzien als "Democratie".
Er is echter verwarring over wat democratie is.
De meeste mensen denken bij democratie aan het bestuursysteem dat in de meeste Westerse landen gangbaar is, en wat met een meer precieze term wordt aangeduid als "Representatieve democratie".
In alle landen waar het systeem van repsresentatieve democratie is geinstalleerd, is het echter verworden tot een "Particratie", dwz een systeem waarbij politieke partijen beslissen.
Politiek in een dergelijk systeem is in feite een strijd om de macht over het staatsapparaat. In dergelijke systemen is het het dan ook niet te verwonderen dat de partijen die de macht over de staat hebben gekaapt, ook tegelijk hun macht zoveel mogelijk uitbreiden.
In al deze staten is de controle van politieke partijen op het staatsappraat dermate hoog dat er niet het maximale peil van welvaart en welzijn wordt bereikt inn deze samenlevingen.
De meeste representatieve democratieen worden dan ook gekenmerkt door een:
- een hoge staatsschuld
- een hoog beslag van de overheid op het BNP
- hoge belastingen
Tegelijk is er in die regimes een tendens om de fundamentele vrijheden van de mens steeds verder te aan te tasten: vrijheid van meningsuiting, vrijheid voor het individu om keuzes te maken zonder zich zorgen te moeten maken ovfer de objectieve verdediging daarvan, contractuele vrijheid, eigendomsrecht,...

In schril contrast hiermee staan de regimes die als "Directe democratie" worden bestempeld. Zwitserland is hiervan het voorbaald dat dit systeem tot nu toe het best benadert.
Politiek in dit systeem is totaal anders dan politiek in "representatieve democratie".
In een direct democratische samenleving beslist de bevolking, en stelt uitvoerders aan van deze beslissingen.
Kenmerken van die samenlevongen zijn:
- lagere belastingen
- lager beslag van de overheid op het BNP
- lagere staatsschuld.

Uit onderzoek in Duitsland (bv prof Lars Feld), in Zwitserland (bv prof Kirchgasser, prof. Bruno Frey), in de USA (prof Matsusaka), blijkt duidelijk de suoerioriteit van het direct democratische systeem tov representatieve democratie.

Vermits democratische stemmingen NEGATIEVE schaaleffecten heeft is het belangrijk de grootte van de kieskring te beperken tot wat de bevolkjing zelf wenst.
Direct democratische samenlevingen worden - in tegenstelling tot samenlevingen gebazeerd op representatieve democratie- opgebouwd van onder naar boven.
De basisbouwsteen is het individu, dan de gemeente, dan een groepering van gemeenten. Gemeenten zijn onafhankelijk. Dit systeem wordt "Gemeentevrijheid" genoemd.

De voordelen van een systeem van directe democratie worden duidelijk uit de performatie van Zwitserland:

Hoe doet Zwitserland het in vergelijking met de reperesentatieve systemen?

Er zijn volgende 6 observaties:
1) Zwitserland heeft een van de hoogste BNP per capita van alle landen in de wereld.
2) Zwitserland heeft een zeer lage staatsschuld tov BNP
De Europese schuldenkrisis gaat aan Zwitserland voorbij.
Zie Tabel 1.
3) Zwitserland heeft een van de laagste belastingen in de wereld.
4) Zwitserland behoort tot die landen met het hoogste subjectief welzijn ter wereld.
5) Zwitserland is de meest competitieve natie ter wereld.
In 2010 heeft het World Economic Forum Zwitzerland als de meest competitieve natie voorgesteld. http://www.finfacts.ie/irishfinancenews/article_1020536.shtml
Nochtans heeft Zwitserland een hele reeks competitieve handicaps:
Zeer weinig grondstoffen, hoge loonkost, sterke munt, chronisch tekort aan arbeidskrachten.
6) Zwitserland werd door de Europese Unie uitgeroepen als veruit de meest innovatieve natie.
http://ec.europa.eu/research/innovation-union/pdf/iu-scoreboard-2010_en.pdf

Het is tijd dat het direct democratische systeem als alternatief wordt bekeken voor het systeem van representatieve democratie.

Zie ook de getuigenissen van mensen die het Zwotserse systeem kennen. o.a. de lezersbrief van Patrick Soetens in "De Tijd" van 12 juli 2011.
Getuigenis over Zwitserland –Juli 2011

België-Zwitserland: zoek de verschillen [naar index]
12-07-2011 - Patrick Soetens - De tijd
Na bijna 15 jaar buitenland en ondertussen bijna drie jaar Zwitserland volg ik de Belgische politiek nog altijd van nabij. Nu België zijn zoveelste « rien-ne-va-plus » moment doormaakt en politiek nu al meerdere jaren op een volledig stuurloos schip lijkt, blijft het erg verbazend dat dat er niet meer openlijk verwezen wordt naar het Zwitsers model.
In vele aspecten heeft Zwitserland immers zeer veel gemeen met België. Er zijn ten eerste de verschillende taalgroepen die net als in België de facto gescheiden naast elkaar leven, elkaars taal niet kunnen of willen spreken en elk hun aparte eigen media hebben. Er zijn hier 4 officiële talen en zelfs 9 officiële schrijfwijzen voor het land waaronder zelfs één in het latijn (de CH van op de nummerplaten).
De socio-economische en politieke voorkeuren verschillen die net als in België sterk tussen de 2 grote taalregio’s. Zo is Duitstalig Zwitserland maatschappelijk en economisch veel conservatiever en eurosceptischer dan Franstalig Zwitserland . Tenslotte heb je net als in België ook redelijk grote verschillen in welvaart tussen de armere bergkantons en de rijke stedelijke kantons.
Er bestaat in Zwitserland met andere woorden een cocktail die uit dezelfde ingrediënten bestaat om te kunnen leiden tot dezelfde impasse.
Paradoxaal genoeg is Zwitserland echter één van de meest welvarende, politieke meest stabiele en best draaiende economieën ter wereld. Terwijl België verdrinkt onder een overheidsbeslag dat tot de hoogste ter wereld behoort, kan Zwitserland uitpakken met één van de laagste percentages belastingdruk in de OECD. Er gaat tegenwoordig ook geen maand voorbij of Zwitserland haalt een nieuwe gouden medaille in de internationale vergelijkingen tussen landen.
De ene maand wordt Zwitserland door het Wereld Economisch Forum tot meest concurrentiële economie ter wereld uitgeroepen, de andere maand blijkt Zwitserland wereldwijd op nummer één op het vlak van innovatie.
Hoe is het hier dan geregeld? Wat in elk geval meteen opvalt in het federale Zwitserland is de grote decentralisatie van bevoegdheden. Basis van alles hier is het subsidiariteits-principe waarbij een hoger niveau slechts de bevoegdheden krijgt indien deze niet op een lager niveau kunnen worden geregeld. Bevoegdheden zijn ook altijd netjes afgebakend. Ofwel is iets federaal geregeld, ofwel is het kantonaal ofwel gemeentelijk. Maar niet van alles een beetje.
De meeste bevoegdheden en het belangrijkste deel van de uitgaven bevindt op zich op het vlak van de kantons. Deze hebben hun eigen grondwet en parlement, bepalen hun eigen directe belastingen, regelen het onderwijs en justitie en voeren hun sociaal en economisch beleid.
Elk kanton kan zijn eigen politieke voorkeuren dus volledig tot uiting brengen. En reken maar dat dit gebeurt. Het verschil in vennootschaps – of personenbelastingen tussen de duurste en goedkoopste kantons gaat tot een factor één tot drie. Een alleenstaande betaalt tot drie keer meer belastingen in bijvoorbeeld Genève dan in Zug. Er wordt een harde concurrentiestrijd gevoerd tussen de kantons die maximaal proberen bedrijven naar zich toe te trekken met aantrekkelijke voorwaarden.
Maar ook de werkloosheidsduur of hoe het onderwijs geregeld is, verschilt sterk van kanton tot kanton. Niemand heeft daar een probleem mee. Als het ene kanton veel meer sociale accenten wenst te leggen dan een ander kanton, kan het dat zonder probleem. Maar de rekening van het gekozen beleid dient wel steeds zelf betaald.
Het mooie is echter tegelijkertijd dat fiscale concurrentie hier niet in de weg staat van een solidariteit tussen rijkere en armere regio’s. Zo wordt er door de bondsraad - de zevenkoppige federale regering van hier - een bedrag bepaald aan solidariteit (momenteel 3 miljard CHF per jaar tussen 2008 en 2011). En zo betalen de rijke kantons (Zug, Bazel-Stad, Genève, Zürich, Vaud,..) een redelijk flink bedrag aan financiële transfers aan de armere kantons (Uri, Jura, Wallis,..).
Het bedrag wordt zo bepaald dat de armere kantons na ontvangst van de transfers op een niveau komen van 85% van het Zwitsers gemiddelde. De verdeelsleutel van de transfers houdt tevens ook rekening met objectieve handicaps zoals geografische factoren (de bergregio’s) en socio-demografische (agglomeraties). En om de 4 jaar worden de fondsen opnieuw bekeken. Alles wordt op een zakelijke manier becijferd en beslist.
Niemand tekent hier een blanco cheque. De Zwitsers houden van statistiek en duidelijke cijfers. Het eerste wat zij volgens mij zouden doen in België is objectief de transfers berekenen zodat daar al geen discussie meer over kan bestaan. Qua democratisch karakter en respect voor de kiezer kan de Belgische politiek ook iets opsteken van het uniek Zwitserse systeem van absolute democratie.
Elders kan men zich dit moeilijk voorstellen maar echt elk onderwerp wordt beslist door de Zwitser zelf. Dit gaat van de openingsuren van de winkels of een nieuwe tramlijn op lokaal niveau, of men mag roken op café of meer Engels moet leren op kantonaal niveau tot en met of de BTW dient verhoogd op het federaal niveau. Het komt er op neer dat de Zwitser over alles uiteindelijk het laatste woord heeft. Als het volk weigert, dient de regering zijn huiswerk gewoon opnieuw te doen.
Deze democratische vrijheid en het recht om te worden gehoord beschouwen de Zwitsers als een grondrecht en de basis van de stabiliteit en welvaart van het land. Het is een geweldig complex en traag systeem maar het zorgt er wel voor dat er hier een grote verbondenheid is met het land. De staat heeft hier maar de macht die het volk haar toekent. Na de verkiezingen iets anders uitvoeren dan wat je voordien gezegd hebt, kan hier eenvoudig niet.
Het Zwitsers model is ook bij uitstek een consensusmodel. Elk probleem wordt vanuit elke mogelijke invalshoek geanalyseerd en opnieuw bediscussiërd todat uiteindelijk een meerderheid kan akkoord gaan met een voorstel. Gaat het om zaken die het kantonaal niveau overstijgen, probeert men allianties te vormen met andere kantons. Dit kan over de taalgrenzen heen, b.v. de grote steden die gelijkaardige belangen hebben op de bergkantons voor agrarische zaken.
Het Belgische model is daarentegen per definitie altijd conflictueel doordat het één tegen één is en wat de ene wint de ander lijkt te verliezen. Het zou in België bijvoorbeeld een ander beeld geven indien de provincies zouden zijn die de macht hebben in plaats van de deelstaten. Misschien zou het rijkere Waals-Brabant zich bijvoorbeeld dan meer verbonden voelen met de sociaal-economische belangen van de Vlaamse provincies.
Taalkwesties zijn hier ook nauwelijks. Er zijn 4 tweetalige kantons. De taal van het kanton is ingeschreven in de lokale grondwet en daar valt dus niet over te praten. Zo vermeldt Genève in haar grondwet dat Frans de bestuurstaal is. Daarmee weten de 50% buitenlanders die vaak een andere moedertaal hebben waar ze aan toe zijn. Je kan gerust bellen in het Engels (iemand vinden die Duits spreekt zal wat moeilijker zijn) en men zal je proberen te helpen maar je moet geen rechten beginnen opeisen.
De verschillen in politieke voorkeur tussen de kantons zijn hier groot maar niet zo extreem dan in België. Ook hebben de etiketten een andere betekenis. Alles bevindt zich politiek een stuk meer naar rechts. Het programma van de socialische partij in Zwitserland situeert zich politiek eerder op het vlak van de CD&V. Zo werd de stad Genève de laatste jaren door socialisten bestuurd maar dit belet niet dat zij zich voluit inspant in het verdedigen van het financiële centrum en werkt aan belastingverlagingen voor bedrijven om concurrentieel te blijven.
Het beleid is hier veel pragmatischer en veel minder doctrinair dan in België. Zeker het partijprogramma van de Parti Socialiste/CDH zou hier bijna als extreem-links worden beschouwd en gevaarlijk voor de welvaart van Zwitserland.
Inspiratie voor het Belgische politieke bestel zit er zeker ook in de bescheidenheid van de politiek en de politieke partijen. De regering telt slechts 7 leden en de bondspresident is gewoon een beurtrol. Ieder jaar komt dus iemand anders aan de beurt. En niemand voelt zich benadeeld. De nadruk ligt hierdoor veel meer op het beleid dan op de persoonlijkheden die eigenlijk nauwelijks bekend zijn.
Politiek bedrijven is hier sowieso veel meer low profile. Parlementslid zijn in de nationale raad en de kantonsraad is bijvoorbeeld een part-time bezigheid. Het parlement heeft maar 4 sessies van drie weken per jaar en de leden krijgen enkel een dagvergoeding voor de effectieve zitdagen en er is geen sprake van assistenten. Buiten de 7 leden van de bondsraad zijn er weinig fulltime politici en de meesten hebben een gewone job als advocaat, leraar, dokters, etc.
Ze staan dan ook met de twee voeten in de dagelijkse praktijk wat het parlementaire werk ten goede komt. In vergelijking met Zwitserland is het aantal full time politici in België in feite redelijk hallucinant.
Voor mij is alleszins de conclusie duidelijk: Het Zwitserse model toont de juiste weg naar een nieuw elan voor België.

Gemeentevrijheid als redding van Europa

prof Gasser heeft hierover een zeer intressant boek geschreven.
"Gemeindefreiheit als Rettung Europas"
Hierover de boekbespreking:
http://berlijnsereflecties.blogspot.com/2010/01/gemeentevrijheid-als-red...
en
http://berlijnsereflecties.blogspot.com/2010/03/gemeentevrijheid-in-hist...

In representatieve democratie is politiek de strijd om de macht door politieke partijen.
Door buitenstaanders worden systemen van representatieve democratie dan ook gekenschetst als "Conflict democratieen".
Hierdoor gaat veel kostbare energie verloren, en oplossingen die uit de bus komen in conflict democratieen zijn in vele gevallen minder optimaal dan oplossingen die worden bekomen in een systeem van directe democratie.

Fundamentele mensenrechten houden in dat het individu zelf kan beslissen op directe wijze over de zaken die hem aanbelangen.
Dit fundamenteel recht wordt gefnuikt in representatieve democratieen.

Vermits in representatieve democratie er een verregaande delegatie van bevoegdheden, is de sociologische wetmatigheid "Wet van Robert Michels" hier aan het werk.
http://nl.wikipedia.org/wiki/IJzeren_wet_van_de_oligarchie

In directe democratieen wordt het afglijden van de "democratie" naar de misbruiken de particratie vermeden.
De winst voor de welvaart van de bevolking kan gemakkleijk worden geschat door vergelijking van de greep van de overheid op het BNP in Belgie versus Zwitserland: dit is ongeveer 20% van het BNP.
Dit levert een ruwe schatting op wat er kan worden gewonnen wanneer Belgie zou overstappen van het systeem van representatieve democratie naar een susteem van directe democratie gebazeerd op gemeentevrijheid.

democratie en armoede

Armoedebestrijding zonder de inbreng van de experten bij uitstek, de ervaringsdeskundigen, de mensen in armoede zelf is gedoemd te mislukken. Daniël Deblaere van en voor Solidariteit Zonder Grenzen & Solidariteit Vlaanderen.
Er kan geen echte democratie zijn als de rechten van de mens geschonden worden, en armoede is één van de schendingen ervan.

Democratie is een beslissingsmethode

Daniel Deblaere schreef:
"Er kan geen echte democratie zijn als de rechten van de mens geschonden worden, en armoede is één van de schendingen ervan."
Armoede bestrijding is een nastrevenswaardig doel.
Toch even de puntjes op i.
Een democratische stemming is een middel om tot een beslissing te komen. Meer dan dat is het niet.
De democratische stemmethode wordt o.a. gebruikt in samenlevingen.
Armoede in die samenleving wordt bestreden via het systeem van socilae zekerheid.
Via democratische stemming kan gekozen worden tussen verschillende systemen, en ook de mate waarin solidaritiet met armen wordt betoond.

Wat hebben machtsmisbruik en besluiteloosheid gemeen?

Dat democratie niet perfect functioneert in een mensenwereld moet ons niet verwonderen maar dat ze bij nader onderzoek zowat overal en bij herhaling blijkt te leiden tot / resulteren in machtsmisbruik en besluiteloosheid wijst erop dat er iets fundamenteel fout is. De reden waarom ‘het bestuur door het volk op basis van gelijkheid’ in heel veel gevallen ontspoort wordt al direct in het citaat van George Bernard Shaw gegeven waar hij het volk bestempelt als ‘the incompetent many’. De vraag is dan in essentie waarom ‘the many’ ‘incompetent’ zijn. Competenties zijn vaardigheden en men is incompetent als men vaardigheden niet bezit; maar dat kan in wezen twee oorzaken hebben: men doet er geen inspanning voor om ze te verwerven of men krijgt ze niet aangereikt. Als dit laatste het geval is krijgt men zelfs de kans niet om een inspanning te leveren.

Democratie is één van de mogelijkheden om het bestuur een maatschappelijk bestel vorm te geven. Om bewust uit die mogelijkheden te kiezen moet men om te beginnen het samenlevingsbestel kunnen overzien aan de hand van een maatschappijmodel dat de realiteit volledig, toegankelijk, en herkenbaar weergeeft op een manier dat men er ook een instrument aan heeft om het bestuur en het beleid in te vullen. Een maatschappijmodel die naam waard moet in de beschrijving van de structuur en de werking van het samenlevingsbestel de sociale, de economische en de politieke dimensies geïntegreerd meenemen. Het neoliberalisme is de kwalificatie maatschappijmodel niet waard omdat het alleen maar focust op de economische dimensie en de sociale en de politieke dimensies negeert, het geeft de realiteit niet volledig weer en doordat de economische theorie waarop het steunt met een virtuele omgeving werkt is het niet toegankelijk en is de realiteit er maar vaag in herkenbaar. Het Economische Realiteit Systeem (ERS) daarentegen voldoet wel aan de vooropgestelde vereisten.

Het is, gezien de hierboven geschetste samenhang, niet verwonderlijk dat Oliver Ressler de term democratie niet reduceert tot de politieke organisatie van de staat maar de term ook een ‘economisch begrip’ vindt en ‘een overlegmodel in kleinere gemeenschappen, en een mondiale kwestie’. De kleinere gemeenschappen, de staten, en de wereld als geheel dat zijn enkele van de niveaus van politieke “huizen” in het ERS. In het gezin / de huishouding als kleinste “huis” hebben we als mensen de meest rechtstreekse mogelijkheid om democratie / solidariteit te realiseren, bij elk hoger en meer overkoepelend huis wordt dat gaandeweg moeilijker. Daarom zegt professor culturele studies Kuan-Hsing Chen in het Art Park van Taipei dat het ‘Veel zinvoller is (het) om te experimenteren met vormen van zelfbestuur in kleinere sociale contexten, die niet worden gedirigeerd door de s(taat)’. Ik kan hem dus niet volgen als hij stelt: ‘Echte democratie werkt dan ook niet op staatsniveau’ maar het is wel zo dat het moeilijker is op dat niveau. Alle niveaus boven dat van het gezin / de huishouding vragen namelijk om een minimale basiskennis van het maatschappijbestel / de economie om op die niveaus te redeneren, te kiezen en in democratische compromissen te beslissen. Zonder die basiskennis is een burger incompetent en is zijn deelname aan verkiezingen een ‘blinde’ bedoening waarmee democratie zeker niet gediend is en/of gerealiseerd wordt. ‘politieke, economische, militaire en etnische elites‘ kunnen dan inderdaad van democratie een spelletje maken want de kiezers zijn dan niet meer dan ‘tinnen soldaatjes’ die naar keuze gemanipuleerd worden.
Een samenleving / een groter politiek huis is dus pas echt democratisch als aan alle burgers de nodige competentie daartoe is aangereikt.

Wat het aanreiken van die democratische competentie betreft is er een schromelijk tekort en niet alleen in ons eigen land. Maar kijken we voorlopig alleen in eigen huis. Een maatschappijmodel die naam waard wordt in het onderwijs niet aangeleerd waardoor het bewustzijn van het onderscheid tussen democratie, neoliberalisme, en maatschappijmodel niet leeft onder de bevolking en ze dus ongeïnteresseerd tot zelfs angstig is voor zoiets als een nieuw model. Toch is het ‘Tijd voor nieuwe modellen’. Helaas is in alles wat naar voren gebracht wordt in de media bijna uitsluitend sprake van wijzigingen en aanpassingen van het vigerende (onzalige) model. Het ERS springt hier uit de band en komt met een echt nieuw model van de maatschappij dat niet al vooraf ideologisch geïnspireerd is.
Een uitgebreide inleiding tot het Economische Realiteit Systeem (ERS) is vrij te raadplegen op WWW.ECREALSYS.ORG.

Machtsmisbruik en besluiteloosheid in democratieën hebben gemeen dat een ander maatschappijmodel, dan het ten onrechte courant als model genoemde neoliberale systeem, niet algemeen bekend is bij de burgers. Zolang die essentiële onderwijsbehoefte niet ingevuld wordt komen we met het aanklagen van de valse en belabberde manier waarop democratie ingevuld wordt geen stap verder. Het is goed om de massa wakker te schudden en ze de ogen te openen, maar als het daar bij blijft zal ze gegarandeerd binnen de kortste keren weer vredig inslapen en de dreiging laten voortwoekeren.

Het zijn de verkozenen die ontsporen

Andre Beque schreef:
De reden waarom ‘het bestuur door het volk op basis van gelijkheid’ in heel veel gevallen ontspoort wordt al direct in het citaat van George Bernard Shaw gegeven waar hij het volk bestempelt als ‘the incompetent many’. De vraag is dan in essentie waarom ‘the many’ ‘incompetent’ zijn. ""
Deze analyse is fout.
Representatieve democratie ontspoort doordat de verkozenen beslissen ipv dat de beslissingen door de bevolking wordt genomen.
Wanneer de belangrijkste beslissingen door de bevolking zelf worden genomen ipv door "verklozenen", dan zijn de beslissingen van betere kwaliteit dan wanneer de belangrijkste beslissingen worden genomen door verkozenen. Bewijzen zijn o.a. het Zwitserse model, maar ook alle econometrische studies ivm met directe democratie.

Andre Beque schreef: "Ik kan

Andre Beque schreef:
"Ik kan hem dus niet volgen als hij stelt: ‘Echte democratie werkt dan ook niet op staatsniveau’ maar het is wel zo dat het moeilijker is op dat niveau."
Als verklaring geeft Andre Beque hiervoor dat basiskennis ontbreekt.
Deze verklaring kan alleen maar een bijkomend bezwarend element zijn voor democratie op niveau van de natiestaat. De fundamentele oorzaak ligt elders.
Democratie is een stemming meerderheid tegen minderheid.
Hoe groter de kieskring, hoe groter de populatie die in de minderheid wordt gesteld.
Democratie op niveau van de natiestaat functioneert daarom minder goed.
Democratie op wereld niveau kan een ramp voor de in de minderheid gestelde mensen.

Met democratie dient men zeer voorzichtig te zijn:
De onderwerpen waarover mag en kan worden gestemd dienen zeer beperkt te zijn.
Idealiter worden deze onderwerpen afgesproken op het ogenblik van toetreding tot die gemeenschap.
Dit is het ideaal van de contractuele samenleving.
Je kan het best vergelijken met:
- democratie in een bedrijf, VZW, cooperatie,....: hierbij beslissen de aandeelhouders opp democratische wijze over het bedrijf.
De onderwerpen waarover ze kunnen stemmen zijn beperkt tot deze van de contractuele relatie, in dit geval het bedrijf.
- democratie op de vergadering van eigenaars van een appaartementsgebouw, condominium, gated community,.....:
hierbij beslissen de aandeelhouders opp democratische wijze over hun gemeenschappelijke eigendom.
De onderwerpen waarover ze kunnen stemmen zijn beperkt tot deze van de contractuele relatie, in dit geval hun gemeenschappelijke eigendom.

Basisbouwsteen van een samenleving dienen gemeenten te zijn.
In een gemeente kan op democratiesche wijze worden beslist over die onderwerpen, die bij toetredeing tot die gemeente werden overeengekomen (sociaal contract).

Advertentie